最初の200行です。
Louis de Funès in:
--LE TATOUÉ---
Heb je wat gewerkt? - Ja.
Mooi, hè? - Heel goed, heel goed. 400.
Nee, meneer Mézeray, alles wordt duurder. - 300 dan.
En wat is dat? - Dat is een station.
Een klein stationnetje maar. 200.
En dat...? - Dat krijgt u...
O nee, ik betaal wel. - Dat krijgt u voor 700.
Er zitten daar veel uren in, het doek, de verf. - Ja, en het drogen.
En, meneer Dubois? - Excuseer me.
Het is al laat, we gaan morgen verder doen. Je mag je terug aankleden.
Goed, maar hoeveel doeken neem ik nu mee? - We hadden gezegd...
Die krijgt u voor 300. - Wacht even, 1, 2, 3, 4, 5, 6.
Zeven. - Dit is wel elf.
Met die erbij acht. - Maar dan heb ik er drie te weinig.
Laat zien. - Meneer, hoe durft u?
Wat is dat? - Een tatoeage.
Precies een reproductie van Modigliani.
Een reproductie, ik?
Laat eens zien. - Achteruit, jongeman.
Zeg me niet... - Ik heb u niets te zeggen, meneer.
Je wist het? - Neen.
En je zegt niks? Ik wil die tatoeage meteen zien.
Meneer Legrain, mag ik u aan meneer Mézeray voorstellen.
Een kunstliefhebber en financieel directeur.
En een nog grotere eikel. - Is het echt een Modigliani?
Het is een Modigliani. - Een echte?
Trek nooit het woord van een legionair in twijfel. - Maar is dat echt het werk van Modigliani?
Rot op! - Je hebt gelijk.
Meneer Legrain, ik koop hem van u. - Ik ben geen worst of varkenspoot.
500.000. Wacht, een miljoen dan. - Wil je een oplawaai?
Heren, heren. - Hou je bakkes, jij.
Hoezo m'n mond? - Dat was tegen die andere.
ik bied twee miljoen voor wat u daar op uw rug heeft.
Hoezo wat ik op mijn rug heb?
Denk je dat ik een hoer ben, idioot? - Drie.
Meneer Dubois, u heeft maar vreemde relaties. - Neemt u me niet kwalijk, meneer.
'k Heb het al gezegd, zwijgen jij!
Je moet me nog drie schilderijen! - Ik heb tijd nodig.
Zet opa erop, oma. Iedereen.
Mijn god, wat bent u ontzettend opdringerig.
Meneer Legrain, luister naar me. Luister.
Wacht.
Niet weg gaan.
Twintig miljoen. Kijk maar. Kijk.
En?
't Is goed, hé?
Meneer Legrain. Dat is niet mis, hè? Waar bent u?
Daar schrok u van, hè? Hoor je mij?
Wat denkt u ervan? Wat antwoord u daarop?
Geeft niks. Heel goed. Perfect. Heel goed.
Het was heel goed, perfect, heel, heel goed.
O ja? Hoe is hij als mens? - Zet daar maar neer.
Hoe is hij? - Erg charmant, erg aardig, welopgevoed.
Echt aardig? - Heel aardig.
Stoort het u dat hij zwart is? - Ach, nee.
Stoort het u dat hij zwart is? - Nee.
U bent geen racist? - Ach, nee.
Bent u een racist? - Nee hoor.
Ik ook niet. Afschuwelijk.
Zeg eens pardon. - Pardon.
Hoe groot is het werk? - Wat zei u?
Hoe groot is het?
De grootte?
En de prijs?
Wacht, wacht.
Ten eerste is het een Modigliani.
Ten tweede is het een hele mooie Modigliani.
Ten derde is hij uniek in de wereld, hij is getatoeëerd op menselijke huid.
Op een mooie rug. - Goed, maar hoeveel gaat het kosten?
Goed, precies.
Voor we het over de prijs van de Modigliani hebben...
...moeten jullie dat allemaal kopen. Alles wat hier staat.
Je hebt deze, deze en deze. Kijk, deze is van mij. Kijk eens hoe mooi.
Deze zijn onverkoopbaar.
Daarom verkoop ik ze aan u. - Het is niet mooi!
Wat zegt u? - Dat ze niet mooi zijn.
Nee, ze zijn gewoon afschuwelijk.
Ik kan ze niet meer zien. U krijgt ze van aan een goede prijs.
150 miljoen. - Nooit.
Als u die Modigliani wilt, dan zal u ze allemaal moeten kopen voor 150 miljoen.
Geen sprake van. Nooit. Nooit.
Hallo, hoor je me? - Ja, meneer.
Verbind me snel met Bernheim in New York. - Nee, niet Bernheim.
En? - Akkoord. 150 miljoen.
160. - Daarnet zei u 150.
170. - Luister eens...
180. - Goed, akkoord.
Hallo, hoor je me? - Ja, meneer.
Hou die meneer Bernheim nog even aan de lijn.
Nee, contant geld. - Heb ik niet.
Toch wel. - Neen.
Meneer Bernheim!
Hoor eens, u bent erg sympathiek, maar ik zie u liever daar.
Zo goed? - Nee, meneer Bernheim!
Zo ja. Een beetje vlugger. Goed zo.
Eventjes uitblazen.
Goed, daar gaan we weer.
We zoeken straks meneer Legrain. Doe maar verder, anders...
Een heer, een charmante man. Zeer beleefd.
Meneer Legrain!
Meneer Legrain!
Alweer?
En met medeplichtigen. - Nee, ik leg u alles uit.
En ik ook, verdorie.
Bajonet op geweer en aanvallen. - Neen!
Toch wel! - Neen.
