200 baris pertama.
HET WOORD
Vader!
Vader! - Ja, wat is er?
Johannes is weer in de duinen. - Alweer? Oh nee.
Ik ga hem halen. - Ik ga met je mee, ik ga mee.
Wat is er aan de hand? - Het is je broer.
Johannes? - Nee, Anders.
Dus weer een probleem met Johannes.
Ik kan maar beter meegaan. - Jazeker.
De zielenpoot. - Bedoel je Johannes?
Hij is te beklagen, 27 jaar en ongeneeslijk gestoord.
Misschien is hij gelukkig, zoals hij is. - Je meent het?!
Doe iets warms aan.
Je vader gaat ook mee. - Ik ben klaar.
Ik zorg voor warme koffie. - We zullen het nodig hebben.
Wee jullie, huichelaars!
Jij...
en jij...
en jij!
Wee jullie voor jullie ontrouw!
Wee jullie, omdat jullie niet in mij geloven...
de verrezen Christus, die naar jullie toe is gekomen...
ontboden door Hem, die de hemel en de aarde heeft gemaakt.
Voorwaar, ik zeg u: de dag des oordeels is nabij.
God heeft me ontboden als zijn profeet in zijn aanschijn.
Wee jullie die niet geloven, want alleen zij die geloven...
zullen het Koninkrijk des Hemelen binnengaan.
Is Johannes... - Ja.
Waar is dat voor, Johannes?
Ik ben het licht van de wereld, maar de duisternis begrijpt het niet.
Ik ben tot de mijnen gekomen, maar de mijnen laten mij niet toe.
Waarom zet je de kandelaars daar?
Zodat mijn licht kan schijnen in de duisternis.
Het is zo droevig. - Hij is behoorlijk gek.
Ik bedoel, denken dat hij Jezus is.
Ik vraag me af of hij zijn verstand ooit zal terugkrijgen.
Het zijn al die studies die zijn hoofd op hol hebben gebracht.
Hij had nooit mogen worden aangemoedigd om te studeren.
Ik deed het omdat hij begaafd was. - Je wilde een predikant in het gezin.
Nee, Mikkel, er zijn genoeg predikanten.
Waar er nood aan is, is een man om mensen te beroeren.
Toen ik zijn gaven zag, dacht ik dat hij de vonk zou zijn...
die het christendom opnieuw in vuur en vlam zou zetten.
Ik bad met heel mijn hart dat hij de stem van een profeet zou hebben.
Een hervormer?
Een vernieuwer, ja, daar heb ik vurig voor gebeden.
Kijk wat er van is gekomen.
We kunnen maar beter terug gaan slapen.
Welterusten, vader. - Welterusten.
Welterusten, vader. - Welterusten, Anders.
Ik ga nog even kijken bij de zeug.
Johannes zal wel weer zijn oude zelf worden.
Ik hoopte dat hij zou genezen, maar dit zal nooit gebeuren.
Waarom denk je dat? - Er zijn geen wonderen meer.
Niets is onmogelijk voor God, als we Hem aanroepen.
Ik heb gebeden, gebeden en gebeden, Inger.
Je moet nog een keer bidden.
Jezus zelf zei dat Hij onze gebeden zal verhoren.
Ik weet het, Inger, ik weet het.
Maar wat voor nut hebben al mijn gebeden gehad?
Hoe kan je weten wat je gebeden in gang hebben gezet?
Bid en bid opnieuw...
zelfs als je denkt dat je gebeden waardeloos zijn.
Welterusten, lieve opa. - Goedenacht, Inger.
Ik blijf nog wat langer hier, Inger. - Doe dat.
Welterusten dan.
Het is zo jammer voor je vader.
Het is zo jammer voor Johannes. - Dat vind ik ook.
Maar... - Maar wat?
Johannes is misschien dichter bij God dan wij, maar je vader...
Ik kan zijn kwezelarij niet verdragen.
Je bent onbillijk tegenover je vader.
Hij is onbillijk tegen mij geweest.
Hij heeft je nooit iets verweten.
Nee, hij zweeg, maar ik weet wat hij dacht...
toen bleek dat ik niet zo vroom was als anderen op deze boerderij.
Maar Mikkel, je gelooft toch in God, nietwaar?
Je kent mijn mening, Inger.
Dat je niet gelooft? - Zelfs geen geloof in het geloof.
Maar je hebt iets belangrijkers.
Wat is dat? - Een hart en goedheid.
Geloof is niet genoeg als je ook geen goed mens bent...
en jij bent er een.
Maar ik heb geen geloof. - Het zal komen.
Weet je het zo zeker? - Ja.
Dan zal je een grote warmte vanbinnen voelen, een grote vreugde.
Het is toch fijn om gelukkig te zijn, nietwaar?
Ja, Inger meid, nu moeten we slapen.
Welterusten, mijn grote jongen.
Karen, geef dat aan de kippen.
Jullie twee moeten me helpen. - Met wat?
Nou, Anne en ik denken... - Anders!
Je bent toch niet verliefd geworden op de dochter van de kleermaker?
Jawel.
Wat is daar mis mee, Mikkel?
Niets, behalve dat dat het ergste is dat je zou kunnen overkomen.
Het ergste? - Ik bedoel haar niet, zij is lief.
Wat is het dan? - Wat zal vader zeggen?
Daarom heb ik jullie hulp nodig, als jullie willen.
Maar hoe zit het met haar vader, wat zal hij zeggen?
