نخستین 200 خط.
Is dat hem?
Ja, hij is het. -Ze zullen geen gerechtigheid meer zoeken.
God zal het me vergeven.
Hoe kan ik je bedanken, neef? -Je had het voor mij ook gedaan.
Ga.
Wacht.
Ik ben niets verschuldigd. En m'n gezel is dood.
Alles had twee nachten geleden afgelopen moeten zijn.
Is het waardig om niet te vechten voor je dierbaren of anderen ervoor te betalen?
Dank je wel. -Leg het op de grond.
Waar droog je de eikenbladeren in de wind?
Achter de schuur, zoals altijd.
Toen ik jong was, heb ik vaak de fout gemaakt om ze in de wind te drogen.
Hoe is het met de tarwe? -Die zal net als vorig jaar worden.
Hij zal mooi zijn. Hij is toch altijd mooi geweest?
De alfalfa doet het ook goed. Die zal hoog worden.
Uitstekend.
Als het langer blijft regenen…
…moet de wijze niet langer dan twee dagen in de modder blijven.
En niet meer dan drie dagen buiten.
Vergeet God nooit.
Alles is in de natuur.
En God is de natuur. -Ik weet het.
Pater Gilles wil zwavel voor z'n huid.
Heb je vrouw lief en bewaar je geheimen voor je kinderen.
Als je je broer op een dag ziet…
…bedank hem dan voor z'n vertrek.
Ik had graag met m'n hand door z'n haar gestreken.
De priester is hier.
De profundis, deum absolutus dominum.
In nomine patris…
…et filii…
…et spiritus sancti.
Amen.
Je moeder was een goed mens. Ik leef nog, omdat zij me heeft genezen…
…van die ziekte die m'n maag opvrat. -Ik weet het.
Ze bedankte God omdat hij haar de gave schonk om te genezen met planten.
Waarom begraaf je haar niet bij de kerk?
Moeder wilde naast haar tweeling liggen. -Begrijp ik.
Ik had ze eerder moeten afsnijden. -Ik durfde het niet.
Het regende te hard.
Het was geen goed jaar.
Niemand komt ooit van die kant.
Ben jij de zoon van Cantien?
We komen voor je moeder.
Ze is dood.
Altijd pech.
Ze zou geheime geneeskrachtige brouwsels kennen.
Planten zijn ons enige medicijn.
O ja? 50 km verderop zagen we iemand die geneest via aanrakingen…
…en zieken dierlijk vocht toedient. Hij overleefde het niet.
Ik bedoel de genezer.
Heeft je moeder haar geheimen aan je doorgegeven?
Hoe erg is z'n koorts?
Hij heeft de 'minnaarsziekte'. Z'n lendenen gloeien.
Ik kan niet z'n penis kalmeren.
Genees hem. We zullen je betalen.
Ga naar de stal, kinderen. Vlug.
Keer me niet je rug toe. Ik wil zien wat je doet.
Ik meng alleen de kruiden.
Meer heb ik niet over.
Twee maal daags. Is de koorts na een week niet weg, ga dan naar 'n arts in Toulouse.
Om 'm af te snijden?
Toulouse is zes dagen te paard. Dan sterft hij onderweg.
Als je medicijn hem niet geneest, dan kom ik terug.
Betaal hem.
Ik beloofde te betalen en dat heb ik gedaan. Geld was niet de afspraak.
Nog één keer gillen en ik steek je.
Goed zo.
Laat me met rust.
Jij kreupel, ik gebocheld. We zijn hetzelfde.
Ik wil weten hoe het is met een kreupel meisje. Vooruit.
Til op.
Hilde.
Hilde.
Laat hem maar.
Mama, kom eens.
Wat is er?
Ga naar buiten.
Arnaud.
Je hebt drie dagen en drie nachten geslapen.
Waar ga je naartoe?
Hier is geen weg.
Je zou in de lente betalen. -Eén hebben we al betaald.
Doet er niet toe. Van de twee geiten is één niet betaald. Ik neem ze terug.
Waar is de andere? -Dood. Die was ziek toen je haar verkocht.
Ze mankeerde niks.
Waar is Arnaud? Verstopt hij zich?
Bij de lente hoort ook het einde ervan. We betalen met hooi.
Hou op met die raadsels over het begin en eind van de lente. Lente is lente.
Je moeder heeft haar schulden betaald, hè? Ik kom nog terug.
Dit kan zo niet.
De soep staat bij het vuur. Ik heb brood gemaakt.
Ik ben snel weer terug.
Kom mee.
Kijk eens wat een hoop varkens.
Wil jij dit ook, varkentje?
Voor je been. Arnaud maakte het vlak voor… -Doe geen moeite.
Ik geef je kinderen te eten.
Je man heeft mij geholpen, dus ik help jou. Dat zou God willen.
Is het huis van je neef hier ver vandaan? -Achter de rivier.
Sinds de dood van z'n ouders woont Ademar alleen.
Ken je hem? -Nee. Maar ik heb hem nodig.
Wie ben jij? -Guillemette, de vrouw van Arnaud.
