Prvních 200 řádků.
Can. Waar ben je, jongen?
Can, waar ben je?
Can.
Waar ben je, jongen?
Jongen, kom op.
Can.
Jongen, kom tevoorschijn.
Can.
Waar ben je, jongen?
Wees niet bang voor mij.
Ik praat niet met vreemden.
Laten we onszelf dan voorstellen.
Ik heet Bilge. En jij?
Can. - Zie je wel? We zijn geen vreemden meer.
Ben je gewond?
Ik ben uit een boom gevallen. Het deed pijn.
Wil je wat ijs?
Ben je ziek?
Het is de hartklep.
Heeft het hart een klep? Wat raar.
Ik ben geopereerd. Maar het deed geen pijn.
Moet je me van mijn moeder halen voor die röntgenfoto?
Verstop je je daarom?
Ik heb al drie foto's laten maken. Het stelt niets voor.
Die machine kijkt dwars door je heen. Hij kan van alles.
Waar ben je zo bang voor?
Om een ster te worden?
Betekent het dat?
Wees niet bang.
Zelfs als je een ster wordt, kun je terug naar de aarde.
Belachelijk. Dan zouden mijn vissen ook terugkomen.
Geloof wat je wilt. Er is zelfs een verhaal over.
Een waargebeurd sprookje. - Dat verzin je maar.
Ik geloof niet in sprookjes. - Ik wel, oké?
Ben je boos op me? - Nee.
Maar het irriteert me dat je niet in sprookjes gelooft.
Je hebt nog niets verteld.
Goed dan. Er was eens een koning genaamd Odysseus.
Hij vocht in een oorlog in Troje, bij Çanakkale.
Hij wilde naar huis, maar dat kon niet...
want het was te ver weg en hij was de weg kwijt.
Hij ging aan boord van een schip.
Tijdens zijn reis zag hij een prachtig eiland.
Maar ziedaar. Er woonde een heks op het eiland.
De heks bood de koning en zijn vrienden behekste wijn aan.
Wie hem dronk, veranderde in een varken.
Maar de wijze koning dronk niet.
Toen de koning van het eiland vluchtte, lachte de heks en riep:
'Koning. Er is maar één weg naar huis, maar niemand heeft die ooit overleefd.
De weg is via de onderwereld.'
De koning wilde naar huis, dus ging hij naar de onderwereld.
Een enorme, driekoppige hond bewaakte de poort...
maar de koning kwam er toch door.
De doden fluisterden tegen hem:
'Zoek de blinde profeet. Hij zal je de weg wijzen.'
De koning vond de blinde profeet...
en hij wees hem inderdaad de weg.
Wees dus niet bang om een ster te worden van de onderwereld, oké?
Want het is een wonder.
Het is een wonder.
Jippie. Nieuwjaar.
Vooruit, doe een wens.
Kinderwensen schijnen uit te komen.
Dan komt er een vallende ster.
Wat als hij uitkomt?
Can, wat doe je hier?
Hij was bang. Wees niet boos.
Dit gaat je niets aan, Bilge. - Je bent mijn advocaat niet.
Dan krijg je geen straf. Sorry.
Kom op.
Geloof in sprookjes en wonderen.
DE LEGENDE VAN ODYSSEUS
Zoon, waar zat je?
Goed, pap. Ik doe de röntgenfoto.
Maar je neemt me mee naar het aquarium.
Pardon, mevrouw Bilge, een pakje voor u.
Bedankt. - U bedankt.
Goedenavond, mam.
Ik kom net op mijn werk. Ik bel straks terug.
Heb je je nieuwjaarskoekjes gekregen? - Ja, maar veel te vroeg.
Omdat er een uitnodiging in zit die we van jou niet krijgen.
Wat voor uitnodiging?
Voor een bruiloft. Aslı gaat trouwen.
Welke Aslı? - Aslı, je lievelingsnicht.
Toen waren we kinderen.
Ik heb die 'lievelingsnicht' al in tijden niet gezien.
Dat is jouw schuld, Bilge. Je belt nooit iemand.
Je weet toch hoe druk ik het heb?
Misschien moet je een pauze nemen.
'Zorg goed voor je hart, Bilge.'
Mama heeft gelijk. - Toe, pap. Het is zo lang geleden.
Maar toch.
Geen idee of je regelmatig naar de dokter gaat.
Ik moet ophangen.
Rustig, ik breng geen oudejaar meer in het ziekenhuis door.
Zorg goed voor jezelf.
Het leven is kort.
Als ik dit toen geweten had, had ik meer voor mezelf gedaan.
