200 ensimmäistä riviä.
De Charlots en de Olympische Spelen.
Pas toch op! - Jaag je niet op. We maken gewoon plezier.
Papa! - Dat is toch grappig, niet?
Wacht, ik gooi nog verder.
Papa. papa!
Die valt niet zo gauw. - Papa!
Zal het gaan, ja?
Speel elders petanque. Vooruit!
Wie zal overmorgen de vlag dragen, wanneer de vlam voorbijkomt?
Jij! - Jij niet dus!
Wie is verantwoordelijk voor de ceremonie?
Jij! - En voor de versiering? - Jij!
En wie werkt hier? - Jij!
Toch niet. Dat is mijn zoon. Laat hem werken.
Hij is niet als die van jou met vakantie en aan het luieren.
Geef hem dus wat ruimte. - We gaan elders.
Doe dat! Ga elders spelen.
Kijk, de aanbidder van je dochter.
Appels! - Hoeveel?
Weet ik veel. Een pond. - Dat zijn dan twee appels. Genoeg?
Ja, ik ben met de brommer.
Dank u. - Ziezo.
Moet ik niet betalen? - Morgen is goed.
Goeie dag. - Goeie dag.
Nog een gedicht? - 't Zijn mijn boodschappen. - Voor mij?
Ja.
Ik hou het niet meer uit. Ik kan niet meer zwijgen.
Kan ik vijf kilo aardappelen krijgen?
Wat aardig.
Om mijn vuur te doven, boter om spaghetti te stoven.
Je gruyère maakt me horendol. En van je ansjovis sla ik op hol.
Verhoor mijn gebeden. Ik wil geld aan jouw erwtjes besteden.
Daarboven? - Ja, daarboven. - Helemaal boven? - Ja.
Extra fijn.
En melk in dozen. - Daarboven? - Daarboven.
Naar de kassa en vlug wat!
Nee, mevrouw, geen melk, maar beschuit daar beneden.
Hier is je beschuit. - Dank u.
WATER NIET DRINKBAAR!
Alsjeblieft.
2,50 in totaal. Dat is niet duur.
't Is verkeerd!
Een doos tonijn 3,50. - Er staat 3,10.
't Is net duurder geworden!
En die boodschappentas, 10 frank. - Maar die is van mij!
Goed. 12 frank dan maar.
Oei! Wat heeft die op zijn kop gekregen?
Hé, Jules. We kunnen je kleine niet opheffen.
Kom helpen!
Au!
Mijn hemd!
Mijn hemd! Nee!
Geef me mijn hemd terug!
Geef je ze nog terug. ia?
Mijn broek!
Phil, Jean. - Wat? - Breng hout. En wel nu!
Rustig aan, hè. En alstublieft zeggen.
Die daar. - Nee, die daar.
't Is zover.
Is 't klaar?
De messen.
Goed! We beginnen eraan! - Waar is de mijne?
Merkpâté geflambeerd met Armagnac aangeboden door het huis La Fugace.
Een frank 10? - Een frank 50. 't Is opgeslagen.
Kun je dit uitdoen? 't Lukt me niet.
Jean-Guy!
Bravo!
En drie plakjes ham voor ons vier.
Verloren!
Waf!
Is 't klaar? - Vooruit. We hebben toch soep.
Haal dit eruit. - Oh, wat stinkt dat!
Wat heb je gedaan? - 't Is naar de knoppen. Dat is alles.
Geef het me.
Geef haar de vrijheid terug. - Slim, hoor.
Bij de doortocht van de Olympische vlam
heb ik een vraag voor de kandidaat van vandaag.
Antwoord voor de vlam langskomt!
Wie won de 100 meter op de Olympische spelen van 1936? Haast u!
De Olympische vlam komt eraan, nog enkele meters.
Daar is ze! Daar is ze!
Brand! Water!
We hebben niets meer over om te eten.
Hallo! - La Fugace.
Ik kom eraan. - We gaan u helpen.
Pas op voor het gat! - Naar links!
Red de zuurkool!
Rustig aan.
Hij verloor een worst. - 't Was die van Jean-Guy. - 't Was zeker de mijne niet.
Ik heb echt genoeg.
En was mijn zuurkool lekker?
Die kwam niet uit blikjes.
Waarom deze eer?
't Was inderdaad met een bedoeling.
Ik wind er geen doekjes om.
Mag ik vuur? - Alstublieft.
Mijn zoon, Lucien, is knock-out.
Hij heeft zo'n buil! Hij kan niet meer werken.
En de andere jongeren van het dorp zijn met vakantie.
Niemand kan het dorp nog versieren.
En de vlam komt overmorgen langs.
En jullie zijn jong en artistiek.
