De eerste 200 regels.
DAVIDSONS DIERENWINKEL
-Hallo, Mrs MacGruder. -Hallo, Miss Daniels.
Heb je wel eens zoveel meeuwen gezien? Wat zou er zijn?
Vast een storm op zee. Dan trekken ze naar het land.
Ik hoopte dat u later kwam. Hij is er nog niet.
-Maar u zei drie uur. -Weet ik.
Ik ben de hele ochtend al aan het bellen.
U kunt het zich niet voorstellen.
Ze zijn zo moeilijk te krijgen.
Ze moeten uit India komen als kuiken en dan…
Dit is toch geen kuiken, hè?
Nee, absoluut niet. Dit is een volwassen beo.
-Praat hij ook? -Ja, natuurlijk kan hij…
Nee, u moet het hem leren.
Ik kan beter bellen. Ze zeiden drie uur.
Misschien vanwege het verkeer. Ik bel even.
-Wilt u even wachten? -Misschien kunt u hem beter laten brengen.
Ik geef u mijn adres wel.
Oké, goed,
maar ze zijn vast onderweg.
Vindt u het goed als ik even bel?
Ja, natuurlijk.
-Kunt u me helpen? -Wat?
Kunt u me helpen?
-Ja, wat zoekt u, meneer? Dwergpapegaaien.
Dwergpapegaaien, meneer?
Ja. Er zijn verschillende soorten.
-Is dat zo? -Ja.
Ze zijn voor de verjaardag van mijn zus,
en omdat ze 11 wordt, wil ik geen vogels
die te veel opvallen.
Ik begrijp het volkomen.
Maar ook niet te afstandelijk.
Nee, natuurlijk niet.
Hebt u misschien een paar vogels die gewoon vriendelijk zijn?
Ik denk het wel. Eens kijken.
Zijn dat dwergpapegaaien?
Nee. Dat zijn rode kardinalen.
Ik dacht dat het tijgervinken waren.
Ja, zo noemen we ze ook.
Hier zijn ze. Dwergpapegaaien.
Dat zijn kanaries.
Geeft je dat ook niet zo'n akelig gevoel?
Wat geeft me...
Al die arme, onschuldige wezentjes opgesloten in een kooi?
We kunnen ze niet los in de winkel laten vliegen.
Nee, ik neem aan van niet.
Is er een ornithologische reden om ze in aparte kooien op te sluiten?
Zeker. Om de soorten te beschermen.
Ja, dat is belangrijk, vooral wanneer ze in de rui zijn.
Dat is vooral een gevaarlijke tijd.
-Zijn ze nu in de rui? -Sommige.
Hoe weet u dat?
Ze zien er wat neerslachtig uit.
Ik begrijp het. En de dwergpapegaaien?
Wilt u echt niet liever een kanarie?
We hebben erg mooie kanaries deze week.
Oké.
Mag ik er eentje zien?
Wat is er?
Ziezo.
-O, kijk. -Prachtig.
Terug in je gouden kooi, Melanie Daniels.
Wat zei u?
Ik maakte een vergelijking, Miss Daniels.
-Hoe kent u mijn naam? -Een vogeltje fluisterde het me in.
Dag, Miss Daniels. Mevrouw.
Wacht even. Ik ken u niet.
-Maar ik u wel. -Hoe?
-Van de rechtszaal. -Daar hebben we elkaar niet ontmoet.
Klopt. Ik zeg het anders. Ik zag u daar.
Wanneer?
Herinnert u zich een van uw grappen
die eindigde in het breken van een ruit?
-Dat heb ik niet gedaan. -Maar uw grap wel.
-De rechter had u moeten opsluiten. -Bent u soms agent?
Ik geloof in de wet, Miss Daniels. Ik hou niet zo van grappenmakers.
-Wat is dat met die papegaaien als u niet… -O, die wilde ik echt.
U wist dat ik hier niet werk. U hebt opzettelijk...
Precies. Ik herkende u toen ik binnenkwam.
Ik wilde weten hoe u het zou vinden als het andersom was.
-Wat vindt u ervan? -Ik vind u een rotzak.
Dat ben ik. Dag, Miss Daniels. Mevrouw.
En ik ben blij dat u uw vogels niet hebt.
Ik vind wel iets anders. Tot in de rechtszaal.
-Wie was die man? -Geen idee.
Ze zeggen dat de beo er later deze middag is,
als u terug wilt komen.
Nee, laat hem maar bezorgen.
-Mag ik deze telefoon gebruiken? -Natuurlijk.
Daily News? Met Melanie Daniels. Mag ik de stadsredactie?
Een ogenblik, Mrs MacGruder.
Hallo, Charlie. Melanie.
Je moet me een gunst bewijzen.
Nee, een kleine maar.
Je onder druk zetten? Charlie, lieverd, waarom zou ik dat proberen?
Wil je het bureau voor vervoersregistraties voor me bellen?
En uitzoeken van wie dit kentekennummer is:
W-J-H-0-0-3.
