200 ensimmäistä riviä.
Arbeiders uit alle landen
die allemaal broeders zijn
Laat je niet tegen elkaar opzetten
Je denkt dat je voor het vaderland sterft
maar je sterft voor de industrie
Waar haal je dat vandaan ?
Herinner je je toen we in Hamburg waren ?
Het lied van de dokwerkers.
Waar gaat het over ? - Over de vrede.
Het zegt dat de Duitse arbeiders nooit tegen andere zullen oprukken.
Des te beter.
Kom eens kijken. - Wat?
Wat doe je daar, schatje ?
Je bent toch niet bang van ons ?
Kom terug.
Je bent wat vergeten.
Wat heeft dat kleine ding toch ?
Maak je geen zorgen. Ze komt wel terug.
Dat kleintje is van huis weggelopen.
Reden te meer om haar met rustte laten.
Weel ik niet. Zo zielig, alleen op de weg.
Jij hebt geen verstand van kinderen.
Neem me niet kwalijk, meneer de onderwijzer.
Iets trager. Wat heb ik je gezegd ?
Moetje nog ver, jongedame ?
Je ziet er moe uit, mijn duifje. Waar ga je naartoe ?
Weet ik niet. - Nou, dat treft. Wij ook niet.
Goed, dan gaan we samen.
Kom hier met die zak.
Zo.
Hier.
Als jullie me terugbrengen, spring ik door het raam.
Terugbrengen ? We weten niet eens waar je vandaan komt.
We willen het helemaal niet weten.
Ik ben Pierre, hij is Paul. Hoe heet jij ?
Mij zal ze vast wat vertellen. Luister maar.
Heb je honger ? - O ja.
Hier.
Kijk eens aan.
Weetje moeder waar je bent? - Ze is dood.
En je vader ? - Ook.
Daar zijn jullie. Eindelijk, eindelijk.
Maar waarom is Charles niet meegekomen ?
Die arme jongen. - De plicht, mijn beste.
Ja, maar op een dag als vandaag. - Wat wil je ?
Die dwaze oorlogsberichten lokken vergadering na vergadering uit.
Er heerst paniek. De staf heeft Charles dringend verzocht te komen.
Uiteindelijk is een kapitein ook maar een soldaat.
Maar wees gerust. De kolonel laat hem spoedig gaan.
Trouwens, ik zie onze lieve Louisa ook nergens.
Ja, maar ze komt. Ze maakt zich mooi. - Mooi is ze altijd.
Schatje, wat een stijl heb je.
Alstublieft juffrouw, het is niet fatsoenlijk.
Uw verloofde komt zo. U zult niet op tijd klaar zijn.
Tijd ? Er is tijd genoeg.
En ik wil weten hoe ik eruit zal zien.
Alstublieft maak u nu klaar.
Vind je het een mooie jurk ? - O ja, natuurlijk.
Als je trouwt, zal ik er zo een voor je laten maken.
Hij is veel te mooi voor mij.
Niets is te mooi voor de liefde.
Hou je van Julien ? - O ja, natuurlijk.
Waarom ? - Waarom ? Zomaar.
We hebben elkaar eens ontmoet, zomaar.
En het was zover zonder met elkaar te hebben gesproken.
Dat is het dus, liefde.
Mijn verloofde heeft me wel gesproken. Over alles.
Onze toekomst, onze kinderen, onze reizen. Eigenlijk over niets.
Jij en Julien, kussen jullie elkaar?
Ja, natuurlijk. Anders loont het niet de moeite om van elkaar te houden.
Ja, ja, natuurlijk.
Ziezo.
Dit is wat ik zoek.
Maar juffrouw, het lijkt wel een rouwkleed.
Dan past het bij mijn stemming.
Dit kostuum is werkelijk te donker.
Voor een verloving uiterst origineel.
Ik hou niet van banaliteiten, Louisa.
Vandaag heb ik toch het recht je Louisa te noemen. Niet?
En jij mij Charles. - Daar zal ik moeilijk aan wennen.
Waarom ? Bevalt het je niet, Charles ?
Wat doet een naam er toe ?
Je houdt niet van me. Is het niet?
Dat is van geen belang. Onze ouders hebben ons verloofd, we moeten trouwen.
Vroeger werden huwelijken zo gesloten.
Men was er niet minder gelukkig om.
Laten we het hopen.
Je bent heel mooi, Louisa.
Ik zal genoeg liefde hebben voor twee.
Je hand gloeit.
Ik denk vooral datje me begeert. - O ja, natuurlijk. Altijd.
Als ik een verkoopstertje was, zou je dan ook met me trouwen ?
Antwoord niet. Ik wil je geen leugen opleggen.
Tenslotte ben je hier straks thuis.
Vader schenkt ons het paviljoen. Het staat nog leeg, maar stel je gerust.
Het wordt van alle moderne comfort voorzien.
Laten we naar de paarden gaan.
Gladiator.
Zie je niet dat dat paard dorst heeft ? Ga drinken halen, vooruit.
Damas, een volbloed hengst.
Laat zich alleen door mij berijden.
Als jij hem kan temmen, kan ik het ook. - Probeer het.
De stalknecht heeft er zijn ribben bij gebroken.
Damas kiest zijn meester.
Hij maakt me niet bang.
