De eerste 200 regels.
INTRODUCTIE VAN HET GEBOEFTE
Dit is het verhaal van een misdaad, precies zoals die gebeurde.
Vanaf het begin, in het rustige dorpje Neustadt.
Emil Tischbein, jong, slim en nietsvermoedend...
heeft een kaartje voor de vroege bus naar Berlijn.
Een vakantie en een missie.
Deze man is een boef.
August Grundeis. Alias 'De Mol'.
Met een strafblad zo lang als je arm. Hij is voortvluchtig.
Hilde Tischbein herhaalt nog een keer de instructies...
die haar zoon al zo vaak heeft gehoord.
Hij luistert nauwelijks.
Wie wordt gezocht, leert voorzichtig te zijn. Oplettend en onopvallend.
Hij leert om al het contact met de wet te vermijden.
Hilda Tischbein wacht op 't juiste moment om haar zoon een envelop te geven.
Geld voor zijn oma.
Zo vallen de stukjes op hun plek. Het patroon voor een misdaad is gelegd.
De gebeurtenissen begeven zich nu rap richting een onvermijdelijke climax.
Snoepje?
Nee, bedankt.
De volgende hoek, graag.
Laat me uitstappen, alstublieft.
Wat doe jij nou?
Jongetje, kom terug.
Wind je niet op. Je bent hier onbekend, hè?
Misschien.
Vind je dat niet grappig? - Nee.
Jammer voor jou, een lach is veel waard.
Honger? Heb je werk nodig? Geen geld op zak?
Gustav Fleischmann Arbeidsbemiddeling.
Dat ben ik. Ik regel wel wat.
Ik heb geen trek, zoek geen werk en heb geld. Ik ben bezig, dag.
Gustav Fleischmann, gids. Rondleidingen van hoge kwaliteit voor een lage prijs.
Zoek niet verder, ik ken Berlijn op m'n duimpje.
Ik maak een lijst van bezienswaardigheden.
En ik gaf jou een mep als ik niet bezig was.
Meneer?
Pardon.
Een man in dat café heeft mijn geld gestolen.
Jij bent de jongen die verkeerslichten negeert.
Hij heeft het geld dat ik naar oma ging brengen. Vierhonderd mark.
Zag je de man je geld afpakken? - Niet precies, maar...
Misschien ben je je geld verloren. Dat is mogelijk.
Jongetjes verliezen dingen. - Het zat vastgespeld in mijn jas.
Als u hem niet snel arresteert, ontkomt hij.
Er is een politiebureau aan Spandauer Damm. Meld de diefstal bij de balie.
Dan ontkomt hij. - Ik kan hem niet oppakken zonder bewijs.
Dat snap je wel. En dit is de spits.
Momentje, graag.
Mag ik me voorstellen? Gustav Fleischmann en partners.
Die agent is te druk met het verkeer. Je hebt een privédetective nodig.
Gelukkig ben ik er. Wij knappen vuile zaakjes op.
We vonden de kat van Frau Buckermeister toen iedereen het had opgegeven.
Het was een zware klus.
Stop. Wacht even.
Waarom zo'n haast? Dat was een lastige klus.
Die kat had z'n hoofd gestoten en was in de war.
Is dat hem? Wat een rotstreek.
Vertel me precies wat er gebeurd is. - Ik kwam naar Berlijn...
Terwijl Emil Tischbein zijn verhaal vertelt...
raakt hij verder verstrikt in een web van misdaad.
Ergens in dit café zit de rest van het geboefte.
Kijk hem nou.
Hij doet alsof alle politie in Berlijn achter hem aan zit.
Dat is zo.
Het bevalt me niks. Hij heeft niets te zoeken bij zo'n grote klus.
Kun je het een project noemen, Muller? In plaats van klus.
Sigaar, alsjeblieft.
Laten we hem dumpen. - Er is een probleempje.
Je vindt niet snel mannen met zijn vaardigheid. Hij is de beste in z'n vak.
