200 ensimmäistä riviä.
Hé?
Te laat. Appel over vijf minuten.
Kom zeg, uitslovers! Tekenen jullie bij?
Hé, patriotten!
Wat een ordinaire vrouwen. -Kom, laat maar.
Georges.
Hé, Georges!
Hé, kun je niet uitkijken?
O, het is Georges niet.
Ik was bijna dood. Had gezegd dat jij het niet was.
Hoezo niet?
Nou, Georges. -Ik heet Georges.
Je bent niet de enige die Georges heet.
Ik dacht een jongen uit Ploubalec.
Waar ligt Ploubalec?
In de Finistère. Daar kom ik vandaan.
O, verdomme.
Zie ik er dan uit als iemand uit Ploubalec?
Wat wilde je van die Georges?
Ik kende hem daar, voor ik naar Parijs kwam.
Ben je al lang in Parijs? -Een jaar.
En hoer? -Ook een jaar.
Wat lijk je op Georges.
Misschien lijkt hij wel op mij. Tot ziens.
Kom bij mij, dat is beter dan in de kazerne.
Het appel begint zo en ik heb geen cent.
Kom. Voor jou is het gratis omdat je op Georges lijkt.
O, Buzard had het dus over jou.
Wie is Buzard? Die ken ik niet.
Jij moet het wel zijn.
Kom je soms bij Les Omnibus?
Jawel, en wat dan nog?
Nou, het is een meisje van het café Les Omnibus.
Buzard ging met haar mee.
Ze vroeg er niets voor.
Toch is Buzard lelijk.
Hij heeft het me vaak verteld.
Ik heb er een nogal wat opgepikt in Les Omnibus.
Ik kan het me niet herinneren.
Maar als Buzard lelijk is, was ik het niet. Of hij niet.
Zullen we?
Je hebt ineens haast nu je weet dat het gratis is.
Het appel is over vijf minuten, dus praatjes…
Waar woon je? -Op tien minuten lopen.
Wat? Dat is te ver weg.
Ik vind je leuk, maar ik krijg geen verlof als ik iets uithaal.
Kom zaterdag! Dan is het nog steeds gratis.
Goed, geef me je adres. -Je komt toch niet.
Jawel, dat zeg ik toch. Ben je nu al opdringerig?
O, smeerlap. Hij weet dat hij er goed uitziet.
Vooruit, een minuutje.
Kom dan mee naar de wallen.
Ik geef niets om de natuur. -Kom, ik weet een plekje.
Vooruit.
Het gras ruikt toch wel lekker, hoor.
Een jongen als jij zou ik als minnaar willen.
Ik zou je te jaloers maken.
Ik houd van verandering.
Misschien met mij niet meer.
Georges was een enorme rokkenjager
toen hij me op onze boerderij ontmoette.
Hij bleef me trouw omdat we elkaar leuk vonden.
Echt hoor,
het is wat als het zo klikt.
Bijna net zo mooi als het gevoel.
Verdomme, gemist.
Je kunt de pot op met je romance.
Geen verlof zaterdag.
Kun je niet bedanken?
Ja, goed. Laat me ervandoor gaan.
Hé! Vijf frank is te veel, maar geef tien stuivers.
Tien stuivers? Wat denk je wel?
Geef me een sigaret.
Wat? Denk je dat ik een sukkel ben?
En dat ik geen verlof krijg volstaat niet?
Ga maar weg, vrek.
Schoft! Hufter!
O. Prachtig, het Franse leger.
Als ze daarmee de eer hopen te herstellen
Dan kan het zijn wraak wel vergeten.
Meneer Déroulède!
Breken we stiekem uit, kerel?
Je gaat het cachot in!
Mijn vriend Bidasse
En ik zijn onafscheidelijk
Want we komen allebei uit Arras
Hoofdplaats van Pas-de-Calais
En later in het leven
Zal men vaak zeggen, ja echt, in het regiment
We hebben orgies gehouden
We hebben de tijd goed doorgebracht
Bam
Opgelet, derde ronde.
Ik begin opnieuw.
O, bravo.
Knock-out.
