De eerste 200 regels.
Laat me maar.
Kom maar, Rollo. Brave hond. Hier, Jacko.
Kom dan, Jacko, spring dan.
Anthony. -Kunnen we tekenen?
Komt je oom nog? -Die is weer met z'n honden bezig.
Stomme beesten.
Achterlijke schepsels. Je hebt me gebeten.
Stom ondankbaar stuk ellende.
Fenton, Thomas, waar zitten jullie? Haal die beesten hier weg.
Baines, ze hebben me gebeten.
Kun je Mr Richmond roepen, wij moeten zo weer weg.
Het spijt me, Mr Richmond is gebeten. Ik moet de verbanddoos halen.
Het schiet niet op. -Wat moet er gebeuren?
Hij moet dit stuk fiatteren. -Laat mij maar even.
Dat kreng. Waar is die nieuwe verpleegster?
Ze is onderweg. -Komt ze lopend? Wat heb je daar?
Over die fusie. Ik regel het wel. -O, dacht je dat? Geef hier.
Verrekte hand bloedt. Dit moet strakker.
We gaan de productie niet opschorten. Dat levert te veel vertraging op.
Schrap 7c en 8. -Maar uw neef zei...
Dat laat me koud. Herschrijf.
Schiet toch 's op. Verrekte hand pijnlijk. Bel dr. Murray en snel.
Dat was 't. Wat ga jij doen? -De dokter bellen.
En snel. Je bent laat. -U kent Londen.
Ik niet. Waar zat je, bij je kleermaker, je manicure, je kapper?
U moet dit nu tekenen, anders gaat het ons geld kosten.
Boeven. -U kunt ze vertrouwen.
Je kunt niemand vertrouwen. -Ik lees het concept zelf nog.
Daar reken ik op.
Waar blijft die verpleegster? -Ze komt zo.
Ik wil een knappe, geen kenau.
De vorige had een snor. Ze at geitenkaas en stonk er ook naar.
Schiet maar op. Waar is die dokter? Breng me naar bed. Ik ben ziek.
Sukkel.
De loper beschermt hem niet. -Om uw dame te verleiden.
Wat een fantastische passage.
Berlioz is ondergewaardeerd. Man van ware passie.
Schaak.
Maar niet mat. Nog niet.
Je eindspel deugt niet. Je bent net je vader.
Je hebt geen ruggengraat. Onder druk ga je ten onder. Ik ben moe.
Wat sta je daar, andere band. Waar is die verpleegster? Verrekte hand.
Ze wordt afgehaald. Ze komt met de trein van vijf over half zeven.
Geloof je dat? Niemand komt meer op tijd. Iedereen lijdt aan die kwaal.
Ze is er. -Ik wil haar zien.
Vast weer een snor en zweterige oksels.
Wilt u haar niet meteen afkraken. -Bedenk wel dat ze voor mij is.
Kom maar binnen.
M'n oom houdt er niet van dat mensen dichtbij hem staan.
Ik heb de hele dag gewacht. Slecht begin, slechte manieren.
Ik moest rusten. M'n patiënt is vannacht gestorven.
Dus jij laat je patiënten doodgaan. Mij krijg je niet dood.
Waarom zet je 'm af? Aan dat ding en hard.
Zal ik uw hand verbinden? -Doe dat morgen maar. Naam?
Maria Marcello. -Je komt met een buitenlandse aan.
Was je je wel regelmatig, Miss...
Ja, ik was me regelmatig. Dat is een vereiste bij dit werk.
Gelukkig maar. Ruikt goed.
Niet de stank van kaas en gelukkig geen snor.
Vertel haar alles. Neef.
We kennen elkaar. -O ja?
Ik ben vanochtend geïnspecteerd. -Een gesprek leek me wenselijk.
Jij hebt een andere smaak dan ik.
Ik breng je naar je kamer.
Harder, ik hoor niks.
Lastig geval. -Lastige patiënt.
Ik hoop dat je blijft. -Ik heb geen haast. Is de kok goed?
Ex Savoy. Ik zal iets laten brengen.
Deze kamer is gereserveerd voor de verpleegsters.