Jullie kunnen me misschien helpen.
We zijn met vakantie.
Vooruit! 't Is maar voor twee dagjes.
Dat is wel twee dagen vakantie minder!
Ik zeg aan mijn dochter Délice dat ze jullie een mooie korting geeft.
Goed. Dat is interessant.
Ja, ja.
Akkoord?
Akkoord voor de decoratie.
Maar niet te modem. - Wat bedoel je met "niet te modem" '?
Lets wat iedereen begrijpt.
Geef me de hamer.
Eén, twee, drie.
Eén, twee, drie.
't Werkt niet.
Wat doe jij daar? - Ik was eerst beneden en nu ben ik boven.
Dokter.
Dokter!
Eén plakje? - Dik gesneden. - Oké.
Dat volstaat met die vlaggen. Vooruit.
Zet nu de masten.
Haal daarna het standbeeld en zet het op de sokkel.
Er is maar een exemplaar. Neem je voorzorgen.
Mag ik je ijs je eens lenen?
Je bent mooi.
Hé, Phil, kom!
Tot ziens, Lucien. - Tot ziens, dokter.
Dokter! Dokter!
Stop met bewegen! Hoe kan ik dit afwerken?
Is 't klaar? - Zijn jullie daar al?
't Is nog niet af. - Nee?
We kunnen u helpen. - Maar graag! Neem het gereedschap.
Blijf zo staan jij!
Hou die positie! Heel goed.
Wat meer slijpen.
De nek dieper uithouwen!
Goed! Echt evenwichtig! Perfect!
Heb je het niet koud?
Let eens op, jij! - Mooi zo! 't Is perfect.
Is het niet mooi zo? 't Is prachtig!
Daar drinken we op.
Mag ik iets anders doen?
Mag ik iets anders doen?
Ben je een beetje achterlijk? - Kon je het niet tegenhouden?
Wat doen we nu? -Je doet alleen stommiteiten. We moeten het lijmen.
Lucien. Je komt als geroepen. Heb je geen lijm?
Lijm. Ja. Hier.
Dat is te klein. Heb je niets groter.
Groter? Ja hier. - Aha, aan het werk!
Wat een toeval!
En ziezo!
Er ontbreekt een stukje. - Wacht.
Kom, we zoeken. - Langs daar.
Dat kunnen we gebruiken. Langzaam. Vooruit.
Perfect. - 't Is mooi zo.
't Is echt prachtig!
't Is iets wat we begrijpen.
Waarom sta je zo te kloppen? - Hij heeft zich gebogen.
Hoezo? Zich gebogen? - Wel het standbeeld.
Ik weet het niet meer. - Echt gek, die kerel.
Ik drink nog een slok wijn.
Goeie dag.
Wacht op me, papa. - 't Is perfect zo.
Eigenaardig. Het lijkt niet op de voorschets.
Je kent die artiesten. - Maar 't is niet slecht.
En 't is niet modem.
Iedereen zal het begrijpen.
Ik ben tevreden. Ik geef een rondje. - Dat is vriendelijk.
Nee, jij niet. Jij keert terug. Jullie, kom.
Tomaat, pastis, cinzano, munt en artisjok.
Is dat drinkbaar? - Drink maar, 't zit vol alcohol. Gezondheid.
Ik zou jullie een dienst willen vragen.
De onderprefect komt morgen het standbeeld inhuldigen.
Met fanfare en muziek zou het beter zijn.
Zijn jullie geen muzikanten? - Muziek, daar kennen we alles van.
We zijn een popgroep. - Des te beter. - En de instrumenten?
En de uniformen? -Jullie vinden alles in de feestzaal. Ze zullen zeker passen.
Goeie dag. - Aangename kennismaking.
Een, twee, drie.
Nee, nee! Langs daar!
Om deze gebeurtenis te herdenken,
is het gemeentebestuur blij je dit voorwerp te kunnen overhandigen.
Mijnheer de onderprefect.
Délice.
Het laken. Vooruit.
Stop. Ga helpen.
Trek dat eraf! Vlug.
Trek! - Au!
Eindelijk!
Saboteurs, jullie deden dit opzettelijk, hè!
Maar nee! - Draai hem om! Draai hem om!
Trek zo geen gezicht.'t Is niet erg. Morgen komt het in orde.
Een bevlieging! - Hij is groot, stom, mooi.
Jij bent ook mooi. - Ja, kijk maar.
Komen jullie nog? - Waarom? Wat gebeurt er?
't Is feest. We organiseren spelletjes voor iedereen!
Kom vlug. Anders geen korting meer op conserven.
Ik ga niet. - Hoezo je gaat niet?
No comments yet. Be the first to leave one.