Esimesed 200 rida.
Kijk eens wie we daar hebben.
Wie voert hier het bevel ? - Luitenant Bailey.
Nag meuws over secfle B '2 - Trekken we ens mug '2?
Luitenant.
Nog nieuws over de moffen ? Waar zitten ze ?
Ze zijn heel dichtbij. Jullie kunnen beter instappen en vertrekken.
Tot uw orders, kapitein.
Oké, 'yungens, 'mpakken. We uekken ans mug. Opscmeaen.
We moeten terugtrekken.
Een deel van het 27ste zit daar nog. Zoek kolonel Jake.
Komt in orde.
Johnson.
Ligt Pont du Sart nietzo'n 80 km van hier ?
Ze zijn overal door al onze linies gebroken.
Ik heb 't bataljon niet kunnen bereiken. De radio hapert.
Heb je al in code geseind ? - Er komt niks door.
We krijgen alleen een waardeloos Duits dansorkest te horen.
Zeg dat wel. - Mickey, m'n geluiddempers.
Ik heb ze.
Oké, jongens, opschieten.
We hadden een dagje rust. - Vergeet dat maar.
Vooruit, jongens.
Tot ziens dan maar.
Opschieten. Wugger.
Zijn hierjoden ?
Fischer, ik heb je wel door. Jij rukt nu meteen uit.
Ik zei m'n vrienden gedag, sergeant. - Vooruit, Fischer.
Tot kijk, jongens.
Tot ziens, Richard. - lk ga mee.
Wat ? - lk wil meegaan.
Je bent gek. Tot kijk, Celine.
Sergeant, ik ga ook mee. - Natuurlijk mag je mee.
Celine ook.
Nietwaar, Celine ? - Ja, hoor.
Waar gaan we heen ? - Dupont. Ze hebben hulp nodig.
De moffen hebben alles omsingeld. - lk ben iets vergeten.
Dat kan ik beter, zuster. - Geef me een kusje.
Hoeveel mijl is vijftig kilometer? - Geen idee.
Kom em“, Escher. Kom maar naasx mi'; like“.
Klim erop, Fischer.
Ik dans met tranen in m'n ogen,
want he! meisje in m'n armen is een jongen.
Jij vindt dat toch leuk, Fischer.
Ik dacht datje van jongens hield.
Alles goed ? - Prima.
Kom op, Richard. - Spring erbij.
Kom mee naar de oorlog. - Je wilt toch soldaat zijn.
Help ons ze overhoop te schieten. - lk wil wel, maar ik kan niet.
Je bent een lafbek. - Je bent bang, Richard.
Je bent een schijtluis. - Je zult nooit een soldaat worden.
Wat is er aan de hand ? - De Duitsers rukken op.
We hebben versterking nodig.
Vraag eens of ze wat zeep voor ons hebben van Sunlight. En cornedbeef.
Geen corned beef, ta nte.
Het is oorlog.
Je hoort het. Ren maar naarje lieve tante.
Precies. Je tante zal je wel verwennen.
Ze legtje aan de borst.
Richard, wat doe je nou ?
Oké, jongens, rijden maar.
Je jaagtjezelf de dood in, Richard. Denk aan je moeder.
Ik breng wat cornedbeef voorje mee.
Wat is er aan de hand ? - Ze vielen ons aan bij de rivier.
Ze hebben ons in de pan gehakt.
Hoe maakt compagnie B het ? - Er zijn zware verliezen.
Kapitein Jackson is dood.
Het zag er niet fraai uit. - Krijgen we luchtdekking ?
Ja, die kan elk moment komen.
Wil je wat kauwgom, Belg ?
Vooruit, neem maar wat.
Ik dacht het al. Die Belgen pakken alles watze kunnen.
Maakje geen zorgen om Richie. Hij gaat mee naar het front.
De Duitsers hebben mijn huis gebombardeerd.
Zet de wagen stil.
Eru it.
Dat is niet nodig, sergeant.
Die Belgen hebben mooi afgewacht tot de Amerikanen kwamen
met hun chocola en hun eten.
Laat hem maar tegen de Duitsers vechten, maar niet in deze compagnie.
Donder op, knul. Wegwezen.
Ik heb je niks in de weg gelegd.
Fischer, wat heb ik gedaan ? Niks. - lk kan er niks aan doen.
Smeerlappen. Vuile, rotte smeerlappen.
Varkens.
Hé, jongen.
Wat heb jij een haast.
Waar ren je heen ?
Naar dat dorp. - Thionville. Zo noemen wij dat hier.
Heb jij toevallig niks te eten ? - Nee.
Zit er niks in die zak ? - lk heb misschien wel een koekje.
Bedankt. Je bent een beste kerel.
Hoe heetje ? - Richard De Clercq.
Ik ben Alfonso.
De mooie Alfonso, zoals ze hier zeggen.
