74 baris pertama.
Sneller. Ze komen dichterbij. - Sneller dan dit gaat niet.
Pas op.
Sla linksaf, over de zandweg.
De watertoren.
REQUIEM VOOR EEN VAMPIER
Alsjeblieft. - Bedankt.
Schiet op. - We hebben tijd zat.
Wat een baan.
We hoeven alleen deze nog. - Maar het is wel een grote.
We gaan ervandoor. - Maar we zijn bijna klaar.
Het is al laat.
Het had niet veel tijd gekost. Nu moeten we morgen terugkomen.
Het wordt donker.
Ben je bijgelovig?
Nee, maar je weet het nooit 's nachts.
Michelle.
Meisjes, wie zijn jullie? - We zijn weggelopen.
Van een nieuwjaarsfeest. - We waren clowns.
We hebben een man vermoord. - En zijn toen gevlucht.
Een vriend wachtte in z'n auto. - We werden gevolgd.
Hij is omgekomen. - We zijn verdwaald.
Voor eeuwig verloren.
We zijn weer terug bij de toren. Deze kant op.
Alle paden komen uit op de toren.
We zitten gevangen.
Het is al laat.
Ze komen wel terug.
We gaan naar het kerkhofi.
Onze mannen komen zo terug van de jacht.
Maar we hebben deze twee al.
Nee, die zijn voor ons.
Ze zijn jong. Ze zijn maagd.
Eerst dienen ze ons en dan worden Ze ingewijd.
Ze zullen ons ras voortzetten. Geef ze aan Louise.
Die vertelt ze wat ze te wachten staat en wat ze moeten doen.
Die man op het kerkhof is de laatste vampier.
Z'n krachten zijn door de eeuwen heen verminderd.
Stukje bij beetje geeft hij de gezegende vloek door.
Op een dag, misschien morgen al, zullen we zijn zoals hij.
Erica heeft al tanden ontwikkeld.
We vinden daglicht al pijnlijk.
Jullie zijn gezegend met de goddelijke beet van de vampier.
Jullie blijven nog even normaal.
Maar weldra kunnen jullie alleen 's nachts leven.
Jullie worden ingewijd. Jullie moeten worden ingewijd.
Je kunt niet zowel maagd als vampier zijn.
Maar jullie kunnen ons alvast helpen, nu je overdag nog naar buiten kunt.
Morgen gaan jullie voor ons op jacht naar slachtoffers.
Lok onze prooi tegen de avond de toren in.
Wat doe je? Wie ben je?
Ik woon in die toren daar. - Toren?
Ik wist niet dat hier een toren was.
Is het van je ouders? - Ik woon op mezelf.
Op jezelf? Op jouw leeftijd? - Ja. Ik jaag voor m'n eten.
Ik zal de toren nooit verlaten. Ik blijf er altijd.
Je meent het. Laat het me zien. - Ga er niet heen.
Waarom niet? Ik woon ook alleen. Ik heb de tijd. Kom.
Hier is het.
Je moet nu gaan. - Waarom?
Omdat je aardig bent en...
Ga niet naar binnen. - Wat is er toch?
Voor je... Ja?
Bedrijf de liefde met me voor je naar binnen gaal.
Ik wil het met je doen voor de eerste en laatste keer, voor het donker wordt.
Het wordt donker.
Snel, verstop je. Ik leg het later wel uit.
Wie ben je?
Help me. Ik ben gewond.
Hij is van jou.
Drink z'n bloed.
Heb je iemand gevangen? - Nee. Ik heb niemand gezien.
Het is donker. Tijd om weg te gaan.
Weg? Ja.
Vannacht word je ingewijd. Onze meester wacht op je.
No comments yet. Be the first to leave one.