De første 200 linjer.
Ga je gang, meiden.
Klopt het dat je naar België gaat?
Ja, ik vertrek morgenavond. - Boehoe.
Boehoe? Goede titel voor een liedje.
Heeft u misschien een vuurtje voor me?
Kan ik nog iets voor u doen? - U kunt gaan zitten.
Komt u hier wel 's vaker, Ms... - Claire Dunham.
Al sinds u hier zingt, maar u heeft me nog niet eerder gezien.
Onbegrijpelijk.
U had het te druk met uw vriendinnetje.
Er mankeert dus niets aan uw ogen.
Bent u verliefd op haar? - Zou u dat erg vinden?
Ik zou er kapot van zijn.
En het kan u helemaal niets schelen.
En u meent er helemaal niets van.
Blijft u nog even? - Natuurlijk.
Misschien komt zij vanavond niet.
Uw aansteker.
Wat is er? - Het zijn vast moedergevoelens.
Die jij bij vrouwen oproept. Ze laten je niet met rust.
Wat zeur je nou? Je bent getrouwd.
Dat bedoel ik nou.
Als je het niet vraagt, krijg je ook geen antwoord.
Ik heb nooit iets gevraagd.
Toch heb ik een vrouw en kinderen en een maagzweer.
Misschien komt ze niet. - Jill?
Hoe ze ook heet.
Meer vertelt ze me niet.
En meer doet ze ook niet - Drink je melk op.
Ze wil een ring aan haar vinger.
En een door jouw neus. Ik voorzie een maagzweer voor je.
In Brugge ben ik nog steeds zo vrij als een vogeltje.
Een kanarie is ook een vogel - Nou en?
En die zit altijd in een kooitje.
We moeten aan het werk.
Je ziet er mooi uit.
Zullen we nu 's wat anders doen? - We doen nooit iets.
Dus dat was je wel opgevallen. - Jawel.
Dit is mijn laatste avond. Zullen we wat leuks doen...
of verdwijn je weer? - Als wij samen verder willen...
moet er vanavond wat gebeuren.
Zo denk ik er ook over.
Jij hebt zoveel vriendinnen gehad.
Sinds ik jou ken, kijk ik niet meer naar andere vrouwen.
Maar zij kijken wel naar jou. - Ik ken haar niet eens.
Wie is dat?
Iemand die van muziek houdt.
Dat is leuk. - Je bent echt mooi.
Jij bent het beste wat me ooit is overkomen.
Kom, ik zet je in een taxi. Je gaat naar huis.
Maar ik wil niet naar huis. Ik wil met jou mee naar huis.
Ik heb het geprobeerd.
Toen papa en mama stierven, ging ik bij oom Gerald wonen.
Hij woonde alleen en hij heeft voor mij gezorgd.
Je zou dol op hem zijn. - Vast.
Hij is een schat.
Vind je 't erg als ik wat opruim? - Helemaal niet.
Ik doe zo graag iets voor jou.
De thee is klaar. Wil je melk in de thee?
Nee, geen melk. - Heb je ook moppies?
Voor zover ik weet niet. - Koekjes, suffie.
Geen moppies, suffie.
Ik ratel maar door. Maar dit is de eerste keer dat we echt praten.
Al dat gepraat.
Wil je even een plaatje opzetten?
Dansen. Moet dat nu?
ZOU IK VERLIEFD KUNNEN WORDEN
Waarom ook niet?
Goed, ik heb een plaatje opgezet.
Kijk eens aan.
Ik ben de suiker vergeten.
Je vliegt maar heen en weer. Ga nou even rustig zitten.
Beter zo?
Vind je het niet heerlijk zo? Jij zo lekker ontspannen...
terwijl ik thee voor je inschenk en andere dingen voor je doe.
Je zou veel meer kunnen doen. - Neem een kussen.
Hoeft niet. - Zo, Zit je lekker?
Heel lekker. - Is dat beter?
Jill, zit even stil. - Waarom?
Hierom.
Guy, onze eerste kus. Ik wist dat 't zo zou zijn.
Rillingen en kippenvel.
Een of twee? - Wat?
Suikerklontjes, suffie.
418, Het kan me niet schelen.
Fijn om bij jou te zijn. Het is zo onwerkelijk.
Zeg dat wel.
Wil je me nog een keer kussen?
Weet je zeker dat ik je nergens bij zou storen?
Heel zeker.
Is het niet heerlijk?
Dat had het kunnen zijn. - De muziek.
Je zei dat het ons liedje was.
Zei ik dat? Ja, dat zei ik.
Zing het voor me.
Nu? - Toe.
Je hebt geen idee wat dat voor me zou betekenen.
Ik ben zeker in slaap gevallen. -Inderdaad.
Guy, ik hou van je.
Zeg jij het niet? - Jawel.
Zeg het dan.
Goed dan, Ik hou van je.
