Οι πρώτες 200 γραμμές.
Gebaseerd op de roman van David Vann Sukkwan Eiland
Wie is daar?
Sorry, ik wou je niet laten schrikken.
Ik ben Roy.
Tom z'n zoon.
O, ja.
Dat weet ik nog wel.
Het is hier ijskoud. Kom maar even binnen. -Ja, dat lijkt me fijn. Dank je.
Kom maar mee.
Hoe ben je hier gekomen?
Alsjeblieft. -Dank je.
Solveig...
dit is Roy.
Aangenaam.
De zoon van een klant van jaren geleden.
Wanneer was de begrafenis ook weer? Zes of zeven jaar geleden?
Tien jaar geleden.
Zo lang geleden alweer?
Ik herinner me je moeder nog. Hoe gaat het met haar?
Wel goed.
Weet ze dat je hier bent?
Jij wilt natuurlijk de hut zien.
Ja, voor hij weg is.
Wil je dat ik je erheen breng? -Ik kan je wel betalen.
Hou je geld maar.
Daar is het.
Sukkwan Island.
Niet ver van de kust.
Ze willen er een nationaal park van maken.
De hut zal er niet best aan toe zijn.
Wil je er echt wel heen?
Mam
Vind je het mooi? -Nee.
Waarom niet? -Kijk dan.
Het is net een boog. -Een rots.
Kijk nou, Roy de grote minnaar.
Hou je kop. Dat is niet grappig.
Hallo?
Tom?
Ja, met ons gaat het goed. Met jou?
Wat is er?
Momentje.
Zo simpel is het niet.
Hij is nu bezig.
Hij heeft nu een vaderfiguur nodig.
Dat zou het veel makkelijker maken.
Ik kan het hem zelf wel vragen.
Het is zijn keuze.
We hebben het er nog wel over.
Je vader belde net.
Hij wil met je op reis.
Hij gaat nog terugbellen om erover te vertellen.
Je hoeft nog niks te beslissen, alleen met hem te praten.
Misschien is het wel goed voor je. Eens kijken wat hij in z'n hoofd heeft.
Hoe gaat het met je?
Goed, hoor.
Goed om je te zien.
Het is lang geleden.
Wil je iets bestellen?
Waar is m'n knul? -Wanneer ben je hier gekomen?
Gisteravond.
Heb je wel geslapen? Je ziet er moe uit.
Dank je wel.
Niet echt, nee.
Ik zat in een klotehotel, en ik heb dus niet best geslapen.
Maar het was oké.
Je ziet er prachtig uit.
Ik heb er erg veel zin in, het wordt vast geweldig.
Hij zal er echt geen spijt van krijgen.
Het wordt hartstikke leuk.
Ik heb er nu al zin in.
Liz, waar is hij nou?
Wat is er?
Hij zit in de auto.
Alles oké?
We zijn er bijna.
Geen auto's, geen mobiele telefoons, geen wegen, geen mensen.
Ons eigen eiland.
Ben je er klaar voor?
Gaat het? -Het gaat wel weer.
Ik heb het ook wel 's gehad.
Ik heb vis gegeten en andere dingen die de meeste mensen nooit eten.
Kreeg je last van cabin fever? -Jullie hebben elkaar.
Hoe heb je een heel jaar vrij kunnen krijgen?
Pap gaat me een jaar thuisonderwijs geven, al moest hij dat wel aan de school vragen.
Lastig om je vrienden achter te laten.
Komt je moeder nog op bezoek?
Nee, maar hij zei wel dat we op elk moment naar huis kunnen gaan...
om dan weer terug te komen.
Dit is niet zomaar wat.
Volgens mij hebben we alles.
We gaan ervoor.
Succes, jongens.
Als er problemen zijn, ben ik hier zo.
Kun je zeggen waar we heen moeten?
Gewoon het bos door, en dan bij het meer linksaf.
Er is maar één hut. Kan niet missen. -Dank je, Anna.
Doei, Roy.
Roy, kom op.
