릴리스 정보

La 7eme Compagnie Au Clair De Lune 1977 FRENCH 2160p UHD 4KLight HEVC AAC x265 [1337x] NL v13
다음의 해설 FMS2025

태그

other
게시일: 2026-03-17
다운로드: 13
청각 장애인용: No

Dutch 자막 미리보기

처음 200줄입니다.

HET ZEVENDE ESKADRON ONDER DE VOLLE MAAN

1942, ergens in bezet gebied.

Dat is de tweede keer dat we hem de garenwinkel zien binnengaan.

Dag heren. Kan ik u helpen?

Een knappe man, waarschijnlijk heel zachtaardig.

Nee, niet zachtaardig. Het is een gevaarlijke terrorist.

In dienst van joodse vrijmetselaars.

Kent u deze man, commandant Gilles?

Nog nooit gezien.

Trouwens, mijn klanten zijn vooral dames.

Ik zie niet vaak gevaarlijke terroristen stopgaren kopen.

Genoeg.

Tot ziens, heren.

Bij mij thuis of in het atelier is het niet veilig, commandant.

Ik laat u onderduiken bij mijn schoonbroer.

Maar we zeggen hem niets.

Een goeie jongen, mijn schoonbroer, maar zelfs als vriend is hij gevaarlijk.

Dus houden mijn zus en ik hem er liever buiten.

En dan ontsnapt u ook aan zijn oorlogsverhalen.

Want hij kan er wat van bakken.

Tien zoals hij en we dreven de Duitsers helemaal terug tot in Moskou.

Voor u, commandant, is het de eerste rechts.

Ga naar nummer 6, het is achterin. Ik kom u halen. Ik

ga langs de winkel; ik wil weten waar mijn schoonbroer is.

Goed.

Dag, Chaudard!

Dat is de schuld van je winkelbel.

Hoezo, mijn winkelbel?

Mijn winkelbel stond toch niet te brullen aan de voet van mijn ladder.

Wat gebeurt er nu weer? Dag, Gaston.

Je broer hielp me bijna het hoekje om, dat gebeurt er.

Als je je bel had gebeld, had je geweten dat ik er was. Dag, Suzanne.

Hij viel gisteren al van de keldertrap, die ene keer dat hij daarheen gaat.

Ik ga naar achter; ik heb een kartonnen doos nodig.

Mijn "vervangbel" heeft een goeie rug. Auw. Wacht.

Pas op voor uw hoofd.

Mijn zus komt wat opruimen.

Ah, het venster is stuk. Ik hoop dat...

Ja, een kapot venster geeft tocht en daar kan ik niet goed tegen.

Hier, hou vast.

Gaat het al beter? - Ja.

Voor een oorlogsheld als jij is zo'n ongelukje twee keer niks, natuurlijk.

Over helden gesproken, wanneer komen uw vrienden van de Zevende?

Overmorgen.

Blijven ze lang? - Een korte vakantie.

Drie, vier dagen, hè, Suzanne. - Drie.

Drie.

Ik ga de winkelbel maken.

Goed idee. Dan doe je je geen pijn meer als iemand binnenkomt.

Ik heb een kerel in de kelder verstopt. - Wat?

En ook drie Engelse piloten in de kapel. We hebben eten nodig.

Hoe kom ik daaraan? - Tja...

Ja ja, ik dacht het al. De veer is versleten.

Voorzichtig dat je niet valt.

Kom je vanavond bij ons eten? - Ik heb gisteren al meegegeten.

Ja, en eergisteren ook, maar dat geeft niet. Tot straks.

De chef zal een gezicht trekken als hij ons

na twee jaar ziet. Kan je het je voorstellen?

Ik denk vooral aan de kop die zijn vrouw zal trekken.

We moesten overmorgen aankomen, niet vandaag.

Maar we zijn eerder gelost; daar moeten we van profiteren.

En als de vrouw van de chef ziet wat er in de zak zit, zal ze snel bijdraaien.

We moeten vrolijk binnenkomen, alsof er niets aan de hand is.

Daar is het.

Nee.

Wééral.

Blij jullie te zien, jongens.

En als commandant Gilles hier in de stad ondergedoken zit, klopt het plaatje.

Hij komt de landing voorbereiden.

Lambert, uw medewerking in onze strijd tegen de joodse vrijmetselaarsmachten...

Binnen.

Meneer Lambert, het is voor u.

En commandant Gilles?

Komt in orde, kolonel. Snel en goed.

En waar zit die commandant Gilles?

Hij was er net vandoor. Maar we kunnen...

Bij de volgende stommiteit krijg je een kogel in je toeter.

Men kan niet altijd winnen.

Maar te vaak verliezen is niet goed.

Met de inlichtingen die ik krijg, kan hij me niet ontsnappen.

Er schijnt ook een verzetsgroep in de streek te zijn opgedoken: "Attila".

Keiharde jongens, zegt men.

Ik pak dat boeltje wel aan.

Arresteer eerst commandant Gilles, mijn beste Lambert.

Attila volgt later wel.

Makreelfilets.

Een ham.

Schuimwijn. - Nee. Champagne.

Als Suzanne dat ziet, linzen worden tegenwoordig per stuk verkocht.

Hebt u niets om ze in te doen, chef?

Die moesten toch nog uitgezocht worden, hè.

Tassin, ga even naar de kelder, Suzanne helpen met de flessen wijn.

Drie flessen dragen, dat is ze niet gewend. - Ja, chef.

Het is tegenover de buitendeur. Voorzichtig, er is geen licht op de trap.

Doe rustig aan.

Gaat de kamer boven voor jullie beiden?

Uitstekend, chef.

