처음 200줄입니다.
o, de trommels klinken zo treurig m'n liefste, m'n schat
terwijl m'n gedachten naar jou uitgaan
waar zijn de ogen die ik aanschouwde
op die lang vervlogen lome dag
dood zijn de bladeren op het verlaten slagveld
de stank van vlees vervult me met afschuw
ik sliep, badend in het zweet
de wormen vraten m'n brood aan
en het gekreun van mannen vulde de lucht
o, groen zijn de bladeren van de oude appelboom
de zoete geuren van lentebloesem
in je haar gevlochten
de lach in je ogen
een zachte grasspriet als ring om je vinger
François. -Francesco.
François.
Hij is ziek. -Wat is er gebeurd?
Hij is teruggekeerd uit de oorlog omdat hij ziek is. Hij is geen lafaard.
M'n liefste zoon. -Help me.
warm zijn de broden
die op de vensterbank afkoelen
op de klanken van het heldere, sijpelende water
de heerlijke, schone geur
van de grof geweven lakens
het lied van spelende kinderen
o, de trommels klinken zo treurig
m'n liefste, m'n schat
terwijl m'n gedachten naar jou uitgaan
waar zijn de ogen die ik aanschouwde
op die lang vervlogen lome dag
op die lang vervlogen lome dag
Francesco, alsjeblieft. -Kom op.
Hij heeft de hele nacht gereden. Op een vrouw, niet op een paard.
Morgen trekken we ten strijde. -Zijn de vrouwen dan onze buit?
Natuurlijk, daarom voer je oorlog.
Het is al laat, we moeten ons gaan voorbereiden.
Oorlog is een serieuze zaak. -Wat diepzinnig, Bernardo.
Waarom?
Waarom?
Wat jammer. Het is voorbij.
Ja, het is jammer.
Maar ik hoop dat we ooit weer zo'n dageraad zullen aanschouwen.
De laatste avond van onze jeugd.
Realiseer je je dat wel?
We pogen wanhopig die tijd altijd te laten voortduren.
We hadden de zonsopgang moeten tegenhouden.
Kom mee, Francesco.
Wacht.
Laat me met rust.
Alstublieft.
Broeders.
Broeders.
Melaatsen.
Ja, dat zijn melaatsen.
Nee, ik wil ze niet zien.
Ik wil ze niet zien. Zorg dat ze weggaan.
Nee, nee.
Ben je nog niet aangekleed? Wat heb je dan uitgevoerd?
Hou toch op met al die onzin, Pica.
De jongen trekt ten strijde en ik versta geen woord van wat je zegt.
Waarom sluit je me buiten? Spreek geen Frans in m'n bijzijn.
Als u een vrouw wilt die uw taal spreekt...
waarom huwde u dan geen slagersdochter?
Bravo, François.
Vergeef me, Heer.
Vergeef me, Heer.
We moeten met elkaar praten.
Wat gaan we doen met al het geld dat deze oorlog ons oplevert?
Nu begrijp ik het.
Hij lijkt op z'n vader. Nietwaar, Pica?
We zijn laat voor de mis. -Ze wachten wel. Luister, Francesco.
Uit de weg.
Francesco, als je in Perugia bent...
vergeet dan niet DeGoli's opslagruimten achter de markt.
Hij is net zo rijk als de paus. -Laat dat maar aan mij over.
En Francesco... -Nog meer?
Denk aan de triptiek in de kathedraal. Dat bespaart ons een fortuin.
Ja, oorlog is prachtig.
Dit is m'n dodenmasker.
Ga heen, zonen van Assisi.
God is met u.
Francesco.
Francesco.
Francesco.
bloemen in de weide gaan zachtjes heen en weer
en alle vogeltjes zingen blij hun voorjaarslied
konijntjes in de boomgaard rennen en spelen
en alle kleine schepselen lachen en zijn vrolijk
m'n kleine jongen
zing van plezier
ik ben bij je, lieve schat
liefste, wees niet bang
je wordt omringd door liefde
een wiegelied brengt je troost
en brengt je hart tot zingen
Wat doet hij daar? -Dat is de zoon van Bernardone.
François. Voorzichtig.
Francesco.
vogels zingen prachtig en laag
vanuit de bomen die gestaag groeien
je voelt een zachte bries
op deze wonderschone dag
de weide, daar ga ik heen
om rond te fladderen als een vlinder
de bloemen zijn een lust voor het oog
op deze wonderschone dag
ik wou dat dit altijd zou voortduren
het leven is heerlijk op zo'n dag
ik wens vrede voor iedereen
op deze wonderschone dag
op deze wonderschone dag
Francesco.
