Prvních 200 řádků.
TERMINAL ISLAND SAN PEDRO, CALIFORNIË 1919
Toen Yoshida-san me deze foto liet zien, dacht ik:
Hoe kan een man als ik zo boffen?
Yuko...
je bent prachtig.
Furuya-san, ik had iets moeten...
Dit zal eerst wel eng lijken.
Maar al snel is het geweldig.
Het komt goed.
We zijn nu getrouwd.
Ik moet je wat vertellen.
Ik...
Het spijt me zo.
Ik zou het je schrijven.
Het vertellen voor ik afreisde.
Maar...
Maar dat deed je niet. Je vertelde me niks.
Je dacht me beet te nemen.
Alsjeblieft. We zeggen: Het is van Hideo.
Het wordt jouw kind.
Wat denk je wel niet? Waar zie je me voor aan?
Sorry. Ze zeiden: Hideo is een goede man.
Een begripvolle man. Een lieve man.
Ik smeek je het me te vergeven.
Alsjeblieft.
Ik vroeg om een bruid.
Niet om een hoer.
Alsjeblieft, Hideo. Ik kan het uitleggen.
Er is niks uit te leggen. - Alsjeblieft.
Je kwam bedorven aan.
Een rotte appel. Wat zou jij doen?
Vergeef het me. Alsjeblieft.
Ik heb niemand.
Alsjeblieft.
Alsjeblieft.
EEN JAAR LATER
LOS ANGELES, CALIFORNIË
Wacht even.
Het was de goede keuze, liefje.
Kinderen moeten niet op straat opgroeien.
Eén zwak moment...
gevolgd door zoveel vernieling.
Wat is een vrouw nog waard als ze haar eigen kind niet kan opvoeden?
Als ze het niks kan bieden?
Kindje?
Heb je zorgen?
Nee, ik denk gewoon na.
Ja.
Ik kwam hier vroeger ook.
Om na te denken.
Over het leven.
Dan bedacht ik...
hoe vredig het zou zijn onder water.
Al je problemen en zorgen...
kon de zee met zich meevoeren.
Maar neem dit aan van een vrouw die al veel heeft meegemaakt.
Pijn hoef je niet weg te spoelen.
Die verdwijnt uiteindelijk.
O, nee. U begrijpt me verkeerd.
Ik rust alleen uit voor ik naar huis ga.
Goedemorgen, kindje.
Je hebt goed geslapen.
Wat is er gebeurd?
Ik weet nog dat ik onder water was.
Ik heb je gered. Van een ongeluk.
Ik weet niet hoe ik hier kom.
En met een beetje geluk vervaagt de rest ook nog wel.
Weet dat je nu veilig bent, kindje.
Hier.
Dank u.
Dit huis...
Het voelt of ik weer in Japan ben.
Ja, ik heb lang aan mijn huisje gewerkt.
Eet maar. Je moet herstellen.
Eet smakelijk.
Sorry, ik was blijkbaar uitgehongerd.
Je geest hongert naar herstel.
Is dat de Yotsu Hanabishi?
Het wapen van mijn voorouders.
O, echt? Wat toevallig.
Kom. Een herstellend lichaam heeft frisse lucht nodig.
Wat mooi.
Niet één scheef blaadje.
Prachtig.
Ik wist wel dat jij het mooi zou vinden.
Hij heeft de hele ochtend niet gepauzeerd.
Ja, hij werkt heel hard.
Is hij al lang bij u?
Langer dan ik me kan herinneren.
Maar is er een betere tuin om aan te werken?
Toen u me op de brug vond...
Kindje.
Daar mocht je niet aan denken.
Maar u zei dat u daar ooit ook stond.
Te denken over vreselijke dingen.
Je hoeft niks te zeggen.
Ik wilde alleen maar...
moeder zijn...
zorgen, liefhebben...
Kindje.
Je had bijna het zand verpest.
Het spijt me.
Je hebt je te moe gemaakt.
Laten we even rusten.
Goedemorgen, kindje.
Je hebt goed geslapen.
Is er iets mis?
Nee, niks.
Wat een mooi haar.
Net zijde.
Is dat pad nieuw?
Waarom vraag je dat?
Het is nog niet af.
Dit soort haar heeft aandacht nodig.
Het spijt me, ik ben duizelig.
Wacht, ik heb wel iets.
Deze staat je prachtig.
Die is veel te mooi.
Onzin.
Hij past je perfect.
Geniet er nou maar van.
U bent te gul.
Help me, iemand.
Iemand.
Iemand.
Help me.
Ik heb je nog gewaarschuwd, kindje.
Help me.
Hou vast, kindje. Ik red je wel.
Goedemorgen, kindje.
Je hebt goed geslapen.
Je bent vast uitgehongerd.
Waar ben ik?
Rustig maar. Eet je ontbijt op.
Wat is dit voor vervloekte plek?
Is dat niet duidelijk?
Dit is het paradijs.
Ik weet niet hoe ik hier kom.
Hoe ik uit het water kwam.
Natuurlijk niet.
Je bent er nooit weggeweest.
Maar maak je geen zorgen. Je bent nu veilig.
Nee. Ik kan hier niet zijn, op zo'n plek.
Ik ben een moeder.
Niet meer.
We hebben elkaar nu.
Nee. Nee.
Je bent bang.
Ik ken die angst.
Een wanhopige honger naar genoegdoening.
Dat noemen de priesters onnen.
Maar ik kan je helpen.
We kunnen hier gelukkig zijn.
Nee. Ik ben een moeder. Ik moet terug.
Je bent dood.
Het is allemaal weg. Verdwenen.
M'n kindje...
ik ken die pijn ook.
Echt.
Maar hij zwakt wel af.
Ik heb een vreselijke fout gemaakt.
Lief kindje...
ik kan nu je moeder zijn.
Dat bent u niet. U bent een demon.
Ondankbare hoer.
Jij koos hiervoor.
Je ging zelf naar die brug.
Ik waarschuwde je, maar jij koos voor de vergetelheid...
en wierp jezelf in het water.
Ik heb je uit het zand gered.
Zal ik je teruggooien?
Terug de diepte in.
Ik heb gewacht.
Ik heb zo lang gewacht.
Op jou.
Op een kind van mezelf.
De Yotsu Hanabishi...
Het wapen van mijn voorouders.
Onze voorouders.
Snap je het nu?
Wij delen één familie.
Alleen mijn bloedlijn kan hier bij me komen.
Zelfs zoveel generaties later.
Dit is ons paradijs.
Tot in de eeuwigheid.
En nu moet je echt eten, kindje.
Je hebt je krachten nodig.
Er moet een uitweg zijn. Dat moet.
Er is geen uitweg...
kindje.
Waar moet je anders heen?
Nee. Je probeert het te hard.
O, ik snap het.
Volgens de monniken leert men pas echt kalligraferen...
als men de letters laat stromen als adem.
Je hebt de Yotsu Hanabishi perfect gekopieerd.
Ja, hij raakt me echt.
Niks is hier niet op z'n plek.
Toch?
Dat geldt ook voor deze yukata.
No comments yet. Be the first to leave one.