نخستین 200 خط.
"Als we moeten vechten en bloedvergieten, laat het dan voor onze goede zaak zijn.
Vrijheid is dan goedkoper dan onderdrukking."
Friedrich Schiller, Wilhelm Tell
Drie dagen geleden was mijn ziel vrij van moordlustige gedachten.
ZWITSERLAND, 1307
EUROPA IS IN CHAOS EN OP DE RAND VAN OORLOG
Als motten in het licht snellen we de oorlog tegemoet.
Onze toekomstige daden zullen met bloed doordrenkt zijn.
Ik had mijn rekening met de Hemel vereffend...
...en zocht een vredig leven.
Mijn kruisboog was in ruste.
Maar de vredige scheidslijn is broos.
We gaan voorwaarts, en bemoeien ons met onze eigen zaken...
...maar soms word je gedwongen te veranderen.
De tijd is voorbij.
Ik heb weer iemand gedood.
En nu is mijn doel... vergelding.
Wraak mijn handelswijze.
DRIE DAGEN EERDER
Goedemorgen, vader.
Klaar voor de jacht? -Uiteraard. Met de nieuwe boog?
Kom hier.
Snel!
Oostenrijkers!
Wolfshot...
Zijn belastingen zijn heftig en mijn beurs is leeg.
Ga door.
Ik kom snel terug.
Je echtgenoot, waar is hij?
Aan het werk.
Beetje te weinig.
Niet genoeg.
Dus?
Het gaat zo regenen en we hebben onderdak nodig.
Maak wat te eten voor mijn mannen en zet voor mij een bad klaar.
Snel en netjes, mijn zoon.
We zijn jagers, geen wildemannen.
We leren van onze fouten.
Er komt een storm aan.
Laten we beneden in het dorp schuilen.
Hij moet hier ergens zijn!
Baumgarten!
Zoek overal!
Zoek daar beneden.
De wind is te sterk. Breng de boten aan land.
Nog iets meer!
Bedankt, vriend. Op weg naar huis?
Ja... is alles nu veilig?
Dan zeg ik goeiedag. -Goeie reis.
Let op de vangst! -We gaan.
Help! Ze zitten achter me aan!
Ik heb deze boot nodig!
Wie ben jij?
Ik heb die boot nodig! Help me!
Help me dan!
Geen mens kan tegen deze storm in roeien.
Ik heb geen keuze. -Dat wordt je dood. Vanwaar de haast?
Ik ben ook dood, als ze me vinden. -Wie achtervolgt je dan?
De manschappen van Wolfshot.
Wie ben je? -Baumgarten. Ik ben een boer.
Je bloedt.
Ik heb 'm te grazen genomen. -Wie?
De Wolfshot. De belastinginner.
Dan ben je gek.
Hij verkrachtte en doodde mijn vrouw, dus nam ik bloedig wraak!
Nu zitten zijn mannen me op de hielen.
Alsjeblieft! Ik smeek jullie!
In Godsnaam, help me.
Ik help jou niet, want dan komen de Oostenrijkers ook achter mij aan.
Ik heb kinderen. -Wat dacht je van mij?
Ik heb ook vrouw en kind.
Geen mens kan in dit weer de boot alleen besturen.
Vertrouw op God en help deze man.
Jij vaart net zo goed als ik. Ga je gang!
Mijn lot ligt in uw handen. Alsjeblieft...
Vader, de wind is te heftig.
Ik smeek je.
Ze zijn dichtbij. Als ze hem hier bij ons vinden, zijn we allemaal dood.
...verbrand alles, Tell!...
Ik breng hem wel naar de overkant. -Bedankt...
Ga snel naar je moeder.
Ik heb paarden nodig bij Ingenbohl. Bij de waterval. Zeg dat ik van 'r hou.
Vooruit!
Ik doe wat u zegt, vader. Veel geluk!
Stop! In naam der wet!
Iedereen naar binnen! Snel!
Deuren dicht!
Waar is hij? -Wie?
Waar is hij? -Wie?!
Wij betalen keurig belasting! De Stadhouder heeft zijn deel al!
Zet het dorp in brand!
OOSTENRIJK KASTEEL HABSBURG
Waar is hij vermoord? Welk district? -Op een boerderij in Unterwalden.
Zo'n man kwijtraken is onzorgvuldig. -Het was zijn eigen schuld. Hij was dom.
Hij was ónze man, die belastingen inde. Onaantastbaar dus.
Aanvaard uw lot en versterk uw positie, Gessler.
Laten we behoedzaam optreden.
'Behoedzaam'? We onttrekken rijkdommen aan dat land.
Wees genadeloos. -Mijn Heer...
Verwoeste aarde zal nooit meer bloeien.
Grijp de moordenaar en leer die Zwitsers een lesje.
Deze moord was een misdaad, maar biedt ons ook een kans.
We hebben het volste recht om ons met geweld te verdedigen.