Jij bent niet van hier, hé ? - Nee, ik kom uitAntwerpen.
Ben 'ye Ne: men de Ameflkanen '2?
Nee.
Je hebt een Amerikaansjasje aan.
Mijn ouders hebben me naar mijn tante in Ourton gestuurd.
De moffen hebben heel ons appartement vernield.
Mijn grootmoeder is omgekomen.
Heb je een tante in Ourton ?
Is ze mooi ? - Ze is aloud.
Je keen Gus mrug naar Ounon '2?
Zal ik je iets vreemds laten zien ? - Wat dan ?
Kom maar eens kijken.
Kom. Kom daar maar eens kijken.
Zie je dat ?
Durfje niet ? Misschien zijn ze hier. We moeten vlug zijn.
Sergeant, wakker worden.
Goeiemorgen, kapitein.
Wie zijn jullie ? Wat doen jullie hier ?
We zijn vrienden, m'n beste kapitein.
Hutch.
Christen. Waar zijn jullie ?
Robin. Kulprin.
Rotzakken.
Waar zijn de soldaten heen ? - Geen idee.
Hoezo, geen 'nee '2 W aar iiyn miyn vflenden '2?
Wat zegt de kapitein ? - Waar is die kapitein ?
Verdomme. De pot op, allemaal.
Verdomme. De pot op, allemaal.
O'Connell, vuile smeerlap. Luitenant ?
We vinden de Amerikanen wel. lk zal je helpen.
Lieve help.
Ja ? - lk moet mijn compagnie vinden.
Ik heb deze motor nodig. Begrepen ?
Goeiemorgen, meneer de burgemeester. - Goeiemorgen, Alfonse.
Wasm? - W e hebben daze mow nocfig.
Dat kan me niks schelen. Dat gaat niet.
Ga van die motor af. Het leger betaaltje terug.
Die motor is heel belangrijk voor mij. Deze mevrouw is mijn zus.
Ze is heel ziek geweest. Ze is geopereerd aan haar nieren.
Haal je moeder eruit. - Hij is zenuwachtig.
Wil je dat ik schiet ? lk heb haast.
Gaat het, Marguerite ?
Ik ben de burgemeester. - Wegwezen.
Dan bent u bevriend met de moffen. Wees blij dat hij u niet neerschiet.
Donder op. - Hebt u pijn, mevrouw ?
Het is ongelooflijk. Dit gaat te ver.
Je moet hier drukken. - Dat weet ik ook wel.
Dat gaat zomaar niet.
Vertel me eens...
Hoe heetjij ? - Mike Harrison.
35ste divisie. Compagnie F. Oké ?
Tot ziens, maatje.
Hé, soldaat. Soldaat.
Ik ga metje mee. Jij bent moe. lk zal rijden.
En ik spreek Frans.
Sneller. Gas geven.
Aan de kant. Sneller. Ze komen snel dichterbij.
Hou vast.
Je mag pas schieten als ik hetzeg.
Bu kken.
Kom mee.
Zijn hier Duitsers ? - Duitsers ?
Jeannette.
Geen Duksers '2 - Gee“ Duksers.
We willen iets eten. - Nu meteen.
Doe de deur dicht, verdomme.
Wil jij er ook een ? - Nee.
Hoe hem Xi; '2?
Begrijp je me niet ?
Ik, Jeannette.
Wat een dommerik.
Hij begrijpt er niks van.
Hij ziet er wel heel aardig uit.
Ja, het is een mooie jongen.
Wat staan die twee daar te lachen ? - Geen idee.
Ik vind die andere leuker.
Want op mijn leeftijd kun je die jongelui niet meer bijhouden.
Schaam je je niet ? Op jouw leeftijd... - Opa is boos.
Ik ben dol op hooi.
Ik was ooit een meisje aan het beffen
en ik gleed van haar af. Toen was ik aan de matras aan het likken.
Ik merkte het niet eens. Het smaakte net als stro.
Stil, jongen.
Die vrouw vindtjou wel aardig.
Ze zei datjij een man naar haar hart was.
Heeft ze dat gezegd ?
2e denken dank een Amerkaan ben
en het meisje zei datze met mij wou neuken.
Mike, luister eens. Luister.
Wakker warden. Vooruk.
Vooruit, bedekje.
Amerikanen, waar zijn jullie ?
Waar zijn jullie ?
Jullie moeten weg. Als de Duitsers je vinden, steken ze de schuur in brand.
Ze steken alles in de fik. Je moetweg. - Natuurlijk, lieverd.
Jullie moeten allebei weg.
Je wilt heus niet dat we weggaan, hé.
Wil je niet vertrekken ?
Nee, nee.
Wens-.
Nee.
Maak datje wegkomt.
Waarheen ? - Ga een ommetje maken.
Wegwezen.
Rot op.
Hier. Hier ben ik.
No comments yet. Be the first to leave one.