200 baris pertama.
NAAR HET BOEK VAN FRANCIS RYCK
BEWERKT DOOR ROBERT ENRICO EN PASCAL JARDIN
Verdomme.
Dat is te laat. - Dat zeg je altijd.
Ik ga met je mee.
MEDISCHE AFDELING
Dieren zijn lief.
Gaat u naar Parijs?
We zijn er over een halfuur.
Is Parijs zo dichtbij? - Weet u niet waar u bent?
PARIJS-WEST
Ik heb me gehaast.
Dat is jouw schuld.
Wie is daar? - David.
Wie? - David.
O, jij bent het.
Ben je alleen? - Ja, hoezo?
Ik heb iemand gezien. - Hij ging niet mee naar boven.
Bespioneer je me nou om 5.00 uur 's ochtends?
Je doet heel vreemd.
We gingen twee weken geleden uit eten. Ik heb gewacht.
Dat weet ik. - Koffie?
Maak je je zorgen?
Is het iets ergs?
Wat zijn dit voor plekken?
Je bent grappig.
We ontmoeten elkaar, hebben seks en dan hoor ik twee weken niks...
Ben je gek?
Misschien.
Waarom vertrouw je me?
Niemand weet dat wij elkaar kennen. Zodoende ben je veilig.
Dat hoop ik.
Heb je wat geld voor me? - Jij bent rijker dan ik.
Ik kan niet naar huis en geen cheque uitschrijven. Ik kan niets.
Je krijgt het niet terug. - Dat weet ik.
Ik eet een maand droog brood, maar ik zal aan je denken.
Wil je slapen? - Ja, heel graag.
Daarna ga ik weg.
En onthoud...
...dat je me niet gezien hebt.
Maak ik je bang?
Ik ben ook bang.
Dit kan iedereen overkomen. Altijd.
Wat is het dan, David?
David?
Vertel het me, David.
Zoekt u mij?
Dat zeg ik omdat ik de enige ben hier.
Dat wist ik niet.
Ik ga naar de schaapskooi.
Die is er niet meer. - Echt?
Nee, hij is aan het begin van de winter ingestort.
Sorry. Ik ga wel terug naar het dorp.
Gek dat u hier in de winter naartoe komt.
Ik ben graag alleen.
Ik ook.
Julia?
Julie?
Jules?
We krijgen iemand te eten.
Wie dan? - Een man.
Wat voor man? - Geen idee. Hij lijkt treurig.
Bedankt voor de steen. - Hé.
Het wordt zo donker. Ga mee naar mijn huis.
Ik heet Thomas Berthelot.
Kom mee.
Sorry van eerder. Ik ben altijd bang dat er toeristen hierheen komen.
Zie ik eruit als een toerist? - Niet echt, nee.
Kom binnen.
Wat hebt u bij zich? - Conserven.
Trek je jas uit en kom opwarmen.
Ik ben Julia, en jij bent?
Sardientjes in olie.
Leverpaté, wauw. U houdt van riskant, nietwaar?
Hij ging naar de schaapskooi. - O, juist. Wil je iets drinken?
Ik heb wijn.
Ik heb een mooie vrouw.
Is u dat ook opgevallen?
Vast wel.
Ze houdt van stenen. Schist, zandsteen, graniet.
Serpentiniet nog het meest.
Dat is een groen marmer en echt haar passie.
Dat was vast een uil. Dat went wel. Ik schrok eerst ook steeds.
Steeds als ik iets hoorde, dacht dat het iemand was.
Is dat echt nodig? - Drink.
Ik heb het gehoord, dus ik moet wel.
Woont u hier alleen?
Ja.
Komt hier dan nooit iemand? - Alleen 's zomers.
Het gas is op. Ik ga het wel bijvullen.
Als u wilt...
...mag u wel een paar dagen blijven.
Er is plek zat.
Niemand zal u hier lastigvallen.
Ik ga wel. - Nee.
Nee, hoor. Ik ga avondeten maken.
Een langzaam gegaard varken met jus van blauwe bessen.
Nou ja, ik bedoel...
Wat is er? Voelt u zich niet goed?
Hij heeft vast een ongeluk gehad.
Verkeersslachtoffers zijn vaak anoniem, omdat zo'n ongeluk zo vaak gebeurt.
Hij is bang, zag je dat niet in zijn blik? - Nee, niet echt.
Je kijkt gewoon niet goed.
