نخستین 200 خط.
ALGEMENE RECHTBANK
Goed werk.
Je hebt het voor elkaar gekregen.
In deze ingewikkelde zaak gaat het om moord met voorbedachte rade.
Dat is het ergste waarvan iemand kan worden beschuldigd.
U hebt de getuigen gehoord
en uitgelegd gekregen wat de wet is.
Nu is het uw plicht te beslissen wat waar en niet waar is.
Eén man is dood. Het leven van een ander staat op het spel.
Als het mogelijk is dat de beklaagde niet schuldig is,
dient u hem vrij te spreken.
Als u niet aan zijn schuld twijfelt, dient u hem met een gerust geweten
schuldig te bevinden.
Maar wat u ook beslist, de uitspraak moet unaniem zijn.
Mocht u de beklaagde schuldig bevinden,
dan heeft een verzoek om genade geen zin.
Dan kan ik alleen maar de doodstraf uitspreken.
U hebt een zware taak te vervullen. Dank u, heren.
De extra juryleden mogen gaan.
De jury trekt zich nu terug.
Kauwgum? -Nee, bedankt.
Dit ding doet 't niet.
Ik help wel even. -Hupsakee.
Ik heb vanochtend het weerbericht gebeld.
Dit wordt de warmste dag van het jaar. Hadden we maar airconditioning.
Wat is uw naam? -Die, ja.
Bedankt. Oké heren, iedereen is er.
Als u iets nodig hebt, hoeft u maar te kloppen. Ik sta voor de deur.
Ik heb nooit geweten dat ze de deur op slot doen.
Natuurlijk gaat die op slot. Wat dacht u dan?
Het is gewoon nooit bij me opgekomen.
Wat zijn dat? -Stembriefjes.
Goed idee. Dan kunnen we hem uitroepen tot senator.
Wat vond u ervan? -Ik vond het wel interessant.
Oja? Ik viel bijna in slaap. -Ik was nog nooit jurylid geweest.
Nee? Ik al heel vaak.
Die advocaten kletsen maar door, zelfs in een uitgemaakte zaak zoals deze.
Hebt u ooit zo'n gezeur gehoord? -Daar zijn ze voor.
Dat klopt. Zo is het systeem nu eenmaal.
Maar ik zou zo'n rotjoch aanpakken voordat ie het verkeerde pad opging.
Dat zou een hoop tijd en geld besparen. Laten we beginnen.
Iedereen heeft vast wel wat anders te doen.
Laten we beginnen met een korte pauze. Er is iemand naar de wc.
Gaan we op volgorde zitten?
Dat lijkt me wel een goed idee.
U zit op mijn plaats. -Pardon.
Geeft niet.
Geen slecht uitzicht, hè?
Wat dacht u ervan? Ik vond het heel boeiend.
Geen saaie momenten.
We hadden geluk dat het een moord was. Ik had op een inbraak gerekend.
Die kunnen me toch saai zijn.
Is dat het Woolworth-gebouw? -Dat klopt.
Ik woon hier m'n hele leven al, maar daar ben ik nog nooit in geweest.
Er zat een hoop onzin bij, zoals dat smoesje van die bioscoop.
En dat verhaal over dat mes dan?
Dachten ze nou echt dat we daar in zouden trappen?
Dat kun je verwachten van dat soort tuig.
Daar hebt u gelijk in.
De claxon doet het goed. Hoe zit het met de koplampen?
Bent u verkouden? -Niet zo'n beetje ook.
Mijn neus doet er pijn van. Kent u dat?
Nou en of. Ik ben er net overheen.
Meneer de voorzitter, aan de slag. -Hij is nog steeds op de wc.
Is er nog nieuws? Ik heb geen tijd gehad om de krant te lezen.
Ik keek even naar de beursnoteringen.
Bent u aan de beurs? -Ik ben effectenmakelaar.
Ik heb een koeriersdienst.
Op Uw Wenken, heet het.
Een ideetje van m'n vrouw.
Er werken 37 mensen voor me. Ik ben met niets begonnen.
Oké heren, laten we plaatsnemen.
Dan is het zo gepiept. Ik heb kaartjes voor de wedstrijd van vanavond.
De Yanks tegen Cleveland. Medjelewski speelt mee.
Een beer van een speler.
Wat kan die slaan, zeg.
U bent een echte honkbalfanaat. Hoe gaan we zitten?
Op volgorde van jurynummer, lijkt me.
Een, twee, drie en zo rond de tafel. Bent u het daarmee eens, heren?
Wat maakt het nou uit? -Het lijkt mij geen slecht idee.
Laat nou maar. -Dat is twaalf.
Wat dacht u van de openbare aanklager?
Pardon? -Ik vond hem enorm scherpzinnig,
zoals hij alle punten een voor een in logische volgorde afhandelde.
Ik was erg onder de indruk. -Hij was heel vakkundig.
En hij was zo gedreven.
Kan iedereen even stil zijn? Hallo?
We willen graag beginnen.
Die meneer bij het raam.
We willen graag beginnen. -Neem me niet kwalijk.
Die knaap maakt zo z'n vader van kant. -Je hoort het voortdurend.
Ze laten hun kinderen maar raak doen.
Misschien was het z'n verdiende loon.
Zijn we er allemaal? -Die ouwe is naar de wc.
Kunt u even op de deur kloppen?
Bent u ook voor de Yankees? -Nee, voor Baltimore.
Baltimore?
Dan loopt u zeker graag met uw hoofd tegen de muur?
Die hebben toch niemand? Alleen goeie veldspelers.
We willen graag beginnen. -Sorry, heren.
Ik wilde u niet laten wachten. -Baltimore?
Even uw aandacht, alstublieft. Zeg maar hoe u dit wilt aanpakken.
