De eerste 200 regels.
Galeazzo...
Galeazzo? Waar zit hij?
Wat een hoofdpijn.
Hoe laat is het?
Waar is hij heen?
Galeazzo, waar ben je?
Hou op met die spelletjes.
Hou op met die spelletjes.
Je weet dat ik dit niet leuk vind.
Alsjeblieft.
Kom op, dit is niet leuk.
Dit zijn de bedienden. -Juist.
Wie is deze dame?
Ze woonde vroeger bij de Markies in. -Ah, ik snap het.
Ze was thuis, maar ze weet niet hoe het is gebeurd.
Ze heeft de hele nacht geslapen.
En de bedienden? -Die zijn ontslagen...
...na een vreemd voorval gisteren.
Een vreemd voorval? -Ja.
De dame in kwestie moet het u in haar eigen woorden vertellen.
Pardon, mevrouw. Het spijt me vreselijk.
Wilt u meneer de Commissaris nog eens...
...over de film vertellen?
Pardon.
Wel?
Sorry, ik ben te geschokt.
Nicola was er ook bij. Nicola, vertel wat er is gebeurd.
Ik zal het chronologisch vertellen, heren.
Gisteravond om zeven uur was die arme Markies hier...
...en luisterde naar de grammofoon met Miss Diana.
Fantastisch.
Meneer de Markies?
Wat is er? Ik heb het druk.
Dit is voor u afgegeven.
Wat is dat? -Een doos.
Dat zie ik. Wat zit erin? -Weet ik niet. We moeten het openmaken.
Maak open. Waar wacht je op?
Wat een druiloor. Hij heeft geluk dat er een tekort aan butlers is...
...anders had ik hem al de laan uit geschopt.
Mr Markies, het is plat en rond. -Een pizza?
Een pizza? Sinds wanneer wordt hier zomaar pizza afgeleverd?
Eet jij pizza? -Ik? Nooit.
En nu? -Nee, het is een filmblik.
O, een film.
Een film? Mag ik? Laat eens zien.
Diabolicus Film. Wat heeft dit te betekenen?
Ik snap het al. Dit moet van een van die bedrijven komen...
...die deze soort films maken.
Van die vieze, duivelse en ondeugende verhalen.
Van dat Parijse spul. -Leuk, Parijs.
Hoe durf je je ermee te bemoeien Wie vroeg jou wat?
Vanwaar die kapsones? Ken je plaats. -Ja, meneer.
Nicola, luister goed. Pak de projector. -Zal ik doen.
Snel. Nu meteen. Twijfel niet. -Ik ga al.
Wat loopt hij te dralen?
Deze film komt vast van Burggraaf Alibrandi.
Toen hij naar Parijs ging, vroeg ik hem...
...een van die duivelse, ondeugende films voor me mee te nemen.
Die Alibrandi. M'n dierbare Alibrandi.
Kun je je hem nog herinneren? -Nee.
Kom op. Die grote, kleine man.
Met die neus. -Nee.
Enkele minuten later was alles gereed om de film te draaien.
Parijse dames.
Dat is geen vrouw, maar een man.
Ik snap het. Het is een van die aparte Franse films.
Dit moet de man van de vrouw zijn.
Wat doet hij? -Hij kleedt zich uit.
Een man die zich uitkleedt?
Alibrandi heeft me een poets gebakken.
Doe me een lol. Niet kijken.
Laat me toch kijken. -Naar die man?
Sinds wanneer hou jij van mannelijke strippers?
Hou je mond, laat me gewoon kijken.
Wat saai. Hij heeft veel te veel kleren aan.
Deze man is walgelijk.
Hou op, schei uit. -Dit is smerig.
Wie is dat? -Dat ben jij, Carlo.
Ik? Je hebt gelijk, dat ben ik.
Maar dit is gestoord.
Wat gebeurt er nu? -Dat is mijn bureau.
Ze hebben dit zonder dat ik het wist, opgenomen.
Misschien in mijn absentie.
Wat zeg je daarvan? -De boeman.
Kijk. Er staat iets op hem geschreven.
Diabolicus. -Hij houdt een mes vast.
Ja, dat is een mes. Stop. Wat doe je?
Markies Galeazzo zal sterven door de hand van Diabolicus.
Meneer de Markies was erg boos over die film.
Hij belde Alibrandi voor een verklaring.
Maar die zei dat hij geen film had gestuurd...
...en dat hij dat nooit zou durven.
Dus uiteindelijk was het geen grap.
Meneer de Markies werd boos en gaf het personeel de schuld.
Hij ontsloeg ons allemaal en bleef alleen thuis bij mevrouw.
Ja, dat is waar. We zijn de hele avond thuisgebleven.
En toen?
Rond half elf voelde ik me zwaar in mijn hoofd worden.
Alsof ik een slaappil had genomen.
Vanochtend werd ik wakker met hoofdpijn en een bittere smaak in mijn mond.
Vertelt u nog eens over gisteravond.
Dat heb ik toch al verteld?
Galeazzo bracht me naar mijn kamer en toen...
Daarna weet ik het niet meer. Ik moet meteen in slaap zijn gevallen.
In slaap vallen is geen goed alibi.
Wat wilt u zeggen? -De Markies was een rijk man.