Jij zou z'n broer Thomas kennen. -En wat dan nog?
Z'n moeder is dood en z'n broer ziek. Zou jij hem kunnen vinden?
In Montanieu vochten we aan dezelfde kant, maar ik ken hem niet echt.
Weet je dat je een kromme pijl niet kunt vertrouwen?
Waarom zeg je dat?
Thomas ontvoerde een vrouw met kind en doodde hen.
Dat beweren we in Toulouse.
Daar hoef je hem niet te zoeken. -Klopt. Hij kan overal zijn.
Het kan dagen duren om hem te vinden. -Weet ik.
Neem dit.
Dat is te weinig. -Meer heb ik niet.
Wel waar. Je hebt ook dit.
Neem het geld aan. Ik ben mank. Een manke is vast niks voor jou.
Een man als Thomas vinden is niet makkelijk. Ik eis vooruitbetaling.
Ik zoek een zekere Thomas.
Thomas? Een man met een litteken?
Zoals het mijne, maar op een betere plek? -Inderdaad.
Ik wil je geitenkaas niet. Die maakt mensen ziek.
Ik herinner me hem. Hij vroeg me op z'n paard te passen.
Het eet al m'n haver op. Als hij over een maand niet terug is, is het van mij.
Uiteraard.
Als hij terugkeert, zeg dan dat z'n moeder dood is en z'n broer hem nodig heeft.
Als hij terugkomt, doe ik dat.
Hé, smeden. Klaar met jullie werk? M'n kleine strijder wacht.
Nee, dat is te weinig.
Wacht op me.
Ben jij Ademar uit Moteron? -Ja.
Ben je inderdaad een goede boogschutter? -Hoezo?
Zie je die vrouw daar?
Haar man is ontvoerd bij het kasteel, door bandieten.
Als je me helpt hem te vinden, delen we de beloning.
Allebei de helft en voer voor m'n paard.
Nog steeds pijn? -Ja, ik heb je moeders medicijn nodig.
Roep Arnaud.
Hij is er niet. -Waar is hij dan?
Geen idee.
Ik maak een tijminfusie voor u. Die helpt.
Hij is in elkaar geslagen door bandieten. Sinds die dag herkent hij me niet meer.
Guillemette zei dat je ziek bent…
…en dat je je niets herinnert.
Ben je ook je stem kwijt of wil je gewoon niet praten?
Kijk je naar m'n kap?
Toen ik je doopte, was ik net in het dorp aangekomen. Je piste op me.
Later heb ik het huwelijk van jou en Guillemette voltrokken.
Waar zijn je kinderen? -Een ander zorgt voor ze.
En Arnaud?
Wat zoek je?
Eikenbladeren. -Waarvoor?
Een infusie.
Ik ben Thomas.
Ik ben Guillemette, de vrouw van Arnaud.
Ga naar binnen.
Ik ben het. Thomas.
Je broer.
Je verwondde me met je kruisboog toen ik je leerde schieten.
Hier.
Ik zei de dochter van de oppas dat ze jou haar kont moest laten zien.
Weet je nog?
Heb je Arnaud gezien? -Sinds de avond niet meer.
Heb je wijn? -Op tafel.
Lekkere soep. Smaakt net als die van moeder.
Ze heeft me leren koken.
Maar ze leerde me niets over medicijnen.
Oude vrouwen willen geen mooie schoondochter.
Wat doe je als z'n geheugen niet terugkeert?
Ik dacht dat je dat wist. Niet dus.
Ik weet niets van medicijnen.
Ik vertrek morgen.
Neem de sterkedrank maar mee. Staat in de schuur.
Laat haar niet ontsnappen.
Vooruit, pak haar maar.
Heb je haar goed vast?
Zet haar op de muilezel.
Wat doe je? De afspraak was toch het eind van de lente?
Dat zei jij. Ik zei het begin van de lente.
Wat gebeurt er dan?
Het is nu lente, dus krijg ik een geit van haar.
De dode is betaald. De andere zouden we betalen als de tarwe rijp is.
Hoeveel kost ze?
De prijs? -Hoeveel?
Tien kronen.
Hier heb je er vijf. De rest einde lente.
Ik breng de geit op de eerste zomerdag terug.
Hierin staat hun schuld. -Is het waard om ervoor te sterven?
Dood je me voor vijf kronen? -Ik ben degene die wordt opgelicht.
Als je me verwondt, dood ik je.
Vijf kronen, eerste dag van de zomer.
Dank je wel.
Heb je dit gezien? Ik dacht dat ze alleen in kerken bestonden.
Ja, en?
Als de koopman boeken heeft, dan misschien ook om ziektes te genezen.
Moeder had nooit boeken. Ze leerde alles van vader.
Stel dat zo'n boek bestaat. -Dan is 't van mensen met macht en kennis.
Kun jij lezen?
Je gaat weg en laat me achter bij Arnaud, die zelfs z'n naam is vergeten.
Er zijn plaatsen waar ziektes met kruiden worden behandeld.
No comments yet. Be the first to leave one.