Die ersten 200 Zeilen.
Ik hoef geen hulp. Ik ben niet ziek.
Ik hoef geen hulp. Ik ben niet ziek.
Hallo.
Dat noem ik kleinzielige ambtenarij.
U verhuist, Mr Halfpenny. Want in de zaal hiernaast lag u alleen.
Waarom ben je uit bed? Je moet rusten.
Hij ligt hier ook alleen. Waarom kon hij niet bij mij?
Er komen hier vier nieuwe. -Waarom konden die niet naar mijn zaal?
Waarom moet ik verhuizen? -Vraag de hoofdzuster maar.
Reken er maar op dat ik dat doe.
Wat bespottelijk inefficiënt. Bureaucratie. Schokkend, schande.
En ik zeg het haar ook. Ik ben heus niet bang voor dat ijskonijn.
Zuster Catty, je kapje zit niet netjes. Gelukkig is de zaal wel netjes.
Alles naar wens, Mr Halfpenny? -Ja, hoor.
U krijgt gezelschap van nieuwe patiënten. -Fijn.
Dat zal haar leren. -Ze verraste me volkomen.
Dan zit het jullie vandaag allebei mee. -Je speelt zeker geen schaak?
Klopt. -Had ik kunnen weten.
Kop op, Mr Halfpenny.
Kop op, zegt ze. Ik zit vol met microben en zij zegt: Kop op.
Je bent pas een goede zuster, als je elk contact met de realiteit kwijt bent.
Ze zijn allemaal compleet getikt.
Het bobbeligste bed in Lenton. Uiteraard, dat heb ik weer.
Lees deze maar. Ik hoor dat u meer brieven ontvangt dan wie dan ook.
Dat klopt. -Een hoop vrienden, hè?
Eén zus. Ze zorgt in haar eentje dat de post een enorme winst maakt.
Daar blijkt weinig waardering uit. -Ik waardeer Harriet juist enorm.
Er is nog nooit zoveel geschreven over zo weinig met zoveel details.
U bent gewoon uit uw hum. -Uiteraard. Waarom moest ik hierheen?
Belachelijk. Een logistiek van niks hier. Na een jaar hiernaast was ik net gewend.
Is dit een soms een spijkerbed? Een fakir moet wel stom zijn als hij dit accepteert.
Over zinloze exercities gesproken: Waarom was je uit bed?
Ik wilde de nieuwe gasten zien. -Misschien kan een van hen schaken.
Mr Richards, Mr Logg, Mr Walker, Mr Rhodes.
Ga in uw bed liggen, alstublieft.
Ik ben hier alleen ter observatie. Ik ben niet ziek.
Een beetje hoesten is toch geen tbc? -Ik hoop van niet, Mr Rhodes.
Ga in uw bed liggen. -Nee, ik ben niet ziek.
De enige keer dat ik overdag in bed lag, was als ik nachtdienst had in de mijnen.
Ik ben nog nooit ziek geweest. Maar ik kan wel wat oplopen op deze plek.
Ik hoor hier niet thuis. En waarom hebben ze m'n visgerei afgepakt?
Omdat dit geen vakantiepark is, maar een sanatorium voor tbc-patiënten.
Ik kom niet voor een behandeling. Ik wil de baas spreken.
Ik kan vast wel een bezoekje regelen aan de minister van Volksgezondheid.
Maar dan moet u nu in bed gaan liggen.
Als u iets nodig hebt, bel dan één keer. In noodgevallen drie keer.
En twee keer? -Voor de kleine of de grote boodschap.
Zal ik u helpen met uitkleden? -Nee, dat lukt wel. Dank u.
U zult wel moe zijn. -Nee.
U weet het zelf het best.
Heeft hij soms iets te verbergen? -Zo kan-ie wel weer, Mr Rhodes.
Hij moet geopereerd worden, hè?
Hoe weet jij dat? -Dat pik je wel op na een half jaar hier.
Sorry.
Gelukkig ben ik hier alleen ter observatie.
Maak er vooral geen dagtaak van.
Hoe heet jij ook alweer? -Chris Walker.
