Esimesed 200 rida.
Als je je ooit hebt afgevraagd hoe het mij is vergaan,
dan mag je gerust weten dat ik een fijn leven heb gehad.
Ik heb geluk gehad.
PAARDEN STELEN
Mijn hele leven heb ik ernaar verlangd alleen te zijn op een plek als deze.
Hoe fijn ik het ook had.
Ik heb 42 jaar in Zweden gewoond. Nu woon ik hier.
Over een paar weken is deze eeuw voorbij.
Dan is er feest met vuurwerk in het dorp. Daar ga ik niet heen.
Ik blijf hier thuis. Me net dronken genoeg drinken
en zo diep slapen als maar mogelijk is zonder dood te zijn.
Daar verheug ik me op.
Poker.
Poker.
Poker.
Poker.
Poker? - Hallo.
Jij woont zeker in dat huis, hè?
Ik ben hierheen verhuisd.
Het is niet gemakkelijk om te slapen als hij er niet is. Er zijn wolven in 't bos.
Poker?
Kom, zit, plaats.
Weet je dat bordercollies als de intelligentste honden ter wereld worden beschouwd?
Dat heb ik gehoord.
Hij is bezig me de baas te worden, vrees ik.
Dat is niet zo goed. - Nee.
Ik heb al eens een hond doodgeschoten en mezelf bezworen dat nooit meer te doen.
Maar nu weet ik het nog zo net niet.
Ja? Wat was dat voor een hond, die je moest doodschieten?
Een herdershond. Maar hij was niet van mij.
Mijn moeder zag hem het eerst.
Hij liep los langs de rand van het bos, zat achter de reeën aan,
die we al een paar dagen hadden zien grazen. Langzamerhand raakten ze uitgeput.
Moeder belde de politie en vroeg wat ze moest doen en die zei: 'Schiet hem maar dood.'
'Dat moet jij maar doen, Lars, ' zei ze toen.
Ik had daar absoluut geen zin in, ik raakte dat geweer bijna nooit aan.
Ik kwam er niet onderuit. Plotseling kwamen de twee reeën op me af gerend.
Dertig meter daarachter kwam de herdershond aan.
Het was een enorm beest.
Ik weet zeker dat ik hem raakte, maar hij veranderde
noch van vaart noch van richting.
Ik vuurde nog een schot af, hij was maar een paar meter van me vandaan
en toen gleed hij met zijn poten in de lucht helemaal door tot vlak voor mijn voeten.
Hij lag daar.
Me met verlamde poten recht aan te kijken.
Ik bukte me om hem te aaien, maar hij gromde
en beet naar mijn hand.
Ik gaf hem nog twee kogels,
recht door zijn kop. - Mooie boel.
Ik was net 19 geworden.
Het is lang geleden, maar ik vergeet het nooit.
Nu begrijp ik dat je nooit meer een hond wilt doodschieten.
We zullen zien.
We hebben ons nooit aan elkaar voorgesteld.
Trond Sander.
Lars Haug, met een g.
Kom, Poker.
Bedankt voor het gezelschap.
Jezus.
Olav kan nu het lampje vervangen en ik zal een nieuw glas en spoiler bestellen.
Ga maar naar de winkel. - Dank u wel.
Bent u nog steeds blij? - Ja, hoor.
Ik was ontzettend blij toen ik het huis vond waar ik nu in woon.
Het is toch niet zo fijn om alleen te wonen, hè?
Het is bijna drie jaar geleden dat ze is omgekomen. De tijd vliegt.
38 jaar tweezaamheid abrupt beëindigd.
Ik was de chauffeur. Ik voel geen schuld.
Enkel het gemis.
Olav heeft pauze. Wilt u een kop koffie? - Dat zou fijn zijn.
Ga maar naar binnen.
Dank u wel. - En...
hoe gaat het daar op Toppen?
Ik ben er zelf twee keer geweest om het huis te bekijken.
Ik heb me afgevraagd of ik een bod zou doen, maar ik hou van sleutelen, niet van timmeren.
Maar met u is dat misschien net andersom?
Niet echt. Ik ben in geen van beiden erg bedreven,
maar ik heb alle tijd.
Mijn vader was een praktisch man. Ik heb veel van hem geleerd.
Vaders zijn iets fijns.
Nee bedankt.
Mijn vader was leraar. Van hem heb ik geleerd boeken te lezen,
veel meer niet. Praktisch was hij niet, dat zou gelogen zijn.
Maar hij was een fijne man.
Als ik een praktische klus heb, stel ik me voor hoe mijn vader het zou hebben gedaan.
Iemand van begin 40 met zelfvertrouwen,
zo zag ik mijn vader, toen ik 15 was
en hij voor altijd uit mijn leven verdween.
Waarom maai je die brandnetels niet, Trond?
Dat doet pijn.
Je bepaalt zelf wanneer het pijn doet.
Ik was nog maar 15 jaar. Zo'n kleinzerig stadsjochie.
Op zomervakantie met vader, die het boerderijtje goedkoop had gekocht.
