La unuaj 200 linioj.
DE GEUR VAN VROUWEN
Goed zo.
U bent keurig op tijd.
Goed uw voeten vegen.
Kom verder.
Punctueel, dat doet me deugd.
Op uw tenen, anders wordt de vloer vuil.
Ga zitten. Wilt u een kopje koffie?
Hemel, wat bent u jong. Hoe heet u?
Giovanni Bertazzi. - Bijna nog een kind.
Ik weet niet of zo'n jonge...
U weet uw taak? - Van de commandant.
Ik geef u koude koffie.
Of wilt u liever vermouth? Limonade?
Koffie is goed. Mag ik roken? - Gaat u gang.
Fausto heeft ook altijd een sigaret.
Mannen hebben slechte gewoontes.
Maar u lijkt me een goede jongen.
Bent u student?
Ik ben z'n tante, maar ik lijk z'n moeder.
Ik zorg al zeven jaar voor hem.
Sinds het ongeluk tijdens de oefening...
...spelend met een bom.
'Spelend', want wat zijn die oefeningen nu nog?
Dat heb ik gehoord.
Een man als hij...
...en hij is best wel rijk...
...sterk als een leeuw en gezond als een vis...,
...maar alleen op de wereld.
Komt u maar.
Ik heb gepoetst. Niet uitglijden.
Hij is niet slecht.
Maar spreek hem nooit tegen, ga niet in discussie.
En noem hem geen 'kapitein'.
Altijd alleen maar 'meneer'. 'Ja, meneer.'
Begrepen?
Mag ik, Fausto?
Soldaat Bertazzi, tweede compagnie.
Kom zitten.
Wat is je voornaam? - Giovanni.
Ik noem je Ciccio.
Net als de twee vorige.
Zo noem ik ze altijd.
Al vind je het niks, ik doe het toch.
Nee, Ciccio is een mooie naam.
Dus, Ciccio... - Tot uw orders.
Vergeet dat militaire gedoe. - Ja, meneer.
Kun je lopen? - Jawel.
Echt? - Ik geloof het wel.
Ha, geweldig. Een Ciccio die nadenkt.
Een denker.
Het is hier verboden te denken. - Zo u wilt.
We moeten elkaar zeven dagen verdragen.
Vijf plus twee.
En op een drafje lopen. - Juist.
Om 7 uur naar Genua, Rome en Napels. Ken je die?
Napels niet. Ik wist niet dat we in Genua en Rome zouden stoppen.
Doen we dat dan? Wie zegt dat?
Alleen als het balletje zo rolt. Dit is de Baron.
Zes jaar, gecastreerd. Hij haat me.
Hij wil me altijd laten struikelen, maar dat lukt nooit.
Lelijke castraat, moordenaar. Hij haat me.
Ga staan, vooruit.
Wat ben je klein. Bijna een dwerg.
En korte beentjes.
We gaan het proberen.
Hierheen, neem me bij de arm.
Luchtig, niet knijpen.
Lopen.
Ik zei lopen. Sneller, pas op het kastje.
Dit is geen begrafenis. Halt.
Linksom draaien, kom hier.
Bang dat je de vloer raakt? Zet je hakken in de boenwas.
Laat je afdruk na. Die ouwe gek wil altijd poetsen.
Niet aan m'n houten hand. Hoger.
Gelijk lopen als een horloge. Zo, genoeg.
Hersens moeten niet lopen. Denken doe je zittend.
Neem een whisky. - Ik drink niet of nauwelijks.
Hier moet je drinken. Ik giet je vol. Waar ben je?
De rest mag je weggooien, als ik het maar niet merk.
Halt.
Wou je slim zijn? Mij hou je niet voor de gek.
Nu kun je... Lig jij hier, Baron?
Drink op en geef mij het lege glas.
Die whisky is twaalf jaar oud.
Brandt het?
Je bent klein en kunt niet lopen. Maar je stinkt niet.
Drink je wel? - Ja, meneer.
Je voorganger stonk naar opgewarmde minestrone.
Morgenochtend om 7 uur hier.
Punctueel.
Gewassen en gestreken. Begrepen?
Wat vind jij, Baron?
Een lulletje, maar toch een goeie jongen.
U bent toch niet bang?
Dat is niet nodig.
Hij lijkt gemeen, maar dat is hij niet.
Lelijke castraat, moordenaar.
Weg jij.
Wat een rotzomer. Kwam er maar regen.
Heb jij last van de warmte? - Niet zo.
Is je vader boer? - Ambtenaar.
Je opa? - Winkelier.
