Οι πρώτες 200 γραμμές.
Zeg je moeder dat ik haar later betaal.
Fernando zegt dat hij je later betaalt.
Vraag eerst het geld, heb ik je gezegd.
En doe alsof je het lekker vindt. Mannen willen geen lijk neuken.
Wees meer zoals ik.
Ik ga nog liever dood.
Ondankbaar secreet. Rot op.
En kom nooit meer terug. Ik wil je kop nooit meer zien.
Ik kom voor m'n geld.
Wat een dapper meisje.
Oké, eens kijken of je durft.
Griselda Blanco.
Haar dossier zou pas op m'n bureau belanden toen ze allang in de VS was.
In 1972 kwam ze aan in New York.
In het begin was ze een onbeduidende misdadiger.
Ze probeerde de touwtjes aan elkaar te knopen voor haar man en de kinderen.
Ze bleek een kei te zijn in het vervalsen van paspoorten.
De drugsdealers bezorgden haar veel werk, met name Alberto Bravo.
Wil je rum?
Waar is de rum?
Ze heeft hem gevonden. Bingo.
De jongens staan over twee uur op. Waarom moedig je hem aan, Alberto?
Simpel, omdat ik jou dan kan zien.
Waar zijn de passen? Hij heeft niet de hele dag.
Deze zijn geweldig. Je wordt nog steeds beter.
Iemand moet brood op de plank brengen.
Houd je kop, vrouw.
Ik moet gaan, hoe graag ik ook zou blijven.
Maar onthoud... - Als ik echt geld wil verdienen, bel dan.
Heel grappig, zoals altijd.
Heel grappig.
Ik zeg je meteen dat ik niet een van je muilezels word.
Die zijn stil en dom. Dat kan ik van jou niet zeggen.
Precies. Drugskoeriers zijn landarbeiders, boeren.
En?
Smokkelen is cosmetisch, wat je aan de oppervlakte ziet.
Als je er goed uitziet, gaat het je goed. In het leven.
Ik denk het.
Neem vrouwen, mooie vrouwen.
Modellen zelfs.
Mooi, hè?
Zie ik eruit als een arme, ongeschoolde smokkelaar?
Ik draag een kilo op me.
Bloem dan, maar je snapt waar ik heen wil.
Deze heb ik van de apotheek.
Ik heb er bloem ingedaan en ze in m'n beha en korset genaaid.
De rest zit in m'n hakken.
Grapje. - Nee.
Na de lunch nemen we een hotelkamer, alleen om het je laten zien.
Wat zie je er mooi uit. Waarom is dat?
Waarom ben je niet op je werk? - Ik ben eerder naar huis gegaan.
Ben je weer ontslagen?
Voor alle duidelijkheid, mijn vrouw smokkelt geen drugs voor Alberto Bravo.
Ik wil geld verdienen om hier weg te komen.
Dan eindig je in de gevangenis. - Daar ben ik al.
Ik ben de baas in huis. Haal een biertje voor me, alsjeblieft.
Je vraagt het netjes.
Sta op.
Je bent weg voor m'n zoons thuis zijn, en als je ooit nog terugkomt...
Idioot wijf. - Weg.
Deze vrouw maakt ons rijk.
Ze is geweldig. We worden rijker dan we ooit hadden durven dromen.
Laten we wat gaan drinken.
Je kunt goed dansen. - Dank je.
Ik ben Caroline. - Carolina.
Waarop zullen we drinken, Carolina?
Het goede leven. Mogen we allemaal van het goede leven genieten.
Kijk dat gezicht toch eens.
Prachtig.
Een gezicht dat het goede leven verdient.
Griselda en Albert vormden een goed team in de misdaad en anderszins.
Hij had de connecties, zij de ideeën.
Het peertje boven haar hoofd brandde altijd. Elke dag had ze nieuwe inspiratie.
Ze zette bejaarden in. Ze wist dat niemand die zou verdenken.
De rolstoel maakte het af.
Ze ging terug naar Medellín, alleen had zij het nu voor het zeggen.
Ze hield overal toezicht op.
Ze werkte samen met iemand die in Medellín aan de weg timmerde:
Pablo Escobar.
Het was hun begintijd, maar het geld stroomde binnen.
Pablo had de coke.
Maar dankzij Griselda's inventiviteit kwam de coke de grens over.
Haar zoontjes waren nu tieners.
Ze verhuisde naar een ruim appartement in een dure wijk.
En ze kreeg hulp om alles draaiende te houden.
Carolina.
Sorry, ik wilde je niet wakker maken. - Geeft niet.
Hoe was het in Medellín? - Het had niet beter kunnen gaan.
Je hebt me gered, alweer. Dank je, Carolina.
Ik vind het geen straf om op ze te passen. Ik ben dol op die jongens.
Hebben ze zich gedragen?
De rector heeft gebeld. Twee keer.
Uber was weer voorbeeldig. - Ik maak me zorgen over hem.
Dixon spijbelt nog steeds en gaat naar de paardenrennen.
Wat is dat toch met die stomme paarden?
En z'n klasgenoten kunnen bij hem wedden.
Nog één keer en hij wordt geschorst.
En Osvaldo?
