Οι πρώτες 200 γραμμές.
DELICATESSEN-BROOD EN PASTA
Leg me dan in ieder geval uit waarom…
…jullie zo onverwacht ontslag hebben genomen.
Je hebt me in mijn waardigheid als butler gekwetst.
En in mijn fatsoenlijkheid als chauffeur. -In welke zin?
Door uw boekhouder de huishoudelijke bestellingen te laten doen.
En door me altijd langs de accountant te sturen…
…voor auto-onderdelen, motorolie en benzinebonnen.
Dat wijst op gebrek aan vertrouwen. -U trekt onze integriteit in twijfel.
Kun je de gorgonzola pakken? Die stinkt zo.
Bij een respectabele ambassade hoort de butler de boodschappen te doen.
Zelfs bij een niet-respectabele ambassade hoort de chauffeur auto's vol te tanken.
Met contant geld.
Hoe houden we anders wat extra geld over boven op voor ons salaris?
We kregen de kans deze kruidenierswinkel te kopen en dat is gelukt.
Zo kunnen we de prijzen en gewichten afromen en alles.
Eerwaarde meneer de diplomaat, we hebben een student te onderhouden.
Die student redt zich wel.
Redt die zich? -Je kunt niet alleen van brood leven.
Onze student aan de universiteit…
…heeft geld nodig voor de bioscoop, sigaretten en kleine ondeugden.
Ik ga zijn kleine ondeugden niet betalen. -Betaal dan maar voor de grote.
Noch groot noch klein. Het is kiezen of delen.
We zijn al een tijdje weg.
Dat is waar, dat was ik vergeten. Het spijt me.
Ons ook. -Zo is het leven.
Maar als je terug wilt komen, staat mijn ambassade altijd voor jullie open.
Dat is heel aardig van u. -Tot ziens.
Eerwaarde, uw bontje.
Bontje? -De worsten om uw nek.
O, neem me niet kwalijk.
Mijn hoed. -Pardon.
Het zou een grote eer zijn als u bij onze winkel inkopen doet…
U zit in het hogere tariefsegment. -Ja.
Ik zal mijn accountant sturen. Tot ziens.
Mijn hand is vies.
Hij is een goede diplomaat. -Ja, veel te goed.
Als hij niet uit de ambassade wordt gezet, komt zijn land in de problemen.
Wat een leuke verrassing. -Onze vriendelijke vorige eigenaar.
Hartelijk dank. -Wat brengt u hier?
Jullie hebben mijn winkel gekocht. -Precies.
Met een betalingstermijn van 15 dagen. -Precies.
Ik wist zeker dat ik met heren in zee ben gegaan.
Dat klopt niet precies. -Hoezo?
Alleen u bent een heer.
Wat aardig van jullie. En zo bescheiden.
Kunt u het kort houden, alstublieft. -Wat?
Kom ter zake. -Wat?
Maak uw punt. -Punt?
Houd uw koppie erbij.
Juist. In de promesse staat geschreven: 'We betalen over 15 dagen.'
Zoals afgesproken. -Maar er staat een fout in.
Een fout?
Ik zie er niets aan. En jij?
Ik vind het prima zo. -Kom nu toch, heren.
Wij zijn geen heren.
De datum staat op 28 februari 1978.
In welk jaar moesten we dan betalen? -Het huidige.
Maar wie gaat ons voor 15 maart 10 miljoen lire geven?
Dan was het geen vergissing. Je hebt me belazerd.
Pas op uw woorden. Wij zijn nog nooit voor oplichters uitgemaakt.
Als wij dieven zouden zijn, had u de aantekeningen moeten controleren.
Ik kreeg de kans niet. U bleef mijn hoofd met woorden vullen.
Het ging van de ene naar de andere kant en toen naar boven en naar beneden.
En u hebt zelfs mijn bril kapotgemaakt.
Onze trommelvliezen gaan zo kapot. Praat zachtjes.
Ja. Maar wat moet ik nu doen? Ik heb geld nodig om van te leven.
Ik had alleen deze winkel. Nu moet ik op de straathoek om aalmoezen smeken.
Kop op. We laten u niet verhongeren.
U kunt elke dag boodschappen komen doen en het op de rekening zetten.
Tevreden? -Bedankt.
Kunnen jullie mij ook geld geven? -Tuurlijk.
Als u op 28 februari 1978 niet alles hier hebt uitgegeven…
…krijgt u de rest contant terug.
In 1978?
Meneer de vorige eigenaar, overdrijf niet zo.
Gaat u nu maar. Je kunt nooit gul zijn in het leven.
Als je ze een vinger geeft, pakken ze je hele hand.
De hoogleraar van Carlo.
Professor.
Wat een toeval. Wat doen jullie in deze buurt?
Dit is nu onze buurt. -We hebben deze winkel contant gekocht.
Goed zo. Dan is het dubbel toevallig…
…want ik heb net deze winkel gekocht.
Filippo Pugliesi & Mo. Wat is Mo?
Raad eens.
Modena. -Nee.
Monarch. -Dat ook niet.
Motorrijtuig. -Nee, zeg.
Modderfiguur. -Wat heeft dat ermee te maken?
Filippo Pugliesi & Modderfiguur. -Welnee. Dat komt niet eens in de buurt.
Filippo Pugliesi & Moglie. Mijn vrouw.
Bent u getrouwd? -Inderdaad.
Met de docente Kunstgeschiedenis? -Precies.
Gefeliciteerd. -Dank u wel.
Maar waarom stopte u met lesgeven en ging u elektrische apparaten verkopen?
Sinds m'n vrouw Moglie op de universiteit doceert…
…wilde ik me niet minder dan mijn vrouw voelen…
…dus besloot ik een wachtperiode in te lassen.