Ik ga geen regels opstellen.
We kunnen er eerst over praten en dan stemmen.
Dat is een manier. Of we kunnen meteen stemmen.
Meestal wordt er eerst gestemd.
Goed idee. Wie weet kunnen we er gelijk vandoor.
Prima. We hebben hier te maken met moord met voorbedachte rade.
Als we de beklaagde schuldig bevinden, gaat hij naar de elektrische stoel.
Zonder pardon.
Daar zijn we ons van bewust. -Kom maar op.
Is er iemand die niet wil stemmen? -Nee, hoor.
Vergeet niet dat het een unanieme beslissing moet zijn.
Zo staat het in de wet. Klaar?
Steek uw hand op als u denkt dat hij schuldig is.
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven,
acht, negen, tien, elf.
Elf stemmen voor schuldig.
Wie denkt dat hij niet schuldig is?
Eén.
Elf voor schuldig, één voor onschuldig. Nu weten we waar we aan toe zijn.
Er ligt altijd wel iemand dwars.
En nu?
Nu praten we erover. -Allemachtig.
Denkt u echt dat hij onschuldig is?
Geen idee. -U hebt het proces bijgewoond.
We weten allemaal hetzelfde. Die knaap is bloedlink.
Hij is pas 18. -Dat is oud genoeg.
Hij heeft zijn eigen vader doodgestoken.
Dat is tijdens het proces ruimschoots bewezen.
Moet ik het voor u herhalen? -Nee.
Wat wilt u dan? -Ik wil er gewoon over praten.
Wat valt er te praten? Elf van ons achten hem schuldig.
Daar twijfelden we niet eens over.
Ik wil u iets vragen. Gelooft u zijn verhaal?
Dat weet ik niet. Misschien niet. -Waarom wilt u hem dan vrijspreken?
U bevond hem allemaal schuldig.
Ik kan zo'n jongen niet zomaar ter dood veroordelen zonder erover te praten.
Wie zegt dat ik er licht over denk? -Niemand.
Omdat ik zo snel heb besloten? Ik denk echt dat hij het gedaan heeft.
Ik bedenk me niet, al praat u nog zolang.
Ik probeer u niet om te praten.
Maar er staat een leven op het spel.
Stel dat we het mis hebben? -Stel dat dit gebouw instort.
Zo kun je wel aan de gang blijven. -Precies.
Wat geeft het hoelang we erover doen? Dat doet er toch niet toe?
Laten we een uur de tijd nemen. De wedstrijd begint pas om acht uur.
Wie heeft daar iets op te zeggen? -Ik wil best even blijven.
Ik heb gisteren toch iets leuks gehoord. -Daar zitten we hier niet voor.
Waar zitten we hier dan wel voor?
Dat weet ik niet. Misschien wel voor niks.
Die jongen heeft zijn hele leven op de schopstoel gezeten.
Opgegroeid in een achterbuurt, jong z'n moeder verloren.
Hij heeft een tijd in een weeshuis gezeten,
omdat zijn vader in de gevangenis zat.
Dat is geen goeie start in het leven.
Hij is kwaad op de wereld. En waarom?
Omdat hij elke dag een klap op zijn kop krijgt. Een rotleven.
We zijn het de stakker verplicht even over zijn lot te praten.
We zijn hem niks verplicht. Hij heeft een eerlijk proces gekregen.
Hoeveel denkt u dat zo'n proces kost? Hij mag van geluk spreken.
We zijn volwassenen onder elkaar. We hebben de feiten gehoord.
U maakt mij niet wijs dat hij eerlijk is. We weten wat voor 'n type het is.
Ik zie ze m'n hele leven al om me heen.
Ze zijn niet te vertrouwen. Het zijn geboren leugenaars.
Wat een onnozele opvatting. -Hoor eens even…
Hebt u soms een monopolie op de waarheid?
Deze meneer moet het een en ander worden verteld.
Hou uw preek maar voor u.
Kom op, we moeten verder.
Rice Pops. Een van de producten waar ik aan werk.
"Het ontbijt waar u baat bij hebt."
Die slogan is van mij. -Bekt lekker.
Mag ik even? -Sorry, ik teken altijd.
Dan kan ik beter denken. -We hebben het druk.
Zo komen we hier nooit weg.
Misschien kan degene die het niet met ons eens is, uitleggen waarom.
Misschien kunnen we u dan laten zien waar u verkeerd gaat.
Ik heb misschien een goed idee.
Volgens mij is het onze taak om deze meneer ervan te overtuigen
dat hij het bij het verkeerde eind heeft. Als we nu allemaal even de tijd namen…
Het was maar een ideetje. -Nee, goed idee.
Zullen we de tafel rondgaan?
Gaat u maar eerst.
Het is moeilijk onder woorden te brengen.
Volgens mij is hij gewoon schuldig.
Dat dacht ik meteen al. Niemand heeft het tegendeel bewezen.
Dat hoeft niet te worden bewezen. Zijn schuld moet worden bewezen.
Volgens de grondwet hoeft de beklaagde zijn mond niet open te doen.
Dat weet ik wel, maar ik bedoel...
Hij is gewoon schuldig. Iemand heeft het hem zien doen.
Ik zal u zeggen hoe ik erover denk. Ik ben volledig objectief.
Ik wil het puur over de feiten hebben.
Feit nummer een.
Onder de kamer waar de moord is gepleegd, woont een oude man.
Op de avond van de moord hoort hij om tien over twaalf een ophef.
Het klinkt alsof er wordt gevochten.
Hij hoort hem schreeuwen "Ik vermoord je".
Eén seconde later hoort hij een bons.
Hij holt naar de deur, doet de deur open en ziet hem de trap af rennen.
No comments yet. Be the first to leave one.