最初の200行です。
In 2016 digitaal gerestaureerd door het Zweeds Filminstituut.
De longen voelen hard aan, alsof er veel bloed in zit.
Dan gaan we nu naar het hart kijken.
Was een longoedeem de doodsoorzaak? -Ik weet het niet.
Er was daarnaast waarschijnlijk sprake van een hartinfarct.
Juist.
Hoe ziet een oud infarct eruit?
Het is net littekenweefsel.
Het lijkt op een witte bundel weefsel.
Lichter. -Het weefsel is lichter geel.
Lichter? -Je kunt het hier zien.
En als we kijken naar de longen…
…zien we bloedophopingen.
En de oorzaak…
…van het infarct…
…zien we hier…
…een heel klein bloedpropje in een van de hartvaten.
Dat veroorzaakte een verstopping.
Zoiets kleins kan al genoeg zijn.
Is er geen risico op bijwerkingen? -Natuurlijk wel.
Zoals? -Dat weten we niet want…
Goedemorgen.
We gaan beginnen.
Goedemorgen.
Arts-docent Forslund. -M Arelind heeft zware astma.
Hoe gaat het met u? -Ik kan nog ademhalen.
Zuster Agneta, daar fleur ik van op.
Van wie is deze patiënt? -Van mij.
Welke behandeling stel je voor?
Voor een acute aanval theofylline glucose en adrenaline.
En eventueel cortison. -Goed.
Laten we de medicatie voortzetten.
Goedemorgen, M Jansson. Hoe voelt u zich?
Ik mag niet klagen.
Mijn…
U wordt beter. -Is dat zo?
Wel een beetje eng.
Zou clomethiazole helpen? -In dit geval niet.
Goedemorgen.
Laten we M Blomgren afkicken of gaan we toekijken hoe hij zichzelf dood drinkt?
Daar wil ik geen uitspraak over doen. -Rehab zal sowieso zijn dood betekenen.
Goedemorgen, mevr Ståhl. -Goedemorgen.
Hoe is het vandaag? -Kon slechter.
Zijn dit de laatste creatinine waardes?
Mevr Ståhl is steeds neerslachtiger.
Laten we de Valium met vijf mg verhogen.
U zult zich morgen beter voelen.
En mevr Rådström, hoe voelt u zich?
Dokter. Wanneer komt die persoon langs?
Persoon? -De therapeut.
Ik had vandaag een afspraak. -Ze komt morgen.
Ik heb dingen thuis te regelen. -Nou, ze komt morgen.
Wat moet ik? De buren kunnen niet op de kinderen blijven passen.
Snap dat dan.
U lijkt opgeknapt, M Larsson. -Is dat zo?
Ik kan hier niet blijven liggen.
U blijft maar testen doen.
Bel de therapeut en laat haar vandaag komen.
Goedemorgen, M Olsson. Hoe gaat het met u?
Geen verandering.
We gaan eens even kijken. -Gaat uw gang.
Kan ik helpen? -Nee.
Ontspan. -Zal ik proberen.
Een beetje uw benen omhoog.
Doet dat pijn? -Nee. Niet…
Is dat pijnlijk?
Nou, pijnlijk.
Een operatie kan nodig zijn. -U gaat uw gang maar.
Ga je naar het feestje vanavond? -Wat?
Zie ik je op het feestje? -Nee, ik ga naar Kerstin.
O, ja, je bent getrouwd. -Klopt.
Kom voor één biertje. -Nee.
Een biertje. -Nee.
Hoe ben jij hier terechtgekomen? -Dat heb ik gister toch gezegd?
Ik ken Bertil. -O, ja.
Waar werk je? -Verpleegafdeling 1.
Verpleegafdeling 1.
Waar heb je dit gekocht?
Waar? -In een boetiek.
Dit kan omhoog en naar beneden, toch?
Waar zat je?
Op een studentenfeestje.
Je zou meteen thuiskomen. -Ik ben er toch.
Weet je wel hoe laat het is?
Je komt er moeilijk onderuit. Je moet er wel heen.
Morgen heb je dienst.
Komt goed. -God, wat stink je.
Niet waar. Pure alcohol stinkt niet. -Wel waar.
Nee.
Nee, ik ben ongesteld.
Doe je kleren uit. Je hebt nog een paar uur.
Wil je me wakker maken? -Natuurlijk.
Hé.
Je vader heeft gebeld.
We zijn uitgenodigd voor zondag. -Heb je gezegd dat ik dienst heb?
Je bent om vier uur klaar.
Hé, je bent om vier uur klaar.
We kunnen niet nog een keer afzeggen.
Hé.
Dokter, we komen voor een bloedtest.
Doorgereden na een ongeluk. Hij zegt dat hij erna wat gedronken heeft.