Ik heb hem meer dan eens horen zeggen dat hij niet kon nadenken met vrouwen in de buurt.
Daarom mocht ik mee, maar niet mijn zus of mijn moeder.
Later bedacht ik dat hij misschien niet álle vrouwen bedoelde.
Hoi, Jon.
Sta je hier al lang? - Ik ben er net.
We gaan paarden stelen. - Ik weet het.
Hoi, Jon.
Wat is er met hem aan de hand? - Ik weet het niet.
Natuurlijk had ik moeten begrijpen dat er iets bijzonders was die ochtend,
iets met de manier waarop hij zich bewoog.
Maar het enige wat mij opviel was dat hij zijn geweer niet bij zich had,
dat hij anders altijd meenam.
Rustig. Kom hier. Rustig maar.
Rustig.
Rustig maar.
Zo ja.
En spring.
Waar gaan we heen? - Ik zal je iets laten zien.
Kijk.
Het is te gek dat zoiets kleins in staat is te leven en zomaar weg te vliegen.
Vanmorgen, was je toen met Jon op pad?
Ja.
Wat hebben jullie gedaan?
Paarden stelen.
We wilden ze niet echt stelen, alleen op rijden.
Hoe was het met Jon?
Wil je weten waar iedereen het over heeft in de winkel?
De dag daarvoor
Jon was op hazenjacht geweest, zoals altijd.
Zijn moeder was die dag naar Innbygda om een paar kennissen te bezoeken
en zijn vader was in het bos.
En hij had op de tweeling moeten passen.
Odd? Lars?
Odd? Lars?
Odd. Lars.
Odd. Lars.
Lars.
Lars.
Ik moet jouw moeder ophalen. Pas jij op Lars terwijl ik weg ben.
Dát kun je wel.
Hier ben ik weer, is dat niet fijn?
Hij had het niet verteld.
Heel die lange weg door het bos, alleen met zijn tweeën
en hij had haar niets verteld.
Waar is Odd?
Dus nu weet je het.
Gecondoleerd.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft,
die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis,
maar is uit de dood overgegaan in het leven.
Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd, uw Koninkrijk kome,
uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Ik dacht eraan wat voor gevoel dat moest zijn om zo jong dood te gaan.
Ik wist dat je absoluut niets kon voelen. Was je dood, dan was je dood,
maar die fractie van een seconde vlak daarvoor:
of je het dan begreep, dat het voorbij was?
Russische granaten hagelen op Grozny neer.
Drie dagen bombardementen hebben geleid tot een stroom vluchtelingen.
Aftellen naar een mogelijke chaos. De Civiele Bescherming...
Nu weet ik het plotseling zeker. Lars is Lars.
Lars, die zijn broer doodschoot.
Ook al heb ik hem voor het laatst gezien toen hij tien jaar oud was.
Niet dat het iets verandert. Ik ben ervan overtuigd dat hij mij niet heeft herkend.
Ik spreek nu ook Zweeds.
Er waren vier dagen verlopen sinds Odds begrafenis
en ik had Jon sindsdien niet meer gezien.
Elke keer dat Jon niet voor de deur stond, voelde ik een kort opflakkerende opluchting.
Dan schaamde ik me
en dan verdween hij uit mijn leven.
Ik heb hem nooit meer gezien.
Ze was ernstig en had gezwollen oogleden, maar ze was niet kapot van verdriet.
Ze was maar een paar jaar jonger dan mijn eigen moeder.
Ze straalde, alsof ik haar voor het eerst zag.
Bedankt voor jullie komst.
En ik vroeg me af of dat kwam door wat er gebeurd was,
of je door zoiets als het ware lichtgevend kon worden.
Ik moest mijn ogen op de grond richten en liep weg.
Die klereschaduw.
Misschien moeten we het gespreid doen? Een beetje nu, een beetje volgend jaar?
Ik beslis wanneer mijn hout gekapt wordt.
Franz.
Franz.
Ik heb mijn bloed vermengd met het lot en neem het zoals het komt.
Heb je zin in een douche?
Wie het eerst buiten is.
Kom op.
Ga je daar gewoon blijven staan?
Je vader neemt wel een risico door bomen midden in de zomer om te hakken.
Het hout zit vol vocht. Het kan zinken.
Het waterpeil is laag. De vraag is of het hout Zweden zal bereiken.
Maar als hij het nu wil doen, dan doen we het nu.
Ach, kom op.
Rustig maar.
Hij had net zijn ene zoon verloren.
Maar ik herinner me niet eens of ik medelijden had met hem.
Voor het eerst voelde ik een steek van wrok ten opzichte van mijn vader.
Omdat hij het tot dan toe volmaaktste moment in mijn leven had verpest.
Jezus...
Wat zei je?
'Jézus', zei ik.
Dat wat er vandaag is gebeurd...
dat was volkomen onnodig.
Ik had al veel eerder moeten stoppen.
Zoals wij bezig waren moest het uiteindelijk wel verkeerd aflopen.
Het is mijn schuld.
Ik ga straks ook naar bed.
No comments yet. Be the first to leave one.