De eerste 200 regels.
Wat doe je in hemelsnaam? - Ik heb er genoeg van.
Wat dacht je van mij? - Het boort zich in me.
Waar? - In mijn rug.
Nou, hier zijn we dan. - Waar?
In de puinzooi. Met dank aan jouw idiote ideeën.
Jij bent altijd zo slim. - Da's nogal makkelijk.
Er moet een telefoon zijn aan het eind van deze kabels.
Schommel niet zo.
Ik begrijp je niet.
Hou vol, Albie. Ik kom terug.
Je bent hartstikke gek. Gooi 'm weg.
Is daar iemand?
Hallo?
Is er iemand?
Haal je voeten uit mijn gezicht.
Wegwezen.
Zijn pen is daar nog steeds. - Echt waar?
Ja, met zijn pantoffels en zijn pijp.
Het spijt me. Ik dacht dat u de kamer had gezien.
Nee. - Ik wil u alleen verzekeren...
Wil u de kamer zien? - Ik ga liever naar huis nu.
Voordat het donker word. - Weet u het zeker?
Christopher!
Werkte hij achter 't glas-in-lood raam? - Ja, hij had 'n fantastisch uitzicht.
Christopher!
Wat is er nu weer? - Daar ben je.
Kom naar beneden. We vertrekken. - Oké.
Hier is je verrekijker.
Heel erg bedankt. - Wat doen jullie zondag?
Er komt visite langs. - Hier ook.
Misschien komen we met de auto. We willen niet weer met de boot komen.
Doe de groeten aan Teresa van ons. - Dat zal ik doen.
Helaas hebben we haar niet meer gezien.
Christopher, ik heb je bijna niet gezien. Waar zat je?
Ik heb garnalen gevangen. - Garnalen?
Tot ziens. - Als jullie zondag komen...
...kunnen we misschien gaan vliegeren.
Kom zondag maar terug.
Tot ziens. Kom op, schat.
Tot ziens. Probeer snel weer eens te komen.
In hemelsn...
Is dit alles? Heb je alleen dit gevangen?
Nee... - 5 garnalen?
De emmer was vol. - Ik ben niet blind.
Jij mag ze allemaal hebben. - Allemaal? 5 garnalen?
Heerlijk. Heel erg bedankt.
Ik doe wel zonder.
Ik maak een omelet voor mezelf.
Heel goed voor mijn maagzweer.
Heb je de grote koekenpan gezien? - Op de tafel.
Buiten.
Heel erg bedankt.
Het spijt me, maar daar staat ie niet.
Klootzak.
Wat is ie aan het doen dat hij me zo alleen laat?
Richard, ik zit hier in de problemen.
Het zit tot aan mijn... Ik heb een probleem.
Heb je mijn pyamajasje gezien?
Heb je mijn pyamajasje gezien? - Kijk 'ns onder het bed.
Doe dat aan.
Schatje, je zit er op.
Kijk.
Geef hier.
Kom hier. - Nee, niet doen.
Laat me een klein beetje...
Wat een schoonheid.
Geef me het andere oog.
Alsjeblieft, laat me even. - Kom hier.
Wat doe je vanavond, schatje? - Ik ga naar mammie en pappie.
Je koets staat voor je klaar.
Wat is er?
Hoor jij iets? - Nee, ik hoor niks.
Er liep iemand op het terras.
Er is niemand. Je liet me schrikken.
Hallo? Verbind me door met het St Cathberry Arms Hotel...
...Maplethorpe on Sea. Oké, Maplethorpe...
...on Sea.
Ik wil privé spreken met Mr Katlebach.
Nee, ik weet het nummer van het hotel niet.
Wil jij dat alsjeblieft zoeken, schatje?
Een ogenblikje alsjeblieft.
Lindesfarm 11.
Katlebach. K.A.T.L.E.B.A.C.H.
Oké, K voor Kitty. A voor Andy.
T voor... Dat klopt, T voor thee.
E, L, B, nee B. B voor Bess en broer.
Dat klopt. A, C, H. Dat klopt.
Dank u wel.
Is daar iemand?
Ja, ik ben het. Dickie.
Dickie.
Ik heb de telefoon gebruikt want Albert en ik hebben wat problemen.
Problemen? Problemen of niet, je hebt erg vreemde manieren.
Je valt niet zomaar bij mensen binnen, vooral niet op dit tijdstip.
Je kiest het tijdstip niet waarop je in de problemen komt.
Waarom zou ik de politie niet bellen?
Ik zei toch dat Albert en ik wat problemen hebben.
Snap je, kleine nicht?
Hallo?
Jullie kunnen maar beter helpen, als jullie niet willen dat jullie iets overkomt.
Hallo?
En geen paniek. Geen hysterie. - Niemand is in paniek.
Hallo?
Wat? Over een uur?
Natuurlijk hou ik de oproep aan.
Eerst moeten we iemand ophalen.
Het is ongelooflijk, schat. Wat is dit allemaal?
Met zijn drieën duwen is makkelijker. - Duwen?
