Le prime 200 righe.
Dag, Germain. - Anouk.
Alles goed? - Ja, en met jou?
Fijne vakantie gehad? - Ja, en jij?
Zoals altijd in Bretagne. Kom, we zijn al laat.
Heb je je rooster gehad? - Ja.
Tevreden? - Ja, mentor van 2C.
Ja, dat is toch goed? - Ja, ja.
Heb je de memo gelezen? - Ja.
De triomf van het gelijkheidsbeginsel. Ook weer zoiets populistisch.
Nu al pessimistisch. - Ik heb de hele zomer Schopenhauer gelezen.
Dag, Robert. Alles goed? - Ja, prima.
Beste collega's, we kunnen beginnen. Kunt u iets naar voren komen?
Niet zo verlegen.
Kan iedereen mij horen?
U heeft een brief ontvangen over de nieuwe ontwikkeling van dit schooljaar.
We zijn niet langer een gewoon lyceum.
We zijn een experimentele school en daar moeten we trots op zijn.
We starten vanuit nieuwe grondslagen...
...om met nieuwe pedagogische richtingen te experimenteren...
...terwijl we ook terugkeren naar de traditie...
...met het uniform voor alle leerlingen.
Op een school waar de populatie zo sociaal heterogeen is...
...is het uniform een gewaagd symbool.
Inderdaad, gewaagd. Het uniform zal alle leerlingen...
...op gelijke voet brengen.
Hoe ging het?
Je had mee kunnen gaan.
Ik ga al zo lang niet meer naar de kerk. - Het was de begrafenis van Bruno.
Ik ben geen familie of vriend van Bruno. - Ik was liever niet alleen gegaan.
Ik heb de tweeling gezien. Ze zijn precies zoals Bruno ze beschreef.
Ik wist niet of ik ze moest condoleren...
...maar toen ik wilde weggaan, kwam een van de twee naar me toe.
Ze komen morgen naar de galerie om over de toekomst te praten.
Germain, luister je wel? - Ja, ja.
Goed.
Zullen we naar de film gaan? - Goed. Als ik hiermee klaar ben, gaan we.
Een nul, een drie, een 1,5. Een vijf, wow.
Zijn ze zo slecht dit jaar? - Zo'n slechte klas heb ik nog nooit gehad.
Dat zeg je elk jaar - Moet je dit horen.
Luister: 'Zaterdag heb ik pizza gegeten en tv gekeken.
Zondag was ik moe en heb ik niets gedaan.' Punt.
In een half uur twee zinnen. 48 uur uit het leven van een 16-jarige.
Zaterdag: tv en pizza. Zondag: niets.
Ik vroeg geen gedicht in alexandrijnen, maar een opstel over hun weekend.
Om te zien of ze meer dan twee zinnen konden schrijven, dus niet. Hier nog een.
'Zondagen vind ik niet leuk. Zaterdagen vind ik wel leuk...
...maar zaterdag mocht ik niet uit van m'n vader en nam hij m'n mobiel af.'
Jeanne, ik ben gaan lesgeven om kinderen smaak voor literatuur bij te brengen.
Maar ik krijg alleen te maken met mobieltjes en pizza's.
De onwetendheid is niet erg, maar de gedachte aan morgen. Zij zijn de toekomst.
Conservatieve filosofen waarschuwen voor barbaren, maar ze zitten al in de klassen.
'M'n laatste weekend.' Claude Garcia.
'Zaterdag heb ik huiswerk gemaakt bij Raphael Artole.' Dank je, lieverd.
'Ik speelde al een tijdje met die gedachte, omdat ik graag z'n huis wilde zien.
Vorige zomer keek ik elke middag vanaf een bank in het park naar zijn huis.
Maar op een avond betrapte z'n moeder me bijna bij het bespioneren.
Vrijdag zag ik mijn kans schoon. Rapha had z'n wiskunde verbruid.
Ik stelde voor hem te helpen met z'n huiswerk.
Het was maar een voorwendsel. Ik wist dat hij thuis zou willen leren...
...want ik woon in een buurt waar Rapha nooit zal komen.
Om 11 uur belde ik aan en eindelijk opende het huis zich voor me.
Ik liep achter Rapha aan naar z'n kamer die was zoals ik me had voorgesteld.
Ik liet hem een vraagstuk oplossen en onder het mom dat ik een cola ging halen...
...nam ik een kijk je.
Daar was ik dan, binnen in dat huis, iets wat ik me al zo vaak had verbeeld.
