De eerste 200 regels.
Nee, dank je, Marcello. Maar ik kom niet.
Ik hou niet meer van dat soort dingen. Met Lalla? Stel je voor.
Ik ga genieten van het lange weekend. Drie dagen op 't strand liggen.
Ik wil me vervelen. Ik ben moe. Ik ga m'n vrouw gelukkig maken.
Dat is Riccione. Ik bel je als ik terug ben.
Dag, mevrouw. Ik hang op. Dag, Marcello.
Ja? Hotel Baltic? Met Mr Marletti.
Ik wil graag m'n vrouw spreken. Bedankt.
Niet erg. Zeg haar als ze wakker is dat ik er morgenochtend ben.
Haar man. Bedankt. Dag.
Achteruit.
Ik ga al. Een beetje achteruit. Bedankt.
Waarom doe je zo? Reageer je af op die Milanezen.
Achteruit.
ik opende mijn ogen en keek om me heen
Alsjeblieft.
en om me heen draaide de wereld zoals altijd
Pardon. Hotel Baltic?
Rechtdoor en dan naar rechts. -Dag.
de wereld draait rond in eindeloze ruimte
met nieuwe liefdes met liefdes die voorbij zijn
met de vreugde en het verdriet van mensen als ik
o, wereld
pas nu kijk ik naar je
in jouw stilte ben ik verdwaald
en ik ben niets naast jou
de wereld…
Voorzichtig.
Het spijt me vreselijk.
Pardon.
Neemt u ze nou. -Goedemorgen, Marletti.
Kamer 224, tweede verdieping. Daar is uw vrouw.
Bekijk ze eens. Voor een bruidsschat. -Ik ben getrouwd.
Rustig, we staan in de lift.
Stil nou.
Wat mankeert jullie?
Gooien.
o, wereld pas nu kijk ik naar je
in jouw stilte verdwijn ik
en ik ben niets naast jou
Liefje. Giuliana.
Wie is daar? -Ik, Enrico.
Hallo, schat. -Ik ben hier, m'n liefste.
Ik kom er zo aan. -Kom, ik wil je zien.
Lieverd.
Ik heb een cadeautje meegebracht. -Dank je wel. Zet daar maar neer.
Goed.
Heb je zelf lakens meegebracht?
Nee, die heb ik voor het goede doel van de nonnen gekocht.
Ik kon niet weigeren. Wees niet boos.
Nee, hoor. -Ik vind ze zelf ook lelijk.
Enrico, wat heb je voor me meegebracht?
Een verrassing. -Een grote?
Ja, heel groot.
Lieverd, kom nou.
Wacht even, schat. -Kom nou.
Je bent bij het strand en dan ga je in bad liggen. Doe open.
Daar ben ik, zeurkous.
Nee, laat me los. Ik moet naar de kapper. -Nee, je blijft hier.
Nee, altijd als we elkaar zien, denk je maar aan één ding.
Ja, ik denk hier al drie weken aan.
Als ik had geweten dat je me zou straffen…
Waar is het cadeautje? -Daar.
Eén, twee, drie, vier en vijf… Dank u wel, meneertje Prik.
Bedankt. Ik stop dit even weg.
Ik ga naar de kapper. Kleed je om en kom daarnaartoe.
sinds je aan het zonnebaden bent en in de zon ligt
is je huid rood en lijk je op een peper
Marletti, aangenaam. Niet slecht, dank u wel.
gekust door de wind die van de zee komt
door de kust je laat de zon je langzaam verbranden
Verdorie.
je masseert je huid met al die zonnecrème
maar elke dag krijg je meer blaren benen, armen, neus, schouders
je laat ze verbranden
sinds je aan het zonnebaden bent en in de zon ligt
je huid is rood en je lijkt op een peper
sinds je aan het zonnebaden bent en in de zon ligt
is je huid rood en je lijkt op een peper
je blijft verbranden, zelfs in de schaduw zelfs de maan kan je niet kalmeren
zodra ik je vasthoud schreeuw je en huil je, mijn bleke liefde…
Meneer? -Ja.
Uw koffer. -Die is inderdaad van mij.
Zet daar maar neer. Maar klop de volgende keer.
Dat heb ik gedaan.
Ga maar. -Dank u.
je huid is rood en je lijkt op een peper
sinds je aan het zonnebaden bent en in de zon ligt
is je huid rood en je lijkt op een peper
Pardon, mag ik? -Natuurlijk.
Excuseer. -Excuseert u mij.
Giuliana, duurt het nog lang?
Wat? -Ja, morgen.
Had dit gisteren niet gekund?
Als je niet wilt wachten, ga je maar naar de lobby of de bar.
Narcistje.
Giuliana, ik ga naar het strand. Kan ik iets meenemen?
Ja, m'n man. Dit is Enrico. Dit is mevrouw Valdameri.
Aangenaam.
Laat eens kijken. Wat een geschikte man. -Ik doe m'n best.
Kom je mee? -Graag.
Zorg dat je niet verbrandt. Smeer je in. -Zal ik doen.
Ik kom over een uurtje. -Goed.
Dit is m'n dochter. -Mooie meid. Hoe gaat het?
