처음 200줄입니다.
Het zal vandaag nog warm worden.
Dan kom je nog aan het zweten, kerel.
Hallo, kapitein. Vijf meter meer naar links.
Naar links.
- Wat zegt ie? - Vijf meter meer naar links.
Oh, links, rechts, naar voren, naar achteren. Iedere keer anders.
Hé, wacht eens even - Wat is er?
- Vooruit, help eens mee. - Ja. Ja, ja.
Help eens. Daar drijft iets.
- Juffrouw Appleby? - Ja.
Ik ben Robert. De chauffeur van uw vader.
Uw vader was helaas verhinderd.
- De bagage van mevrouw is al gepakt. - Dank u.
Ik hoop u een prettige vlucht had, juffrouw Appleby?
Dank u. Het was zeer aangenaam.
In de auto.
Oh, eh, dat doe ik wel.
Weet u waarom mijn vader me niet op kon halen?
- Eh... hij is weg, juffrouw. - Is hij niet thuis?
- Nee, hij is 4 dagen geleden vertrokken. - Waarheen?
Ik wist niet eens dat hij wegging tot uw moeder het zei.
Ze is m'n stiefmoeder. Ik ken haar niet.
Oh, sorry.
Hoe is ze?
- Wel, juffrouw, het is niet aan mij... - Alstublieft.
- Ze is de vrouw van mijn baas, juffrouw. - Hoe is ze als persoon?
Ik heb geen idee.
U kent haar toch. U bent immers haar chauffeur.
Slechts af en toe. Meestal rijdt ze zelf of met dokter Gerrard mee.
- Wie is dat? - De dokter van uw vader.
- Hij is er vrijwel altijd. - Ik wist niet dat m'n vader ziek was.
- Sorry, dat had ik niet... - Wat mankeert hem?
- Ik dacht dat u dat wel wist. - Nee, ik weet van niets.
Wel, hij is al enige tijd ziek. Dat verbaasde me eigenlijk toen...
- Toen wat? - Oh, niets, juffrouw.
U was lang niet meer in Frankrijk, heb ik begrepen.
Tien jaar.
Wat mankeert mijn vader?
Dat weet ik niet, juffrouw. Maar hij moet weer beter zijn.
- Anders was hij niet vertrokken. - Wanneer komt hij terug?
Dat heeft Mrs. Appleby niet gezegd.
Hallo, Penny. Welkom thuis.
- Jane? - Je klinkt verbaasd.
- Had je me anders voorgesteld? - Sorry. Dat was onbeleefd.
Nee hoor. Oh, zet die maar in de hal, Robert...
...en kom dan juffrouw Appleby ophalen.
- Had je een vermoeiende reis? - Gaat wel.
Het moet erg inspannend zijn. Je reist niet veel, hè?
- Nee, dat niet. Maar het was opwindend. - Mooi.
Voorzichtig, Robert.
De treden worden lastig, vrees ik.
Maar we hebben hellinkjes geplaatst.
Ik denk niet dat je vaak via de voordeur gaat.
Je krijgt een kamer van je vader.
Die gebruikt hij als zit- en studeerkamer. Haal de koffers, Robert.
Best wel comfortabel eigenlijk. Er is zelfs een badkamer.
En hup naar boven.
Hij is erg mooi.
Ik liet je vader nieuwe gordijnen en stoelen kopen.
Je moest eens weten hoe somber het eruit zag.
Mannen richten hun studeerkamer altijd zo saai in.
Jane, waar is vader?
Oh, dat spijt me echt, lieverd. Het liet zich niet vermijden.
Hij moest weg voor een of andere zakelijke transactie.
Ik wou hem nog tegenhouden maar je weet hoe hij is.
Nee, dat denk ik niet. Ik heb hem al 10 jaar niet meer gezien.
Ik zou hem vast niet eens herkennen.
Zoiets had ik al verwacht.
Kijk, deze is van een maand geleden.
- Ja, dan had ik hem wel herkend. - Natuurlijk zou je dat.
Breng de koffers maar, Robert.
- Waar wil je ze hebben, lieverd? - Op het bed, graag.
- Zal ik ze voor je uitpakken? - Nee, dat lukt me nog wel, dank je.
Nog iets, mevrouw?
Nee, dat is alles, dank je. Verder heb ik je niet meer nodig.
Ik neem aan dat je alleen wilt zijn.
Om 8 uur eten we. Dan haal ik je wel op. Oh, en Penny, als er iets is...
...deze bel kunnen we in de keuken en in mijn kamer horen.
Het is geweldig dat je er bent.
Het betekent heel veel voor me.
Toen moeder stierf was ik alleen met Maggie Frensham.
Ze was slechts m'n verpleegster maar voor mij was ze meer dan dat.
We waren allebei even oud, net zusjes.
De mensen vonden zelfs dat we op elkaar leken.
Ik denk dat ik net zoveel om haar gaf als om m'n moeder.
Bleef je daarom weg toen je moeder stierf?
Dit is niet mijn thuis.
Sorry. Ik wou echt niet grof zijn. Het is gewoon zo dat...
Wel, ik kende jou niet en vader had ik al 10 jaar niet gezien...
...sinds moeder met me naar Italië vertrok na de scheiding.
In Italië voelde ik me thuis. Daar ben ik opgegroeid.
Zo lang Maggie er was, voelde ik me gelukkig.
Wat is er precies gebeurd?
Ze is verdronken.
Niemand weet hoe. Ze kon goed zwemmen.
Men vermoedt dat ze kramp heeft gehad.
Ik had bijna zelfmoord gepleegd, Jane. Ik was radeloos en had niemand meer.
