Az első 200 sor.
Papa.
Mary.
Blijf daar. Niet bewegen.
Sla niet zo'n toon tegen me aan. - Alleen ik mag niet mee.
Het is niet eerlijk. - We gaan naar het museum.
Lach eens, liefje.
Papa.
Help me.
Je weet wel beter.
Dat is het probleem. Je kent iemand nooit helemaal.
Ik wou je niet bang maken. - Toch wel.
Maar niet zo bang.
Had je weer die droom?
Ja, die droom weer.
Ik maak me zorgen om jou. - Jij niet alleen.
Je moet eens naar een therapeut. - Die zal alleen maar preken.
Hij zal je overtuigen van de waarheid, Di.
Het was jouw schuld niet. - Ik zal erover nadenken.
Regel 101: Speel het spelletje mee zodat ze erover ophouden.
Ik speel het spelletje niet mee. Maar als je mee binnenkomt wel.
Was het laat gisteravond?
Geef terug, Katie. Dat is niet grappig.
Hou op. Ik moet over tien minuten lesgeven.
Een assistente moet Greg maar geen les geven als ze moet studeren.
Ben jij helderziend? - Nee, je vriendin.
Ik moet een lezing houden, jij niet.
Stoort het Greg dat jij lesgeeft? - Nee, hoor.
Nee? Di, jij hebt maar een hogeschool te kiezen.
Zal best. - Heb je er al met Greg over gepraat?
Hebben Billy en jij erover gepraat? - Billy doet alles wat ik hem vraag.
Hé, grietjes.
Waar was jij gisteravond? - Op onderzoek.
Hij lag dus voor pampus. - Dat doet pijn.
Ik heb geile grietjes ondervraagd. - Dat geloof ik.
Wil jij soms dood? - Voor mijn essay.
Over voetfetisjen? - Nee, wat anders.
Is seks in het openbaar lekkerder? - Ik wil een nieuw vriendje.
We waren net over jou aan het praten.
Alleen maar positief, hoop ik. - Greg vertelt dat je zo hard werkt.
Pas op. Als jongens geen aandacht krijgen, zoeken ze die ergens anders.
Ik maak me geen zorgen. Ze gaan niet vreemd als je goed bent.
De oorlog maakte van Achilles een wijs man.
Hij leerde meer over het menselijke lijden.
Je eigen interpretatie, Diana. - Daar wou ik net heen, professor.
Ik bedoel maar, Achilles was een tragisch figuur.
Hij begreep de wereld pas door rampspoed.
We maken allemaal problemen mee.
We moeten waarderen dat we door pijn te lijden spiritueel kunnen groeien.
Dank u.
Morgen wil ik een essay
over hoe de Trojaanse oorlog aanhield door de trots van Agamemnon.
Je was geweldig. - Welnee.
Kom je naar het museum? - Om half zes.
Laat hem opdonderen. - Ik hou van mijn werk.
Ik hou alleen van jou. - Mooi geprobeerd.
Ik ben klaar om acht uur. - Zoals altijd.
Ik mag die stukken uit Iran met Barash bestuderen. Dat laat ik niet glippen.
Ik moet onderdoen voor een sullige professor.
Kalm maar, bruinoogje. Jij ligt voorop.
Acht uur ten laatste. Beloofd.
Schatten van het oude Perzië en Egypte
Is daar iemand?
Angst verraadt schuld.
Waaraan ben je schuldig? - Een doorbraak.
Dat is aan mij gericht. - Ja, maar u was er niet.
Dat kistje is maar een omhulsel.
De schat zit binnenin.
Schitterend.
Wat is het? - Daar komen we zo achter.
En die inscripties? Er ligt een vertaling naast.
Ik spreek het Arabisch vloeiend. - Heus?
Dat is het voordeel van een klassieke studie.
Een eenvoudig omhulsel. - Wat ziet u?
Een Aramese inscriptie.
Kijk nog eens, maar nu met uw ogen halfdicht.
Fascinerend. - Het alziend oog.
Ik duwde erop en het ging open.
Maar dat zou u ook wel ontdekt hebben.
Breek jezelf niet zo af, Diana.
Je bent mijn beste studente. En dit is een opmerkelijke vondst.
Ik vind dat we dit moeten vieren.
Heb je al gegeten? - Nee, maar...
Mooi zo. Ik kraak een flesje wijn en dan kunnen we die inscripties ontcijferen.
Vertel me wat over jezelf.
Niet over je studie dan. We brengen zoveel tijd samen door,
maar de waarheid is dat ik je nauwelijks ken, Diana.
Het spijt me, maar ik heb al plannen. - Ik begrijp het.
Als ik ze kon veranderen...
Maar mijn vriendje zou het niet begrijpen.
Die insinuatie bevalt me niet. - Zo bedoel ik het niet.
Ik bedoel...
Goeienavond.
Jezus... - In de verste verte niet.
Waar is de persoon die mij gewekt heeft?