Je weet dat ze de mening van vader over religie niet delen.
Maar als Anne en ik van elkaar houden...
Mikkel en ik zijn het met je eens. - Maar?
Maar... Maar wat... eh, Mikkel?
Verdomd als ik het weet.
Je gaat ons helpen, nietwaar? - Uiteraard helpen wij jullie daarbij.
Waarom ga je niet met Annes vader praten?
Dat dient nergens toe. - Probeer het tenminste.
Ja... ja.
Ik zou het natuurlijk kunnen proberen. Wat denk jij, Inger?
Ja, probeer het.
Ik zal intussen je vader proberen te overtuigen.
Dat zal het moeilijkst zijn, maar ik zal alles proberen.
Bedankt, Inger, ik weet zeker dat je het zult redden.
En jij houdt je bezig met de kleermaker. - Ik ga er nu heen.
Tot ziens. - Succes.
Als vader maar niet koppig wordt.
Ik ben er banger voor dat hij neerslachtig wordt.
Moet je het riet niet snoeien? - Ja.
Tot ziens, mijn meisje.
Iedereen zou denken dat we net verloofd zijn.
Maar dat zijn we, schat. - We zijn wel al acht jaar getrouwd.
Verpest het niet. - Doe ik dat meestal?
Nee, integendeel.
Lieve God, help me vandaag ook.
Dat komt omdat het binnenregent.
Grootvader... Je liet me schrikken.
O ja? Wat zei je? - Die vochtplek komt door de regen.
Het dak is niet waterdicht. - Dat is het zeker niet.
Verdomde reuma!
Wel, wel, koffie op dit uur van de dag? - Het is zo koud, opa.
De koekjes ook nog, die je zelf hebt gemaakt.
Je houdt van mijn koekjes, nietwaar? - Ja.
Ben je hier naar op zoek? - Ja, bedankt.
Ik had wel zin in die pijp, maar hij moet worden gevuld.
Hij is gevuld. - Kan je dat dan ook?
Ik kan alles. - Behalve een zoon hebben.
Nou, nou, alsjeblieft.
Luister.. Grootvader... - Ja?
Midden in de woonkamer.
Wat zegt hij?
Wees stil, Johannes. Doe de deur dicht.
Zo zal mijn Vader, die in de hemel is, verheerlijkt worden.
Komaan, komaan, Johannes.
Wat zei hij?
Wat maakt het uit wat hij zegt, Inger?
Wil je nog een koffie? - Ja graag, een kleintje. Dank je.
De nieuwe predikant is zojuist de kerk binnengegaan.
Vreemd dat hij hier nog niet geweest is.
Hij komt wel op een dag.
Mikkel en Anders snoeien het riet, niet?
Mikkel vertrok net toen je kwam.
Hij preekt wel goed. - De predikant? Ja..
maar het duurt nogal lang voor hij bij "amen" komt.
Ja, misschien.
Grootvader... - Ja?
Wil je me helpen? - Zeker, als ik kan.
Ken je Anne, de kleermakersdochter?
Ja. En dan?
Zou ze geen goede partij zijn voor Anders?
Daarom drinken we dus koffie. - Ja... Nee, niet echt.
Maar... zou ze niet? - Ik denk dat we er beter niet over praten.
Hoe kun je zo... - Zo wat?
... zo vastgeroest zijn?
Ik denk gewoon dat je je bij je eigen soort moet houden.
Grootvader, het enige dat telt, is dat ze van elkaar houden.
Liefde komt met de jaren, Inger.
Lieve grootvader, je weet alles van de wereld...
maar niets over liefde.
Vertel me, ben je ooit echt verliefd geweest?
Of ik verliefd ben geweest? Minstens een dozijn keer.
Net zoals ik dacht! - Wat dacht je?
Dat je nooit bent verliefd geweest.
Nou, ik ben wel getrouwd geweest, dat weet ik.
Ja... maar jij en Maren...
Dat was alleen maar... - Wat was dat alleen maar?
Het was een toch eerder een boerenovereenkomst.
Inger... Maren was een goede vrouw, precies de juiste vrouw voor mij.
Vergeef me.
Grootvader, als je ermee instemt dat Anders en Anne trouwen,
beloof ik je iets waar je gelukkig van wordt.
Wat is dat dan? - Gebakken paling voor het zondags diner.
Nou, dat is dan toch alvast meegenomen.
En, grootvader, ik beloof je deze keer een jongen.
Ben je nu blij?
Je doet veel mooie beloftes, Inger.
Ben je nu akkoord? - Inger, Inger...
Je maakt je zo veel zorgen om niets. Anders komt er wel overheen...
en we zullen gemakkelijk het juiste meisje voor hem vinden.
Het is beter dat je de waarheid weet: Anders snijdt geen riet met Mikkel.
Is dat zo? - Nee.
Waar is hij?
Nu begrijp ik het.
Dat was de reden voor de koffie. - Ja, opa, dat was het.
Als hij terugkomt, zeggen we: 'Gefeliciteerd, Anders', nietwaar?
Dus Peter de kleermaker krijgt vandaag een schoonzoon.
En jij een lieve, bekwame schoondochter.
Ik heb daar niet om gevraagd. - Geef toestemming, grootvader.
Terwijl hij wegging, zonder me iets te zeggen?
En jij, Inger, jij wist ervan, maar je zei niets.
No comments yet. Be the first to leave one.