Je overgrootvader dan. - Nee.
Zeg eens, boer.
Zei tante: Spreek hem niet tegen?
Of heb je medelijden met deze arme stakker?
Nee, meneer.
Heb je geen medelijden? - Ik weet niet, ik geloof het niet.
Wat een slappeling.
Heb je zwart haar?
Niet echt zwart. Kastanje.
Ik ben zo zwart als een kraai.
Vrouwen houden van zwart haar. Dat is mannelijk.
Heb ik al grijs haar? - Nee, geen enkele.
Ruik je dat? - Wat, meneer?
De geur van vrouwen.
Waren ze lang of klein?
Ik rook de geur van jonge dijen.
Vertel nou, Ciccio. - Ik zag ze niet goed.
Waar zitten je ogen? Zie je niet...
...of een borst rond is, een kont hoog of laag?
Ik mis niet de zonsondergang of de Sint Pieter.
Seks, dijen, tieten, dat is het enige geloof...
...de enige politiek, het ware vaderland.
Doe dicht.
De kut.
Neem een slok.
Kom eens.
Vijf plus twee. Zeven dagen met die gek.
Dat hou ik niet vol. Naar Napels...
Waarom blijven we niet in Genua?
We zijn er bijna.
In Genua trekje dat uniform uit.
Heb je burgerkleding? - Nee, meneer.
Die koop ik wel voor je.
Anders lijk ik in charitatieve handen van het vaderland.
Je bent geen kruier. Zoek er een op het station.
Als kruier word je geboren. Als kruier en als dichter.
Lijk ik op een ijsverkoper of verpleger?
Nee, het staat goed. - Kijk je in de spiegel? IJdeltuit.
Een pilaar. - Al gezien. Deze kant.
Een bus. - In Genua wordt keurig gestopt.
Bedankt, kameraad chauffeur.
Je praat niet, je lacht niet. Ik kan beter een hond nemen.
Hé, zeg eens wat. - Ja, ik zal het proberen.
Probeer iets met dat koppie. - Mooi weer vandaag.
Waarom mooi? - Vanwege de zon.
Zon is niet mooi. Regen is mooi, dat is muziek.
Ik kijk met m'n oren. Hou liever je mond.
Ik moest praten. - Niet over de zon.
Hoe zijn de vrouwen?
Welke vrouwen? - Zie je die niet eens?
Jij moet kijken en ze beschrijven. Nou?
Deze vrouwen lijken nogal...
Ik zoek geen verloofde. Hoe zien de hoeren eruit?
Er is een kleine in het rood. - Alleen grote met brede heupen.
Er is een grote. - Heupen?
Niet zo. Wel een grote neus.
Lang met grote neus. Hoe zijn de voeten?
Grote schuiten. - Dat is een travestiet. Reken maar.
En verder?
Geen cheque, advocaat.
Een dikke met heupen, maar ze is bezet.
Op naar groot met heupen.
Stank van nichten.
Ik zie uw type, meneer. - Lang?
En brede heupen. - Lekker. Benen?
Prachtig. - En zwart haar? Is het zwart?
Ja of nee? - Zwart.
Kijk goed en onthoud waar ze staat. Voorzichtig.
Een trap. - Morgen terug.
Blijven we dan? - Gehoorzaamheid.
Heb je dat niet geleerd?
Totaal en absoluut respect. - Morgen voel ik me weer viriel.
Afstap. - Zeg dat van tevoren, imbeciel.
Groot, zwart, met mooie heupen. - Het is rood.
Weet u waar deze straat is? - Houd je mond.
Rechtdoor en de tweede rechts.
Afstapje. - Behoed me voor die 600.
Of is het een 500? Opgevoerd.
Waar is papa, Nancy? - In de bar, mam.
We gaan slapen.
Hier ben ik. - Waar zat je?
Er was een film op tv. - Amerikaanse pulp.
Zo'n spaghettiwestern kan ik je vertellen.
De cowboy ontsnapt, achtervolging te paard.
Hij en zij gaan naar het noorden. Amerikaans gedoe.
De geur van kamille.
Is hij open?
De oude kleren zijn terug.
Hoor je de trein?
Daarom kom ik in dit hotel.
Het geluid is m'n gezelschap.
Hoe is de kamer? Hoe zijn de muren?
Bloemetjesbehang. - Schilderijen met jachttaferelen?
Een man met dode hazen om zich heen.
Jacht, net wat ik zei.
Ga nu maar slapen.
Ik heb je niet meer nodig.
No comments yet. Be the first to leave one.