Hij heeft zo weinig spieren dat ik hoopte op z'n hersenen.
Hij rekent op lagere schoolniveau. - Hij is al 13.
Ik weet het.
Ze hebben de genen van hun vader.
Ik wil er niks meer over horen.
Wat doe je? Daar heb je je mensen voor.
Ze kwam niet opdagen. Toen moest ik het zelf doen. Eitje.
Nee, beloof me dat je dat niet weer doet. Ik meen het.
Als je de gevangenis ingaat, wat...
Ik beloof het.
Jij bent misschien de enige die om me geeft, Carolina.
Dat is niet waar.
Ik zal altijd voor je zorgen. Dat weet je toch.
Mam?
Ben jij dat? - Lieverd van me.
Waarom ben je wakker?
Zo laat is het niet. - Jawel. Ga terug naar bed.
Je zit alweer bij de besten van de klas.
Ik houd toch zo veel van je.
Je bent de eerste van onze familie die afstudeert.
Ik ben de eerste die de middelbare school afmaakt.
Zeg 'oom', bonenstaak. - Houd op. Zo meteen valt hij flauw.
Jullie tweeën, uit m'n ogen. Weg.
Een fijne dag, liefje.
Als ik hoor dat je vandaag op de renbaan was, smoor ik je eigenhandig.
En jij... ga gewoon.
Eentje nog.
Wat? Wie heeft dit gedaan?
Jongens.
Waar is het? - Kalm. Alles zit erin.
Wat heb ik gezegd over de koelkast?
Waar is Uber? - Hij is aan het trainen. Niks aan de hand.
Twee seconden. - Het zit in de koffer.
Ze moet het raden, sukkel. Een mes graag.
Kijk. - Een koffer met dubbele bodem.
Shit.
We gaan niet meer naar school, mama. - We willen voor jou werken.
Jullie zijn nog kinderen.
Niemand verdenkt ons. Je trouwt met Alberto.
Jongens hebben een vader nodig. - Het wordt een familiebedrijf.
Ik ben naar de VS gegaan, zodat jij en jij een opleiding kunnen krijgen.
Laat dat aan Uber over. - Nee, zei ik.
Ik houd m'n handeltje aan. Wie weet kan Osvaldo lezen als hij van school gaat.
Zo praat je niet tegen mij.
Zullen we kijken wie de volgende is die gaat trouwen? Geef me jullie schoen.
Dit is zo spannend. Snel, snel, snel.
Oké, zo is het genoeg.
Ik doe m'n ogen dicht.
De gelukkige bruidegom is...
De gelukkige bruidegom...
Dit is het huwelijkscadeau dat ik echt wilde.
Dit is het moment dat ik erbij kom kijken.
We merkten dat er zich een nieuweling had aangediend.
Ze had tientallen distributiepunten in de stad.
En ze verhandelde veel meer coke dan wij konden volgen.
Halt.
Je bent de laatste tijd heel actief.
Kijk nou.
En ik dacht dat je Colombiaanse stofzuigers verkocht.
Hij heeft daar minstens 50 liggen. - 50 kilo.
Je bent echt een druk baasje.
Laten we tijd besparen. Alhoewel met 50 kilo krijg je alle tijd.
Noem me een naam.
Ik weet geen namen.
Je maakt je vriendinnetje aan het huilen.
Ze weet van niks.
En al ze wel iets wist, zou ze het niet zeggen.
Dan maken ze haar familie af.
Ik ben al ten dode opgeschreven. - Dat is waar.
Waarom geef je me niet iets? Ik wil geen onderknuppel, maar een grote vis.
Hoe heet hij?
Griselda.
Ze noemen haar: La Madrina.
Een vrouw.
Vlucht. Ze hebben Julio.
Nu.
Schiet op. Weg hier. - Ik weet het.
Snel. Alberto, schiet op. - Het busje staat klaar.
Kom op.
Klaar? Kom mee.
Het was een slimme vrouw.
Als ik dacht dat ik haar had, vertrok ze snel naar een ander safehouse.
Ze had overal haar adressen.
Schiet op.
Wat doe je? Stap in. - M'n appartement.
Komen we nog terug? - Nee.
Ik kan niet zomaar weggaan. - Luister.
Ik heb je gezegd dat ik altijd voor je zou zorgen. Wij zijn nu je echte familie. Toe.
De nieuwe hield zich goed. - Maak hem af.
Hij heeft niks gezegd. Hij zit vast. - Maak hem af.
Ze verdween.
Misschien kwam ik te dichtbij. Ze gingen naar Miami, waar de zaken floreerden.
De concurrentiestrijd maakte haar bloeddorstig. Ze barstte van de ideeën.
Haar specialiteit was de moordaanslag vanaf de motor.
Al gauw wilde elk kartel in de stad haar dood hebben.
Ze moest de beveiliging opvoeren en eiste het beste van het beste.
Ik hoor dat je werk zoekt.
Dat zou kunnen.
Helaas maken m'n werkgevers het nooit lang.
En jij noemt jezelf hoofd beveiliging? - M'n excuses. Ze wilden per se mee.
Mama's kleine soldaatjes.
Jullie kunnen het zelf wel, toch? Je hebt mij niet nodig.
No comments yet. Be the first to leave one.