Heb je al verkering? -Laat me met rust. Ik ben moe.
Ik wou dat ik moe was. -Dat geldt voor ons allemaal.
En nu de hamvraag: Speelt hier ook iemand schaak?
Wat is hij aan het doen?
Twee rondjes om de narcissen. -Welke narcissen?
Geluksvogel. Dat is het laatste stadium.
En jij zit in het laatste stadium van een hersenstoornis. Ik zie geen narcissen.
Die komen wel. -Hè?
Er komen narcissen in de lente. Ik vraag me af of ik dan twee rondjes mag maken.
Wat een ambitie. Gelukkig ben ik hier alleen…
Ter observatie. -Inderdaad.
Ik ben niet ziek. Dat weet ik. Dat voel ik.
Ik ben hier over twee weken vertrokken. -Hopelijk heb je gelijk.
Je toon bevalt me niet.
Wat bevalt je dan wel? -Helemaal niks hier.
Niet roken, alleen op bepaalde tijden.
Geen eten van buiten, geen bezoek van m'n zoon.
Niet praten. -Ze proberen ons te genezen.
Jou misschien, maar mij niet. Ik ben hier alleen ter observatie.
Dat zeg je 88 keer per dag, sinds je hier bent.
Wil je een dreun? -Rustig aan, John.
Je moet je niet opwinden als je tbc hebt. -Ik heb geen tbc.
Verdomme.
O, verdorie.
Kan ik helpen? -Nee, bedankt. Ga maar terug naar de zaal.
Ik wil met je praten. -Snel dan.
Niet doen. -Waarom niet?
Dat is slecht voor u. -Dan drink ik wel wat extra melk.
U mag zich niet opwinden in de toestand waarin u verkeert.
Maar ik ben erg bekend met de toestand waarin ik verkeer.
Wacht, ik bedoel: Als een man heeft, wat u hebt…
Nee, wat ik bedoel is: Door die ziekte stijgt uw…
Daardoor voelt u zich…
Daar wordt u hitsig van. -Mij hoor je niet klagen.
Ga uw bed in, Mr Rhodes.
Deprimerend, hè? -Helemaal niet.
Catty zegt dat het wel goed komt. -Dat zeggen ze altijd.
Geen zorgen. Ik heb dit vaker gezien. Ze worden altijd beter.
Precies, Chris komt er wel bovenop. Dan kan hij z'n culinaire opleiding afmaken.
Culinaire opleiding? Wil hij kok worden? -Ja, precies.
Dat is geen beroep voor een man.
De beste koks ter wereld zijn mannen. -Ik wil hem met een pikhouweel zien.
De waarde van een man wordt niet uitsluitend bepaald…
…door hoe hij met een pikhouweel zwaait of die anderszins hanteert.
Heb je een woordenboek ingeslikt? -Ik werk voor een encyclopedie-uitgever.
Wat hebben ze met hem gedaan? -Hij heeft een bronchoscopie gehad.
O ja?
Is dat een zware ingreep? -Nee, dat valt wel mee.
Zo'n telescoop waarmee ze de zeebodem onderzoeken, daar lijkt 't op.
Het is een metalen buisje dat ze in je keel duwen om je longen te bekijken.
In je keel. -Ja, ik heb het ook gehad.
En was dat ook… Ik bedoel, hoe voelt dat?
Het is niet prettig, maar je wordt natuurlijk verdoofd.
Mr Rhodes, ik zei toch dat u in bed moest gaan liggen?
Dat hoeft toch niet? -Ja, de dokter komt zo bij u.
Ik mag weer naar huis, zeker? -Dat betwijfel ik.
Dat is niet grappig.
Het is ook niet grappig als u uit bed bent als de dokter u een behandeling wil geven.
Wat voor behandeling? -Een bronchoscopie.
Ik kom hier niet voor een behandeling. -Nu wel.
Geen zorgen. Het is 'n lichte behandeling. En nu naar bed.
Hé, meneer de betweter.
Dat broncho-gedoe…
Hoelang moet ik hier dan blijven? -Dat is moeilijk te zeggen.
Drie maanden, misschien zes.
Pat.
Wat? -Pat.
