처음 200줄입니다.
PARIJS eind juli.
We zijn hier niet in het circus!
Hou je bek.
Ga op vakantie naar de zon! De zon is leven!
Je bent echt overspannen! Laat alles vallen!
Je bent ongelooflijk overspannen! Zo kan het echt niet verder!
U zal vijanden krijgen. Ga ervan door! 't Is echt een makkie!
Telegram!
't Is voor u. 't Is voor u.
Phil! Phil!
Kom!
Jij daar! Pak vast! Jean!
We vertrekken vroeger, want we moeten er om vijf uur zijn!
Vooruit, vertrekken! Formidabel! Gedaan met werken!
Je bent de biljetten toch niet kwijt? - Neen, neen.
Vooruit! De zonneslagen! De stranden! De meisjes! De zwemvliezen!
Daar! Hij gaat er vandoor!
Wacht op ons! Hé, Jean-Guy! Open!
Een ticket, a.u.b. - Ik heb geen wisselgeld. - Ik ook niet.
Jean-Guy! Kom! Nog een uur en we vertrekken!
Ik ga Gérard verwittigen. - Dat doe ik.
We hebben net de tijd om ons om te kleden. Voortmaken! - Oké!
Je zal eens zien.
Dat varkentje zal ik eens wassen.
Hé, dat is niet de normale route. Waar gaan jullie naartoe?
Naar een eindejaarsfuif! - Op 30 juli? - Precies!
Een hinderlaag!
Vooruit! Duwen!
Vooruit! - Voortmaken!
Wat is me dat hier allemaal?
Onze bus zal al weg zijn! - Toch niet! We hebben nog 5 minuten.
Wacht op ons! - We zijn er! Uit de weg!
Laat ons voorbij!
Is dat nu een georganiseerde reis? 'k Zal het aan mijn mama zeggen!
Er is geen stuur! - Het stuur?
Zo zal het beter gaan!
Is er geen antidiefstal?
Niet op dit model. - Bent u zeker?
Dit kan toch niet! Gaan jullie niet tot Châtelet vandaag?
Nee! Wij gaan naar Spanje!!!
DE CHARLOTS TREKKEN NAAR SPANJE
Hé, kleine! Die worst weegt zwaar, hoor!
Stom beest!
Ik moet hier echt mee ophouden!
Wat gebeurt er? Een slokje?
't Gaat al beter, hè?
Pauze! Pauze!
Wil je hulp? Ik ken er iets van.
Is het echt een kalf? -Je motor is inderdaad een beestenboel!
Pauze! Pauze!
Waar heeft hij dat gevonden? Ergens in 1914, toen hij een taxi nam.
Wat doen ze daar?
Heb je mijn ventiel niet gezien? - 't Zit misschien hierin. Wacht!
Past dat bij jou? - Neen.
En bij jou? - Dat is niet van mij.
Neen! Geen schorpioenen! Geen schorpioenen!
Oh, nee. Geen schorpioenen!
Hé, Gerard. Kijk!
Maar pak ze dan toch! - Ze eet onze rolkogeltjes op!
Schud haar!
Maar dat is allemaal van ons!
Hé, niet alles is van ons! - Doe verder!
Dat is geen kip, maar een riolering!
Hé, ze rookt hetzelfde merk als ik.
Ik heb ze!
Zijn we geen cracks? - Van oud maken we nieuw!
En we zijn dan nog enkele ventielen kwijtgeraakt!
Vooruit! Geen tijd meer te verliezen!
't Is gelukt! Ik heb ze.
Dat was net het probleem! Vooruit! Opstappen!
Voorwaarts!
Niets aan te geven?
En, kalveren, moet dit gemeld worden? - Vervoert u kalveren?
Wel, ze komen, ze gaan.- Ophoepelen! Heb je de rij niet gezien?
Moordenaars! Ik zei jullie dat hij oververhit was!
Dames, heren. De Spaanse douane. Identiteitskaarten.
Paspoort, identiteitskaart, zoals u wil.
Niets aan te geven? - Nee. - Heren.
U lijkt op meneer daar.
En ik heb iets mee van hem.
Ik zie het! - En bij ons twee is het echt opvallend.
Kijk goed!
Inderdaad. 't Valt echt op.
't Klopt toch, nietwaar?
Goeie reis, heren.
Amai, zeg! - Ik sta versteld van hem.
Dames en heren, we rijden op Spaanse grond.
We rijden aan 60 kilometer per uur, tijdens het dalen wel te verstaan.
De buitentemperatuur is
38 graden. Voor het ogenblik toch. Links, de zee!
El mar!
Bewonder het schilderachtige Spanje!
't Is duizelingwekkend! Hé kijk!
Een ijsjesverkoper! - En bloemen!
Een auto! - Een bergje zand!
Zeg eens, ze hebben ons niet in het ootje genomen!
Hoe mooi!
't Is niet ginder! Kom terug! 't ls iets meer typisch.