Ik hang nu op. Tot gauw.
Jullie zijn zo lief. Kusjes.
HARTSLAG 130
Bilge. Goedemorgen.
Goedemorgen.
Gefeliciteerd met je nieuwe zaak. - Bedankt.
Iedereen in het bedrijf...
Wat doe je vanavond?
Er is een nieuw visrestaurant in Yeniköy.
Als je wilt... - Mijn werk houdt nooit op, Mete.
Verspil je tijd niet.
Een fijne dag nog.
Goedemorgen, mevrouw Bilge. - Morgen.
Nurettin Kaba komt om 15.00 uur voor de rechter.
Mevrouw Deniz wil haar scheiding aanvechten...
en wil $50.000 ter vergoeding.
Mevrouw Bilge? - Ja.
U heeft de miljoenenzaak van Oya Tüzel, nietwaar?
Wat een geluk. - Bedankt.
Tenzij ik uw succes aan geluk toeschrijf...
kan ik dit niet begrijpen.
Een geweldige dag nog.
Versier die van mij niet.
Ik vond het er goed uitzien.
Ik hou daar niet van, İpek. - Ik wel.
Een nieuw jaar, nieuwe banen, nieuwe voornemens...
nieuwe wonderen.
Bedankt.
DE OUDE STAD ASSOS - ÇANAKKALE
Can.
Can. - Ja?
Is er iets? Je hebt niet eens gepauzeerd.
Ik ben aan het werk. - Dit is de laatste dag.
Precies. Daarom werk ik.
Iemand moet vandaag werken.
Prima.
Ik heb een vraag voor je. - Toe maar.
Als je hier in de oudheid leefde, wat zou je dan doen?
In de oudheid... Wat zou ik doen? In de haven rondhangen.
Met mijn schepen in sarcofagen handelen. Dat is mijn vakgebied.
En jij?
Aan de Spelen meedoen...
de hippodroom eer aandoen en van een feestmaal genieten.
Niet mijn stijl. Veel te openbaar.
Ik zit goed in mijn wereldje.
Is er plek voor anderen in dat wereldje van je?
Can.
Pas op, het is glad.
Plek waarvoor?
Als jij in de oudheid leefde, wat zou je dan doen?
Wie zou je zijn?
Ik zou een vrouw zoeken.
Veel kinderen krijgen voor ik aan de pest stierf.
Kom op, man.
Zelfs in de oudheid denk je aan kinderen. Goed zo.
Je bent een modelburger. - Hij heeft gelijk.
Jij zou er ook een moeten zoeken.
Zie ik eruit alsof ik op zoek ben naar liefde?
Wat je ook zoekt, neem afscheid. We sluiten de boel hier af.
Maak dit niet open. We gaan vandaag weg.
Hij is bijna klaar.
Er is iets met hem. Hij eet niet eens.
Hij was vorig seizoen ook zo.
Misschien hou ik van zoeken, niet van iets vinden.
Kom op.
Hij heeft na jaren alleen een hond gevonden.
De hond heeft hem gevonden.
Geef me de kwast.
Een hond lag te rollen in het amfitheater...
en hij zei: 'Is hij gek of zo?'
Toen begon de hond hem te volgen.
Ik ken Teo al. Hij is schattig. - Romeinen.
Kom eens kijken.
Meen je dat? Kom allemaal hier. - Ik moest niet graven, hè?
Een kwast. - Ik moest het achterlaten.
Kom. - Geef me een kwast.
Snel. We maken een foto.
Een amfoor met een figuur.
Hij dateert uit de zesde eeuw voor Christus.
De figuur erop...
is Cerberus, de driekoppige hond die de poort van de onderwereld bewaakte.
De man tegenover hem...
is Odysseus.
Ja, dit is Odysseus...
die de onderwereld ingaat.
Een waargebeurd sprookje.
Wat? - Sorry, ga verder.
Hij is goed bewaard.
Het is bijna een wonder dat hij zo goed bewaard is gebleven.
Niet bijna...
Het is een wonder. - Ja.
Goed gedaan, allemaal. Alvast gelukkig nieuwjaar.
En bedankt, Can.
En bedankt, Odysseus.
Heel goed gedaan, allemaal.
Maak er een leuke avond van. - Eet smakelijk.
Dat was een goede afsluiting van het seizoen.
Bedankt. Ga je weg?
Ja. Tayga zeurt al de hele dag aan mijn kop.
'Pap, heb je goud gevonden? Een schat?'
Hij denkt dat we schatjagers zijn.
Hij snapt het later wel.
No comments yet. Be the first to leave one.