처음 200줄입니다.
'Jonas' is de mooiste naam van de wereld.
Het is ook de naam van de eerste jongen die me ooit kuste.
Ik heb hem vorige zomer ontmoet en hij heeft me zijn nummer gegeven.
Ik denk elke dag wel 1000 keer aan hem, al is het nu maanden geleden.
Daarom weet ik zeker dat hij mij vergeten is.
Het kwadraat van x maal drie is 48.
Wat is dat? - Hè?
Het kwadraat van Jonas maal drie is een miljard keer Jonas?
Bel hem.
Echt niet. - Waarom niet?
Hij wil niet met me praten. - Hij heeft toch zijn nummer gegeven?
Hij is me vergeten. - Hij heeft je gekust.
Wat als hij boos is omdat je niet gebeld hebt?
Bel hem.
Als je het niet doet, zul je altijd spijt hebben.
Nee, ik kan dat niet, Katrine.
Dan doe ik het wel.
Nee. Geef hier.
Geef dat hier. Stop. Ik meen het.
Ik doe het, ik beloof het. Maar geef hem hier.
Wat moet ik zeggen? - Vraag of hij mee uit wil gaan.
Ben je gek? - Vraag dan waarom hij je kuste.
Nee...
Dat kan ik niet. - Natuurlijk wel.
Zeg dat je een verslag schrijft over tehuizen en je hem wilt interviewen.
Hoi, met Jonas. - Hoi, Jonas. Met Karla.
Welke Karla? - We hebben elkaar in de zomer ontmoet.
Oké. Hoi. - Ik bel omdat...
Ik maak een verslag over tehuizen. Mag ik je interviewen?
Goed dan. Wanneer? - Weet ik veel. Morgen?
Ik ben dan toevallig jarig.
Gefeliciteerd. Voor morgen. - Bedankt.
Kom na school maar langs. Tot dan.
Wat zei ie? - Hij wist nog wie ik was.
Wat zei ie? - Wat moet ik aantrekken?
Oké... Nee.
Moet je mijn haar zien. Het ziet er niet uit.
Ik had Jonas niet moeten bellen. Ik zie er niet uit.
We geven je een make-over.
'Breng de verf aan met gebruik van de fles.
Begin bij de hoofdhuid en breng de kleur gelijkmatig aan.'
Willen jullie Pictionary spelen? - Nee, ga weg.
Wat doen jullie? - Het is uitwasbaar.
Verf je haar niet zonder dat te vragen.
Ik doe het toch. Ik heb het zelf betaald.
Ik verbied je die chemicaliën in je haar te doen. Je verpest het.
Jij verft je haar ook. - Dat is anders.
Hoezo? - Ik ben volwassen.
Dus jij mag je haar verpesten omdat je oud bent?
Verf gewoon je haar niet. - Waarom doe je zo?
Al mijn vrienden mogen het.
Katrine mag het.
Mag jij je haar verven? - We hebben het erover gehad.
Je hebt prachtig haar. Het glimt...
Het is waardeloos. Ik ga niet met deze dweil naar mijn vriends verjaardag.
Je zult wel moeten. - Je maakt je druk om haarverf.
Het is geen verdomde piercing. - Praat niet zo tegen me.
Rot op. - Ga naar je kamer, nu.
Zo praat je niet tegen me.
Ik kan maar beter gaan. - Ja...
Ga weg. - Het eten is klaar.
Ga weg.
De volgende keer moet je kloppen. - Hè?
Kloppen.
Kom binnen. - Nee. Mama zegt dat je moet komen eten.
Ik wil haar niet spreken.
Wat? - Ben je boos op mama?
Ja. - Hoezo?
Ze ziet me als een kind.
Dat gevoel ken ik. Soms ben je klein, dan ben je weer groot.
We moeten ermee leren leven. - Het eten is klaar.
Een flatgebouw? Of een...
Daar gaan we. Potver... Wat dan?
Je tekening is echt slecht. - Wat is...
Trek? - Nee, dank je.
Een ladder. Varkensgeluid. Wolvengehuil. Varken...
Een koe? Een paard? - Nee.
Dit is het moment waarop Anna haar hele leven heeft gewacht.
Eindelijk heeft ze haar verloren moeder gevonden.
Karla, help me. - Karla is hiervoor te volwassen.
Hou je kop.
Ga je meteen naar een bejaardentehuis als je uit huis gaat?
Aanstelster.
Genoeg.
Ze is altijd chagrijnig. - Je plaagt haar altijd.
Jij lachte ook.
Kom op. Het is mijn beurt. - Ja.
Kom binnen.
Sorry dat we lachten. We lachten echter niet om jou.
Zit je nog met je haar? - Je behandelt me als een kind.
Je bent ook een kind. - Ik ben feitelijk een tiener.
Dat is niet hetzelfde als een kind. - Maar je bent ook nog niet volwassen.
Wie is er morgen jarig?
Kom op, lieverd. Wie?
Jonas. - De jongen van afgelopen zomer?
Ik wist niet dat jullie contact hielden. - Ik wil nu gaan slapen.
Slaap lekker, lieverd.
Is het een huis?
Een boerderij?
Draag je make-up? - Nou en?
Normaal draag je die niet. - Ik moet gaan.
Ik breng Karla weg. - Echt niet. Ik ga alleen.
Weet je de weg? - Ja.
KINDERTEHUIS
Moet ik je moeder soms bellen? - Ze is vast stomdronken.