Natuurlijk niet. Zo'n dapper soldaat.
Louisa.
Louisa, waar ben je ?
Louisa ?
Verberg je niet langer.
Louisa.
Wat doet die ballon hier? - Een ideetje van me.
Daar beleven de gasten meer plezier aan dan aan een operazangeres.
Vindt u hei niet origineel ? - Ik hou niet zo van originaliteit.
Kijk.
Kijk, een ballon.
Bravo.
Wat mooi. - Fantastisch, zeg.
Pas op. - Meer naar het midden toe.
Pas nou toch op.
Meer naar het midden toe.
Wat dwaas. Het is schandelijk een kind zo hoog mee te voeren.
Arm kleintje. Wat zou het zich bezeren als het viel.
U hoeft niks te vrezen. We vallen altijd heel zachtjes.
Op onze bips.
Daar hebben we hem voor.
Dag, meneer, u ziet dat we op tijd komen.
De wind heeft ons geholpen.
Is mijn vriend al aangekomen ? - Langs de wegen gaat het minder snel.
Hoe heet je ook alweer? - Pierre Valmont.
Mag ik je Pierre noemen ? - Ja, natuurlijk.
Beste vrienden, wij zijn bijeen voor een feest
dat naar ik hoop nog eens aanleiding zal geven tot een doopplechtigheid.
Maar nu bieden wij u een doop aan van een heel ander genre.
Pierre is hier om hen die dat wensen te vergasten op een luchtdoop.
Jij bent nog te klein.
Nou, wie van u ?
Geen liefhebbers ? Ik dacht dat er toch een paar kandidaten zouden zijn.
Nee, ik niet. - Pierre,
misschien kun jij m'n gasten warm maken. Jij moetje zaak aan de man brengen.
Nou...
Het is niet gevaarlijk, hoor.
Het is een unieke belevenis meegenomen te worden door de wind.
Je gaat hoog, hoog als een vogel.
En watje ziet, tart alle beschrijving.
Alles is... Alles is heel klein, de huizen, de mensen.
Alles wat beweegt, gaat heel traag.
Een paard dat rent, kinderen die spelen.
Mensen die haast hebben. Het is een ballet.
Maar we kunnen niet vertrekken voor de kar met het gas er is.
Je hebt wel een verfrissing verdiend. En dat kleintje lust wel een taartje.
Zullen wij ook wat gaan drinken ?
En jij, Charles, heb jij geen lust om een luchttochtje te maken,
als een ware vliegkampioen ? - In dat oude kreng ? Ik dank u.
Oud kreng ? Mijn ballon ? - Het is uw broodwinning.
Er zijn makkelijker manieren, maar ook minder aangename.
Dames en heren, luistert u even ? En u ook, juffertjes ?
Juffertjes.
Draai aan het rad van avontuur
en u kunt een vliegreis winnen naar de zevende hemel.
Voor vijf frank, vier frank, drie frank. Twee frank.
Vandaag gaat alles voor niks, nietwaar, meneer Dechamps ?
Ja, kom, stijg met mij naar de zevende hemel.
Wat is hij aardig. - Daarboven, mensen...
Vulgair wil je zeggen.
Je vader zou hem het drinken moeten beletten.
Mevrouw ?
Ik heet Isabelle. Ik heb nog geen taartjes gekregen.
Maar schatje, daar staan ze. Pak maar.
Waar maken we ons druk om ? Om een ruzietje ?
Je heb! een leuke papa.
Hartstochten die als wolken samenpakken.
Maar hij is mijn papa niet. Ik heb geen papa.
...en je wilt er nooit meer uil. Proost, allemaal.
Ach vrienden, neem me niet kwalijk dat ik een beetje raaskal.
Maar je moet er in het leven kunnen uitvliegen.
Dat kun je op twee manieren doen.
Of je vliegt met mij hoog in de lucht,
of je drinkt je zat.
Dat zijn toch geen manieren, meneer.
Op jullie gezondheid. - Het verwondert me
dat die fijngevoelige Dechamps ons een laag-bij-de-grondse man opdringt.
Laag ? Kom in mijn schuitje, dan zie je hoe hoog mijn zoldering reikt.
Vriendje, we zijn niet op de kermis. - En dat spijt je.
Lijkt me wel, ja. De mensen gaan naar de kermis om zich te amuseren.
Het lijkt me dat jullie samenkomen om elkaar aan te gapen.
Maar hij is brutaal. Hij is onbeleefd.
Hij beledigt ons. - Het is een anarchist.
Wat wil je ? Uit de hoogte kan meneer Pierre de mensen niet onderscheiden.
En ook geen grenzen. - Ook nog een internationalist.
Het is een primitieveling. - Precies watje zegt.
Laat hem zijn mond houden. - Vrienden, alstublieft
Laten we van dit feest geen volksopstootje maken.
Ik wil u amuseren, maar...
Laten we hem uitsturen, zijn vredesduif. Geef hem de vrijheid.
We gaan zijn ballonnetje oplaten. - Nee, Iaat dat nou.
Laat dat, jongens. - Kom, kom.
Nee, niet doen. Niet doen.
Niet doen. Nee, niet doen, niet doen.
Loslaten. Een, twee, drie.
No comments yet. Be the first to leave one.