Ik snap het niet. -Zwart en wit kunnen geen kant meer op.
Ik ken het spel zo goed dat ik zelfs mezelf niet kan verslaan.
Waar staar je zo naar? -Nergens naar.
Er is echt niks.
Gek.
Snap je het? -Ja, hoor.
Begin maar in de spoelruimte.
Zuster.
Wat is er? -Wat mankeert jou de laatste tijd?
Ik heb het erg druk. -Maar je krijgt nu toch hulp?
Ik moet naar de spoelruimte.
Afgewezen door een vrouw die liever met sanitair werkt.
Ik snap niet wat u bedoelt.
En jij dan? Je negeert me. Je praat nooit met me.
Ik behandel u net zoals de anderen. -En daar beklaag ik me over.
Luister, Catty. -Pardon.
Wat moet jij hier? -Ik zoek m'n boek.
Dat heb je onder je arm. -O ja.
Een spoedgeval? -We waren nog niet klaar.
U mag nooit voor de grap drie keer bellen.
Het was geen grap. Onze kus was geen grap.
Wat ik nu voel is geen grap en je onverklaarbare gedrag ook niet.
Het is niet onverklaarbaar. -Leg het dan uit.
Ian, luister. -Help.
Riep je om hulp? -Nee, ik heb allang de baard in de keel.
Maar het klonk als…
Wat heb je toch? -O, niks. Ik ga naar de wc.
Dat nieuws maakt m'n dag weer goed.
Kijk, ik ga een Capablanca doen. -Zolang je dat maar niet hier doet.
Onnozelaar.
Wat is er gebeurd?
Ik maakte hem gewoon open en het gleed uit m'n hand, zuster.
Dat kan niet. -Toch is het zo.
Spreek me niet tegen, zuster Beamish. -Goed, hij gleed niet uit m'n hand.
Hij mocht me niet, sprong van de hengsels en verbrijzelde m'n voet zomaar vanzelf.
Sorry, maar de deur is er nog nooit eerder afgevallen.
Maar er is voor alles een eerste keer.
Zal ik de technische dienst bellen? -Ja, graag.
AFVALRUIMTE
Hallo. -Pardon.
Wat is er met jou? -Ik ben op weg naar de wc.
Heb je hulp nodig?
Waarom denk je dat?
Omdat je eruitziet alsof je wel wat hulp kunt gebruiken.
Het gaat prima met me, dank je. -Mooi zo.
Observatie. Alleen ter observatie.
KEUKEN
Dag, zuster.
U hebt toch pas morgen weer dienst? -Ik ga even bij ze kijken.
Mag ik u iets vragen? -Natuurlijk.
Vertrouwt u het me hier niet alleen toe? -Jawel, maar ik maak me zorgen om ze.
Ze maken me gek als ik hier ben, maar helemaal als ik weg ben.
Ik ben gewoon een tobber, dat heeft niks met jou te maken.
Kopje thee? -Ja, graag. Ik ben zo terug.
Catty.
Wat is er, John?
Catty, ik heb eens nagedacht.
Wil je bij me komen zitten en naar me luisteren?
Ik lag te denken.
Dat choscopie-gedoe.
Daardoor ben ik zo slap als een vaatdoek. -Je gaat gestaag vooruit, John.
Je zei dat je zou luisteren, dus luister.
Ik heb een vrouw en een zoon.
En ik zorg niet voor brood op de plank.
Ik hoor niet bedlegerig te zijn.
Niet meer praten. Ik geef je een slaapmiddel.
Ja, graag.
Voorgoed.
Wat zei je nou?
Ik ben meer waard voor ze als ik dood ben. Dat lag ik te denken.
Je kunt me een pil geven of zoiets. Ik kan zo niet verder leven.
Als ik kolen in stukken kan hakken, ben ik in m'n element.
Maar ik ben niet stoer genoeg om die bacterie klein te krijgen.
John, luister goed. Je wordt weer beter.
Jij noemt dat 'beter', maar zo zie ik het niet.
Ik wil niet worden vertroeteld voor de rest van m'n leven.
No comments yet. Be the first to leave one.