Prvních 200 řádků.
Hoorde je dat?
Is dat op ons land?
Nee, het is in het bos.
Misschien is het Ruíz?
Of een stroper? -Nee, een stroper schiet niet zo vaak.
Nemen we de honden mee? -Nee, dan zien ze ons.
Ik heb er drie geteld.
Toen stopte het. En toen nog twee.
Ze zijn niet aan het jagen.
Het is geen geweer.
Het is een revolver.
Trek je jas aan.
Was het hier of bij Ruíz? -Het was hier.
We vertrekken bij dageraad.
WHEN EVIL LURKS
Verdomme.
Een lynx?
Er liep hier een hele grote rond.
Die heeft geiten van Ruíz opgegeten.
Dit is Ruíz toch?
Hij joeg op de lynx.
En hij heeft ervan verloren.
Nee. Deze vent is met een mes gesneden, iets scherps.
Wat gaan we doen? -We moeten het melden.
Dit zijn ergens onderdelen van.
Ik heb dit eerder gezien. -Waar is het voor?
Geen idee, broer.
We zijn op het terrein van Ruíz. We moeten het hem vertellen.
Of de politie?
Wat als Ruíz de dader is? Hij betrapte hem op diefstal en heeft hem vermoord.
Ruíz zou iemand niet doormidden snijden. -Vast wel.
Hij hakt hem in stukjes en voert hem aan de varkens...
Wat is er met Ruíz gebeurd? -Hoezo?
Is er iets met Ruíz gebeurd dat je me niet vertelt?
Hij mag ons niet.
Hij mag jou niet.
Hij ging hierheen of kwam hiervandaan.
Hij nam een kortere weg naar de heuvel.
Naar het huis van María Elena. Was hij een familielid?
Welke taal is dit?
Dit heb ik eerder gezien.
Russisch misschien? -Russisch?
María Elena Gomez.
Wat is er toch met die honden?
Hallo, María Elena. -Hoe gaat het, María Elena?
Lang niet gezien.
We zijn hier vanwege de geweerschoten gisteravond. Heb je die gehoord?
Jimi en ik zijn gaan zoeken met de honden.
We hebben iemand gevonden die je misschien kent.
Wachtte je op iemand?
Want die komt niet meer.
Hij kwam in de problemen.
Wanneer komt hij dan? -Hij had hier al lang moeten zijn.
We zitten op hem te wachten.
Hij moet voor mijn zoon komen zorgen.
Uriel? -Ja.
Hij moet mijn zoon vermoorden.
Hij moet Uriel vermoorden.
Hij is bezeten, hij ligt al lang te rotten.
We zaten te wachten tot het werd afgehandeld.
Het is mijn schuld.
Ik dacht dat we door te bidden hem zouden kunnen genezen.
We staken een kaarsje op voor...
De kerken zijn uitgespeeld.
Dood.
We durfden er niks over te zeggen.
Bang dat Ruíz en de andere buren ons hier weg zouden sturen.
We hebben niks. We kunnen nergens heen.
We dachten dat we hem konden genezen.
We verplegen hem, zodat hij niet sterft.
Dan kunnen ze hem komen vermoorden. Maar het duurt te lang.
Heb je dit gemeld?
Een jaar geleden, of langer nog. -Een jaar?
Wie heb je dit verteld?
Haar zoon?
Ja, de oudste.
Ze heeft mij niks gezegd. Weet u hiervan, commissaris?
Hebben jullie hem gezien?
Nou, wat hebben jullie gezien? Zeg het maar.
Heb je ooit eerder iemand gezien die lag te rotten?
Dus? Hoe weet je dan dat hij lag te rotten?
Omdat het is zoals ze altijd zeggen, Gutiérrez.
Als je het ziet, dan weet je het. En wij wisten het meteen.
Jullie hebben je iets laten wijsmaken.
Veel gevallen van bezetenheid zijn nep. En wij zijn hier in niemandsland...
Uriel gaat dood. Hij is opgezwollen, een grote bal vol met pus.
Haal de burgemeester erbij.
Geef me de telefoon. Bel hem.
Of geef mij het nummer, dan bel ik wel. Geen probleem. Maar hij moet komen.
Niemand vertelt mij wat ik moet doen. Vooral jij niet, Yazurlo.
Vooral jij niet. -Het heeft een jaar geduurd.
Er is een jaar voorbij en pas gisteren is er iemand gestuurd.
Verhef je stem niet tegen mij.
Niemand heeft me dit verteld.
Jij gaat weer een moeilijke tijd tegemoet.
Geloof je me niet? Is dat het?
Laat gaan. Geef me een excuus om je weer op te sluiten.
Hier kom je niet mee weg, gek.
Rustig, broer.
We hebben de reiniger dood gevonden.
We hebben hem in stukken gevonden. Wat valt daar niet aan te begrijpen?
Er is een protocol voor dit soort zaken.
Wij bellen Volksgezondheid, zij komen en lossen het op. Klaar.
Dat is wat wij gaan doen.
Doen jullie maar wat jullie willen.
Waarom is de reiniger gedood?
