La unuaj 200 linioj.
Een MOSFILM-productie
Hou vast, Belka.
Hang ze op.
Kijk.
De kraanvogels in de lucht, scheepjes die drijven met de ebbe.
Allemaal wit en grijs met hun lange snebben!
Kijk!
Daar heb je...
je scheepjes van kraanvogels.
ALS DE KRAANVOGELS OVERVLIEGEN
Scenario - V. ROZOV
Concept Michail KALATOZOV
Cameraman S. OEROESEVSKI
Regie B.FRIEDMAN Decors J. SVIDETELEV
Muziek M. WEINBERG Geluid I. MAJOROV
Nederlandse ondertiteling KiriII Brattsev
Rolverdeling:
Veronika - T.SAMOJLOVA Boris - A. BATALOV
Fjodor Ivanovitsj - V. MERKOERJEV
Mark - A. SJVORIN Irina - S. CHARITONOVA
Volodja - K. NIKITIN Stepan - V. ZOEBKOV
De grootmoeder - A. BOGDANOVA Tsjernov - B. KOKOVKIN
Anna Michajlovna -J. KOEPRIANOVA
Een productie van de met de Lenin-orde onderscheiden MOSFILM-studio, 1957
Wie is daar?
Wacht!
Nou, goed.
Wanneer dan wel?
Donderdag aan de kade.
Veel te lang. Wat denk je wel'?
Belka, we hebben nog geen afspraakje gemaakt!
Wanneer dan wel, Belka? Hoe laat donderdag?
Nee, ik kan niet.
Dan ben ik in de fabriek.
- Goed zo, best. - Kom op tijd hoor.
Belka!
- Hij jaagt haar het hoofd op hol. - En zij hem.
Liefde is, mijn beste, onderlinge hoofd-op-hol-jagerij.
Waarom gaat u niet naar bed, oma?
Ik ben al opgestaan, Boris.
Zit niet te smakken! Dat slentert de hele nacht door...
Je hoeft niet zo jaloers te doen.
Gescheurd?
Je jasje blijft gaaf.
Wat een toestand. Het is twaalf uur en dat ligt nog te slapen.
Hij moet veel werken en wordt er moe van. Hij kan op zondag best uitslapen.
Dat werken loopt wel op een trouwerij uit.
Ben je bang te blijven zitten?
Ira moet aan haar proefschrift denken.
Niet achter blijven, oom Fedja.
Zij is zo goed als doctoranda en u blijft nog steeds gewoon arts.
Als kinderen hun ouders niet voor zijn,
dan zijn de ouders niet goed en zijn de kinderen oenig.
Dank u wel, moeder.
Alle radiozenders van de Sovjet-Unie zijn in de lucht!
- Wat is dat nou? - Wat is nou gebeurd?
Boris! Het is oorlog! Hoor je me, oorlog!
Zal me een zorg zijn.
Hallo!
Boris blijft dag en nacht op het werk. Je wacht op hem?
Ik wacht op niemand.
Veronika.
Hoofdzaak in de oorlog is wel bij je positieven te blijven.
Je moet het ritme van normaal menselijk bestaan aanhouden.
Neem mij nou.
Ik zou heel graag een piano-Concerto aan jou willen wijden.
Kom je luisteren?
Kan je worden opgeroepen?
Voor het leger? Weet ik niet. Niet waarschijnlijk.
Waarom" niet waarschijnlijk"?
Mensen die veel waard zijn, komen voor vrijstelling in aanmerking.
- Ben jij veel waard? - Ik? Ja.
- Waarom achtervolg je mij? - Moetje je niet schamen?
Ik schaam me wel. Ik heb duizendmaal het woord gegeven.
Ik besef wel dat Boris mijn broer is.
Maar ik kan me gewoon niet bedwingen!
Wacht!
- Wacht! - Ga niet met me mee.
Kijk uit! U slaat me zo op mijn been.
Aan het front wordt 't wel moeilijker.
Ze laten u niet naar het front gaan.
We krijgen slechts één vrijstelling: het is of u of ik.
U blijft dan ook thuis. U hebt kennis, ervaring.
En u hebt talent. Pas goed op de werktekeningen.
Mijn vrouw heeft zo'n prachtig hoesje gemaakt om om de schouders te doen.
Welnu, zoals men zegt, vatten we de bajonet aan.
Zeg, Stepan! Jongens, help even...
Stepang
Neem me niet kwalijk, Satsjkov.
- Waar blijft de oproep nou? - Die is er niet. Die treuzels toch.
- Ga je naar huis? - Nee, ik...
- Aha, dacht ik wel. De groeten. - Goed.
-Ja... -Wat
- Heb je het haar verteld? - Nee. Het is nog te vroeg...
- Precies. Wel, tot morgen dan. - Doei.
- Laat los. - Nietes.
- „Je kunt zo vallen. - Nee.
- Je scheurt de verduistering stuk. - Het is een deken.
Ik roep de politie.
Ik ben die verduistering zat. Geef de deken hier.