Ga maar voor.
Het is wel erg stoffig.
Ik hou hier wel van.
Net of je op een boot bent.
Van wie zou dit geweest zijn? -Geen idee.
De toiletten zijn hier.
Te gek.
Je hebt je grammofoon dus mee.
Wat heb jij een vreselijke muzieksmaak.
Ik wist niet dat je speelgoedgitaar speelde.
Een jaar is te kort om al deze shitmuziek te draaien.
We zien wel.
Het is trouwens een ukelele.
Wat ben je aan het doen?
Jij mag.
Kijk eens aan.
Dat kun je wel beter.
Eikels.
En nu nog harder.
Nog een keer.
Horen jullie me, stelletje klootzakken?
Zie je?
Niemand.
Dat is best cool.
Raad eens hoe laat het is. -Geen idee.
Middernacht.
Waanzinnig.
Herinner je je nog dat we gingen kamperen met je moeder?
Dan keken we elke dag naar de zonsondergang.
Het veranderende licht.
Dat heb ik gemist.
Ik voel me al jaren nergens meer thuis.
Maar nu ik hier ben...
met jou, komt alles weer goed.
Begrijp je wat ik bedoel?
We bouwen hier een thuis op. Ons thuis.
Hoi, slapie. -Goeiemorgen.
Lekker geslapen? -Jawel, hoor.
Alleen dat zonlicht...
En dan nu, de specialiteit van de kok:
Een kruidenomelet.
Laten we ervan genieten nu het nog kan.
Daarna eten we vlees.
Als echte kerels.
Hoe kom je daaraan? -Hij is van m'n vader geweest.
Hier kunnen we ermee spelen.
Dat is ziek.
Ooit wordt hij van jou.
Wees niet zo'n watje. -Je zegt het maar.
Ik ben er net in geweest.
Het is goed voor de bloedsomloop.
Kunnen we dit er niet overheen gooien? -Nee, dat gaat niet.
Voorzichtig, hè.
Gooi de kabel maar naar me toe.
Verplaats hem even.
Hoor je al iets?
Verplaats hem maar weer.
Kunnen we met mensen praten? -Let maar op.
Het lijken wel robotgeluiden. -Stil.
Kun je hier wel mee omgaan?
Ga jij maar wat vis vangen.
Je zet hem hierop, en hiermee regel je het volume.
Mayday, mayday.
Hallo? Mam?
Ik hoor niks.
Je moet hem indrukken om te praten.
Wie is daar?
Hoi lieverd, hoe gaat het?
Goed, hoor.
Hoe is het eiland?
Ontzettend mooi. Het voelt heel erg groot, maar tegelijk ook klein.
Hoe bedoel je? -Misschien omdat ik hier alleen met pap ben.
De nachten hier zijn heel onwerkelijk.
Kon je maar bij ons zijn om dat te zien.
Dat zou ik ook wel willen, lieverd.
Dit gaat wel werken.
Hoe overleef je alles.
Je moeder wilde nooit zulke wandelingen maken.
Ze had niet veel met de natuur.
Ben je daarom weggegaan?
Nee, natuurlijk niet.
Voor sommige mensen werkt een huwelijk niet.
Daar kan niemand wat aan doen.
Maar ik heb een fout gemaakt.
Ik zou jou nooit meer in de steek laten.
Heeft ze momenteel iemand?
Wie? Mam?
Dat weet ik niet.
Heeft ze het wel eens over mij?
Soms.
Wij zijn de eersten die hier lopen.
Echte ontdekkingsreizigers.
Zo kunnen we van dit eiland ons eigen landje maken.
Dan ben ik de sheriff.
Dat is een geweldig idee.
Dan bepalen wij de regels.
We doen gewoon wat we willen.
Wat krijgen we nou?
Kut.
Het kan een beer geweest zijn. Ik ga er achteraan.
Je had mam gezegd dat er geen beren waren. -Blijf hier, je hebt je geweer bij de hand.
No comments yet. Be the first to leave one.