Het is groter dan ik had gedacht. Mijn huis past er zeker vier keer in.
Alles is netjes opgeruimd. "Genoeg gezien" dacht ik...
...en net toen ik naar Rapha wilde gaan, trok een geur mijn aandacht.
De typische geur van een vrouw uit de middenklasse.
Ik liet me door de geur naar de woonkamer leiden.
Daar, op de bank, een woontijdschrift doorbladerend...
...ontdekte ik de vrouw des huizes, Rapha's moeder.
Ik keek naar haar tot ze opkeek. Haar kleur ogen paste bij die van de bank.
"Dag, ben jij Charles?"
Wat een stem. Waar leren die vrouwen zo praten?
"Nee, Claude," antwoordde ik terwijl ik haar blik vasthield.
"Zoek je de wc?" - "De keuken."
Ze liep met me mee. "IJsklontjes?"
"Pak wat je wilt en doe of je thuis bent."
Ze liep terug naar de bank om verder te lezen.
Terug in Rapha's kamer loste ik het vraagstuk op.
Hij heeft echt hulp nodig, wil hij wiskunde dit jaar halen.
Wordt vervolgd.'
Staat dat er echt, wordt vervolgd? - Ja, tussen haakjes.
Heb je een 8,5 gegeven? - Er zijn geen spellingfouten...
...en zijn woordenschat is niet slecht vergeleken met de rest.
Wie is die jongen? - Dat is...
Claude Garcia. Ik ken ze nog niet allemaal.
Een 8,5 voor de spot drijven met z'n vriend en z'n moeder?
Dit jaar gaan we de grote Franse schrijvers bestuderen: La Fontaine...
...een groot meester die vorm en inhoud mooi samenbracht.
En jullie leren schrijven om je mening te geven, je te uiten en verhalen te vertellen.
Goed, vergeet het huiswerk over de adjectieven niet.
En probeer een beetje te lezen, pak af en toe een boek.
Vergeet je mobiel. Ik reken op jullie. Lees, lees.
Wees nieuwsgierig.
U wilde me spreken, meneer? - Ja.
Over je opstel over het weekend. Heb je dat zelf geschreven?
Ja, hoezo?
Er zit me iets dwars. Kun je het laten zien?
Is het de interpunctie? Ik gebruik de puntkomma niet goed.
Nee, de interpunctie is goed.
Ik ben beter in exacte wetenschappen, maar dit jaar ga ik aan m'n Frans werken.
Je schrijft over een andere jongen en z'n familie.
Dat kan verkeerd worden opgevat. - Alleen u leest het.
Misschien laat ik het de rector lezen om zijn mening te vragen.
Ik heb het voor u geschreven.
Wat zou Rapha denken als hij dit leest:
'...trok een geur m'n aandacht. De typische geur van een vrouw uit de middenklasse.'
Maar het ergste is wat er tussen de regels staat, de toon.
Hoe zou Rapha reageren als je dit voorlas? - Geen idee.
U vroeg ons over ons weekend te schrijven.
Ik weet niet wat je wilt, maar we laten het rusten. Je kunt gaan.
Kan ik het huiswerk al inleveren?
Dat is voor maandag. - Het is al af.
We moesten de adjectieven uit de lijst in een opstel gebruiken...
...maar ik wist niet of je de volgorde moest respecteren.
Dat maakt niet uit. - Ik heb ook andere adjectieven gebruikt.
Kijk er nog eens naar en geef het maandag. - Nee, dit weekend stort ik me op wiskunde.
Tot ziens.
Schrijf een opstel met deze adjectieven: Blij, anders, normaal, mooi...
...geconcentreerd, klein, fantastisch.
Maandag stelde ik Raphael voor om weer samen aan trigonometrie te werken.
Blij nodigde hij me uit om bij hem te werken.
Kom je bij mij?
Rapha. Waarom Rapha? Waarom heb ik hem gekozen?
Deze doodgewone, sympathieke klasgenoot. Omdat hij anders is. Hij is normaal.
Anderen ook wel, maar er is iets waardoor Rapha m'n aandacht trok
Vorig jaar viel me op dat z'n ouders hem vaak opwachtten voor school. Gearmd
Veeljongens zouden zich schamen voor hun ouders als die hen ophaalden.
Rapha niet. Die had er geen moeite mee en ik vroeg me af...
...hoe mooi z'n huis eruit zou zien. In wat voor huis woont een normaal gezin?