Laat u niet afschepen. - Hij moet een grapje maken.
En nog Engelsen ook, onze aartsvijanden.
Nee, het zijn Amerikanen. - 'Raus'.
Ze komen uit New York. - Dat maakt niets uit.
Maar neen. - Toch wel.
Ze hebben de Indianen om zeep geholpen. - Daar heeft hij wel gelijk in.
Zwijg jij, of ik scalpeer je. - Neen.
Toch wel. - Nee.
Jawel, ze gaan naar de maan met computers maar eten lamsbout met jam.
Maar neen. - Jawel, met jullie jazz-trompetten en...
...ontvolkingspillen. 'Heren, ga naar huis'.
Ze willen alleen uw rug zien. - Ik ben verdomme geen museum.
Wel... - Niet...
Maar als aandenken aan Pershing laat ik u mijn rug toch zien.
Jullie zullen het zien, wacht. - Jij, de hoek in, maniak. Neen, Daar.
Jij kijkt niet. - Oké.
Het bezoek is afgelopen. - Bedankt.
Wellicht van 1918...
Fout. 14 juli 1919, de avond na het overwinning-defilé.
Elf kilometer, iedereen was doodop. - Kende u Modigliani?
Ja, hij kende hem heel goed. - Jonge man, ik kende hem niet.
Het was in een café in Montparnasse rond 2 uur 's nachts.
Een kerel daar wilde een vrouw op mijn rug tatoeëren.
Ja mijnheer en ik ben dan maar op de biljart tafel gaan liggen.
Ja mijnheer, en pas jaren later hoorde ik dat hij Modigliani was.
Het maakte ook niks uit, want ik ben in het Vreemdelingenlegioen gebleven.
Ja, ja, jongen.
Ah, jij bent er. Hier.
Wat is er? - Mijn voet.
Zeg pardon. - Ben je gek?
Dat heb ik van u geleerd. - Wat heeft dit te betekenen?
Waarom bekijkt u me zo? - Wablieft?
Omdat ik een knecht ben? - Wablieft?
Omdat ik zwart ben? - Je bent toch niet zwart?
Toch wel. - Toch niet helemaal.
Wat heb jij meer dan mij? - Ik... wablieft?
Wat heb jij meer dan mij? - Heel veel.
De welke? - Wablieft?
Zeg toch wat jij meer hebt dan mij?
Goede avond mijnheer.
Kent u mijn vrouw? Liefste, dit is meneer Smith en meneer Larsen.
Wat ben ik blij u te ontmoeten. Mijn man heeft veel over u verteld.
Wat een vreugde u hier te ontvangen. Gaat u toch zitten.
Zet dat maar hier neer.
Nu kijkt hij mij ook al aan. Vertel maar.
De heren willen vast een aperitiefje. Pastis?
Ach nee, liefje. Whisky. Het zijn Amerikanen. Daar drinken ze bourbon.
Wat die Modigliani betreft... - Hij heeft het op de vlooienmarkt gevonden...
... daar is hij ook werkelijk begonnen. - Schat!
Ja?
Betreft die Modigliani... - Hij heeft het op de vlooienmarkt gevonden...
... dit was zijn eerste werkervaring. - Schat!
Ja?
Betreft de Modigliani... - Hij heeft het op de vlooienmarkt...
Nu is het wel genoeg! Om terug te komen op de Modigliani...
Hier, liefste, lees dit maar. Niks anders dan afgrijselijk nieuws.
Terug naar onze zaak dus. - De Modigliani. Hoe wilt u hem leveren?
Het is heel eenvoudig. Er is één dagje ziekenhuis voor nodig.
We nemen zo'n klein dingetje...
Dat kietelt wat... en dan, hop, hop, hop. Net een servet, en afgelopen.
Gaat hij akkoord?
Ja. Ik zal het op een akkoordje gooien met hem.
Hoeveel gaat dat kosten? - 500 miljoen.
Hoeveel? - 500 miljoen.
Voor die tatoeage? - lngelijst.
Min die 180 miljoen. - O nee, dat is voorbij. U heeft die spullen gekocht.
Nee, nee, nee. - Toch wel.
Waar is meneer Bernheim? - Goed dan. Akkoord.
Morgenavond om 8 uur geeft u mij de handtekening van meneer Legrain.
Geschreven. - Je krijgt die.
Anders geeft u ons die 180 miljoen terug.
Pas op, meneer Mézeray. Pas op. U zult het moeten teruggeven.
Vergis je niet, ik heb het toch begrepen. - Wat heb je dan begrepen? Wat dan?
Wat dan?
Je bent zot om die tatoeage te verkopen voor je hem zelf hebt gekocht.
Iedereen is te koop. - En als hij niet wil?
Hij zal wel moeten anders heet ik niet meer Mézeray.
En als... - Ik luister nu al twintig jaar naar je geleuter.
Hoor eens, mijn duifje. - Ik ben je duifje niet, ik ben niemand z'n duifje.
Heb ik een kop zoals een duif dan?
Zoals je wil.
Nu we het daar toch over hebben, ik wil niet meer dat je me tutoyeert.
Waarom? - In een gezin als het onze, met een zekere klasse...
... wordt er niet meer getutoyeerd. - Wordt er niet meer getutoyeerd?
Neen!
Er wordt nooit meer getutoyeerd! - Nooit meer...
Nooit meer!
Zoals je wil.
Goede avond, mijnheer. - Zeer goed, goede avond mevrouw.
Je hebt heldhaftig gevochten, ja. U bent niet te koop. Dat begrijp ik.
U minacht geld, dat begrijp ik. Maar ook als het om 50 miljoen gaat?
Wat is dat? - Vlees met rode bonen.
No comments yet. Be the first to leave one.