نخستین 200 خط.
Ik genoot van het geluid van de trein die me wegvoer…
…van mijn oude provinciestad, van mijn kantoor, mijn vrienden,
richting noordelijke landen. Richting Zweden.
Ik ging voor het eerst naar het buitenland…
…en voor het eerst verliet ik mijn vrouw voor een lange reis.
Ik had een slechte start…
…vanwege een stomme zin die mijn vrouw…
…de avond tevoren las in een reisgids die ik had gekocht.
Meisjes zullen je nooit vragen wie je bent,
hoe oud je bent, of je een vrouw en kinderen hebt,
ze zullen je geen domme vragen stellen.
Een van hen neemt je bij de hand en voert je mee naar haar kamer,
ze steekt twee kaarsen aan, stil zal ze in je ogen kijken…
…en in haar diepe en mysterieuze blik…
…besef je dat je voor dit moment nooit een gelukkig man was.
Terwijl ik 's nachts sliep, reed de trein…
…door Zwitserland, Duitsland en een deel van Denemarken.
Alles was anders, het landschap, de taal,
zelfs de gezichten van mannen.
Zweedse mannen stapten op de trein in Kopenhagen.
Wat zei de reisgids over hen?
'Ze zijn aardig, stil…
…en erg verlegen.
Ze blozen wanneer je naar ze kijkt.
Stel ze geen vragen over hun vrouwen.
Je bent een buitenlander en ze weten dat je ze niet kan verstaan.
Maar wil je het geheim weten over dat land,
praat dan met een vrouw. Voor haar ben je geen vreemdeling…
…maar gewoon een man.
Ze zal je bij de hand nemen,
ze zal je naar haar kamer voeren,
ze zal twee kaarsen branden…
Staat u mij toe?
Dank u. -Alstublieft.
Ah.
Spreekt u Italiaans? -Nee.
Frans? -Nee.
Mag ik? -Ja.
Stil zal ze in je ogen kijken…
…en in haar diepe en mysterieuze blik…
…besef je dat je voor dit moment…
Dank u.
De coupés waren leeg.
De reizigers waren verdwenen.
Waar was ik?
De trein stopte in de buik van een schip.
Treinstellen waren met kettingen vastgelegd.
En toen besefte ik dat ik op de veerboot was…
…die me vanaf de Deense kust naar Zweden bracht.
To be or not to be? That is the question.
Of het nobeler is om te lijden…
…onder alles wat het wrede lot je aandoet…
Het kasteel van Hamlet.
Of om de wapens op te nemen… -Het kasteel van Hamlet.
…en er al vechtend…
Te sterven, te slapen.
Te slapen, misschien wel dromen.
To be or not to be?
In het Italiaans zeggen we, Essere o non essere? Questo è il problema .
Morire è come dormire.
Dormire, forse sognare.
Ma che sogni possiamo fare quando siamo morti?
Wie weet het. Het kasteel van Hamlet.
Wat is het koud, mevrouw. -Nee.
Jawel, erg koud en nat, ik heb zenuwpijn.
Ik wil geen pijn aan mijn tand hebben. Ik ga naar binnen.
Dank u wel.
Alstublieft, een bord.
Ja…
Geen kelners?
Nee, dit is een selfservice. -Vreemd.
Is dit paardenvlees?
Het is hertenvlees.
Hert? -Ja.
Dat verteer ik niet.
Wat is dit?
Haring met zure room en ui. -Is dit slecht voor mij?
U bent niet Italiaans. -Nee.
Ik ben Duits, maar…
…ik gaf les aan de Universiteit van Turijn.
Mooi, uw Italiaans is goed.
Bent u hier voor zaken?
Nee, ik ga naar Stockholm voor de uitreiking van de Nobelprijs.
Dus ik heb de eer om te reizen met een grote persoonlijkheid.
Oh, misschien ben ik een beetje bekend in de wereld van nucleaire fysica.
Heeft u de Nobelprijs gewonnen?
Nog niet.
Er is zoveel te eten, professor.
Mag ik uw naam vragen? -Mayer.
Joods? -Ja.
Het is een eer u te ontmoeten. Mijn naam is Ferretti, Amedeo Ferretti.
Aangenaam.
Pardon, bent u journalist?
Nee, ik doe zaken in leer. Ik ga naar Stockholm voor een veiling.
Aha.