Wie heeft dat gedaan? Heeft Ruíz hem gedood?
Ruíz?
Ik geloof er niks van. We bevinden ons in niemandsland.
Waarom zou hier een bezetene zijn? Waar hebben jullie het over?
Ze komen niet naar het lichaam kijken. Zeker niet naar het rottende lijf.
Ze zeiden dat het niet hun probleem was. Ze trokken hun handen ervan af.
Maar iemand heeft hem vermoord, Ruíz.
Iemand wilde niet dat hij het huis van María zou bereiken.
En de burgemeester? -Ze hebben hem gebeld.
Hij wist het al een jaar geleden. Maar die ouwe heeft dommetje gespeeld.
Hij zei dat hij dacht dat het al opgelost was.
Wij moeten zwijgen of er komt een kruis op de kaart. Dan verliest alles z'n waarde.
Een spookdorp, Ruíz. Dan raken we alles kwijt.
Ze stelden voor dat wij weg zouden gaan tot er een nieuwe reiniger kwam...
...van het ministerie. -Wanneer?
Dat zeiden ze niet. -Daar is geen tijd voor.
Uriel ligt op sterven, we kunnen niet wachten op een reiniger.
Vertrek.
Houd je mond en vertrek.
We moeten onszelf bewapenen. -Bewapenen? Waartegen?
Mijn honden zijn al een maand weg. Alle vier.
Eerst maken ze de dieren gek, zeggen ze.
Daarna zelfs de doden.
Wat moeten we doen? -Iets. We moeten iets doen.
Misschien moeten we alles verkopen. Vertrekken voordat dit bekend wordt.
De misleide broers.
Dit is zo bekonkeld.
Door de staat. Ze willen mijn land.
Daarom laten ze ons in de steek. Ze geven niks om ons.
Een bezetene. Hier.
Dat had ik nooit kunnen bedenken. Nooit.
Armando, waar ga je heen? Ga nou geen gekke dingen doen.
Heilige Maagd. Don Ruíz... Mijn god, wat doet u?
Wat doet u?
Klootzakken...
Nee, kijk nou wat ze hebben gebracht.
Ze brachten het allerergste naar mijn land.
Niet schieten. Don Ruíz, niet schieten, alstublieft.
Ik moet hier iets aan doen.
Nee, zo dood je het kwaad niet. Dan wordt het erger.
Als u hem doodt, sterft u zelf.
Het zal onze lichamen overnemen, onze zielen.
Niet doen, alstublieft. U maakt het erger.
Iemand die weet hoe het moet, moet het doen.
Houd je bek, trut.
Ik had je huis moeten affikken, toen je hier kwam wonen met je tuig.
Jullie hebben alles besmet. Alles. Klootzakken.
Klootzakken.
Maak me dood, Ruíz.
Alsjeblieft, lafaard, maak me dood.
Voordat ik in Jimena's buik kruip...
...en het leven overneem dat in haar groeit.
Jij bent de eerste die ik kom bezoeken...
...als ik vrij ben.
Armando.
Wat heb je gedaan? Zeg alsjeblieft dat je niemand pijn hebt gedaan.
Hij speelt met ons, dat is wat hij doet.
Hij kan doen wat hij wil. Hij speelt met ons.
Maak het raam open. -Hij kwelt ons.
Armando. -Hij leeft nog, hij heeft 'm niks gedaan.
Jullie moeten gaan. -We denken erover te vertrekken.
Iedereen kan opflikkeren, Ruíz.
Nee, hij is die het moet vertrekken.
We moeten hem wegbrengen.
Twee of drie uur hiervandaan. Zo ver als we kunnen.
Dat is te riskant. -Dat hij hier is, is riskant.
We weten niet hoe dat moet. -Lafaards.
Ik doe het samen met jullie of ik doe het alleen.
Dit is mijn land.
De rottende moet verwijderd worden, voordat de rest ook gaat rotten.
Jij hebt toch een gezin, Pedro. Doe het dan voor hen.
Waag het erop.
Wat doet u? Don Ruíz...
Doe hem geen pijn, alstublieft. Wat doet u? Doe hem geen pijn.
Dat bed is te breed, dat past niet. Ik blijf er vanaf.
Haal een touw, we binden zijn voeten vast en verslepen hem als een varken.
Wat gaan jullie doen?
We nemen hem mee. -Meenemen? Waarheen?
Ze nemen je broer mee.
Zoek een touw, iets om hem mee vast te binden.
Laten we de lakens gebruiken. -Pak de lakens.
Die houden het niet. -Jawel.
Je broer heeft gelijk, pak z'n voeten en dan gaan we tillen. Allemaal tegelijk.
Een, twee, drie, nu.
Kom op, tegelijk. Vooruit, tillen.
Kijk uit. Kijk uit.
Smerige klootzak.
Jullie maken hem zo dood. -Wegwezen, knul, of ik maak jou dood.
Kom op, oppakken. Trek het daarheen.
Kom op, trekken.
Het blijft hangen.
Alles zit vol met stront.
Raak hem niet aan. -We moeten samen trekken.
Pak vast.
No comments yet. Be the first to leave one.