La unuaj 200 linioj.
Hier, proef dit. Het is van 1932.
Een mooie amberkleur...
Toch?
Er zit een geur in van... hazelnoot.
en van nootmuskaat.
Ja. Aroma's van toast, vind je niet? Het is typisch voor Vin Jaune.
Dit is echt het bloed van de aarde.
Diep... diep als de kus van een vrouw van wie je houdt.
Ja.
Kunt u wat flessen voor me halen, meneer Schwartz?
Geen probleem. Maar zeg nu maar Raymond. Dat is makkelijker.
Raymond, noem mij Helmut.
Dat is wat ingewikkelder. Het voelt in elk
geval vreemd, maar ik zal het proberen, Helmut.
Stuur ze niet naar de Kommandantur. Ik kom ze halen, en betaal natuurlijk.
Daar is geen sprake van, het is een geschenk.
Is er iemand in de fabriek?
Nee, nee.
Wel, bedankt voor deze momenten samen, Raymond.
Misschien kunt u na de oorlog eens de wijn uit mijn kelder in Heidelberg proeven.
Dat zou me een groot plezier doen.
Een auto stopte, en vluchtte daarna weg. Ik ga terug.
Ik begeleid u.
- Doe mijn beste groeten aan uw vrouw. - Ik zal het zeker doen, Helmut.
We moeten een diner organiseren met...
Schwartz zwart stuk uitschot, vuile jood.
- Wat betekent “Youpin”? - Jood!
Het is compleet absurd. Ik ben geen Jood.
Ik verzeker u, Kommandant. Ik ben geen Jood.
U moet het onmiddellijk laten verwijderen, meneer Schwartz.
Goedenavond.
Wacht. U zult zien. Die wachter hoort nog van mij!
Meneer Schwartz.
Seizoen 2 - Aflevering 4 UW NAAM KLINKT JOODS.
Dat verhaal is krankzinnig. Uitgescholden worden voor Jood!
Heb je enig idee wie het gedaan heeft?
Jammer dat de soldaten het gemist hebben. Het was al droog.
Een van uw werknemers?
Mijn mensen willen hun job houden. Ik zie
niet waarom ze dat zouden doen. Bedankt Sarah.
Hoe dan ook, je zal een klacht moeten indienen.
Dat lijkt me geen goed idee. Het trekt aandacht op mij.
Ze moeten erover zwijgen.
Maar als je niets doet, hoe weet je dan dat het niet opnieuw gebeurt?
Sarah!
Sarah, je hebt geen aardbeien confituur gebracht.
U zei gisteren dat u liever sinaasappel- marmelade had bij het ontbijt, mevrouw.
Gisteren is gisteren, Sarah. Als ik confituur wil, is dat mijn recht, goed?
Ik breng het meteen, mevrouw.
Ze wordt met de dag erger. Ik weet het niet. Als ik nu Joods was, zou ik oppassen!
Dank je, Sarah.
- Hoe dan ook, Von Ritter was woest. - Uiteraard.
De beste oplossing is een ontkenning te publiceren in de “Villeneuvois”...
“Neen, ik ben geen Jood.” Dat is het.
Met die ontkenning maak je er juist een hele heisa van… De graffiti
is weg. Ik gaf de conciërge zeep. Dat zou het moeten oplossen.
Laten we het hopen.
Is die radio van u?
Ja. Ik probeerde hem uit elkaar te halen, maar ik ben er duidelijk niet goed in.
Ik kan hem repareren als u wilt.
- Nee. Ik wil u daar niet mee lastigvallen. - Helemaal niet, het is een plezier.
Lucienne.
Excuseer. Sorry, ik wilde je niet opjagen.
Morgenavond is Bruckners 9de Symfonie op Radio Paris. Het is mijn favoriet.
Dus moeten we het toestel vóór morgenavond herstellen.
- Hoe gaat het, juffrouw Lucienne? - Goed, Gregory.
- Herr Leutnant. - Feldwebel, Gregory. Gewoon Feldwebel.
“Leutnant” is te moeilijk. Te moeilijk om uit te spreken.
Ik moet gaan. Voor de reparatie: Kan het vanavond om negen, na mijn dienst?