Twee jaar lang, sinds moeders dood, was Maggie alles voor me...
...en dan is ze er plotseling niet meer.
Het lijkt alsof het nog maar zo kort geleden is.
Het kost tijd om dat soort dingen te verwerken, lieverd.
Het is ook pas drie weken geleden. Je bent er vast nog niet overheen.
Nee, dat denk ik ook niet.
En toen vader schreef of ik hier wou komen wonen...
Natuurlijk. Je bent immers z'n dochter.
Maar dit is jouw huis en ik wist niet zeker of je...
Ik heb juist gezegd dat ie jou moest schrijven.
Geloof me, dat jij nu hier bent, maakt me erg gelukkig.
- Je bent erg aardig. - Onzin.
Dacht je dat ik zo'n valse stiefmoeder uit een sprookje was?
Eerlijk gezegd, weet ik niet wat ik dacht.
Het is jammer dat vader er niet is.
Ik was erg pissig toen hij zei dat ie weg moest.
Hij was ziek.
De chauffeur, Robert, hij zei dat vader ziek was.
Wat vreemd dat ie dat gezegd heeft.
Er mankeerde hem niets, helemaal niets.
Hij had het over een of andere arts. Dokter...?
Oh, ja, hij bedoelt Pierre Gerrard. Dat is de dokter uit het dorp.
Die komt vaak hier om met je vader te schaken.
- Ik praat wel met Robert. Hij kan... - Nee, alsjeblieft.
Ik wil niet dat ie door mij problemen krijgt.
Oké, lieverd, zoals je wilt. Wil je nog koffie?
Nee, dank je.
Jane, vind je het erg als ik nu naar bed ga?
Natuurlijk niet. Je moet doodop zijn.
Kijk mij nou, net een ouwe kloek met een van haar kuikentjes.
Dank je, Jane. Bedankt voor alles.
Ik hoop dat je kunt slapen, Penny. De krekels maken veel lawaai.
- Dat geeft niet, ik hou van krekels. - Soms zijn ze oorverdovend.
Vader?
Help! Help! Help!
Help!
- Lieverd, hoe gaat het met je? - Alles is in orde.
Rustig een beetje, jongedame, er is niets om je over op te winden.
Pierre. Pierre.
Het is oké, Jane. Wel, Penny, je bent geschrokken.
Je hoeft je geen zorgen te maken. Je bent nu veilig.
Wat deed je buiten? Hoe ben je erin gevallen?
Ik... ik viel in het zwembad.
Ja, Robert hoorde je. Hij was net op tijd.
- Vader. - Je vader is weg. Dat weet je.
Nee. Hij is in het zomerhuis. Ik zag hem.
- Maar dat kan niet, Penny. - Hij was dood.
Penny, je had een ongeluk, je moet echt...
- Wie bent u? - Dokter Gerrard, lieverd.
Hij was dood. Hij zat in een stoel in het zomerhuis.
- Ik was daar en sprak... - Ik zal je een kalmeringsmiddel geven.
Dan voel je je morgen stukken beter.
Maar begrijpt u dan niet wat ik zeggen wil?
Mijn vader is dood. En zijn lichaam ligt in het zomerhuis.
Maar, Penny, lieverd, je moet...
Doe niet alsof ik geestelijk gestoord ben.
- Wat ga je doen? - Ik wil nu naar het zomerhuis.
Goed dan, als je je daardoor beter voelt.
- Waar is m'n stoel? - Die ligt nog in het zwembad.
Robert haalt hem er morgen wel uit.
Zou u me alstublieft kunnen dragen?
- Toe, maak hem open. - Maar die is altijd afgesloten.
- Maar hij was open. - De deur zit altijd op slot, Penny.
Er stond een kaars.
Je hebt hier geen kaarsen nodig, Penny.
Breng me nu maar terug.
Vanavond hebben we je niet meer nodig, dank je, Robert.
- Goedenavond, dokter. - Goedenavond.
- Wel, hoe voel je je nu? - Het spijt me.
Verbeelding is iets raars. Soms doet het zeer vervelende dingen met je.
Het komt vast door die enerverende reis.
Ik geef je een kalmeringsmiddel.
- Slaap is de beste medicijn voor je. - Als u het zegt.
Neem deze maar in.
En deze als je over een uur nog niet kunt slapen. Oké?
- Welterusten. - Welterusten.
Hier.
Sorry, Jane.
Het geeft niet, lieverd. Probeer wat te slapen.
Welterusten, Penny.
Welterusten.
Binnen.
- Goedemorgen, juffrouw. - Goedemorgen.
Ik kom uw ontbijt brengen. Mijn naam is Marie.
Ik heb u gisteravond niet gezien.
Ik verblijf hier ook niet, juffrouw. Ik woon in het dorp.
Zou u kunnen vragen waar mijn stoel blijft?
- Uw stoel, juffrouw? - Mijn rolstoel.
Oh, ja, meteen.
Goedemorgen, lieverd.
Hoe kom je... zo ineens uit bed?
Ik ben gekropen.
Gekropen, Penny? Waarom in hemelsnaam?
Ik kon niet slapen.
Heb je die andere pil nog ingenomen?
- Nee. - Waarom niet?
Daar had ik geen zin in. Jane, wanneer krijg ik m'n stoel terug?
Ik zal het wel even vragen, goed?
Garage. Oh, goedemorgen, mevrouw.
- Ja, mevrouw, over ongeveer 10 minuten. - Dank je, Robert.
Hij maakt hem schoon. Als ie klaar is, brengt hij hem.
Dank je, Jane.
- Voel je je al wat beter? - Ik ben nog een beetje moe.
No comments yet. Be the first to leave one.