Straks kijk ik nog even bij hem.
Je hebt m'n oom gehoord. Dat kan morgen.
Je bent mooier dan op de foto. -Mijn foto? Is dat dan belangrijk?
Het uiterlijk is zeer belangrijk. Bij een verpleegster.
Ik moest opletten. Het is regelmatig misgegaan.
Maar deze keer heb ik me niet vergist.
Een gesprek van tien minuten. U kent me niet.
Dat heb je mis, Maria. Ik weet alles. Je achtergrond, je verleden.
Mijn privé-leven is niet belangrijk.
Mijn oom is geen gemakkelijke man. Hij is gewend te krijgen wat ie wil.
Dit werk vereist tact en geduld. Ik weet dat je daaraan voldoet.
Als verpleegster heb ik vaak lastige patiënten.
Meer hoeft u niet over mij te weten. Goedenavond, Mr Richmond.
Ik hoop dat 't je bevalt. Foxhurst kan heel aangenaam zijn.
Je lijkt niet echt 'n verpleegster.
Ik weet niet of ik ben wat je zoekt. -Dat weet ik zeker. Goedenacht.
Dit is prettiger dan op je kamer eten, nietwaar?
In elk geval formeler. -Hou je daar soms niet van?
Of heb je iets tegen bedienden? Die zijn hier alleen om me te dienen.
Al eeuwen dienen ze blanken. Het zit ze in 't bloed.
Wij kennen dat niet. Iedereen is meester. Respect bestaat niet meer.
Hier en in Amerika zijn ze verpest, maar in Afrika vind je ze nog.
Nietwaar, Thomas?
Primitief, geen aspiraties, geen opleiding, kent z'n plaats. Nietwaar?
Je ziet wel dat m'n oom dit probleem op zijn eigen wijze heeft opgelost.
Bedienden zijn voor hem honden.
Misschien zijn die babyzachte handjes van hem je opgevallen.
Om Jaguars te besturen en vrouwen te verleiden.
Zou u dat ook niet willen? -Welja, toe maar. Net als je vader.
Je bent net zo'n schooier als hij was.
Volgens mij hebt u me niet meer nodig. Uw hand is beter.
Dat bepaal ik wel. Je vertrekt pas als ik dat zeg.
U hebt me niet nodig. Ik ben liever ergens waar men me nodig heeft.
Om voor baby's te zorgen zeker. Denk je niet dat je bij mij beter af bent?
Het bureau betaalt me.
Je weet dat ik tien keer meer kan betalen dan een ander.
M'n gebruikelijke tarief is voldoende.
Dat zullen we wel eens zien. Je blijft.
Sinds de dood van m'n vrouw twintig jaar geleden mis ik iets.
Ik mis vrouwelijk gezelschap. Aangenaam gezelschap.
Dat hoeft voor u toch geen probleem te zijn?
Denk je dat? Waar vindt 'n man als ik aangenaam vrouwelijk gezelschap?
Kan ik er een bestellen of zomaar een typiste laten aanrukken?
Zo simpel is dat niet. Men moet voorzichtig zijn.
Maar ik ben heel tevreden met jou, Miss Marcello.
Zeer tevreden mag ik wel zeggen.
Dat doet me goed.
Het eten was heerlijk. Goedenavond. -Welja, ga maar gauw naar je kamer.
En zorg dat je er morgen weer mooi en bekoorlijk uitziet.
Fris, gracieus en frivool. Heb je me gehoord?
Wat voorbij is, is voorbij. Afgelopen, uit.
Maar het is niet afgelopen. Nietwaar, oom?
Kan ik je even spreken? -Moment.
Hij mag je. Je lijkt op z'n vrouw. -Komt u alleen daarvoor?
Ik kom me verontschuldigen voor z'n gedrag. Hij kan soms zo grof doen.
Dat is echt niet nodig.
Ik hoop dat je blijft. Hij is ziek.
Er zijn meer verpleegsters. -Niet zoals jij.
Ik wil dat je blijft. -Doen vrouwen altijd wat u wilt?
Altijd. Mag ik gaan zitten?
Nee. -Dank je.
