Prvních 200 řádků.
Neem de servetten en de borden mee.
Tante Lily.
Wilt u me even helpen? - Dit is niet echt mijn werk, maar goed.
Oma.
Lieverd toch.
Wat fijn dat u er bent.
Ik kon bijna niet slapen omdat ik wist dat u zou komen.
Mrs Tilford, wilt u me even excuseren?
Je nieuwe jurk staat je goed, Mary. En je ziet er goed en gezond uit.
Het zijn slavendrijvers. Ik mag blij zijn dat ik niet ziek ben.
Het is voor je eigen bestwil. - Zoals alles wat ik niet leuk vind.
Maar ik ben blij dat u er bent.
Dag juf Dobie. - Juf Wright.
Wat vindt u van de school? - Mooi.
Ik vermoed dat 't een blijvertje is. - Er komen een paar leerlingen bij.
Martha, het is bijna te mooi om waar te zijn.
Laten we ons nou niet verkneukelen.
Neem 'n keukenhulp. Afwassen na 'n dag lesgeven is echt te veel.
Tien minuten is erg lang voor één glas.
Het gaat mij niet om snelheid. Ik streef naar perfectie in 't leven.
Wilt u er wat meer vervolmaken?
Ik heb weer hoofdpijn.
Ik ga de les voor morgen voorbereiden.
Welterusten.
Slaap lekker, tante Lily. Laat de slaap uw zorgen ontrafelen.
Karen, als ik haar op 'n andere manier kon helpen, zou ze hier niet zijn.
Je maakt je te veel zorgen om haar. Op een dag hebben we 't geld...
O ja, ik heb de boekhouding gedaan en er is 90 dollar over.
Geweldig. - Het is niet veel, maar 't is voor 't eerst.
Eindelijk in het zwart.
Wat doen we ermee? - Opsparen.
Jij moet kleren. - En jij?
Een rok en blouse is altijd goed.
Jij verdient beter: Fifth Avenue. Rue de la Paix.
Jij verdient onderhoud. - Nou, als een oud monument.
Ik meen het. Ik weet nog hoe je je op school kleedde.
Toen ik je zag, rende je over 't plein met je haar los.
Ik rende weg voor de scheikundeprofessor.
Ik weet nog dat ik dacht: "Wat een mooi meisje."
Lichten uit. - Jij mag de zweep hanteren.
Snel, dan gaan we wandelen. - Goed, daar heb ik wel zin in.
Goed, dames.
Juf Wright, ik ben m'n nieuwe ring kwijt.
Maak je geen zorgen, morgen gaan we zoeken.
Naar bed, jij.
Lichten uit.
Ga door. Een vrouw die zingt tijdens 't werk is gelukkig.
Wie zegt dat? - De arts Joseph Cardin. Ken je hem?
Nee. Goede artsen adverteren niet. - Goede artsen verhongeren.
Werk je zondags niet in 't ziekenhuis? - Ik heb geruild met Mallory.
Zondag voor woensdag? - Het is allebei 24 uur.
Kruip er anders in en kijk even rond.
Weet je wat ik vanochtend heb gedaan?
M'n honderdste baby gehaald.
Gefeliciteerd.
Hoeveel kinderen wil jij? - Ik heb er al 20.
Boven.
Waar is Karen? - Die brengt ze naar bed.
Kan ze mooi oefenen.
Als je 't lesgeld betaalt, kun je hier drie keer per dag eten.
Martha, je bent de laatste tijd wat bits tegen me.
O ja?
Misschien ligt het aan mij.
Misschien.
Wacht.
Hoe kom je aan dit boek? - Snel. Ik heb dit al twee keer gelezen.
Sla maar om.
Wauw.
En nog 's wauw.
Ze komt deze kant op.
Wat heerlijk rustig. Iedereen aan de studie.
Waar is Katherine?
Dat was het voor vandaag, Katherine.
Dat is het oude geschiedenisboek.
Ik voel me vreemd. Heel raar.
Het doet pijn.
Dat heb ik al de hele dag. - Waar?
Overal.
Kan ik iets voor je doen? - Laat ik oma maar bellen.
Misschien dat slapen helpt.
Morgen bel ik Dr Cardin en vraag naar die pijn van je. Goed?
Katherine, je beugel.
Naar bed allemaal.
Welterusten.
Dr Cardin dit, Dr Cardin dat.
Ze begint altijd weer over hem.
Ze is verliefd op hem. - Waarom trouwt ze dan niet met 'm?
Dat hoorde ik hem haar ook eens vragen. Beneden.
Ik heb je jas. Ben je zover?
En wie hebben we daar?
En wie hebben we daar?
Wie is er? - Jij. Het is zondag. Hoe zit dat?
Ik heb alle patiënten omgebracht en de boel is nu leeg. Kom je?
Kom je? - Ik ben te moe voor twee vrouwen.
Martha en ik zouden gaan wandelen.
Ga dan.
Ga maar. Ik ben moe. Ik moet nog wat nakijken.
Tot straks, Martha.
Wil je naar de film? - Nee.
Langs het meer? - Nee.
Een biertje drinken?
Ik lust geen bier.
Wat wil je dan?
Laten we eens iets nieuws proberen. Gaan trouwen of zo.
