Ang unang 200 linya.
Dat ga je toch niet opeten? - Ik heb erge honger.
Maar ook weer niet zo erg. - Mooi, want dat is walgelijk.
Ik volg de geur van het monster. Ik ken de allamorax alleen uit boeken.
Dat zijn geen schoenen om rotsen mee te beklimmen. Wacht aan wal.
Ik moet de actie van dichtbij meemaken voor een goede ballade.
Ik ben trouwens lichtvoetiger dan je denkt.
Ga. - Ik zei toch dat ik...
Mijn god. Wat is dat nou weer?
Niks persoonlijks, ouwe reus.
Laat je zien.
Wees genadig.
Dat wezen heeft geen kwaad in de zin.
Wel volgens de parelduikers die me hebben ingehuurd om hem te doden.
Er zijn meerdere aanvallen geweest.
Hij kan z'n bek nauwelijks openen. - Hij eet geen mensen.
Hij eet oesters, met daarin de kostbaarheden die de duikers zoeken.
Zijn enige misdaad is honger hebben.
Wees genadig.
Nemen jullie me dan mee?
Mijn kinderen verhongeren door die mensen.
Er zijn nergens meer oesters te vinden.
Ik begrijp je woede, maar dit is geen oplossing.
Stilte.
Er heerst al zoveel getijden vrede, dat mag niet eindigen.
Laat de duistere haat in het verleden.
Wij doen wat we kunnen om oorlog met Bremervoord te voorkomen.
Jullie doen niets omdat jullie dochter verliefd is op de prins.
De mensen weten dat, ze maken er misbruik van.
Ze doen nu meer dan parels plunderen.
Ze huurden een hekser in om de allamorax te doden.
Als één zeewezen gevaar loopt, dan wij allemaal.
Klopt. - We moeten ze tegenhouden.
We moeten vechten.
We zullen jullie voorstel overwegen. - Moeder, dit meent u niet.
Sh'eenaz, je bent jong en naïef.
Opent een mens z'n mond, dan komt er gewoonlijk een leugen uit.
Het is tijd voor een drastische aanpak.
Mijn huwelijk met Agloval brengt vrede, geen oorlog.
Ik ben het met m'n nichtje eens.
Oorlog is niet de oplossing. Maar een bruiloft...
Ga heen, Melusina. Onze dochter zal nooit met een mens trouwen.
Jij begrijpt de liefde van een moeder voor haar kind toch nooit.
Noemt ze haar nou onvruchtbaar?
Je spreekt van het verleden, zuster. Dit gaat om de toekomst van ons volk.
Jawel, ons volk.
Ik blijf lid van deze familie en het koninklijk hof, Dahut.
Je minachting doet daar niets aan af.
Je leeft alleen nog omdat ik me pijnlijk bewust ben van dat feit.
Vertrek. Nu.
Ik ga. Uit eigen wil. Maak je niet druk.
Maar we weten allebei van wie hij het eerst hield.
Snap ik dat nou goed? Je had het monster te grazen, maar je liet het gaan.
De allamorax had niemand gedood.
Was dat gelogen? - Misschien.
Zijn de meermensen het slachtoffer? - Niet per se.
Verbergen zij ook iets? - Misschien.
Niks misschien. Er is goed en er is slecht. Simpel.
Kies en ga iets doden.
Dit is onze beste maaltijd.
Jammer dat je het geld niet hebt.
Dit is net als met dat beest met hoorns aan het eind van de wereld.
Je jaagt op monsters, maar niet altijd.
En onder voorwaarden. - Een morele code.
We verdienen wel ergens anders. Niet in Bremervoord.
Dat sterkt mijn hart, maar niet mijn maag.
We zijn alleen in deze beerput van een dorp om je-weet-wel-wie te ontlopen.
Ik wil niet over haar praten.
Die paars-ogige heks bepaalt waar we gaan of staan...
en hoe rottig je humeur is. - Genoeg over Yennefer.
Wat is er? Is het water niet lekker?
Het is heet, Yennefer, maar ook troebel.
Ik kan je niet wegsturen op een avond als deze.
Betaal jij de drank, dan betaal ik het bed.
Ik zei dat op de zwarte markt van Tretogor kwakzalverij aan dwazen wordt verkocht.
Geen van beide leek me op jou van toepassing.
Waaruit blijkt dat je niet weet waar je van spreekt, of tegen wie.
Dat hoopte ik vanavond te verhelpen.
Weer iets wat je mis hebt.
Welterusten. - Welterusten.
Val maar aan.
Luister, door die morele code van jou moet ik honger lijden.
Dit brood is niet te eten.
Delen? - Kom dan maar met wat jij hebt verdiend.
Hardvochtig, maar eerlijk. Ik weet het goed gemaakt.
Ik pak de eerste de beste klus aan als jij dat ook doet.
Geen codes, maar klinkende munt. Nou?
Zeg.
Ben jij de hekser die het monster liet lopen?
U hebt het bij het verkeerde... - Ja, dat ben ik.
Een hekser die geen monsters doodt? Wat zullen we nou beleven?
Welkom in m'n herberg.
Maar bier verkoop ik niet.
Wegwezen.
Eruit.
Pardon, ben jij Ranonkel de bard?
De minstreel van Oxenfurt? De cantor van het Continent?
Die kende ik nog niet, maar ja, dat ben ik.
Sprietjes cultuur springen op uit de mest.
Zeg het maar. Een handtekening? Een lied op maat?
Een ballade voor je beminde? Beminden? Minnaars van je beminde?
