Die ersten 200 Zeilen.
Mooi stadje, Königsbaden.
Blij dat u het mooi vindt.
Wilt u iets te drinken? -Ja, een biertje.
O, Fraulein .
Maak er twee van.
Telefoniste, over m'n belletje naar Londen,
ik heb de naam nu.
Ik wil met Mr Newman spreken.
Mr Joe Newman.
N-E-W…
Een momentje.
Bedankt.
Heerlijke lucht in deze bergen.
Net als wijn.
Bent u een toerist?
Was ik dat maar.
Zaken.
Nou? -Ik heb hem gesproken.
U maakt een fout, Herr Brenner.
Dat zullen we moeten zien.
Wat heeft u gezegd? -Zoals u zei.
Hij komt hier naar het hotel.
En dan? -Vraagt hij aan Kurt Deutsch.
Goed.
Hoe weten we dat hij komt?
Om Kurt Deutsch te zien?
Hij moet wel.
AAN KURT DEUTSCH
NAAR EEN ORIGINEEL STUK VAN LEWIS GREIFER
ALLE PERSONAGES EN GEBEURTENISSEN IN DE FILM ZIJN FICTIEF
GELIJKENISSEN AAN PERSONEN LEVEND OF DOOD IS PUUR TOEVAL
Goedemiddag, meneer. Ik wil een kamer.
Ja, meneer. Voor hoelang?
Dat ligt eraan.
O, komt u uit Engeland?
Dat staat er inderdaad.
Hier, Mr Newman.
Kamer 12, eerste verdieping.
U zult het geschikt vinden. U heeft uitzicht op het plein.
Zijn er berichten voor me? -Berichten?
Van een man genaamd Deutsch.
Deutsch, ik denk niet dat…
Zou het toevallig om Kurt Deutsch gaan?
Ja, waarom?
Maar hij is dood.
Het spijt me, meneer.
Wanneer is hij overleden? -Vorige week.
Heeft u het niet gehoord?
Nee.
Ik heb gehoord dat hij 20 jaar geleden is overleden.
Ik begrijp het niet.
Stuur een fles whisky naar m'n kamer.
Ja, meneer.
Kom binnen.
U vroeg om whisky, meneer? -Bedankt.
Is het goed als ik het bed opmaak?
Ja, gaat u gang.
Is de zon hier te sterk voor u?
Wat?
Ik vroeg me af waarom u die donkere bril draagt.
Ik kreeg wat vuil in m'n ogen…
…toen ik kind was.
Kastelwal, waar is dat?
Het huis van de Deutsch?
Kent u het? -Het is drie kilometer van hier.
Oké, bedankt.
Bent u een vriend van de familie?
Nee, dat was ik.
Arme vrouw. Iedereen leeft met haar mee.
Welke vrouw? -De weduwe.
Wist u niet dat hij getrouwd was?
Nee.
Ze schijnt erg overstuur te zijn.
Ik ook.
Zoekt u iemand?
Is dit het huis van de Deutsch? -Het is daarboven.
Wat wilt u? -Ik wil Mrs Deutsch spreken.
Mrs Deutsch ontvangt niemand.
Waarom niet?
Haar man is vorige week overleden.
Ja, ik weet het.
Daarom wil ik haar zien.
Hoe bedoelt u?
Hij was mijn vader.
Mrs Deutsch. -Kom binnen.
Uw naam, meneer?
Newman.
J. JOACHIM, LIEFS PAPA - KERST 1936
JUNI 1939
Kan ik u helpen? -Mrs Deutsch?
Ze komt zo.
Ik ben Mrs Gelman, de huisvrouw.
Martha Gelman?
Kent u mij? -Vroeger wel.
Sorry. En wat is uw naam?
Het was vroeger Deutsch.
Joachim Deutsch.
Joachim?
Kurt z'n zoon?
Ik heb m'n naam veranderd toen m'n moeder overleed.
Joachim.
Kleine Joachim.
Niet te geloven!
O, je was zo klein.
Slechts een kind.
Ik kan het niet geloven.
Een volwassen man.
En ik moest al die jaren…
…aan je denken hoe je die ochtend was.