Ik ben dol op je. Ik ben gek op je. Hartstikke gek op je.
Ik ben op het servies gaan zitten.
Dat weet ik.
De kopjes met hete thee zijn leeggelopen.
Ik weet het.
Ik moet me even verkleden.
Guy, het is al zo laat.
Ik kom zo. - Ik schrijf je telefoonnummer op.
Da's goed. - Ik bel je morgen wel, goed?
Prima.
Ik hou van je.
'Ik bel je morgen wel, goed?'
Dat had je gedacht. Ik hoef je niet weer te zien.
B6? Ik geloof dat ik hier fout ben.
Zo te zien, verdiende hij het wel.
Bent u daar?
Ik ben hier, Waar bent u?
Mr Lambert?
Met Gerald Waverly. Wel 's van gehoord?
Nooit.
Dan weet u net zo weinig van mij als ik van u.
Jillian Conway is mijn nichtje.
Ik ken geen...
Dan bent u oom Gerald.
Zo noemt ze mij, ja.
Wij moesten maar 's kennismaken - Dat lijkt mij ook.
Vanmiddag dan maar. Surrey Road 311. Tegen tweeën.
Tegen tweeën. - Tot ziens, Mr Lambert.
Heel aardig.
Het is een Constable. - Dat weet ik.
Hoe weet u dat? - Zijn naam staat erop.
Gaat u zitten. Wilt u thee?
Nee, dank u. Waar is Jill?
Ze weet niet dat u hier bent.
Wilt u haar dat vertellen? - U bent artiest.
Dat lijkt me een onzeker bestaan.
Niet echt een vaste baan. - Ik trek geen steun.
Ik wilde u niet beledigen. - Vast niet, maar ik heb haast.
Ik moet nog naar de gaarkeuken.
Bent u van plan om met mijn nichtje te trouwen, Mr Lambert?
Ik kom er zelf wel uit. - Wacht 's even.
Ik ben meerderjarig en heb geen strafblad.
Ik ga u geen toestemming vragen om te trouwen.
Weet u van Jills erfenis? - Die hebben we niet besproken.
Haar kennende, zal ze wel niets over zichzelf verteld hebben.
Behalve dan dat ze verliefd op u is.
Meer hoef ik niet te weten. - Misschien niet.
Maar dit is een ander geval.
Ik ben hier.
Excuseer me.
Je houdt me voor de gek.
Dus het is echt waar. - Het valt heus wel mee.
Ik ben bijna 18. - Alvast gefeliciteerd.
Gisteren vond je me geen kind. - Zo zag je er gisteren niet uit.
Ik ben nog steeds hetzelfde meisje.
Ik ben niet dezelfde man. - Ik hou van je.
Wat weet jij nou van liefde?
Alsjeblieft.
Jij hoort hier thuis.
In zulke huizen, met oom Gerald en die Constable.
Mag ik je niet eens bellen? - Ik ga vanavond naar België.
Gaat u nu al weg?
Als u het goedvindt.
Hoe lang bespioneert u me al? - Bespioneren?
Hoe wist u het dan van Guy? Ik vertrouwde u nog wel.
Ik jou ook. Tot ik ontdekte dat je 's avonds stiekem wegging.
Dat klinkt zo verachtelijk. Ik wil met hem trouwen.
Trouwen? Je bent nog maar 17.
Ik haat dat getal.
Over 4 dagen ben ik 18.
Dan nog heb je mijn toestemming nodig. Je bent veel te jong.
Je moet eerst nog maar een paar jaar naar school.
Ik heb je ticket al in huis.
U verbant me als een misdadiger.
Het kan heel leuk zijn, Brussel meet nu erg mooi zijn.
Brussel ligt toch in België? - Daar lag het wel altijd.
Je gaat vanavond met de boot - Goed, oom Gerald.
Wat doe jij nou? - Ik probeer het schip te keren.
Ik dacht dat er wat gebeurd was. - Haal me binnenboord.
U heet zeker Lachgraag? Ik kan die lach wel van uw gezicht slaan.
Ik heb m'n dag niet - Je nacht ook niet.
Ik heb Jill net op de boot gezien. - Dat kan helemaal niet.
Of toch wel?
Neem me niet kwalijk.
Het wordt tijd, Archie. - Ik vind het te link, Arthur.
Link? Niet voor ons.
We laten iemand anders onze koffer door de douane dragen.
Vooruit, Maar wees voorzichtig. - Voorzichtig. Goed.
Het spijt me vreselijk, heren.
Niet 20, stomme oen.
Onopvallend.
Dit wordt een werkvakantie voor me.
Ik schrijf een proefschrift over Europese steden.
Interessant.
Dat merk ik. - Het spijt me.
Zal ik je helpen zoeken? - Ik heb overal al gekeken.
Ik zie hem wel in Brugge. - Ga je daarheen?
We gaan trouwen. - Gefeliciteerd.
No comments yet. Be the first to leave one.