Ja, uit Californië.
Nee. Ik kom straks langs. Is papa in zijn kantoor?
Nee, ik wil zijn vergadering niet storen. Zeg maar dat ik hem straks zie.
Dank je, Charlie.
Hebt u dwergpapegaaien?
Niet in de winkel, maar ik kan ze voor u bestellen.
-Hoe snel? -Wanneer zou u ze willen hebben?
Direct.
Ik kan ze morgenochtend hebben.
-Is dat goed? -Prima.
-Is dat voor Mitch Brenner? -Ja.
-Hij is niet thuis. -Geeft niet.
Hij is maandag pas terug. Tenminste, als die vogels voor hem zijn.
-Maandag? -Ja.
U kunt ze niet in de gang laten staan.
Waar is hij naartoe?
Bodega Bay. Daar gaat hij elk weekend heen.
Waar is dat?
Aan de kust, zo'n 100 km noordwaarts.
Honderd...
Anderhalf uur rijden via de snelweg, of twee uur via de kustweg.
Ik wil voor ze zorgen, maar ik ga zelf ook weg.
Het spijt me vreselijk.
POSTKANTOOR ALGEMENE KOOPWAAR
IJZERWAREN - KRUIDENIERSWAREN
-Goedemorgen. -Goedemorgen.
-Kunt u me misschien helpen? -Ik doe mijn best.
Ik zoek een zekere Mitchell Brenner.
-Kent u hem? -Ja.
-Waar woont hij? -Hier, Bodega Bay.
-Dat weet ik, maar waar? -Daar aan de overkant van de baai.
Waar?
-Ziet u waar ik naartoe wijs? -Ja.
Ziet u die twee grote bomen daar?
-Aan de overkant van de baai? Ja. -En het witte huis?
-Ja. -Daar wonen de Bremers.
De Brenners? Mr en Mrs Brenner?
-Nee. Alleen Lydia en de twee kinderen. -De twee kinderen?
Ja, Mitch en het kleine meisje.
Ik snap het. Hoe kom ik daar?
Volg de weg om de baai heen, dan komt u bij hun voordeur uit.
De voordeur. Kan ik ook via een landweg?
-Nee. Dat is de enige weg. -Ik wil hen namelijk verrassen.
-Ik wil niet dat ze me zien aankomen. -O.
Het is een verrassing.
U kunt een boot huren en over de baai naar hun steiger gaan.
Waar vind ik een boot?
Bij Tides Restaurant.
-Hebt u wel eens met een boot gevaren? -Natuurlijk.
-Zal ik er een voor u reserveren? -Graag.
-Welke naam? -Daniels.
Oké.
-Zou u me kunnen vertellen… -Ja. Wacht even, alstublieft.
-De naam van het meisje? -Van de Brenners?
-Ja. -Alice, geloof ik.
Harry, hoe heet het meisje Brenner?
-Lois. -Alice, toch?
-Nee, het is Lois. -Het is Alice.
Weet u het zeker?
Niet helemaal, als u dat bedoelt.
Ik moet echt weten hoe ze heet.
Wacht nog heel even.
Ik zal u vertellen wat u moet doen.
Rijd door de stad tot u een hotelletje aan uw linkerhand ziet.
Daar gaat u rechtsaf.
-Hebt u dat begrepen? -Ja.
Vlakbij de top van de heuvel ziet u een school en iets verder
een klein huis met een rode postbus.
Daar woont Annie Hayworth, de onderwijzeres.
-Vraag haar naar het meisje. -Dank u wel.
Bespaart u zich de moeite. Ze heet echt Alice.
Kan ik de boot over 20 minuten hebben?
-Hoeveel voor de telefoon? -Laat maar zitten.
Dank u.
-Wie is het? -Ik.
Wie is "ik"?
-Miss Hayworth? -Ja.
Ik ben Melanie Daniels. Sorry, maar…
-Ja? -De man van het postkantoor stuurde me.
U zou weten hoe het meisje van de Brenners heet.
Cathy?
Het meisje dat in het witte huis woont?
-Ja. Cathy Brenner. -Hij dacht dat het Alice of Lois was.
Daarom komt de post hier nooit op het juiste adres terecht.
-Sorry. Rockt u? -Graag.
Wilde u Cathy ergens voor zien?
Niet echt.
Bent u een vriendin van Mitch?
Nee, niet echt.
Ik wilde al 20 minuten een sigaret.
Ik kon er niet toe komen te stoppen.
De grond bewerken kan verslavend worden.
Het is een mooie tuin.
O, dank u. Dan heb je wat te doen in je vrije tijd.
Er is veel vrije tijd in Bodega Bay.
Bent u van plan lang te blijven?
Nee, een paar uur.
Gaat u weg nadat u Cathy hebt gezien?
Zoiets, ja.
Sorry. Ik wil het niet zo geheimzinnig doen lijken.
Het gaat me ook niets aan.
No comments yet. Be the first to leave one.