Hier zijn de garnalen.
Kan ik hier gaan zitten?
Alstublieft, gaat u zitten. -Dank u.
Professor, maakte u deze reis al eens eerder?
Ja, Zweden is van groot belang voor mij.
Waarom? Zijn er speciale redenen?
Natuurlijk. De eerste reden is dat ik van vrede hou.
En dit land heeft al minstens 150 jaar geen oorlog gevoerd.
En de tweede? -Ik heb een zwak voor Zweedse vrouwen.
Relaties met hen zijn goed.
Misschien omdat ze de enige vrouwen zijn…
…wie het gelukte om tot echte…
…en oprechte gelijkheid tot mannen te staan.
En daardoor verloren ze hun vrouwelijkheid niet?
Laten we goed eten. Ik heb honger.
Neem jij de salade? -Kijk.
Ja, het ziet er goed uit.
Wie zijn het? Zijn ze Zweeds? -Ja.
Beeldschoon. Ze zijn beeldschoon.
Prachtig.
Ze dragen laarzen.
Waar zoeken ze naar?
Ik denk naar een vrije tafel.
Maar ze zijn allemaal vrij.
Het is hier wel erg leeg.
Daar dan?
Ja, dat ziet er goed uit.
Professor,
ze gingen daar zitten.
Kennen ze elkaar?
Nee, maar ze zijn jong en willen graag gezelschap.
We moeten ook wat drinken.
Mag ik het zout?
Natuurlijk.
Dank u.
Ze zijn heel pittoresk, als ik zeggen mag.
Ze vroegen om zout.
Ze lokken hem uit.
Ja, ze nam het initiatief.
Ze doen niks, niet eens een blik.
Het is aandoenlijk.
Aandoenlijk?
Ik moet ervan huilen, professor. Ik begrijp ze niet.
Verdorie, waarom kwamen ze niet hier zitten?
Denk er niet aan.
Laten we een fles Bordeaux bestellen.
Graag, professor. Ik trakteer.
Serveerster.
Een fles Bordeaux.
Voor twee. -Ja, meneer.
Ik hou van dit land, professor!
Uw vrouw is prachtig.
Ja, weet ik.
Hier was ze 18.
Nu is ze 35.
Maar ze is niks veranderd. Ze is nog steeds hetzelfde.
Misschien is ze iets veranderd, maar wat maakt 't uit?
Als je samen oud wordt,
zie je de veranderingen niet…
…die ieder dag op onze gezichten plaatsvinden.
Voor uw vrouw zal u ook altijd jong blijven.
Ja, maar voor andere vrouwen?
Wat maakt dat uit?
Beste professor, het zijn juist andere vrouwen die onze leeftijd bepalen.
En om eerlijk te zijn, ik heb geen idee meer hoe oud ik ben.
Mag ik u iets opbiechten?
Ik ben nooit vreemdgegaan.
En als Italiaan, schaamt u zich daar een beetje voor?
Kijk, iemand vindt u interessant.
Kijkt ze naar mij?
Breng een toost uit. -Echt?
Skål.
Skål.
Professor, dit ben ik niet gewend.
Het is me nooit overkomen. Wat moet ik doen?
Niks. Ze heeft alleen laten zien dat ze u mag.
Maar dat is krankzinnig!
Het is fijn wanneer een fatsoenlijk meisje…
…direct aardig is tegen een vreemdeling.
Zag u hoe spontaan ze was?
Hoe had ik dat niet kunnen zien?
Ik hou van die duidelijkheid, die openheid…
…en eerlijke manier van communiceren.
Eerst lacht ze naar mij en dan naar hem.
Dat is nou vrijheid, nietwaar?
Kan ik deze meenemen? -Ja. Skål.
Skål. -Skål.
Pardon.
Kan ik erlangs? -Ja.
Oorlog tegen de oorlog.
Pardon.
Maar echt!
Pardon. En toen zei hij…
Mag ik?
Hey, je zit op mijn plek.
Wat doe je hier?
Ga hier maar zitten. Zo.
Zijn jullie zusjes? Alleen? Mama? Papa?
Mama is zich aan het verkleden.
Wat zeg je?
Goed zo.
Kom liefje, we gaan naar bed.
Niet huilen, je weet hoe fijn het is.
Zo. Het is al laat.
Het is bedtijd voor kinderen.
No comments yet. Be the first to leave one.