U hoort de hand van een vrouw te kussen.
Madame, enchanté.
Trek niet die lelijke zwembroek aan die je bij La Rinascente hebt gekocht.
Zullen we gaan? Kom.
Sindsdien praten we niet meer met ze.
Ja, toch? -Mee eens.
De grens is eens bereikt. -Geef hier.
Je hoefde maar één woord te zeggen en iedereen wist het.
Dat is toch geen vriendschap? -Mee eens.
Met Giuliana klikte het meteen.
We roddelen niet en bemoeien ons met onze eigen zaken.
Hoe minder mensen we ontmoeten, hoe beter.
Hallo, Gustavo. Dit is meneer Marletti.
Dat is m'n man. -Aangenaam.
Waar is onze dochter? -Ze speelt in het water.
Ik ga haar zoeken. -Doe dat maar.
Hij gaat haar niet zoeken. Hij gaat naar de meisjes gluren.
Ze sturen hem nog een keer naar het gesticht.
Dag, mop. -Dag.
Ze zijn niet getrouwd. Ze doen wel alsof, maar het is niet zo.
Hij is gescheiden van ene Elena Saetti uit Milaan.
Hij is met haar getrouwd in de Republiek van Salò. Ze is Duits.
Ze hebben haar paspoort ingenomen wegens fraude.
Hij was federaal agent in Perugia. Hij trekt nooit z'n hemd uit…
…want hij heeft het hoofd van Mussolini op z'n borst.
Hallo, Giuliana. -Hallo.
Goedemorgen.
Ik weet nog veel meer, maar dat vertel ik niet, want ik roddel niet graag.
Dag, kleine kaalkop. Lig je niet in de zon?
Ik zat te luisteren.
Hallo, Giuliana -Hallo, Clelia.
Mooie kastanjebruine kleur. Misschien ga ik m'n haar ook verven.
Hoe is het? Je ziet er moe uit. -Het gaat prima.
Hoe laat was je terug? -Om drie uur.
Hoe ging het? -Het was heel saai.
Maar goed dat ik ben weggegaan.
Je bent mooi. Dat bruine kleurtje staat je goed.
Ik heb pijn in m'n hoofd. -Dat staat je ook goed.
Je lacht me uit.
Clelia, ik moet van kamer wisselen.
Ik kan niet slapen door die vrouw naast me. Ze heeft elke avond een ander.
We leven in een democratie, iedereen mag doen wat hij wil…
…maar je moet wel rekening houden met elkaars nachtrust.
Daar heb je haar. Die enorme flirt.
jij bent de enige de enige die ik wil
Is ze niet mooi? Vind je niet? -Nee, ben je gek?
Slaapkoppen. -Goeiemorgen.
Dat is de man van Giuliana. Meneer Ferrari.
Aangenaam. -Het is me een genoegen.
Aangenaam, Marletti.
En de rest? -Die liggen te slapen.
Daar is Pasqualino. -Hier ben ik.
Jouw beurt. -Hé, Lino.
Giuliana's man is er. -Aangenaam.
Erg grappig. -Hier ben ik.
Hoe gaat het met breien? -Draai je eens om.
Ik heb Liliana naar huis gebracht…
Alleen de mouw ontbreekt.
Voorzichtig, we weten niet welke aap er nog uit z'n mouw gaat komen.
Kom, vertel het ons.
Goed.
Ik ga aan het werk. Excuseer me.
Waarom lees je Pablo Neruda?
Mag ik dat soms niet? -Jawel.
Maar ik heb je nooit poëzie zien lezen. -Nou, dan zie je het nu.
Hallo, allemaal. -Isabella. Dit is m'n man.
Mevrouw Dominici. -Marletti. Aangenaam.
Aangenaam. Wat heb je een leuke man.
Ik ga zwemmen. Ga je mee?
Goed, we komen straks. -Ga maar vast.
Moet je horen…
Hoe heet ze? -Isabella Dominici.
Pas maar op, Isabella flirt met iedereen.
Daar deins ik niet voor terug.
Jij hebt Pablo Neruda.
Enrico, maak me nu eens een keer niet belachelijk.
Hallo. Dag, allemaal.
Clelia. Giuliana, zullen we gaan? -Graag.
Wie ben jij? -Aangenaam.
Ga je mee? -Dit is niks voor hem.
Dag, allemaal? -Wat gaan ze doen?
Waterskiën. Tonino is een beetje… -Dat was me niet opgevallen.
Kom, we gaan zwemmen.
Jij ook. Kom op. -Ik kom eraan.
we zijn er nog steeds
met zijn tweeën
met zijn tweeën een paar stappen van de zee vandaan
wanneer een lange dag voorbij is…
Ken je onze vrienden?
Nee. -M'n vrouw.
Aangenaam, Marletti. -Meneer Risi.
Aangenaam. -Meneer De Rossi.
Ik wil je voorstellen aan meneer Ferri. Ferri, meneer Marletti.
Marletti. -Aangenaam.
Je komt uit het zuiden, of niet? -Ik kom hier uit de buurt. Ik geef Latijn.
Je hoeft geen vijf uur te rijden voor je je voeten in het water hebt.
No comments yet. Be the first to leave one.