Ik vind je zeer intrigerend. Maar je bent niet de enige.
O nee? Ik ken er maar een. -Vertel eens iets over haar.
Ze is wat je ziet. -Bijzonder mooi.
En ambitieus.
Niet meer. -Waarom ben je weggegaan uit Italië?
De steden in 't zuiden zijn leuk voor toeristen, niet voor de inwoners.
Ik had daar niemand, dus kwam ik naar Engeland.
Op zoek naar een beter leven. -Ja.
En heb je dat ook gevonden? -Nee, nog niet.
Nee, ik ga u echt niet meer vertellen.
Je hebt me al heel veel verteld.
Maria, je blijft toch zeker wel?
Ga nu. U bent aantrekkelijk, maar ik heb geen belangstelling.
Niet voor u en niet voor uw oom.
Dat is jammer, want we zijn allebei gefascineerd door jou.
Fenton, Thomas, hier.
Rollo, voet, als ik het zeg.
Doe die honden voor wat ik van ze verlang.
Vooruit, op je knieën.
Zo ja, alsof je een schop krijgt. -Dit is kinderachtig.
Fenton, spring over je broer, dan doen ze je wel na.
Heel goed, zo mag ik 't zien.
Let goed op, Jacko. Kijk wat ze doen. En nu jij. Eroverheen.
Die twee zijn verknocht aan elkaar en aan mij.
Vooruit. Toe maar, Fenton. -Maar dit is wreed en zinloos.
En nu Rollo. Heel goed. Nog maar een keer.
Springen. Goed zo, Jacko.
Nee, niet ophouden. Fenton, grote sukkel.
Ik heb er genoeg van, gegroet. Stuur uw cheque maar naar 't bureau.
Hoe durf je. Kom terug jij, stomme griet.
Daar betaal ik ze voor, dom wicht.
Ze vinden het juist leuk.
Wat is er? -Ik vertrek.
Hij is een monster. Hij behandelt mensen als oud vuil.
Zag je dat? -Ze vertrekt. Zal ik haar terughalen?
Nee, laat maar.
Zoek maar een ander. Laat haar maar gaan.
Haal haar terug, nu.
Verrassing. -Ik verwachtte u al. Kom verder.
Hier woon je dus in je eentje. -Het is iets anders dan Foxhurst.
Heb je niemand? -Niet op dit moment.
Hoe wist je dat ik zou komen? -Omdat u iets van me wilt.
O ja? Is het niet precies andersom? Wil jij misschien overgehaald worden?
U denkt dat u me kent.
Ik heb lang gezocht naar iemand als jij, Maria.
Iemand die wil wat jij wilt. -Wat is dat dan?
Richmond is steenrijk. Heb je enig idee hoe groot ons fortuin is?
Een miljoen. -Eén?
Maal 50. Vijftig miljoen.
Eigenlijk ben je heel naïef. Je wilt iets, maar je weet niet wat.
Je weet niet hoe.
Wat wilt u eigenlijk zeggen?
Zeg nu maar waarvoor u gekomen bent.
Ik wil je vragen of je wilt trouwen.
Waarom zou ik met u trouwen? -Je hoeft niet met mij te trouwen.
Maar met m'n oom.
Ik weet niet of ik het kan. Hij is hard en wreed.
Normaal contact is uitgesloten.
Als vrouw moet je iets meer geven dan als verpleegster, maar niet lang.
M'n oom heeft niet lang meer te leven.
Hij kan heel oud worden. -Of opeens de geest geven.
Waarom haat je hem zo?
M'n vader was zijn compagnon, maar hij heeft hem verwoest.
Zo gaat dat nu eenmaal in zaken.
De zwakkere delft altijd het onderspit. Maar ik wist wel beter.
Wat voor Richmond weer 'n succesje was, werd m'n vader zijn dood.
Waarom deed hij dat z'n broer aan?
Hij spreekt zo lovend over z'n vrouw. Je hebt haar portret gezien.
Ze was heel mooi. -Zij was mijn moeder.
Waarom laat hij je voor hem werken? Hij weet dat je hem haat.
No comments yet. Be the first to leave one.