Prvních 200 řádků.
En na het zwemmen en zwemmen had hij hem te pakken.
- Dus ik zegde tegen haar... - "Zei". Zei tegen haar.
Zei tegen haar...
"Ik geloof niet dat je vader duizend meter onder water duikt,
en ik geloof ook niet dat hij een walvis heeft gevangen."
Vind je dat ik dat had moeten zeggen, koekie?
Natuurlijk had je dat moeten zeggen.
Ik heb geen keus.
Ik heb geen interesse om je te chanteren.
Ik moet de informatie doorgeven.
Natuurlijk besef ik dat dit rampzalig voor je kan zijn,
maar ik kan het gewoon niet laten...
Wacht.
Mijn... mijn schoenveter zit los.
Lori, ik wil dat je even kijkt
en zegt wie je in die auto ziet zitten die we net passeerden.
Er zit een man met bruin haar in.
En nog iemand, maar ik kon zijn gezicht niet zien.
- Welterusten, koekie. - Welterusten, Lori!
- Werk niet te laat. - Geen zorgen. Dat doe ik niet.
Ik wil alleen deze kruiswoordpuzzel afmaken. Ga nu. Ga naar bed.
- Welterusten. - Welterusten.
Lori?
"Ik heb geen interesse om je te chanteren."
"Ik moet de informatie doorgeven."
Ik was in de winkel en daar was het meisje dat mijn overhemden voor mij maakt.
Ik ging naar de kleedkamer om ze te passen.
Opeens komt ze binnen en kijkt mij recht in mijn ogen
en boem... trekt haar blouse uit.
En ze droeg verdomme niets daaronder.
Nou, wat heb je gedaan?
Wat zou ik kunnen doen? Nog drie overhemden besteld.
- Tot ziens. - Doei.
Het is nu allemaal van jou.
LEVENSWETENSCHAPPEN
Alweer dronken.
Verdomme!
TERZI INSTITUUT VOOR GENETISCH ONDERZOEK
Hey! Pas op! Kijk uit, wil je!
Excuseer mij.
Nee, nee, excuseer mij. Dat was dom.
- Excuseer mij? - Excuseer mij. Dat was dom.
- Hier. - Oh, dacht dat je dat zei.
- Hier is je wandelstok. - Oh, bedankt.
Zeg... kun jij mij vertellen wat er hier aan de hand is?
Ja, poging tot diefstal.
Iemand heeft de nachtportier neergeslagen.
Hoe laat gebeurde het?
Ik weet het niet. Ergens gisteravond. Ik ben hier zelf net aangekomen.
- Ben je van de politie? - Nee, nee. Ik ben een verslaggever.
Pardon, mag ik?
- Wat is je naam? - Giordani.
- Pers. - Oke.
Hallo.
- Is inspecteur Spimi er? - Ja, hij is binnen.
Mooi. Bedankt.
Dat is het zo'n beetje. Ik heb niemand gezien. Hij kwam van achteren.
Carlo. Hierheen.
Er moet iets groots aan de hand zijn.
Al het toppersoneel van het hoofdbureau is hier.
- De commissarissen zijn er ook. - Met hoeveel zijn ze weggekomen?
Niet, voor zover ze weten.
- Heb je foto's? - Alles.
Ik heb de grote baas, professor Terzi, en al zijn assistenten.
Esson, hij is Brits. Casoni, Mombelli en een Duitser genaamd Braun.
- Het staat hier allemaal op. - Dat is geweldig. Geweldig.
- Giordani! - Hallo, zeg het maar.
Laten we dit maar alvast doen, zodat je weggaat en ons met rust laat.
22:15, dokter Manera heeft het gemeld.
Hij had de eerste nachtdienst.
Onze man heeft een portier half vermoord, een raam vernield
en ging er vervolgens vandoor zonder iets mee te nemen.
Geen reageerbuisje, geen stukje papier. Niets.
Zelfs geen paperclip.
Zou jij...
Waar is mijn vader?
- Anna Terzi, de dochter van de baas. - Hij is in zijn kantoor.
Wat doen ze eigenlijk hier in de buurt?
Levenswetenschappen.
Biologie.
Biochemie.
Erfelijkheid.
Ze voeren zelfs die pre-huwelijksexamens uit
voor mensen met veel geld
die hun nakomelingen van hoge kwaliteit willen houden.
Ze komen hier, ze hebben een knappe verpleegster,
ze laten iets doen, tak-tak...
Vervolgens bestuderen ze de vloeistof en zeggen of je een erfelijke ziekte hebt,
of als je pistool vastgeroest is.
- Is dat alles wat ze doen? Tak-tak? - Nee.
Ze doen onderzoek. Zeer hoog niveau.
- Heel stil. - Ah.
DIRECTEUR
Het onderzoek waar we mee bezig zijn...
is van zeer vertrouwelijke aard,
en ik zou jullie daarom willen vragen om...
Oh, Anna. Kom binnen, kom binnen.