De alcoholtest is groen. -Waar hebben ze het over?
Kunt u iets dichterbij komen?
Doe mij na. Hou uw vingers zo.
Doe uw ogen dicht en probeer dan…
…uw vingertoppen naar elkaar te brengen tot ze elkaar raken.
Dank u.
Zet nu een voet voor de andere en doe uw ogen dicht.
Dank u.
Ik heb een paar glazen gedronken toen ik thuiskwam. Dit is gestoord.
We zullen de testuitslag bekijken. Zuster. -De uitslag? Hoe bedoelt u?
Ik heb alleen wat gedronken toen ik thuiskwam.
Ik zou een fietser geschept hebben, maar dat is niet zo.
Ik drink nooit als ik drink, rij. Dat is gevaarlijk.
Gaat u even met de zuster mee voor een paar tests.
Goedemorgen. -Wat is er met je?
Hij is van zijn brommer gevallen.
Juist. Kom maar mee, dan kijken we even.
Ben jij ook gevallen? -Nee.
Wacht hier. -Oké.
Heeft hij zelf die kranten neergelegd? -Ja, ik denk het wel.
Een ambulance en de politie? -Ja.
Dokter Eriksson. -Majoor Råberg.
Wilt u ons even alleen laten? -Ja, meneer.
Was hij getrouwd?
Is zijn vrouw geïnformeerd? -Hij was ongetrouwd.
Heeft u enig idee wat de reden is? -Nee.
Hij gaf wel aan dat hij moeite had met zijn werk.
Hij zei nooit zo veel.
We…
Nou…
Hij had nooit in het leger gewild. Zijn vader wilde het.
Hoe zou die zich momenteel voelen?
Nou, ik…
Ik ga maar, even uitrusten.
Doe dat.
Wat is er gebeurd?
De kat rende de weg op. Ik moet hem geraakt hebben.
Arm beest.
Maar hij leeft nog. -Ja.
Je moet hem uit zijn lijden verlossen. -Ja.
Juist.
Dag.
Jan.
Hallo.
Wat doe je? -Ik pak een glas whisky.
Wil je ook? -Nee.
Hoe was jouw dag? -Zwaar.
Wat zei je? -Wacht even, ik kom eraan.
Ben je moe? -Ja, het was best een zware dag.
Waarom dan?
Een luitenant had zelfmoord gepleegd.
Daarna een overreden kat.
Had jij hem geraakt?
Ja, ik kon hem niet ontwijken. Hij rende ineens de straat op.
Ik sprak met de vader van de luitenant. Die is majoor.
Hij…
Hij begreep het niet.
Een verpleegster vertelde dat hij nooit het leger in gewild had.
De vader had hem min of meer gedwongen.
Is de kat doodgegaan?
Nee, ik…
…heb hem dood gemaakt.
Hij leek op de kat die bij ons langs kwam, toen we nog in Dalarna woonden.
Nee.
Afschuwelijk.
Alles lijkt tegelijk te gebeuren.
Wil je me een handdoek geven?
Hé.
Kerstin, neem nog wat jam.
Is het zwarte bessen? -Ja, uit de tuin.
Geef maar aan Maria. -Wil jij ook?
Dat is het probleem met gezondheidszorg, het is zo machinaal geworden.
Alle draait om medicijnen en apparatuur. -Zo erg is het niet.
Daar gaan we wel naartoe.
De medische professie is en zou, een roeping moeten zijn.
Je wordt niet dokter of priester om het geld.
Jan?
Ja, graag. -Ik hou hem wel.
Ik heb al. Zo.
Ik hoop dat je dat niet vergeet, nu je je doel bereikt hebt.
Pardon?
Ik zei dat je dat hopelijk niet vergeet, nu je je doel bereikt hebt.
Natuurlijk niet.
Ik heb het gevoel dat er iets ontbreekt aan de medische zorg vandaag de dag.
O?
Mensen steunen niet op hun geloof. Ik weet wat je denkt, Jan.
Dat zie ik veel tijdens mijn werk in de parochie.
Elke dag zie ik bewijs voor de helende kracht van het geloof.
Vindt u dat we geneeskunde moeten negeren?
Natuurlijk niet. Dat is essentieel.
Maar Gods hulp is ook noodzakelijk.
We hebben een ziel en een lichaam.
Is de koffie klaar? -Ja.
Dank u, Vader. Amen.
Je mag in mijn kamer roken. -Wat?
In mijn kamer? -Ik ga niet roken.
Kan ik met je praten? -Wat is er dan?
Ik wil met je praten. -Ik ben een beetje moe. Een andere keer.
Dat zeg je altijd.
No comments yet. Be the first to leave one.