Tassin kan misschien niet bij het raam slapen, maar dat is geen probleem.

Uw dame heeft zelfs drie roosjes in een vaasje voor ons klaargezet.

Ik breng vannacht eten voor u als u terug bent.

Heeft u een radio? - Ja.

Het is 21 uur. Over vijf minuten zendt Londen uit. Kunt u luisteren?

Natuurlijk. Uitstekend.

Als u bij de berichten dit hoort:

"Ik hou alleen van jou, mijn veldbloempje".

Kom het me dan zeggen, dan wordt de operatie van morgen

afgelast en vertrek ik meteen. Dan maar geen ham.

In het andere geval blijft u boven; ik vertrek

rond tien uur en kom rond halféén terug.

Morgenavond ook, goed? - Goed.

Ik kom rond één uur 's nachts.

Bent u niet bang dat uw man... - Hij denkt dat ik naar beneden ga

om kamillethee te zetten. Dat doe ik wel vaker.

Kunt u op de zetel slapen? - Uitstekend zelfs.

Zegt u dat zinnetje nog eens?

"Ik hou alleen van jou, mijn veldbloempje".

Tot vannacht.

Tot vannacht.

Wat kom jij hier doen?

De chef heeft me naar beneden gestuurd.

Meer geduwd dan gestuurd, lijkt wel.

Hier, neem dit. - Ja chef. Euh, ja mevrouw.

Zeven.

We dachten al dat we je kwijt waren.

Dat is acht.

Negen.

Tien.

Ziezo. Ieder twee sneetjes, dat is genoeg.

Daar zouden augurkjes bij moeten. Die hebben we niet.

De vrouw van de chef heeft een minnaar in de kelder.

Niet waar.

Kom op. We ruimen op en dekken de tafel.

Een minnaar in de kelder? - Ja.

Ik heb alles gehoord: de zetel, de kamillethee, alles.

Kamillethee? - Ja.

"Ik hou alleen van jou, mijn veldbloempje." Hè?

Alles in orde? De vakantie begint goed, toch?

Je rolluik heeft zijn beste tijd gehad.

Ja, de veer is versleten.

Ah. Mijn broer Gaston. Dit zijn de mannen van de chef.

Mijnheren Tassin en Pithivier.

Aangenaam. - Ah.

Op de gezondheid van de zevende Compagnie. - Op chef Chaudard.

Op de chef en zijn dame.

Maar ook op de chef.

Aan tafel. - Aha.

En de chef schept op, dus zit je het best vlakbij hem.

Maar voor de wijn zit je het best bij de buffetkast.

Twee sneetjes per persoon.

Twee voor Suzette, twee voor jou,

twee voor Pithivier, vlakbij de chef,

twee voor ons acrobaatje hier.

Ik had er toch tien geteld daarnet?

Ik hoor mezelf nog zeggen: "Negen, tien".

En "één, twee", hoor je dat ook nog zeggen?

"Één, twee"? Nee, maar...

Als je geen "één, twee" hoort, ben je begonnen bij "drie, vier".

Dat kan wel, chef.

Want ik had daarstraks net hetzelfde met de blikken erwtjes.

Ik hoor mezelf: "drie", en het waren er maar twee.

Zo? Maar dit moet jullie een fortuin gekost hebben op de zwarte markt.

Wel, ja en nee. - Van je vrouw, hé Pithivier?

Euh, ja. - Hij heeft me uitgelegd dat zijn vrouw

op de "kommandantur" werkt, in zijn dorp.

Dus, met al die Duitse officieren kan ze natuurlijk, hé, Pithivier?

Euh, ja, natuurlijk, want, euh...

Goed, ik snij voor mezelf ook twee sneetjes af.

En niet vergeten chef: "Één, twee."

Dunne sneetjes, chef. - Één.

Let maar niet op hem, mevrouw, zijn humor is niet erg verfijnd.

Twee.

Hoeveel hebben we er toen gevangen, chef? "Tien?"

Dertig. - Nee, die keer toch niet.

Toch dertig. Chaudard zei eerst tien, een jaar geleden, maar nu zijn het er dertig.

Ja, nee, als ik dertig zeg...

Eerst waren er die tien eersten... - En daarna...

Wie komt er nog zo laat? Het is bijna tien uur.

Lambert, ik heb hem uitgenodigd om een glas te drinken,

dan kan Tassin hem bedanken voor zijn reispapieren.

Lambert? Van de Gestapo?

Nee, van de Kommandantur. Dat is niet hetzelfde.

Dat is waar. De Gestapo is slechter dan de Kommandantur.

Één fles champagne voor zes man, dat is maar weinig.

Mijn avondlijke groeten, mooie dame.

Ja, goed, dit is Gaston Gorgeton, mijn schoonbroer.

Tassin, Pithivier, mijn mannen van de zevende Compagnie.

Welke wapens? - Transmissie, telefoon.

Een gevaarlijk wapen.

Dus u komt uit de vrije zone? - Ja, uit Nice.

Ik wilde u nog bedanken voor de vrijgeleide.

Ik hoop u ook nog eens van dienst te kunnen zijn, mooie dame.

Die heeft er een flinke te pakken.

Wie? - De buurman, hij heeft verkoudheid.

Ieder jaar rond deze tijd heeft hij het, hé Suzanne?

Hooikoorts, denk ik.

Ja, dat ken ik. - Bij ons is het...

Oh, ik heb net de stop vastgepakt. Plaf.

Dat geeft geen vlekken.

Het geeft niet veel druppels per persoon, hé chef?

Alstublieft, mooie dame.

댓글

No comments yet. Be the first to leave one.

Keep it about this subtitle — sync, quality, typos.500 characters left