Onder het mom van 'gerechtigheid'.
In oorlog is er geen gerechtigheid.
En daar leidt dit toe. -Maar willen we oorlog?
Zwitserland wordt omringd door bergen.
Een natuurlijke verdedigingslinie. Lastig om van buiten aan te vallen.
We moeten het controleren...
...en de Zwitsers domineren...
...van binnenuit.
Wat moet ik toch met jou?
Middenin die storm.
Ben je gek of zo?
Is dat hem?
Een wonder dat je kon ontsnappen.
Dacht je niet aan je vrouw en kind? -Juist wel, daarom redde ik deze vader.
Hij trotseerde het meer, en daar dank ik hem voor.
Hij staat altijd voor anderen klaar...
...maar wie komt ons ooit helpen?
Laten we hopen dat we nooit hulp nodig hebben. Jij hebt mij.
Geef hem het paard mee, dan gaan we weer.
Dus?
Ik moet hem in veiligheid brengen.
Een held én een dwaas.
Je hebt onze vrede verstoord.
Moge God je vergeven.
Ik kom snel weer terug. Op tijd om de geiten te voeren.
Ga nou maar.
Ik heb een vriend in dit district, een edelman.
We vochten samen in het Heilige Land. Hij laat je wel onderduiken.
Vrouwe Bertha?
Gessler?
De koninklijke grandeur straalt van u af. Hij is vast trots op zijn nichtje.
Naar verluidt verdient de koning geld in Zwitserland, maar verliest hij hun harten.
Geen winst zonder verlies. Goed en kwaad gaan samen.
Onnodig bloedvergieten kent geen triomf.
Vergeet niet dat ik Zwitsers bloed heb.
Het lot van onze landen is verbonden.
Hopelijk geldt dat ook voor ons?
Goeiedag, Mijn Heer.
Hij maakt me woedend.
De koning ziet voordeel in jullie samen- zijn, en u kunt maar beter luisteren.
Vergis u niet in zijn doel. Hij houdt niet van me, hij heeft me nódig.
Nichtje, de koning wenst u te spreken.
Je bent waarlijk mijn broeders dochter, met een even sterke wil.
Breng tijd door met Gessler. Jaag, praat, leer.
De aantrekkingskracht komt vanzelf. -Nee, ik smeek u.
Je bent een Habsburg en zal een Oostenrijker trouwen.
Mijn moeder was Zwitsers. -En je vader was 'n Oostenrijker.
Jammer dat je een vrouw bent. Je zou nuttig zijn in de strijd.
Maar je zult van nut zijn in het huwelijk.
Mijn Heer...
ZWITSERLAND KASTEEL ATTINGHAUSEN
Rudenz!
Wapenrusting op orde, met alle pracht en praal.
Ben je op de Oostenrijkers uit, jongen? -Oom...
Wat wenst u?
Voor je vertrekt, deel een oude gewoonte met me. Loop even mee.
Ooit was ik bij hen, in het veld en woud...
...en hield ik hun werk scherp in het oog.
Mijn banier leidde hen in de strijd.
Nu kan ik slechts toekijken.
Aldus ga ik, in steeds kleiner wordende cirkels...
...het laatste hoofdstuk tegemoet...
...waar al het leven uiteindelijk eindigt.
Ik ben een schaduw van mezelf.
Binnenkort ben ik nog slechts een naam.
Kom!
Kom, Rudenz.
Welnu...
Je kent onze gelofte.
Eén beker, één hart.
Eén beker, één hart!
Rudenz?
Ik moet gaan. -Wacht!
Laat ons alleen.
Waarom toon je je eigen mensen zo weinig respect?
Je weet dat ze lijden onder het Oostenrijkse juk.
Waarom beledig jij hen dan nog meer door de beker te weigeren?
Weet u hoe de Oostenrijkers ons noemen?
'Boeren edelen...'
We kunnen ons er maar beter bij neerleggen. Voor ons eigen bestwil.
Nee! Sluit je ogen niet voor de behoeften van je volk.
Ons volk moet zich onderwerpen aan de Oostenrijkse vorst.
De wereld is van hem, Oom.
De markten, de rechtbanken, de wegen.
We kunnen ons niet beschermen tegen zijn groeiende macht.
Waar leer je zulke dingen?
Rudenz, ik heb geen zonen...
...ooit is dit allemaal van jou. -En wat zal ik dan zijn?
De heerser over een herdersras?
Triviale ruzies oplossen tussen herders uit Schwyz en Unterwalden?
Je hebt je overduidelijk door de vijand laten verleiden.
Niks verleiding, ziet u dat niet?
Hier ben ik niets, maar daar...
Als onderdeel van Oostenrijk, kan ik écht iemand zijn.
De belastinginner was wreed en verdiende te sterven.
Accepteer deze belasting niet.
Geduld, Gertrude. Die Oostenrijkse bezetting duurt nu niet lang meer.
No comments yet. Be the first to leave one.