Dag, meneer André. - Dag.
Onderweg spraken we over dingen waarjongens over praten:
Meisjes, sport, basketbal, auto's, wat we later gaan doen...
Al kletsend over dat soort onderwerpen kwamen we bij zijn huis aan.
HET LABYRINT VAN DE MINOTAURUS
Vind jij dit kunst voor gestoorden?
Ik weet het niet.
Als het goed verkocht, zou de tweeling het geen kunst voor gestoorden noemen.
Voor die provincialen is een galerie en een slagerij hetzelfde.
Je weet hoe ik over dit soort werk denk. Ik wil gezichten, personen zien.
Ik voel me verloren tussen... - Germain.
Mijn baan staat op het spel. Ik wil je ideeën over moderne kunst nu niet horen.
Zeg gewoon dat het twee rotwijven zijn. - Willen die rotwijven de galerie sluiten?
Ik krijg een maand om te laten zien dat die winstgevend kan zijn.
Als ik niets verkoopbaars vind, sluiten ze de boel en is het afgelopen.
En hoe was jouw dag? - Niets bijzonders.
Ik heb wel met die jongen gepraat. - En?
We hebben erover gesproken en daarna gaf hij z'n nieuwe opstel.
En? - Hij heeft het weer gedaan.
In wezen heeft hij hoofdstuk twee gegeven. Dat had hij ook gezegd: 'wordt vervolgd'.
Heb je het bij je? - Ja.
Wil je niet dat ik het lees? - Ik weet niet of dat een goed idee is.
Ik lees al tien jaar het huiswerk van je leerlingen.
Fijn dat je me helpt.
Rapha's moeder was in de woonkamer. In haar ene hand een woonblad...
...in de andere een meetlint.
Ze was zo geconcentreerd bezig dat ze niet meteen omkeek.
Alles goed? - Ja.
Op de tv, naast een Chinese draak, een foto van de heilige familie.
De draak keek hongerig naar hen.
En je vriend... - Claude.
En? - Een zeven voor wiskunde.
'...en dankzij Claude, ' zei Rapha. - Een zeven? Fantastisch.
Willen jullie iets eten?
Ik heb stokbrood gekocht en in de kast ligt chocola. Goed, ik ga verder.
Ze ging terug naar de woonkamer.
Het blad in de ene hand, het meetlint in de andere, zwevend als een geest.
In haarjurk waren de vormen van een vrouw uit de middenklasse zichtbaar.
Wordt vervolgd.
Ik voel me er ongemakkelijk bij. - Hoezo?
Een jongen van 16 die dat schrijft, is toch choquant? Met zo veel ironie.
Ik vind het niet aanstootgevender dan deze opblaaspoppen uit een seksshop.
Dit is geen seksshop, maar een galerie.
Ja, ja. Het is subversief. Seks en dictatuur.
Inderdaad. De dictatuur van de seks.
Leg het aan de rector voor. - Vanwege dat 'vrouw uit de middenklasse'?
Praat erover met je collega's en met de ouders. Ja, praat met de ouders.
Zodat ze hem uit hun huis weren?
Niet met Rapha's ouders, maar met de ouders van de schrijver, die Claude.
Die jongen moet in therapie. - Ach, nee. Hij is gewoon rebels.
Hij is boos op de werkelijkheid en geef hem eens ongelijk.
Dit is beter dan auto's in de fik steken.
Misschien zit hem iets dwars en wil hij je aandacht.
Hoe ziet hij eruit? - Heel gewoon.
En hoe is hij in de klas?
Stil, geen onruststoker. Hij zit altijd op de achterste rij.
Dat deed jij ook. - Dat is de beste rij.
Jij ziet iedereen, maar niemand ziet jou.
Dag, Anouk.
Hoe gaat het? - Zozo.
Een nieuw schooljaar is altijd wennen. - Ik wil informatie over een leerling.
Uit welke klas? - 2C.
2C... welke leerling?
Claude Garcia. - Die naam zegt me niets.
Wacht even. Toch wel. Claude Garcia is toch een verlegen, blonde jongen?
Hij zit hier pas twee jaar. Is vaak verhuisd. Enig kind. Moeder afwezig...
...vader werkloos. Hij was arbeider. Gehandicapt, vast op het werk gebeurd.
Mooi is hier een bijwoord. '...hoe mooi z'n huis eruit zou zien.'
No comments yet. Be the first to leave one.