9 uur?
- Misschien is dat te laat? - Nee, nee. Ik zal klaar zijn.
- Het duurt niet lang? - Nog geen 10 minuten.
Want ik moet vroeg naar bed.
Begrijp ik. Ik ook. Ik moet om half tien soldaten zien.
- Goed... 9 uur. - 9 uur.
Jij bent hier?
We hebben een zwarthandelaar gearresteerd.
- Ik heb een fazant paté, boterzacht! - Henri!
Wat is dit?
Ze komen uit België. Ik ontmoette hen op straat en ze vroegen naar het station.
Henri, ze hebben geen papieren.
Met hun uiterlijk waren ze in tien minuten opgepakt.
We willen u niet lastigvallen, meneer... als u wilt, kunnen we betalen.
Eén moment alstublieft. Kom met me mee.
Waar dacht je aan? Ben je verblind, of wat?
Luister, ik dacht niet na. Ik kon ze niet zo achterlaten!
Sorry dat ik hierheen kwam, maar het was dichterbij dan mijn huis.
Wat wil je met hen doen?
Ze over de Lijn krijgen. Ze hebben familie in Nice. Ze moeten de boot nemen.
Judith, ik kan zulke mensen niet over de grens krijgen!
- Zoek dan iemand die dat wel kan. - En wat krijg jij nu?
Het lijkt erop dat jij het niet wil doen?
- Omdat ze Joden zijn, net als jij. - Dat is een gemene opmerking.
Nee. Het is waar. Zo is het.
Goed. Stop met mokken. Het is waar. Als ik thuiskom, ben ik uitgeput.
Ik verwacht niet vier voortvluchtige Joden aan te treffen.
Pardon meneer, waar is het toilet?
- Op de overloop, jongeman. - Dank u.
Hoe gaat het?
- Goeiedag, Inès. - Goeiedag, meneer Schwartz.
- Waarom is die eikenstam niet weggehaald? - Marcel is 2 dagen onderweg.
Meneer Mazaret hier. Hij wacht in uw kantoor.
- Breng me de contracten. - Zeer goed.
Hoe gaat het?
Sorry dat ik te laat ben, ik moest naar de prefectuur.
Straks doen we niets anders meer dan formulieren invullen.
- Een koffie? - Nee, dank u.
Inès, de contracten.
Dank u. Dan rest alleen nog de bevestiging van het schema en de levering.
Meneer Schwartz, het spijt me, maar ik zal de bestelling moeten annuleren.
Dat is uitgesloten. Ik heb de eikenstammen net ontvangen.
Ja, maar luister, ik heb slecht geïnvesteerd, en het zijn moeilijke tijden.
Toch blijft een afspraak een afspraak.
We hebben officieel nog niet getekend.
We werken al tien jaar samen! Ik vertrouw op uw woord...
En ik vertrouwde op dat van u, tot ik hoorde dat...
- Wat? - Nou... dat u Joods bent.
Ik heb niets tegen jullie, maar… als een concurrent
de molen krijgt, kan ik weer van nul beginnen.
Ik ben geen Jood. Is dat duidelijk, meneer Mazaret?
Och, u weet hoe dat gaat: Waar rook is, is vuur.
Het spijt me, meneer Schwartz, maar ik kan dat risico niet nemen.
Ja, maar als Mazaret de verkoop niet meer wil sluiten, wat moet ik dan doen?
Ik heb het hout voorgeschoten. Mazaret weet dat, maar hij wil me gewoon niet betalen.
Ik meng me niet in commerciële geschillen. Daar zijn rechtbanken voor.
Als ik die bestelling verlies, moet de helft
van mijn personeel weg. Laat u dat koud?
Maar waarom, denkt u, annuleerde hij de bestelling?
Iemand schreef “Schwartz Jood” op mijn gevel… iedereen denkt nu dat ik Joods ben.
- Wat u niet bent? - Nee!
We zijn in de kerk getrouwd. Marceau heeft zijn eerste communie gedaan. Toch?
Hebt u de geboorteakten van uw grootouders?
Nee, de ouders van mijn moeder zijn in Algerije geboren.