Wat bent u sterk.
Ik ben een Dragonder.
Zullen we dansen? -Ja.
Komt u hier vaak? -Nee, het is de eerste keer.
Ik ga meestal naar Wagram, dat is in de buurt.
Ik heb afgesproken met een vriendin die vaak komt.
Dan boffen we dat we elkaar treffen.
O ja?
Ze hebben mijn verlof ingetrokken op de kazerne.
Hoe komt u hier dan?
Gewoon over de muur geklommen.
Ze zijn gebouwd om op te steunen.
Verdorie, zeg. Dat zou ik nooit durven.
En als u de adjudant tegenkomt? -Welnee.
Ik heb geluk.
Ik wilde absoluut komen vanavond.
O ja? -Ik wist dat ik je zou ontmoeten.
Het lot dus.
Ik ben heel sentimenteel. U niet?
Daar is mijn vriendin.
Zo, zo.
Laten we haar wenken.
Hallo.
Hallo.
Een oude vriend van… uw vriendin.
Hoe heet u ook alweer? -Germaine.
Een oude vriend van Germaine.
En de vrienden van vriendinnen
zijn mijn vrienden.
Hoe heet u?
Rose.
Dat is geen gewone naam.
Mag ik u een biertje aanbieden? -Kom.
O là là, de bazen hadden een diner vanavond.
Oneindig veel afwas.
Gelukkig liet de kokkin me gaan.
Schoonheid, drink je een biertje van me?
En ik dan?
U ook, natuurlijk. Wat denkt u wel? Ik ben geen schoft.
Vrouwen zijn wel zo wantrouwend.
Daarheen, mejuffrouw Rose. Dat is een goede tafel.
…om ons oude liefdesnestje terug te zien
Ober!
…lang geleden terwijl ik aan uw voeten lag
Misschien herinnert u zich dat nog
Ober, drie bier.
Wat hadden we elkaar lief
Nee, eerder bier met limonade.
Van januari tot eind december
Niemand zal weten hoe gelukkig we waren
Bijna in de hemel in ons slaapkamertje
Wat hadden we elkaar lief
Bent u sentimenteel, mejuffrouw Rose?
Ik ben waanzinnig sentimenteel.
Maar wat is de blauwe droom ver weg
Van mijn jeugd
Wat hadden we elkaar lief Wat hadden we elkaar allebei lief
Zodra de zon ons het toe wilde staan
Om te laten zien hoe gelukkig we waren
Omhelsden we elkaar zondags voor het raam
Wat zullen we elkaar liefhebben
We vervangen de liefde door tederheid
En beleven de blauwe droom
Er komt geen einde aan.
We gaan toch snel dansen?
Bent u zo dol op dansen?
Met u wel.
O, leuk! Een polka piquée. Zullen we?
Dansen, jongedame? -Graag.
Zijn we buiten?
Ik wist niet meer waar ik was.
O ja.
Heerlijk, frisse lucht.
Ik ben zo dol op dansen dat ik nooit zou stoppen.
Niemand was zo leuk als jij op dat feest.
Heeft u ze allemaal geprobeerd?
Dat voel je wanneer je danst.
Nou, nou, u durft.
Voorzichtig, u trekt mijn knopen eraf.
En u zou me kunnen vousvoyeren.
Denk je?
We kennen elkaar nog te weinig.
Dus moeten we kennismaken.
Wat doen we nu dan?
Ik houd er niet van om getutoyeerd te worden.
Maar we hebben al drie keer met elkaar gedanst.
Nee! Nee, meneer Georges. Nee, het is te snel.
Wees netjes.
Toe, iemand kan ons zien.
Kom daarheen, dat is leuk.
Een verlaten huis.
Nee, meneer Georges.
Wat doet u?
Terug naar de mensen.
Maar wat moeten we met die mensen?
Nee.
Meneer Georges.
Meneer Georges.
O! Als ik dat had geweten…
Nou zeg.
Wat ben je zacht.
Net boter.
Ik kan je gezicht niet zien.
Hè? Wat, mijn gezicht?
No comments yet. Be the first to leave one.