Als we getrouwd zijn, doen we dat ook. Naar de film, langs 't meer.
Dat lijkt me toch niet. Nee, echt niet.
Fijn om in onze eigen kamer te kunnen zitten. Een boek lezen...
Was je dat van plan als je eenmaal getrouwd was?
Wat is er toch, Joe?
Hetzelfde als vorige week, vorige maand, vorig jaar.
Ik kan Martha niet alleen laten...
Tot de school goed loopt. Ja, dat weet ik.
Zo heb ik je nog nooit gehoord. Waarom ben je juist nu boos?
Ik weet het ook niet.
Waarom weet je dat niet?
Waarom weet je dat niet?
Je voelt je zoals je je voelt, meer niet.
Ik ben eenzaam en moe en ben het geplan voor de toekomst zat.
Ben je ook verliefd? - Andermans kinderen...
Ik vroeg of je verliefd was. - Doe nou niet zo.
Wat ik eigenlijk wil vragen als je me er even tussen laat, is...
kunnen we over een jaar een kind hebben?
Goed meid. Afgesproken.
Ik hou zoveel van je.
Joe en ik hebben besloten dat we twee weken na de vakantie trouwen.
Zo snel al? - Joe vindt het anders niet zo snel.
Nee, dat zal wel niet.
Gefeliciteerd.
Zou het niet leuk zijn om hier te trouwen?
De tuin staat dan in bloei, en de rozen. Dan nemen we een zonnescherm.
En dan is het vaarwel, Wright-Dobie School.
Dat ik trouw maakt geen verschil. - Natuurlijk wel. Dat weet jij ook wel.
Dat zeg je steeds. We hebben 't hier over gehad.
Joe vraagt me niet om te stoppen en ik ga niet weg.
Natuurlijk niet. Ik weet niet wat me bezielt.
Ik snap jou niet. Na al die moeite om er wat van te maken.
En net nu het gaat lukken, laat jij het in de soep lopen.
Wil je nou echt dat ik dan maar niet trouw?
Nee.
Natuurlijk niet. Het spijt me, Karen.
Dat was ontzettend egoïstisch. Kun je me vergeven?
Natuurlijk.
Het is een lange dag geweest. We zijn aan rust toe.
Je hebt gelijk. Wie moet het ontbijt maken?
Ik.
Je weet toch dat ik alleen maar het beste voor je wil?
Ik weet het.
"Dit beschaamt me: Ziet zij de mooi gelokte Antonius het eerst,
hij spreekt haar toe en zij ontvangt de kus..."
Evelyn, kun je je niet inbeelden dat je Cleopatra bent en met 'n adder praat?
"Ontwar het kluwen van mijn leven met scherpe tanden."
"Giftige dwaas, word boos en maak het af."
Mary, kom je net aan voor de voordracht?
Als je werk je niet interesseert...
Voor u, Mrs Mortar. U zei dat u van bloemen hield en het was ver lopen.
Dat is heel attent van je, Mary. Ik zal je dit keer maar vergeven.
Attentheid wijst op een goede opvoeding, en dat is heel mooi.
Schrijf dat maar even op.
Dat hebben we vorige week al gedaan.
Zet ze maar in een vaas.
Goedemiddag, juf Wright.
Evelyn leest Cleopatra voor ons. - Wat goed.
Mary geeft me net een bos bloemen.
Hoe kom je daar aan? - Ze heeft ze voor me geplukt.
Waar heb je die gevonden?
Bij het meer.
Juist.
Dat was het voor vandaag. Bedankt.
Ik moet m'n biologieboek pakken. - Wacht maar even.
Je hoefde er niet voor naar het meer. Er lag precies zo'n bos in de vuilnisbak.
Dat is niet erg aardig.
Wel heb je ooit.
Kom eens even zitten.
Mary, waarom doe je dat toch? Waarom lieg je zo vaak tegen ons?
Ik lieg helemaal niet.
Als je je wilt uitleven of op zoek bent naar avontuur, zeg het ons dan.
Vertel ons de waarheid. Heus, we begrijpen het wel.
Ik heb de bloemen bij het meer geplukt.
Ik heb geen keus, je krijgt straf.
In de pauzes blijf je alleen en je mag onder geen beding van het plein af.
Ook niet op zaterdag?
Maar dan is de bootrace. - Dat privilege heb je verspeeld.
Ik zag het tegen oma. - Naar boven, Mary.
Ik ga het zeggen. - Naar boven, Mary.
Ik voel me niet lekker.
Ik heb pijn.
Het doet hier pijn.
Dat heb ik voor het eerst.
M'n hart. Het slaat over, of zo.
Ik krijg geen lucht.
Het is niets. Bel Joe maar even en vraag of hij hierheen komt.
Is ze gevallen?
Ze kreeg straf. - Je hebt haar geslagen.
Natuurlijk niet. Ze viel gewoon flauw.
Vast een hartaanval. Haar voeten moeten hoger dan haar hoofd.
Probeer het hier eens.
Waar? - Hier.
Daar? - Ja, dat is een heel belangrijk punt.
Echt waar. Toen Delia Lambert een hartaanval had op 't toneel, was 't daar.
Heeft ze 't overleefd? - Ja, ik heb 'r gered.
No comments yet. Be the first to leave one.