最初の197行です。
Antwerpen.
De volgende vertrekt pas binnen veertig minuten.
Brussel dan.
Meneer, u zit hier wel eerste klas. -Ik vind het hier ook eersteklas.
Hoeveel tot in Brussel? -Bent u soms de leukste thuis?
Misschien wel, waarom? -Omdat u hier in Brussel bent.
Even serieus nu, waar wilt u naartoe?
Voor 500 frank. Maakt niet uit waar naartoe, maar niet te snel.
Stoort het als ik rook?
Als ik mag kotsen. Kunt u niet lezen?
Duizend frank als ik mag roken.
Stop.
Vijfhonderd frank had ik gezegd, stoppen. -Bent u niet wijs?
Toch niet hier? Toch niet in de tunnel?
Max?
Louis.
Godver, wat doe jij hier? Ik wist niet dat je de weg kende naar Brussel.
Werk je nog altijd bij Van Gijzegem?
Heb je een dagje vrij? -Zo zou je het kunnen noemen.
Wat doe jij hier? -Ik wacht op de bus.
Ik woon achter de basiliek sinds ik met pensioen ben.
Ik heb me vorig jaar laten pensioneren op de dag dat ik 55 werd.
Ik woon in bij m'n dochter.
Een braaf kind, hoor, daar niet van, maar een verschrikkelijk vrome trien.
Ze doet niks anders dan pullovers breien voor de armen.
Daar is hij.
Het is niet voor niks.
De bus kost alleen maar 28 frank voor ezels.
Voor jou is 't natuurlijk niet praktisch omdat je nooit de bus neemt…
…maar ik heb een jaarabonnement gekocht.
Als ik wil, mag ik achteraan instappen, maar dat doe ik niet.
Ja, het is natuurlijk niet goedkoop…
…maar ik haal het er in zes maanden uit, want ik neem 7 of 8 keer per dag de bus.
Ik wil van m'n oude dag profiteren.
's Ochtends sta ik aan de deur bij Het Laatste Nieuws…
…om als eerste de krant te hebben.
En 's middags ga ik wel eens eten bij de Sarma.
Vroeg, zoals nu, voor het druk wordt.
En dan kijk ik of er nergens iets te doen is.
In de zomer kom ik 's avonds vaak nog terug…
…om te zien of er op het Muntplein geen concert is.
Zo kost het me nog geen frank per rit.
Geef het maar toe.
En ik doe 't natuurlijk ook…
…om niet bij die trien van een dochter van me te zitten.
Het is een braaf meisje…
…maar ze doet niks anders dan breien.
Ik denk dat alle zielenpoten van Brussel wel tien pullovers hebben.
Heb je een telefoon thuis?
Nee.
Denk je dat ik dat kan betalen, een telefoon…
…van wat ze mij aan pensioen geven, na een leven lang werken?
Nee, dit hier…
Dit is m'n enige uitspatting.
En je hebt nog geen kinderen. -Nee.
Een hond.
Is er iets mis met je kraantje? -We hebben het er nog niet over gehad.
Je bent al zes jaar getrouwd…
…en je hebt nog niet met je vrouw over kinderen gepraat.
Zeg, Max, weet je wel zeker dat het allemaal goed gaat in je hoofd?
Josephine, kindje, geef ons nog eens wat koffie.
Dank je.
Zo'n braaf meisje en maar geen man vinden.
Eigenlijk heet ze Josephine-Charlotte, zoals de prinses.
Mag ik wat op je bed gaan liggen, Louis?
Twee keer 017, alstublieft. -Last van liefdesverdriet?
Het is trouwens één plaat voor vijf frank.
Krijg ik iets van je?
Een nieuwe smoel als je wilt.
Hij heeft problemen, denk ik.
Ga naar huis, Louis. Ga naar huis.
Hier, neem een taxi.
Nog een dubbele whisky, alstublieft.
Dat was van Sinatra, hè? -Ja.
Ik smelt als ik hem hoor.
Hij is al oud, maar zijn stem blijft jong.
Alstublieft.
En drink niet te veel. Ik zie dat je droevig bent.
Hoe heet je?
Alice.
Hoe weet je dat ik droevig ben? -Dat zie je al van 50 meter.
Hoe dan? -Omdat je dat van 50 meter ziet.
Hier komen alleen ongelukkigen.
Wie we daar hebben. Nog een van m'n aanbidders.
Goedenavond, Abdel. Heb je je laatste tram naar de remise gebracht?
Een biertje.
Bied je mij en m'n vriend niks aan?
Een trambestuurder verdient geen fortuin.
Maar als hij jouw vriend is, is hij ook mijn vriend.
Hoe heet hij eigenlijk?
Dat weet ik niet.
Max.
Goedenavond, Max.
Ik ben Abdel.
Geef me nog maar een dubbele, Alice. Heb ik een muntje nodig voor de telefoon?
Ik heb hem nog nooit gezien, die Max. -Ik ook niet, maar ik mag hem wel.
Ik hou wel van ongelukkige mensen. Zo ben ik nu eenmaal.
Ik hou van drama.
Is ze niet thuis?