Waar wacht u op? -Mijn pensioen, over twee jaar.
Kom binnen.
Ik wil even laten zien of ik smaak heb of niet. Kom.
Wat denken jullie? -Fantastisch.
Prachtig. -We hebben werkelijk alles.
Van een zaklantaarn tot een Amerikaanse keuken.
De deur naar achteren komt op het appartement boven uit.
We leveren ook service. -Servies?
Een set van 12 gebaksbordjes, van porselein.
In onze winkel komt de deur naar achter ook op onze woning uit…
…maar we hebben geen porseleinen gebaksbordjes.
Wat heeft hij ervan begrepen? -Niets.
Neem me niet kwalijk. En die deur daar?
Goh, die had ik nog niet gezien.
Ik heb deze zaak pas sinds vanochtend overgenomen.
Er zal vast een inloopkast of een gangkast achter zitten.
En wat voor een inloopkast.
Het is een voorraadopslag. Kijk eens wat een geweldige spullen.
Ham, salami, mortadella…
Professor… -Het is een schatkamer.
Neem ons niet kwalijk. -Dit is onze kruidenierswinkel.
Is dat zo? Het was ook te mooi om waar te zijn.
Het spijt me. -Maar wat een toeval.
Dan zijn onze winkels aangrenzend. -Naburig?
Aanliggend. -Nee, aangrenzend.
Aangelegen. -U bedoelt letterlijk.
Nee, aangrenzend. Jullie zitten daar en ik zit hier. We zitten naast elkaar.
Twee in één. -Nee, telecommunicatie.
Ja. Carrousel.
Wilt u binnenkomen? -Ja, met plezier.
Wat vind u ervan?
Mijn complimenten. Jullie ook gefeliciteerd.
Wat een assortiment.
En wat een overvloed.
We hebben van alles wat.
Van linzen tot een berg ham.
Bergham. -Wees niet zo pietje precies.
Hoe gaat het met de student, Carlo Carrera?
Heel goed. Hij zit nu in z'n eerste jaar Natriumkunde.
Natuurkunde. Hij wil kernfysicus worden.
Hij is een geboren atoomkundige.
Hij gaat over twee jaar trouwen. -Met Lorena Vivaldi?
Inderdaad. -Die jeugdliefde is echte liefde geworden.
Een eeuwige en onoplosbare liefde.
Mooi zo. Daar ben ik heel blij om.
Sorry, ik moet mijn vrouw op de universiteit bellen.
Maar wat doen we met de deur?
We moeten hem afsluiten. -Ik zou hem niet dichtspijkeren.
Als we even niets te doen hebben…
…zetten we hem open en maken 'n praatje. Ik vertrouw jullie. Jullie mij ook?
Natuurlijk. Dat spreekt voor zich.
Bedankt. Werk ze en tot later. -Tot ziens.
Kunnen we de professor wel vertrouwen? -Natuurlijk.
Ik wil niet dat hij hier 's nachts proviand komt halen.
Welnee, zoiets zou hij nooit doen.
Denk je soms dat hij net als jij is? -Dat is waar.
Dan kan ik 's nachts een televisie gaan stelen.
Zou jij een vriend verraden voor een vulgaire televisie?
Je hebt gelijk, Ciccio. Ik zou die Amerikaanse keuken nog stelen.
Ja, ik weet heus wel dat de universiteitsstad groot is.
Denk je soms dat ik analfabeet ben? Ik ben ook nog eens professor.
Ga haar zoeken.
Maar professor, je vrouw is al thuis.
Niet waar. Ze is niet thuis.
Dan moet ze eerst door de winkel. Het appartement is boven.
Je vrouw staat in de winkel.
Die idioot is hardnekkig, zeg.
Ik zeg dat ze er niet is. En sla niet zo'n toon tegen me aan. Begrepen?
Wat scheelt eraan? Moet ik formeler zijn? -Natuurlijk.
En als mijn vrouw komt, zeg ik het tegen haar.
Poesje, zei jij dat nou net?
Ik dacht dat zij het was.
Schatje van me… Vertel eens hoe het is gegaan?
Wat? -Je weet wel. De eerste dag op school.
De leraar is erg aardig en mijn klasgenoten zijn aardig.
Maar morgen wil ik wat lekkers in mijn broodtrommel.
Wat is er? Voel je je niet goed? -Jij bent ziek in je hoofd.
Denk je dat ik een schoolmeisje ben?
Ik heb jaren gewacht tot ik een leerstoel op deze universiteit kon krijgen.
Sorry, hartje van me. Ik ben heel blij voor je.
Unicuique suum non praevalebant.
Het is 'bunt'.
Dat is waar ook. Prevalebunt.
Toekomstig. Ze zullen niet zegevieren.
Wie? -Je vijanden. Wie heeft die nou niet?
Hebben die vijanden van je hier soms huisgehouden?
Waarom? Is er iets mis mee? -Alles.
Ik zal je wat vertellen als hoogleraar Kunstgeschiedenis.
Alles draait om presentatie. -Hoe bedoel je?
Neem bijvoorbeeld die blenders. Die moeten beter in het zicht staan.
Is dat alles? Dat is een kleine moeite.
Waar zal ik ze wegzetten? -Op die wasmachine.
Goed zo? Ben je tevreden? -Nee.
De wasmachine kan ze verpletteren. -Maar de wasmachine staat eronder.
Hij verbrijzelt van onder af. -Ik verplaats ze wel.
Verplaats liever de wasmachine. -Waarheen?
Waar de blenders stonden. -En deze dan?
Laat ze daar. -Als je gaat commanderen…
Het is geen grap. -Het komt wel goed, katje.
Dit ding is zwaar.
Is het zo goed?
No comments yet. Be the first to leave one.