Dat weet je niet. - Ik ken haar beter dan jij.
Roken is hier verboden. Dat weet je.
Ik zei dat je moest stoppen.
Kan ik je helpen? - Ik kom voor Jonas.
Maak jij een verslag voor school? - Ja.
Alsjeblieft. Was dit jouw idee?
We mochten zelf een onderwerp verzinnen, dus...
Volgens mij is Jonas daarbeneden. - Bedankt.
Zo. - Je kunt er niets van.
Echt wel. - Die worp was waardeloos.
Ik probeer het nog eens, dan zie je het. - Misschien.
Echt niet, eikeltje.
Hoi. - Hoi.
Hoi.
Ik heb jou nog niet eerder gezien. Wie is dit, Jonas?
Gewoon een meisje, Karla. - Hoi, Karla. Welkom.
Ik ben Mikkel. - Hoi.
Leuk dat je voor z'n verjaardag langskomt. - Ze maakt een verslag voor school.
Over hoe het is om hier te wonen.
Waarom laat je Karla anders je kamer niet zien?
Goed.
Leuk. - Het gaat wel.
Hoeveel kinderen wonen hier? - Vierentwintig.
Vierentwintig? Waar zijn die dan? - Velen gaan 's weekends naar huis.
Hebben die familie? - Ja.
Waarom wonen ze dan hier? - Vanwege zieke ouders.
Of omdat ze drinken. Om vele redenen.
Is het leuk om in een tehuis te wonen? Met zoveel kinderen?
Het kan leuk zijn... Soms.
Zijn de volwassenen erg streng? - Mikkel niet. Hij is net een grote broer.
Hij heeft me leren skaten.
Schrijf je niets op? - Ik heb een goed geheugen.
Waarom woon je hier? - Dat is een lang verhaal.
Liet je me afgelopen zomer die foto niet zien?
Je lijkt erg op je moeder.
Zou ze nog weten dat je vandaag jarig bent?
Hoe gaat ie? Is dat je nieuwe vriendin? - Echt niet.
Echt wel. - Ik doe je wat.
Niet doen. Laat me los.
Wat gebeurt er? Sebastian, ga naar je kamer.
Die eikel gooide waterballonnen. - Hij heeft het moeilijk.
Hij heeft het altijd moeilijk. - Kop op. Je bent jarig.
Verjaardagstaart over vijf minuten. En cadeaus.
Ik heb ook een cadeau.
Je kunt hem ruilen. - Nee, ik vind hem gaaf.
Gefeliciteerd, grote jongen. Dertien jaar, dertien kaarsjes.
En 13 hoera's. Lang leve Jonas.
En een lange hoera.
Zie je? Je hebt wel een vriendin. - Je bent jaloers.
Als zij het niet is, wie dan wel? Is ze knap?
Wat denk jij? - Laten we cadeaus gaan uitpakken.
Bedankt. Mooi. - Ik heb ook iets voor je.
Hij heeft mazzel. - Echt niet.
Je oude Enjoi-board? - Ja, met nieuwe wielen en zo.
Jeetje, bedankt.
Wat een cadeau. Zo kan hij zich Mikkel herinneren als hij weggaat.
Weggaat? - Heb je het hem niet verteld?
Het spijt me. Ik wilde niet dat je er zo achter zou komen.
Ik wilde het je zelf vertellen. - Wat?
Ik ga naar een ander tehuis. - Dan ga ik met je mee.
Dat gaat niet. - Natuurlijk wel.
Het is voor jonge delinquenten. - Dan word ik een delinquent.
Maak daar geen grappen over. - Ik maakte geen grap.
Je kunt niet meegaan. Je moet hier blijven.
Wacht. Luister...
Ik begrijp waarom je boos bent. - Je begrijpt niets.
Jij hebt een moeder en vader die alles voor je doen.
Jij hebt ook ergens familie.
Je hebt ergens een moeder. - Fijne moeder. Ze stond me af.
Misschien heeft ze daar spijt van zoals die mensen bij Vermist.
Het doet er niet toe. Ik heb niemand nodig.
Iedereen heeft iemand nodig. - Ik niet.
Misschien kan Vermist je moeder vinden.
Vragen kan toch geen kwaad?
Hallo, met de receptie. Eén momentje graag.
Hoi. - Hoe kan ik jullie helpen?
Het gaat over de show Vermist. - Hebben jullie een afspraak?
Nee. - Jullie moeten ze bellen of schrijven.
Wanneer zijn ze klaar met werken? - Rond 16.00 of 17.00.
Hoi. Mag ik u iets vragen? - Natuurlijk.
Jonas' moeder gaf hem op ter adoptie en hij wil haar graag ontmoeten.
We hebben haar foto.
Ik zou wel willen, maar we werken niet met minderjarigen.
Wat gemeen. Juist minderjarigen hebben hun moeder nodig.
Maak dan een Vermist - Voor kinderen. U krijgt dan vast veel kijkers.
Sorry, maar ik kan niet helpen.
Ik zei het toch?
Karla. Wat doe jij hier?
Is dat Jonas niet? Leuk je te zien.
Komen jullie me ophalen? - Niet echt. We wilden...
We wilden praten met de mensen van The X Factor.
Jonas kan goed zingen.
Is dat zo? - Ja.
Maar we moesten ze schrijven. - Ik geef jullie wel een lift.
Naar welke school ga je? - Krumborg School.
No comments yet. Be the first to leave one.