Het lijkt al zo lang geleden.
Je was maar een jongetje.
Je hield je moeders hand vast in de trein…
…en arme Kurt in z'n uniform die je zag vertrekken.
Ze zeiden dat hij in 1942 is omgekomen.
Nee, Joachim. Hij was gevangengenomen.
Hij is twee jaar later ontsnapt.
Kijk, ik heb alle papieren nog. -Ja, ik heb ze gelezen.
Hij was een held.
Hij had een vreselijke tijd, Joachim.
Er waren in totaal zes gevangenen ontsnapt.
Vier van hen werden dezelfde dag gepakt.
Toen Kurt en z'n metgezel naar de bergen gingen,
kwamen ze een patrouille tegen en de andere man werd gedood.
Kurt moest alleen verder in het hart van de winter.
Hoelang woont hij hier al, Martha?
In Königsbaden?
Nee, in dit huis.
Wat is er met de sportwinkel in Stuttgart gebeurt?
Die is gebombardeerd.
Hij wilde opnieuw beginnen…
…maar ik zei dat hij moest rusten.
En jij was met hem sinds hij terug was?
De hele tijd. Waarom?
Waar heeft hij zich in gemengd, Martha?
Kurt? -Had hij problemen?
Problemen?
Ik weet niet wat u bedoelt.
Dat denk ik wel.
Nee, Joachim. Kurt was nergens bij betrokken.
Hij studeerde een beetje, las boeken.
Hij kwam hier om te rusten.
Is dat de enige reden dat hij hier was?
Hij was ziek, Joachim.
Maar goed genoeg om te hertrouwen.
Wat verstop je, Martha? Waar ben je bang voor?
Ik ben nergens bang voor.
Luister, Joachim,
Ik hield van je vader. Ik hou van jou.
Maar stel me geen vragen.
Wacht, tot iemand mij vorige week belde,
dacht ik dat mijn vader dood was.
Hij is dood. Hij is vorige week overleden.
Weet je het zeker?
Waar heb je het over? -Is hij dood, Martha?
Mr Deutsch?
Lisa, dit is Joachim.
Kurts zoon. -Dat weet ik, Martha.
Hij is uit Londen gekomen.
Ja, Martha.
Vraag Anna of ze nog een bord klaarzet.
Ja, maar hij zegt dat iemand heeft gebeld…
Alsjeblieft, Martha.
Heinrich zei dat u hier was, Mr Deutsch.
De naam is Newman.
Joe Newman. -Die van mij Deutsch.
Lisa Deutsch.
Dit is Peter Von Brecht.
Hoe maakt u het, Joe? U bent me vast vergeten.
De laatste keer dat u me zag, was bij uw doop.
O, ja?
Blijft u eten, Mr Newman?
Met genoegen, Mrs Deutsch.
Het probleem met Duitsland tegenwoordig…
…is dat iedereen te hard werkt om de verkeerde redenen.
Het is een nationale obsessie.
Proberen om de zonden van het verleden goed te maken.
Ik wist niet dat ze zich die herinnerden.
Integendeel.
U bent geen Duitser, Joe. U heeft het karakter van uw moeder.
U ziet mensen die te veel eten, te hard rijden…
…of te hard praten en u wordt voor de gek gehouden.
Neem het van mij aan.
Onder het glanzende chroom en neonlichten…
…zijn de pijn en ziekte nog steeds aanwezig.
Het had ook erger kunnen zijn.
Op wat voor manier?
Jullie hadden de oorlog kunnen winnen.
Lisa? -Nee.
Drinkt u niet, Lisa?
Ik heb een beetje hoofdpijn.
Misschien wilt u liggen? -Nee, bedankt.
Joe begrijpt het vast. -Nee, het komt wel goed.
Zoals u wilt.
U heeft niks over uzelf verteld, Joe.
Uw vader wilde dat u advocaat werd.
Ik ben muzikant.
Dat is goed. In een orkest?
Een jazzgroep. Ik speel piano.
Kurt had het vast goedgekeurd.
Wat vindt u van de likeur?
No comments yet. Be the first to leave one.