Alice, sluit de tent maar. Dan gaan we ergens anders iets drinken.
Daar fleurt Max wel wat van op.
Ja, Max?
Max!
Ik had die portier op z'n bek moeten slaan.
Dan hadden we nu op het politiebureau gezeten.
Hier is het beter of niet?
Vinden jullie het lekker?
Het is van Miracoli. Dat is makkelijk als je alleen woont.
Waar woon je, Max?
Nergens.
Je mag hier blijven slapen als je wilt.
Je mag ook bij mij blijven slapen.
Nou, ja. Ik heb een logeerkamer.
Ik denk niet dat ik veel zal slapen.
Moet je morgen niet werken? Ik wel. -Ik moet gaan.
Zo bedoelde ik het niet. -Dat weet ik wel, maar ik ga toch.
Kom je, Alice?
En nu?
Ik wil bij jou blijven slapen, maar niet in de logeerkamer.
Waar gaan we naartoe?
Naar mijn huis.
Ik wist niet dat je Nederlands sprak. -Je hebt het niet gevraagd.
Ik sprak Frans omdat jij dat deed. Ik spreek de taal van de klant.
Waar gaan we naartoe? -Mijn huis.
Is dat nog ver? -Het is niet dichtbij.
Dan gaan we hierheen.
We komen voor een kamer. -Nee, maar.
Doe maar voor de hele nacht. -De hele nacht? Dat zal niet gaan.
Het is halfvier.
Maar u mag voor de hele nacht betalen, 1500 frank.
Het kamermeisje komt om negen uur.
Kamer 38, op de derde verdieping. Handdoeken zijn er genoeg.
Wilt u boven iets consumeren?
Jullie zijn toch getrouwd, hè?
Het was fijn.
Dan had je maar geen Frans moeten spreken toen je binnenkwam.
Een dubbele, alstublieft.
Waarom werk je in een bar, Alice? -Dat is maar tijdelijk.
Eigenlijk ben ik actrice. -Ik ben chauffeur.
Maar ik heb geen zin.
Het is hier koud.
Wat is er tussen jou en die Abdel?
Waarom stel je zo veel vragen? -Dat is ook een vraag.
Waarom?
Jij mag er mij ook stellen.
Waarom vraag je niet of ik getrouwd ben?
Omdat ik dat gehoord heb.
Toen je met je trouwring tegen je glas tikte in de bar.
Je bent ongelukkig.
Dat zie ik.
Kom, we gaan naar je huis. Ik wil hier weg.
Waarin heb je al gespeeld? -In Hamlet. Op school.
En in twee reclamefilmpjes.
Voor zeep. -Brengt dat wat op?
Een beetje ervaring.
Geen geld. Althans, niet genoeg.
We kunnen misschien iets gaan doen, morgen.
We kunnen gaan dansen.
Ik heb al lang niet meer gedanst. -Ik heb nog nooit gedanst.
Kun jij het me leren?
Mijn zus heeft me uitgenodigd voor een feest morgen. Ze wordt 21.
Ga mee.
Heb je dan een zus? -Ja.
Ze woont samen met een dokter. Voor zijn geld, zegt ze.
Maar ze wil ook actrice worden. -Er zijn bars genoeg.
We gaan naar die fuif.
We kunnen Abdel meenemen.
We kunnen Abdel meenemen, ja.
We kunnen hem ook thuislaten.
Denk je dat hij nog kwaad is op ons?
Ik denk dat hij al heel blij is dat er iemand tegen hem praat.
Ik wist dat hij hier was. -Natuurlijk, we hebben het je gezegd.
We hebben het gezegd toen we weggingen.
Hij is ongelukkig. -Nou en, ik ben ook ongelukkig.
Ik zou hem op z'n bek moeten slaan. -Ik hou niet van jaloerse mannen.
Ik mag hem wel.
Maar ik hou meer van jou.
Hij is je minnaar, hè? -Nee, hij is mijn vriend.
Dubois heeft flink gezeurd omdat je vrijdag niet bent komen werken.
Er was niemand stand-by.
Hij moest zelf naar Zeebrugge rijden voor die container.
Wat een lomperik ben jij, zeg. Had je niet even kunnen bellen?
Ik telefoneer niet graag.
En waarom ben je niet gekomen? Was je ziek?
Je denkt te veel na. Je bent niet geschikt voor dit werk.
Wat zegt je vrouw ervan?
Mijn vrouw zegt niks, ze laat me m'n gang gaan.
Die van mij doet het.
Hoe bedoel je? -Dat ik genaaid word, natuurlijk.
Is het een Marokkaan? -Nee, waarom?
Een Belg, net zoals jij en ik. Een kaasboer.
Het heeft ook z'n voordelen.
Ik leg elke dag drie plakjes kaas tussen mijn boterham.
Ze krijgt zo'n half karrenwiel mee. Ze gaat er elke week naartoe.
Ze is er nu. Ik wacht hier op haar, want mevrouw kan niet autorijden.
Arme stakker. Je moet niet zo met je laten sollen.
Ik ben zelf ook niet roomser dan de paus.
No comments yet. Be the first to leave one.