Mijn dochter.
De officier van justitie, hoofd van politie Salmi,
en sergeant Andressi.
Ga zitten, Anna.
Mijn dochter helpt mij bij mijn werk. We kunnen vrijuit spreken.
Nou, zoals ik al zei,
ons onderzoek is van dramatisch en verreikend belang,
maar het is nog te vroeg om het aan het grote publiek te onthullen.
En aangezien er eigenlijk niets is gestolen,
ben ik ervan overtuigd dat niemand van jullie bezwaar zal maken als ik...
Pardon, professor,
maar als het een geval van industriële spionage was, zoals het lijkt,
had iemand de documenten kunnen fotograferen die hem interesseerden
zonder daadwerkelijk iets mee te nemen.
Casoni, ik ben de directeur en eigenaar van dit instituut,
en ik ben heel goed in staat deze kwestie zonder uw hulp af te handelen.
Juist.
Er is absoluut geen bewijs dat de spionagehypothese ondersteunt.
Niet tenzij u iets weet wat wij niet weten.
Natuurlijk niet.
- Ik was gewoon... - Precies.
Ik denk dat niemand van ons echt veel weet.
Ik heb mijn personeel opgedragen de situatie nauwlettend te controleren
voor het geringste teken dat er papieren of documenten zijn aangeraakt.
Tot nu toe melden ze dat ze niets hebben gevonden.
Vervolgens,
denk ik dat het het beste is om te doen...
het de politie laten afhandelen.
Als het nodig is...
Hallo?
Ja, hij is hier. Een momentje.
Ik zal alles doen wat mogelijk is, maar u moet het zeker weten...
Het maakt mij niet uit wat de reden was.
Ik kan begrijpen hoe je je voelt, maar ik vertelde je gisteravond...
Ik zie niet welk doel...
Oke. Akkoord.
Ik zie je daar om 17:00.
Ah, hallo, Bianca.
Hallo.
Wat is hier aan de hand?
Ze lieten mij bijna niet binnen.
Er is gisteravond ingebroken.
Echt? Wat hebben ze meegenomen?
Kijk, ik heb... Ik heb wat dingen te doen.
Ik moet hier een tijdje blijven.
Waarom haal ik je niet wat later op?
Het spijt me.
Oke.
Zeg het tegen niemand,
maar ik ben de enige die weet wat er gestolen is,
en ik weet wie het gestolen heeft.
- Heb je het de politie verteld? - Nee.
En dat ga ik voorlopig niet doen.
Maar dit zou voor mij een grote stap kunnen betekenen.
Hoe laat komt ze?
- Over een paar minuten. - Ah.
Hey, we zijn de ster vergeten.
Kom op, kom op.
Kom laten we gaan.
Hey, daar is ze. Houden zo!
- Hallo, jongens! - Lach, alsjeblieft.
Hoe is dit voor jou? Is dit goed?
Of heb je liever dit?
Juist, lachen, lachen. Er is een man dood.
- Hallo, koekie! - Hallo, schoonheid.
- Wil je dat ik je de krant voorlees? - Nee, niet nu. Later.
WETENSCHAPPER VERPLETTERD DOOR TREIN
Mag ik het proberen?
Doe maar. Ga je gang.
- Wolk? - Nee, nee, nee, nee, nee, nee.
Hier is helder. Duidelijk. Hè?
- Hr... - Hij is dood.
Wie? Wie is er dood?
Die man waar ik laatst naar moest kijken.
- Je weet wel, die in de auto. - Ja.
Dat staat in de krant.
"Wetenschapper verpletterd door trein."
"Dokter Calabresi, onderzoeksanalist van het Terzi instituut,
"werd gedood bij een tragisch ongeval op het treinstation."
- Er staat een foto van hem bij. - Omschrijf de foto.
Het toont de man...
en hij valt.
En er is een trein.
Wie heeft het artikel geschreven?
Carlo Giordani.
Giordani?
Herinner je je mij?
- Zeker. Natuurlijk. Alles goed? - Zeker.
- En hoe heet jij? - Mijn naam is Lori. Dit is mijn oom.
Nou, waarvoor ik hier kwam, is om je te vragen...
Nee, kom maar naar kantoor. Deze kant op.
Je zei mij gisteren je naam,
maar ik heb nooit de gelegenheid gehad om je de mijne te vertellen.
Hier. Ga hier zitten.
Ik ben Franco Arno, en om meteen ter zake te komen,
ik wil graag met je praten over de dood van dokter Calabresi.
Wat is daarmee?
Ik kan mij voorstellen dat het je niet ontgaan is
dat een inbraak bij het Terzi-instituut en de dood van een man die daar werkte
allemaal binnen een tijdsbestek van een paar uur een nogal opmerkelijk toeval is.
Ja, daar heb ik over nagedacht.
Aan de andere kant was de inbraak niet succesvol.
De dood van Calabresi was een ongeluk.
No comments yet. Be the first to leave one.