Ik organiseer het Imbaelk-festival morgen.
Een bekende bard als jij zou veel volk trekken.
De koning komt, dus we moeten met iets goeds komen.
En ik betaal goed.
Ga je je wel gedragen tijdens m'n optreden?
De laatste keer dat ik je alleen liet bij een banket, liep je een kind op.
Een Kind der Verrassing, en die fout maak ik nooit meer.
Wie na mij moet, kan het schudden. Gelukkig gaan zij eerst.
Als je dat al mooi vindt, moet je mijn solo op het psalterium eens zien.
Het psalterium is een harp, maar kleiner. Dat is veel praktischer.
Hou je kop, ik probeer te kijken.
Wat een toon tegen je hoofdact. - Hoofdact?
Ik lach me dood. - Je bedoelt toch niet...
Mijn naam moet wel bovenaan staan. - Afspraak is afspraak.
Weet ik, Geralt. Maar dit doet afbreuk aan mijn naam.
Kom, probeer bescheiden te blijven.
Ik moest Drouhard smeken om je te boeken.
Kleinoogje. - Fijn je weer te zien, Julian.
Julian?
Let niet op mijn versteld staande maat. Essi Daven, dit is Geralt van Rivia.
Kennen jullie elkaar?
We komen allebei uit Bremervoord. - Je kwam toch uit Oxenfurt?
Hij mag dan een zwierige broek dragen, hij is net zo'n dorpskinkel als wij.
Ik heb mijn levensverhaal wat mooier gemaakt, nou en?
Wie neemt me dat kwalijk, als je opgroeit in een gat als dit?
Spring.
Toe, dan. Spring.
Of durf je niet?
Zoals ik al zei, spring en je krijgt je speeltje terug.
Hij durft niet. - Hij plast in z'n broek.
Hij springt nooit. - Pankratz.
Ik eerst, Pankratz. Ik doe het wel even voor.
Hoorde je dat?
Hij sprong niet zelf. Hij viel.
Pak hem, Zelest.
Hou op, hij krijgt geen lucht. Laat hem gaan.
Kom op, Essi. Ben je soms zijn mammie?
Iemand moest jou 's zo behandelen, Zelest. - Het was maar een geintje.
Gaat het wel?
Ik zou je voor bastaard uitmaken, maar dat weet iedereen al.
Hoe liep het af met dat pestjoch? - Met Zelest?
Hij was het bastaardkind van de koning, een echte rotzak ook.
Vast gestorven aan syfilis in de bak, halfblind, gestoord en kwijlend.
Niet dat ik er veel over heb nagedacht.
Koning Usveldt. Prins Agloval.
De koning.
Dat meen je toch niet.
En commandant Zelest.
Het type likken naar boven, trappen naar beneden.
Prins Agloval heeft hem benoemd tot militair adviseur.
Het gore lef van die vent.
Gevaarlijke praat voor onderdanen. - Het volk is het zat.
Vijf recente aanvallen op duikers en geen dader genoemd.
Behalve de allamorax, dan.
De meesten weten dat die maar een zondebok was.
De meermensen zijn erg territoriaal.
Het koningshuis doet niets omdat Agloval met een meermin gaat.
Wat een puinhoop.
Dit is net als elke andere vete sinds de Conjunctie.
De traditie roept. Doe mee, of moeder geeft mij de schuld.
Je wil mijn dood niet op je geweten. - Mijn neefje. Excuseer.
Wat een vangst. Een vette vangst is vette buit.
Vette buit, dat is te eten. De kinderen in mijn dorp verhongeren.
Omdat ze bij jullie fokken als konijnen.
Minder gesnater, meer werk.
Ik heb er een.
Geef hier.
Wat doen we met de rest?
Gooi die troep maar weer in...
Wie is daar? Laat je zien.
Wilde je niet bij je familie zijn?
Ik ben dol op ze, maar iedereen wil weleens even rust.
Jij duidelijk ook. - Duidelijk.
Ik wilde toch praten met de geheimzinnige man...
achter de liederen van Ranonkel. - De leugens, bedoel je.
Je weet vast dat Ranonkel het graag aandikt.
Nu ben je te bescheiden.
Nooit met blote handen geworsteld met een weerwolf in het heldere maanlicht?
Ik heb die weerwolf genezen met magische monnikskap.
Nooit een horde vampiers verslagen, drie staken in elke hand, één in de mond?
Eén vampier. Eén staak.
Nooit een djinn ontdekt,
een bloedmooie heks gered en in haar tovenarij verstrikt geraakt?
Ik bedoel maar, de meesten overdrijven graag een beetje.
Hangen graag de grote man uit. - Zoals Ranonkel? Of was het toch Julian?
Ik begrijp waarom hij vertrok.
Buiten het paleis moeten de mannen van Bremervoord werken op zee.
Maar Julian was artistiek.
Anders. En daarom werd hij behandeld als oud vuil.
Door iedereen, behalve jij. Het was moedig om tegen de rest in te gaan.
Heb jij nooit verder dan Bremervoord gekeken?
Voor mij lag dat anders. Ik was best gelukkig.
Al vraag ik me soms af hoe het elders was gegaan.
Maar ik hou van de zee, mijn familie en vrienden.
Wat kan dit continent me nog meer bieden?
Waarom noemen ze je Kleinoogje?
Je hebt enorme ogen.
Niet enorm. Ik bedoel...
Van normale grootte. Doodgewone, onopvallende mensenogen.
Flirten is niet je sterkste kant, toch, hekser?
No comments yet. Be the first to leave one.