Ik mag me toch eerst wel aankleden? - Nee, dat mag niet. Opschieten.
Ik wijs de weg wel. Schiet op.
Wat gebeurt hier? - Wat?
Hier was eerst geen water. - Het is de avondvloed.
Snel. Ik kom, Albert. Ik kom.
Hij is gek. - Waarwacht je op?
Het tij is erg gevaarlijk. - Schiet op.
Ik kan niet zwemmen. - Kom op. Er in.
Snel.
Nu de andere kant. Duwen.
Hallo?
Dank u wel.
Hallo, is dit Mr Katlebach?
Wacht eens even.
Luister, Mr Katlebach.
Wacht eens even.
Het is onze schuld niet. Echt niet, we hebben ons best gedaan.
Met Albie? Hij kan niet aan de telefoon komen.
Nee, hij heeft indigestie. Hij heeft het aan zijn maag.
Nogal ernstig.
Geef iets door aan Doris. Niet Boris. Doris, zijn vrouw.
We zijn de auto kwijt, maar we hebben een andere.
We zijn de auto kwijt, maar we hebben een andere.
Ik kan 'm niet besturen. Ik heb last van mijn arm.
Ik heb iets aan mijn arm.
Wacht even, Mr Katlebach. Dat is niet eerlijk.
Dat is niet eerlijk. Laat 't me uitleggen, we hebben ons best gedaan.
We zitten in Northumberland.
Een ogenblikje.
Hoe laat is het strand weer begaanbaar?
Om acht uur. - Hoe heet deze hoop stenen?
Rob Roy, Lindesfarm Island, Northumberland.
Wat? Praat harder.
Rob Roy, Lindesfarm Island, Northumberland.
Rob Roy, Lindesfarm Island, Northumberland.
Bedankt, meneer.
De auto was zo goed als nieuw.
Gaat het, Albie? - Ik heb er genoeg van.
Alles komt goed. Ik had 'm aan de telefoon.
Hij komt ons hier halen. - Gefeliciteerd.
Je hebt mijn auto mooi verpest.
Wat gebruiken ze toch 'n dun spul. - Dun of dik. Er is veel schade.
Wie laat zijn auto nou hier in het midden staan?
In hemelsnaam, dit is m'n eigen grond. - Eigen grond, dat is egoïstisch.
Daardoor gaat het land naar de knoppen. Toch, Miss?
Is uw naam Bee? - Wat?
Felix Bee. - Nee, we hebben 'm geleend.
Geleend, gelul. Teresa, hou je mond.
Daardoor gaat het land naar de knoppen.
Zie je? Ze geeft mij gelijk. - Dat zei mijn vrouw niet.
Daar kwam het wel op neer. - Niet. Ze heeft 't over iets anders.
Ik begrijp het. Het heerschap wil muggenziften. Hou je mond.
Het spijt me, Al.
Doris.
Heb je een ga?
Heb je een garage? - Nee, mijn auto slaapt buiten.
Ik wil mijn auto in een garage zetten.
Het spijt me. Je zult moeten doen wat ik doe.
Dit is beter. Maar verplaats me niet meer.
Hij moet in bed liggen. - Verplaats me niet meer.
Het is niet erg dat ik hard lig. - Geef me een kussen.
We moeten een dokter bellen. - Een ambulance, bedoel je.
Een ambulance? Wil je een ambulance, Albie?
Zie je, hij wil geen ambulance. Haal een deken.
Jij niet.
Ik heb het erg koud. - Haal zijn bontjas.
Aan de slag.
Kom op, wat sneller.
Jullie zijn gek. Jullie zijn allebei gek.
Goed zo.
Je bent een onbeschofte bruut.
Hij was geweldig. Hij kon scheermesjes eten.
Ik heb 'm ooit een grote spijker met zijn vuist in een tafel zien slaan.
Fantastisch. - Nog een gorilla zoals hij.
Jij bent toch niet Engels? Van het vasteland?
Je hebt een accent. Jij bent geen Engelse.
Jij bent zelf ook niet bepaald Angelsaksisch.
Verwaand, hè?
Ik ben aardig tegen jou en jij doet verwaand. Ik ben toch aardig?
Mijn vrouw is Frans. - Oké.
Maar je hebt wel mijn kippenren kapot gemaakt.
Laat me niet lachen met je kippenren. Die is toch helemaal verrot.
Als ik 'n man was, was dit niet gebeurd.
Dat denk jij.
Ik word niet goed van je. Een echte vent laat me niet door hem beledigen.
Niemand beledigt je, liefje.
Je koffie is klaar.
Het is al laat. Bedtijd, we moeten morgen allemaal vroeg op.
We krijgen bezoek en jij zet goede koffie. Hier, niet op het terras.
Ik hoop dat je morgen een beter humeur hebt, Miss...
Madam. Niet iedereen is zo aardig als ik.
Ik wil niemand kwetsen, maar dit krot is nogal ongebruikelijk.
No comments yet. Be the first to leave one.