Hij ziet er niet uit als de beste. En iedereen kan graven. Zelfs ik.
Het gaat niet om iemand die graaft. Hij moet een tunnel maken.
Vuur, alsjeblieft.
Noem 't hoe je wilt. Lui genoeg die zich achter de muur vandaan uitgegraven hebben.
Amateurs met geluk. Wil je de tunnels gebruiken die ze hebben achtergelaten?
De tunnel die hij heeft gemaakt, is een meesterwerk.
Hij wordt dagelijks gebruikt, al maandenlang.
Er gaat een fortuin aan zwarte markt koopwaar doorheen.
Hij lijkt net een rat.
Een mol, Muller. Hij lijkt op een mol. Zo noemen ze hem.
Geef me een pen.
Ik vind het maar niets. - Ja, Muller.
Ik vind het helemaal niets. - Ik hoorde je wel.
Mogen we de rekening?
En wilt u deze krant aan de man in het geruite pak geven?
Hij zit daar.
Geen zorgen, Muller. De Mol zorgt niet voor problemen.
Ik heb alles uitgedacht.
ALLEEN DE VOORDEUR GEBRUIKEN
Ik volgde hem, ik wist niks beters. Zo kom ik hier.
Hij betaalt zijn rekening. - Met mijn geld.
Ik neem je zaak aan voor 20 mark. Vijftien dan.
Ik heb maar 40 mark voor m'n hele reis.
Wil je 't toch terug? Straks verhongert je arme peetmoeder.
Grootmoeder. - Goed, speciaal vakantietarief.
Tien mark, plus onkosten.
Je krijgt veel voor weinig.
Daar komt de zakkenroller.
Goed dan. - Mooi. Kom op.
Ik let op hem. Pak jij dat biljet. Geef de ober er één uit je zak.
Jouw geld zat toch vastgespeld in je jas? Dan herken je het dus aan de gaatjes.
Oké, vooruit.
Wacht even. Wat als ik jou kwijtraak? - Niet doen.
Pardon.
Gelukt. - Het was het belangrijkste deel.
Ja, het is bewijs.
Dat niet, boerenjongen, dit. Een geheime bijeenkomst...
maar de naam van het hotel is weg. - Kunnen we niet gewoon...
Waar is hij? Ik dacht dat jij op hem zou letten.
Eerst heb ik de man, maar geen bewijs. Nu heb ik bewijs, maar raak jij de man kwijt.
Doe rustig. - Doe 't zelf. Het is niet jouw 400 mark.
Wil je dat ik de zaak neem? Ik geef je je 10 mark terug, plus vijf van mezelf.
Dat is beter. Kom op.
Waarheen? - De rest halen.
Weer terug? Ben je niet naar de politie gegaan, zoals ik zei?
Hij heeft een privédetective op de zaak gezet.
- BERLIJN TOERISTENEXPRES - BERLIJN TOERISTENEXPRES
Ik hoop dat Emil interessant nieuws heeft voor m'n column.
Een column voor elke editie van de schoolkrant valt niet mee.
Je hebt niks meer te melden. Als je niks meer weet...
moet je het anders brengen, of grappig. Dat valt ook niet mee.
Is dit de bus uit Neustadt?
Waarvandaan? - Neustadt.
Berlijn Toeristenexpres... - Dat weet ik.
Als het die is, komt ie uit Neustadt. - Dit moet een fout zijn.
Fout? Wat voor fout? - Waar is mijn kleinzoon?
Ik weet niets over kleinzonen. Alleen over bussen.
Daar heb je het al. Bel je vader.
Wacht even, oma. Dat zal niet helpen.
Hij is te jong. - Het helpt toch niet.
Ik wist dat er iets zou gebeuren. - We weten niet of er iets gebeurd is.
Emil zit niet in de bus, daar is de bus en Emil is er niet.
De dienstregeling. Hij komt om 8 uur... - Ik zei Eva dat hij te jong is.
Verkeerd gelezen? Een acht lijkt op een drie en uw ogen zijn niet best.