U kunt een grote erfenis in de wacht slepen.
Dat kan een motief zijn om hem te vermoorden.
Denkt u dat ik zo dom ben dat ik dat zou doen?
Waarom niet?
Die arme Galeazzo besloot onlangs zijn hele fortuin aan mij na te laten.
Over een paar dagen word ik in zijn testament opgenomen.
Gelooft u me niet?
Vraag het maar aan de notaris.
Ik zie dat u op de hoogte bent.
Inderdaad. Wijlen de Markies zei dat het de bedoeling was...
...om Miss Diana als zijn enige erfgenaam aan te wijzen.
We hebben een afspraak voor donderdag.
Wilt u mijn agenda inzien? -Nee.
Weet u of hij nog een ander testament had?
Nee. Daar wilde ik net over beginnen.
Al zijn bezittingen gingen aanvankelijk naar zijn broers en zuster.
En die wisten niet dat hij zijn testament zou aanpassen.
Natuurlijk wisten ze dat.
Wisten ze dat? -Natuurlijk.
De Markies had een hekel aan zijn broers en zuster.
En dat gevoel was natuurlijk wederzijds.
Een paar dagen geleden schreef hij vier brieven aan zijn broers en zuster.
Weet u wat daar in stond geschreven?
Ja, ik heb ze gelezen.
Die brieven waren zo scherp als scheermesjes.
Die arme Markies. Hij had een goed gevoel voor humor.
Maak je niet druk. Eén broer was bang om de erfenis te verliezen...
...en overstuur door de brief. Hij ging hij naar hem toe en...
Nee. -Waarom niet?
Nee, de familie Torrealta zijn geen verdachten in deze zaak.
De Torrealta's zijn een geweldige familie.
Juist, ja.
We moeten iedereen als verdachte beschouwen.
Maar dat is onmogelijk met die mensen.
Hoe gaan we dit aanpakken?
We beginnen met Generaal Torrealta.
Hij is een held, een geweldig krijgsman.
Hij vocht in Abessinië, Spanje en Rusland.
Zijn arm is bevroren geraakt en hij heeft een borst vol medailles.
Je hebt gelijk. Hij kan onmogelijk een verdachte zijn.
Baas? -Wat?
Wat dacht u van de Professor? -Wie?
De Chirurg? -Ja.
Hij is een waar genie die zijn leven lang met zijn blote handen mensenlevens redt.
En nu beweren wij dat hij zijn broer heeft vermoord?
Nee. Dat zeg ik niet. -Jawel. Dat zeg je wel.
Jij wilt stampei maken binnen de medische wereld.
Baas? -Ja?
En de Barones dan?
De Barones is een zeer vrome vrouw, praktisch een heilige.
Zie je niet dat ze verdriet heeft? -Ja.
Het is pijnlijk om aan te zien.
Ik ben geschokt. -Ja, het is verontrustend.
Weet je hoeveel liefdadigheids- instanties haar dankbaar zijn?
Ontelbaar. Ze is een engel der liefdadigheid.
Laten we er maar over zwijgen.
En... -Wat en?
Nee, ik bedoel: en hij dan?
De Monseigneur? -Ja.
M'n beste Scalarini, ben je gek geworden?
Monseigneur Torrealta is een heilig man. Gesnopen?
Nou, dat is ook weer voorbij.
Begrafenissen zijn altijd zo emotioneel.
Ik had de hele tijd tranen in m'n ogen. Dank je.
Alsof er iets vreselijks was gebeurd.
Het zal vast het seizoen zijn. Of ik ben allergisch voor die bloemen.
Bedankt, lieverd. Erg lief van je.
Schatje... Wat is er? Zijn mijn handen vuil?
Dit is Cubaanse Nacht. Dat vond je altijd zo lekker.
Of ben je het beu? Lallo, wat is er mis?
Niets, hoor. -Hoe bedoel je: 'Niets'?
Je bent de laatste tijd niet meer dezelfde.
Ik ben geschrokken door de dood van je broer.
Waarom toch? -Ik krijg er steeds kwade gedachten van.
Dan haal je die toch uit je hoofd?
Galeazzo is immers een goede dood gestorven.
Een goede dood? -Maar natuurlijk.
Hij is vermoord. -Nou en? Luister, lieverd.
Galeazzo was jong, rijk en gezond.
Hij stierf op zijn best.
Eén klein prikje en het was klaar. Einde verhaal.
Denk eens na, lieve schat. Het is vreselijk om oud te worden.
God, bewaar me. Het is triest om oud te worden.
Lallo, mijn liefste. Hoe kan ik leven als ik op een dag zal meemaken...
...dat je mooie gezicht vol rimpels zit? Ik hou niet van rimpels.
Ik zie mensen niet graag oud worden. Vooral niet de mensen van wie ik houd.
Hield je veel van je broer Galeazzo? -Mijn arme broer.
Hij was mijn favoriet. De kokosmakroon.
Hield je ook veel van je twee vorige echtgenoten?
Domoor. Ben je zo erg geschrokken?
Wees niet jaloers. Je weet dat ik van je hou.
Laudomia, geef eerlijk antwoord.
Hield je van je eerste man, Gianfilippo?
Gianfilippo? Die aanbad ik.
No comments yet. Be the first to leave one.