Wat is er?
M'n liefste Francesco...
wat is er met je gebeurd?
Je kunt me alles vertellen. We hebben elkaar altijd begrepen, we...
We zijn altijd zo hecht geweest.
Laat me je helpen, lieverd.
Ga zitten, neem wat te drinken.
De zaken gaan goed, het leven is eindelijk weer normaal.
Ik heb de prachtigste stoffen die je nergens anders vindt dan hier.
Zie dit damast uit de Provence. Mooi, niet?
Voel de textuur.
Vergelijk die eens met stoffen uit Venetië. Deze hier.
Kijk naar je handen. -Het spijt me.
Als ik ook maar één vlek ontdek, sla ik je bont en blauw.
Vies varken. Knechten zijn net beesten.
Gaat het al beter met je zoon? -Goddank wel.
Het heeft me veel geld gekost, maar het ergste is voorbij.
Alsjeblieft.
Je ziet hem binnenkort weer in de kerk. Dit moet je in het licht zien.
Ken je me nog?
Ik ben Clare.
Ze beweren dat je gek bent.
Wist je dat?
Toen je ten strijde trok, was je gezond van geest en pienter.
Maar nu ben je gek...
omdat je zingt zoals de vogels...
omdat je achter vlinders aan rent...
en naar bloemen zit te kijken.
Volgens mij was je vroeger gek, maar nu niet.
Stoor ik? Ik ga wel...
Zie je dat? Hij praat met haar.
Goddank.
Dat was het dus. De jongen smachtte naar een vrouw.
Je kunt dingen soms zo lomp zeggen.
Z'n hart ontluikt. -Noem het zoals je wilt.
Hij is op zoek naar een vrouw. Daarom gedroeg hij zich zo vreemd.
Wat is Clare toch mooi.
Maar haar vader heeft niet genoeg geld om de bruiloft te betalen.
Maar als Francesco dit wil, krijgen we dat geld wel bij elkaar.
Weet je wat? Ik zet hem weer aan het werk.
Maar... -Je hebt hem al genoeg vertroeteld.
Francesco is een goede handelaar. Hij houdt ervan.
Hij lijkt op mij. Dat is altijd al zo geweest.
Kom mee, je zult zien dat ik je raad precies heb opgevolgd.
Ik heb alsmaar gekocht...
en nu floreren de zaken.
Ik vervloek de oorlog omdat die je ziek heeft gemaakt...
maar voor m'n handel was de oorlog een zegen.
Kom mee, dan zie je het zelf.
Dit zal je bloed sneller doen stromen.
Beter dan al die drankjes en medicijnen die de vrouwen je geven.
Wat zeg je daarvan? Ga maar kijken.
Kijk maar, Francesco. Zie je dit alles?
En dan te bedenken dat mensen de oorlog verfoeien.
Kom mee, dan laat ik je alles zien.
Weet je hoe het allemaal begon? Met oorlogsvoorraden.
Na de oorlog verkochten soldaten hun buit.
Verliezers verkochten hun hele bezit om dingen weer op te bouwen.
Ze gaven het haast voor niks weg.
Ik zal je het laten zien. Kijk hier eens naar.
Kijk, Francesco.
Zie je deze dingen?
Erfstukken van adellijke families.
Ze smeekten me op hun knieën. Voor een habbekrats.
En dit is nog maar het begin. Er is nog veel meer.
Er is genoeg geld voor productie en verkoop. Hier werken wel 200 man.
Ververs, wevers. Kijk zelf maar. Dit alles is ook van jou.
God zegene de meester van dit huis
hij is knap, zij is mooi
ringen, gespen, belletjes en strikken
met een simpel gedicht ben ik tevreden
een simpel gedicht, meer niet
Hij ging samen met hen wandelen.
Ze zaten de hele middag buiten in de zon.
Niemand voerde iets uit.
En die dwaas keek gewoon toe.
Dat heeft hij niet van mij. In mijn familie heb je geen gekken.
Ik ben je arrogante maniertjes zat.
Dit is niet de nobele Provence. In mijn huis duld ik geen kakdames.
Je hebt die jongen verpest met je Franse koketterie.
Hij is volslagen gek. Iemand moet iets doen.
Maar jij niet.
Je bent een dom, koppig, vulgair beest. Dat ben je.
Begrijp je dan niet wat hij nodig heeft?
Hij is wanhopig.
Ik zou hem levend kunnen villen.
Dat is zo typerend. Je behandelt hem...
als een van je bedienden, als een voetveeg.
No comments yet. Be the first to leave one.