Wat is het? Neen, ik ben het niet. - Wat gebeurt er?
We hebben betaald!
Je wil oorlog, hè!
Handen omhoog!
Mijn geweer! Pas op voor de pijl!
Mijn middagmaal!
Onze schoenen! Geef tenminste onze schoenen terug!
Onze schoenen! - Mijn sloffen!
Bruut!
Ik zet het je nog betaald! -Je mag blij zijn dat ik geen schoenen draag!
Luister, luister! Ze kregen geen reservaties en geen geld.
De baas van het reisbureau is met de kassa naar de Bahamas gevlucht.
Alle hotels tot 50 kilometer ver zijn volzet.
Wat gebeurt er? - Is het daar?
Ja, 't is daar. Maar ze willen ons niet, vermoed ik.
Des te beter, want 't is niet netjes.
Wanneer kunnen we de kamers binnen? - Nooit, nooit!
't Is een schandaal. We hebben betaald!
U gaat ons logeren of ons terugbetalen.
Laat hem. Hij heeft niets gedaan.
En wat zal ervan me worden? Mijn mama betaalde het vaste bedrag.
Ik heb alleen wat zakgeld.
Niet wenen, vriend. - Je zal je mama terugzien.
Kop op! De ambassade zal ons helpen.
Naar beneden of ik kom je halen! - De Bahamas dat is niet mis.
Wat is ze mooi! Een inspanning waard!
Hé, pas op! Jullie mogen blij zijn dat jullie met twee zijn!
Nero, mijn schatje. Kom terug!
Stop! Ga liggen!
Vlug! Pak hem! - We komen dadelijk terug.
DIENSTINGANG
Waar zit ie toch?
Waar is hij?
Het tewerkstellingsbureau stuurt ons om het even wat.
Twee in plaats van zes.
Nero!
Hé, maar wat doen jullie?
Ze hebben zelfs geen schoenen!
Hé, kerel! We zijn met vakantie. We komen niet om te werken.
Fransen op blote voeten! Spreken jullie Spaans?
Ja! Redelijk goed! - Het moeilijkste is de letter J.
Con mucho jales los jovenes se juntan. In die zin zitten er drie j's in.
Stop!
El cíelo está enladrillado, ¿Quien lo desenladrillara? El desenladfillador
que lo desenladrille, buen desenladrillador será. Begrepen?
De pen van mijn tante ligt niet op de trap van mijn oma.
En de hoed van mijn vader is kleiner dan de tuin van mijn oom.
Ten eerste, kleine potjes boter zijn kleine potjes boter en voor altijd. Begrepen?
Zo zie je dat je goedkope vuilbekkerij tot niets dient.
Cuidado con la puerta!
Dat wil zeggen: "Pas op voor de deur!" - Ga schoenen halen!
Ja, generaal! Schoenen schoenen.
Ik maak mijn kerstcollectie klaar. Iets nodig?
Het spijt me enorm.
Deze zullen me passen. - Voor mij ook.
Hé, de hond! Kom kleintje, kom!
Ruilen we? - Nee, nee.
Wat ben je knap! Wat zie je er mooi uit!
't Zijn de mijne niet!
Nu nog erger!
Hou ze goed in het oog! En zorg vooral dat ze genoeg eten.
En een lepeltje voor papa! En voor mama!
Voor oma!
Een lepeltje voor nonkel!
Wat doet ie toch?
Je kent er niets van. Kijk!
Maar zo gaat het net niet. - Een lepeltje voor mama
voor papa, voor oma,
eentje voor opa.
Vooruit, eten! En die is voor mij!
Stop!
1, 2, 3, 4. - Met jou maakt hij vooruitgang.
Ik zou willen dat hij mooi, knap en gespierd wordt, zoals jij.
Matras? Parasol?
Oké. - Apart of samen?
Samen natuurlijk! - Ach zo, samen.
Oké. Volg me.
Hier is nog een goeie plaats.
Ziezo!
Ach neen!!! - Open!
Hé kampioen! Klaaf?
Wees aardig! Verlos me van die kerel! Hij blijft me achtervolgen.
Komt in orde!
't Is niet tof! Hij skiet op de bodem!
Bob! Bob!
Ik ben hier! - Gaat het, Bob?
Langs hier! Langs hier!
Hier ben ik!
Kom, we vertrekken. We beginnen opnieuw!
Heb je het gezien?
Hij zag er tevreden uit! - Ik begrijp je niet!
Hé, neen!
Laat haar met rust!
Wat zegt ie? - Weet ik veel.
Naar rechts? - Ja, ja. Braaf zijn!
En onze vooropzeg! En de sociale zekerheid!
En de kinderbijslag?
En ons pensioengeld!
En onze bonussen! - En dat noemt men dan 'betaald verlof.
En onze dertiende maand! - De veertiende maand!
En het pensioen! - En de vijftiende maand!
Maar waarom gaf je al onze muntjes weg?
No comments yet. Be the first to leave one.