O, jawel.
Heel goed, zelfs.
Ik kan je vertellen dat deze man...
...een avontuur kan vormen.
Hoe bedoel je?
Dat weet ik nog niet.
Je hoopt wel ergens op.
Jij niet dan?
Verveel ik je?
Wil je een mep? - Ik ken je, ouwe geilaard.
Waarom kleed je je niet vaker zo? - Je bekijkt me vanavond met andere ogen.
Hé. - Hallo, rooie.
Hoe gaat het met je?
Vertrekt hij?
Goed geslapen?
Daar. - Waar?
Dat is stom.
Wilt u melk in uw koffie? - Nee.
Dat is waar, melk in koffie verpest de hele koffie.
Ze zagen u niet. - Nee, zeker niet.
Daar was geen tijd voor.
Nee, laat mij maar. Ik ben de beste smeerder in heel Europa.
De boter uit Charente smaakt naar hazelnoot. Heerlijk.
Is iemand naar u op zoek?
Dat doe je niet met een helikopter, behalve in uitzonderlijke gevallen.
Wilt u jam? - Nee.
Foute keuze.
Bedankt.
Als u in gevaar bent...
...moet u hier maar blijven.
Ja, toch?
Je in de stad verbergen is makkelijker, maar alleen als je geld en vrienden hebt.
Die heb ik niet meer.
Hebt u een misdrijf gepleegd? - Ik heb niets gedaan.
Blijf dan.
U kunt me helpen.
U kent mij niet. - Dat is zo. Wie bent u?
Mijn naam is David. - David.
Nee, blijf bij hem.
Anders vertrouwt hij ons niet en dan gaat hij weg.
Goed, maar stel dat hij me bespringt? - Dan heb je dat zelf uitgelokt.
En dan kom ik erachter en dan sla ik je, natuurlijk.
Dat lijkt me wel wat. - Nee, blijf hier.
Tot ziens.
Waarom ben je teruggekomen?
Thomas vroeg me hier te blijven, zodat je niet bang bent.
Nee.
Je moet me aan het praten krijgen. - Je snap het niet.
Thomas stelt geen vragen. Hij weet alles. Zo is hij gewoon.
Hebben jullie vrienden hier in de buurt?
Nee, die wonen in Parijs. We hebben alles en iedereen achtergelaten.
Waarom?
We zijn weggelopen voor een aantal slechte herinneringen.
En jij?
Wonen jullie hier het hele jaar?
Beantwoord jij een vraag altijd met een vraag?
Hallo. - Hallo, Mr Berthelot.
Hoe gaat het? - Goed, hoor.
Sorry, meneer. Terwijl...
Ja? - Ik hoedde mijn schapen.
Toen zag ik iemand in de richting van uw huis lopen.
Dat lijkt wel een beetje verdacht. - Mijn vrouw en ik hebben niemand gezien.
Wat krijgt u van me? - Gaat u dat allemaal lezen?
Nee, ik kijk plaatjes omdat we geen tv hebben.
'Zij zijn niet langer puriteinen.
Boerse mieren, op misplaatste wijze "zaaiers" genoemd...
...maar in niets als hun buur, de grijskeelbospatrijs.
Ik zag een nest ervan op een lenteochtend...
...in het buitengebied van New Orleans.
Ze kwamen prachtig samen...
...in de open grasvlakte met zijn vrijgelegen gebieden.
Dat is Thomas.
Hij schrijft.
Dierenverhalen.
Echte, niet van die verhalen waarin dieren net rare mensen zijn.
Erg, hè?
Dat heb ik getekend.
Het is net oorlogstuig.
Hij heeft vast rosbief mee.
Van rood vlees wordt hij een monster.
Heb je een wapen nodig?
Ja.
Voel je je dan veiliger? - Ja.
Het ligt hier niet. Thomas heeft het vast mee.
Gebeurt dat vaak?
Nooit.
Sinds jij er bent...
...doet hij anders.
Waarom zeg je dat? Moet ik weg?
Wat heb ik misdaan?
Waar is hij? - In het huis.
Iemand heeft hem gezien. Er werd naar gevraagd.
Wat heb je gezegd? - Nou...
Denk je dat hij gevaarlijk is?
Ja. - Wat nu?
Wat een vraag. We gaan hem natuurlijk helpen.
Maar ben je dan niet bang? - Daar ben ik te groot voor.
No comments yet. Be the first to leave one.