Ah, ja. Maar zonder akten kan ik... Plaats een ontkenning in de krant.
Nee. Als ik Mazaret was, zouden vier regels in
de krant me niet van gedachten veranderen. Toch?
- Ofwel... - Wat?
Haal een attest van niet-Jood zijn bij een erkende arts.
- Erkend door wie? - Door Vichy, of de Duitsers.
Er is een lijst.
Is er zo'n arts in Villeneuve?
Nee, in Besançon. Maar ik kan hem hier laten komen als ik aandring.
- Voor een attest? - Dat toont u aan Mazaret.
Ik zal erover nadenken.
Laat het me zo snel mogelijk weten... als u wilt dat hij naar Villeneuve komt.
Dank u.
Lucienne, sluit je ogen en open je mond.
Dit is geen grap, maar een bevel van uw directeur.
- En? - Het is heel lekker.
Lekker, hè? Huisgemaakt door mijn moeder, mevrouw Bériot.
- Honing, hazelnoten en plan B. - Nou, uw moeder kan het wel.
Oh, maar ik sla me er ook niet slecht doorheen.
- Dat is zeldzaam voor een man. - Ik kan een diner voor u maken als u wilt.
Zelfs als er geen ingrediënten meer zijn.
- Waarom niet? - Vanavond, goed?
Ah nee. Vanavond kan ik niet. Morgen?
Nee, morgen kan ik niet. Ik blijf bij mijn zus, ze is nog steeds niet hersteld.
Dan deze avond. Maar laten we vroeg eten, héél vroeg.
Om half acht.
- Half acht. - Goed, ik laat u dan.
U zult ervan genieten.
Je kunt me niet zo kort van tevoren voor een vergadering uitnodigen!
- Voor dezelfde dag nog, en ik moet over Linie. - Ik heb wél een Ausweis voor je geregeld.
- Heb je in Villeneuve niemand anders? - Nee, voorlopig heb ik weinig mensen.
Sinds Thèo is opgepakt heb ik geen alternatief, dus improviseer ik.
- Heb je nieuws over hem? - Nee.
Hij zit bij de veiligheidsdienst in Dijon.
Hoe dan ook wist hij niets compromitterends, behalve een paar postbussen
die we niet meer gebruiken, en dat we een agent in Les Essarts hadden.
Denk je dat Marchetti zijn onderzoek naar het netwerk voortzet?
Nee. Dat is het goede nieuws. Hij is overgeplaatst naar Dijon.
Dat geeft me wat ademruimte.
Wat is er gebeurd? Waarom heb je me laten komen?
Ik heb een probleem achter me aan.
Een Joodse familie moet naar de onbezette zone worden overgezet.
Ik heb iemand nodig die betrouwbaar is. Ze hebben de patrouilles aan de Linie opgevoerd.
- Moet ik dit regelen? - Nee, jij niet.
De man over wie je het had zei dat hij in oktober een Britse piloot probeerde te redden.
Maar ik weet niet waar hij is. Ik ben vorige maand naar de hut gegaan, maar die was leeg.
Verdorie toch!
Ze zitten bij mij thuis. Ik kan ze niet houden.
Ken jij echt niemand die ze over de grens kan krijgen?
Jawel...
Misschien mijn man.
Hij stak vaak de grens over om op de zwarte markt te handelen.
Ik kwam erachter en heb hem gezegd te stoppen.
- Hij kent de juiste route. - En kan hij zijn mond houden?
Het is al moeilijk om hem aan het praten te krijgen.
Ik bedoel, kan hij het zonder vragen te stellen?
Hij is geen idioot. Hij zal natuurlijk iets vermoeden.
Het is aan jou.
Als hij akkoord gaat, ontmoeten we elkaar hier morgen om precies drie uur.
Er zal iemand die familie begeleiden, en je haalt ze bij die persoon op.
Maar je wacht op mij. Oké?
Ga nu maar!
- Goedenavond Sarah. - Goedenavond, monsieur.
- Is er nog cognac? - Niet veel meer.
Geef me dan wat er nog is.
Wat doe je hier?
Ah, dus dat is het. Je vader is op pad?
No comments yet. Be the first to leave one.