Angst, mijn beste, is instinctief. Vertrouw op jouw instinct.
Ik ben echt. Ik ben geen verzinsel van je schuldige geweten.
Waar is mijn wekker? - Dat mag ik jou niet vertellen.
Een gestudeerd man die al van me gehoord heeft. Wat voel ik me vereerd.
Ik kan je helpen.
Hoeft niet.
Kom nou, professor, je hele lichaam riekt naar eenzaamheid.
Maak een einde aan je ellende.
Welke vrouw dan ook.
De ware liefde. Tot in de eeuwigheid.
Een welbespraakt man als jij moet toch een wens kunnen doen.
Dan laat je me geen keus.
Alstublieft, professor. Ik... Als we...
Niet doen. - Rustig maar, liefje.
Nee, niet doen.
Nee, zo was het niet.
Zal iemand jou geloven?
Als je me nog eens afwijst, zal de wereld het te weten komen.
En zo komt er een einde aan jouw wereld.
Waar is mijn wekker?
Dat weet ik niet. Ik zweer het. - Zoals je wenst.
Geef me alsjeblieft een kans.
Doe alsjeblieft een wens.
Wat dan? - Dan blijven je misstappen...
ons geheimpje.
Ik wens dat de mooiste...
Ik wens dat de twee vrouwen die ik het mooist vind van de hele wereld...
verliefd worden op mij en dat ze hier zijn.
Nu meteen. - Komt voor elkaar.
Ware liefde.
Zeg dan wat. - Waarover?
Gaat het goed tussen jou en Greg? - Ja, hoor.
Je hebt die magische woordjes nog niet tegen hem gezegd.
Zeg me na: Ik hou van jou.
Als je een muur optrekt, zal hij ervandoor gaan.
Jij toch niet.
Vrouwen kunnen door muren kijken, mannen niet.
Daar heb je het zwakke geslacht.
Kom bij me, liefje.
Op naar de film.
Wat nou?
Gaat het?
Barash. Ik zag hem net voor me. - Zag je Barash voor je?
Je moet naar de dokter, Di. - Nee, laat me maar even.
Ik moet gaan. - Waarheen?
Ik ben iets vergeten. - Ik ga mee.
Nee, laat maar. Ik kom wel naar jou toe.
Wat doe ik toch verkeerd? - Laat haar. Ze draait wel bij.
Dank je, professor.
Terug naar afzender.
De Ilias.
Ik heb de schrijver gekend.
Professor?
Ik ben het. Katie? Kom maar te voorschijn.
Waar kan ze toch zijn?
Leuk spelletje.
Kom maar, Katie.
Geniepige meid.
Sukkel. - Ik wist wel dat je daar was.
Je deed het in je broek, ja.
Waar ga je heen? - Naar het labyrint, voor ze me vindt.
Maar je leek wel een geile bok. - Wat ben jij romantisch.
Wacht.
Dat vond je wel leuk.
Durf je het aan? - Altijd.
Vertrouw me. - Toe nou.
Nu meteen. - Waarom?
Omdat de kust veilig is.
Je weet waarover ik het heb. Kom.
Dames eerst. Naar links.
Er zal iemand binnenkomen.
Is seks in het openbaar lekkerder?
Dit is een experiment.
Mijn stoute wetenschapper. - Gedraag je.
Ga weg.
Ik ben het. - Kom binnen en doe de deur op slot.
Kijk eens.
Mooi. - Dit zijn de notities van de opgraving.
Kunnen we praten?
5 januari 2000. We hebben de vijfde verdieping bereikt.
Het kistje lag in een geheime kamer, verstevigd aan alle kanten.
Het Perzische kistje dateert uit de twaalfde eeuw.
Ik kom later wel terug.
Er zit een geheime magische steen in verborgen, staat erop.
De legende wil dat er een oude demon in die edelsteen gevangenzit.
Snap je het niet?
Het is als de lamp van Aladdin of de doos van Pandora.
Ik heb die steen gevonden. Ik heb dat kistje opengemaakt.
Geloof je dat?
Hou je van me?
Dat wou ik jou net vragen. - Nou?
Dat weet je wel. - Vertrouw je me dan?
Volkomen.
In die zitkamer daarnet zag ik iets.
Het klinkt gek, maar ik zag hoe Barash vermoord werd.
Toe. Hij had die steen.
Zijn kantoor was een puinhoop. Hij was zoek, en die steen ook.
Zijn agenda lag open, met een druppel bloed naast mijn naam.
Dat betekent nog niks.
Hij neemt niet op, zijn auto staat er nog en niemand kan hem vinden.
Kalmeer. - Een kind ziet dat er iets mis is.
Het spijt me. Het is gewoon...
Je moet naar me luisteren.
Ik luister naar jou, maar jij moet ook naar mij luisteren.
Je geeft me geen antwoord.
Ik begrijp dat je bang bent om je te binden door je verleden.
No comments yet. Be the first to leave one.