De jouwe ook niet op mijn leeftijd.
We gaan naar huis. Ik blijf eten en om acht uur zijn we hier.
Het regent ook. We gaan naar huis, oké?
Ik kan uw typemachine gebruiken voor m'n column. Toe oma, alstublieft?
Waar moet dat heen? - Opzij.
Jongeheer Reinhardt, waar gaat u heen?
Wacht.
Neem je koffer mee.
Waar gaan we nu heen? - Het hoofdkwartier.
Ik draag dat wel. - Bedankt.
Is dit het hoofdkwartier? - Natuurlijk niet.
Als het hoofdkwartier hier is, waarom... - Geheimhouding.
We houden ons hoofdkwartier liever geheim.
Hoi, Gustav. Wat is er? - Iets groots.
Veilig?
Ga zitten.
Goed, we beginnen. Heeft iedereen z'n penning?
Mooi. Nu... - Wacht. Waar is jouw penning?
Ik had 'm toen ik me aankleedde. Dit is mijn vest niet, maar het jouwe.
Het is dan jouw vest, maar mijn penning. - Wat? Daar speld ik mijn penning altijd.
Oké, jongens. - Nietes.
Laat toch. Dit is onze cliënt, Emil Tischbein. Nieuw uit Neustadt.
Ik ben Hermann. - Ik ben Hans. Dit is m'n broertje Rudolf.
Het scheelt tien minuten. - Elf.
Ik ben Reinhardt Bertram Hohenfeld.
Aangenaam. - We noemen hem de Professor.
Hij praat veel.
Omdat ik kwesties zorgvuldig overweeg...
en niet impulsief handel. - Zie je?
Ik heet Dienstag. - Hoi.
Wat is er met je been? - Gevallen bij onze laatste zaak.
Emil zit in een moeilijk parket en wij moeten helpen. Hij is beroofd.
Vierhonderd mark. - Dat is een hoop geld.
Dat is een aanzienlijk bedrag. - Het gaat als volgt. Ik...
Kom, vertel eens iets.
Het was toch veilig? - Dat is mijn zus maar.
Ze belt. - Zoals gewoonlijk.
Luister, als dit het hoofdkwartier is... - Geen zorgen, ik regel het wel.
We weten wie de dader is.
Dan pakken we het geld terug. - Dan zijn wij ook dieven.
Als iemand me besteelt en ik pak het terug ben ik geen dief.
Jawel. Het is een morele kwestie.
Nee, dat is het niet. - Kom op.
Echt niet.
Ik ben geen dief, dat weet je. Wat is dit?
Hou op. - Je beschuldigt de verkeerde.
Moet ik over de zaak vertellen of niet?
Ten eerste moeten we die boef vinden. - Weet je...
Ik weet niet of het verstandig is om deze zaak aan te nemen. Dit is niet mis.
Het wordt geen vuurgevecht.
We zoeken hem en leveren hem af bij de politie.
Ja, maar er zijn verzachtende omstan... - Je hoeft niet mee.
Waarom verzacht je je omstandigheden niet tot je het hele verhaal hebt gehoord?
Emil, beschrijf de zakkenroller. Hermann tekent hem.
Hij is heel goed. - Heb je papier?
Kom, Emil. - Hij is lastig te beschrijven.
Waar kan ik deze neerleggen? - Geef maar.
Kijk eens? We hebben al één aanwijzing.
Hij wilde 'm vernietigen, maar ik was hem voor.
Het belangrijkste ontbreekt: de naam van het hotel.
Dat maakt de zaak zo interessant.
Vermoedelijk gaat de man om zes uur naar een hotel voor een afspraak.
Het is nu 16.30 uur, dus...
Ik was nog niet klaar. Als je de telefoon aanraakt, breek ik je arm.
We zagen de boef bij de Gedächtniskirche lopen.
We beginnen met hotels daar. Anders had hij 'n taxi genomen.
No comments yet. Be the first to leave one.