- Laat los, je valt zo. - Ik val niet.
Schei uit, Belka. Laat mij hem ophangen.
„Je Kwam vandaag niet naar de Kade maar Mark is daar wel geweest.
- En hij is knap! - Nou en?
- Ben je niet jaloers? - Watte?
- Ben je niet jaloers? - Ik heb er geen tijd voor.
Wacht eens, ik laat me inschrijven op de hogeschool voor de architectuur...
Mensen zoals jij worden daar geweerd.
- Mij nemen ze wel aan. - Dat betwijfel ik.
De kraanvogels in de lucht, scheepjes die drijven met de ebbe.
Allemaal wit en grijs Met hun lange snebben!
- Een mooi versje, niet'? - Wel met een boodschap.
Kikkertjes, kikvorsjes, Naar boven niet gekeken?
Na alle rare sprongen Heel lekker opgevreten.
- Heb je gewonnen? Heldin die je bent. - Gewonnen, gewonnen.
Gewonnen.
Jou je zin.
- Kunnen ze je voor 't leger oproepen? - Jazeker.
- Zou je je zelf gaan melden? - Ik ga me heus wel melden.
Je gaatje niks nergens melden!
„Je weet dat je vrijstelling Krijgt en daarom hou je je groot.
- Hoe Kom je erbij? - Omdat je zo intelligent bent.
Denkje, dat alleen sukkels aan het front zullen vechten?
Ik wens niet meer met je te spreken.
Veronika, ik wilde met je praten.
En ik wil niet.
En noem me asjeblieft geen Veronika meer.
-Wie ben ik wel? - Nou, Belka.
Luister eens...
- Wat geefje me morgen cadeau? - Het is een verrassing.
Als het iets lekkers is, dan eet ik het op en vergeet het wel.
Geef me iets om aan te denken.
Geef me een kus.
Wanneer je bij me bent vrees ik niets.
Zelfs de oorlog niet.
Ik ben wel bang van een politieagent.
- Veronika... - Weetje wat?
- Weetje? - Nee.
Ik maak voor mijn huwelijk een witte trouwjapon.
Zoals van oma.
En een bruidssluier... Zo 'n lange.
En jij trekt een zwart pak aan.
- En dan gaan we... - Naar de Burgerlijke Stand.
- Afgesproken? - Afgesproken.
- Ik vind verduistering wel leuk. - Wat voor leuks is er aan?
Hallo!
- Stepan! - Veronika!
- Ik heb iets lekkers voorjuIIie. - Voor de dag ermee.
- Wat is het? - Het is een verrassing.
- Ben je er? - Ik ben er.
- Nou en? Vertel eens. - Ga dan maar.
De zaak zit zo. Wat een drukte in de fabriek...
Hou het kort hoor.
Wat ikje zeg: wat een drukte in de fabriek...
- Kun je het kort houden, ja of nee? - Die van jou zeggen dat hier...
- Voor welke dag is de oproeping? - Voor vandaag, vijf uur.
Kijk, wat een kersen! Waar hebben jullie het over?
- Heerlijk. - Een oproep is binnengekomen.
- Echt waar? Voor jou? - Voor mij ook.
We gaan beide als vrijwilligers...
Hoe?
- Jij zelf? - Maar die oproep toch...
Wacht eens, en ik dan? En ik dan?
Stepan...
Nee, ik ga maar. Bij ons thuis is het ook... Daag!
Belka!
Ik had het je niet willen vertellen. „Je bent morgen jarig.
- Zo, we moeten gaan. - Inderdaad.
Boris!
Belka, wat heb je?
Kraanvogels in de lucht... Een mooi versje, niet?
Er gebeurt niets, begrijp je?
En daarna zullen we heel lang leven... Wel honderd jaar lang.
Ga.
We hebben nog wel de tijd om afscheid te nemen.
Kom niet te laat.
Mag hij misschien tot morgen blijven?
Wat een zwijnerij als hij nog steeds bij Veronika rondhangt.
- Boris, jongen! - Heeft vader gebeld?
Hij was in alle staten. Waarom heb je hem niets gezegd?
Om al die uitroepen te voorkomen.
Morgen ga je naar de fabriek en legt dit over.
- Daar zoek je ingenieur Koezmin. - Komt in orde.
Wat is dat?
Ik moet wijn gaan kopen.
Oma, ik heb een verzoek aan u.
Ja, een momentje...
- Gaan jullie direct naar het front? - Zal wel.
Oma, hier...
Een ogenblikje.
Breng dat morgenvroeg naar haar...
- Wat is dat? - Een verjaardagsgeschenk.
En bovendien, als zij het moeilijk zal hebben,
je kunt nooit weten, het is oorlog ‚
laat haar niet in de steek.
Maar stel dat ik doodga?
U behoort niet dood te gaan,
vooral nu niet, nu u zo veel geheimen kent.
- Maar doodgaan doe ik toch... - Kom, kom...
Stil, oma. Het is Veronika!
No comments yet. Be the first to leave one.