Pierwsze 200 wierszy.
Een hartelijk applaus voor mijn vader, Nate Bargatze.
Ik hou van je.
Dank jullie wel, Phoenix.
Dat klonk geweldig.
Heel aardig van jullie.
Oké, het gaat gebeuren.
Oké dan.
Ik doe heel graag stand-upcomedy.
De laatste serieuze baan die ik hiervoor had…
en wat ik weer ga doen als dit in duigen valt…
Ik was watermeteropnemer.
Je functietitel beschreef ook echt het werk dat je deed.
Mensen vroegen dan: Wat houdt dat in?
'Dat zal ik je eens uitleggen.'
'We komen de watermeterstand opnemen. Nu weet je alles.'
Ik werkte toen in Wilson County. In Mount Juliet, in Tennessee.
Ik moest dan m'n wagen neerzetten en door de wijken lopen.
Ik moest noteren hoeveel water elke woning verbruikte.
Dit was in 2001. Het jaar van 9/11, zoals je weet.
Als je oud genoeg bent, weet je nog…
dat het hele land bang was voor nieuwe aanslagen.
Wij dus ook, in Wilson County.
We dachten: Ze hebben net New York getroffen,
dus nu komen ze geheid naar Mount Juliet in Tennessee.
En ze komen ons water vergiftigen.
Dus wij als watermeteropnemers moesten de watertanks bewaken.
Ik heb dit echt gedaan. Ik stond in m'n eentje in een donker weiland.
Wachtend op de Taliban.
Zonder wapens of ervaring.
We kregen een lantaarn mee. Een lantaarn.
Daarmee word je alleen maar zichtbaar voor de vijand.
Ik zie nog geen halve meter ver.
Lui met wapens zouden zeggen: Schiet op die enige lichtbron.
Dan laat ik hem zakken. 'Wat gebeurt er allemaal?'
Tot op de dag van vandaag vraag ik me af wat ze nou precies van ons verwachtten.
Dat we de politie zouden bellen?
'Osama is er.'
'Hij is langs onze lantaarns gekomen.'
'Hij zit in de watertank. Die kon hij openmaken.
Verrassend genoeg had hij kennis van zaken.'
M'n vrouw en ik waren toen al samen. We hebben al heel lang iets.
Ze was gevallen voor m'n goeie arbeidsvoorwaarden.
We zijn al 17 jaar getrouwd.
Door de jaren heen ben ik gaan inzien waarom ze op m'n pad is gekomen.
Zonder haar had ik hier niet gestaan. Zoveel is zeker.
Daardoor ben ik ook erg afhankelijk van haar geworden.
Ik weet helemaal niks over mezelf.
Ik weet niet wat ik wel en niet lust.
Als iemand vraagt: 'Stukje proeven?' Dan moet ik het haar vragen.
'Doe maar niet.'
Ik moet elke keer vragen hoelang iets in de magnetron moet.
Alsof haar familie hem heeft uitgevonden.
'Hoelang moet dit erin?'
'Totdat het warm genoeg is.'
'Maar ik weet gewoon dat je het aantal minuten weet.'
'Zeg gewoon hoeveel.'
'Zeg hoeveel, anders bel ik m'n moeder.'
Anders toets ik 90 minuten in en loop ik weg.
Ik doe wel zelf m'n was.
Dat verdient m'n was.
M'n moeder deed m'n vaders was.
Daardoor dacht ik dat alle vrouwen de was van hun man deden.
Ik heb het altijd zelf gedaan.
Dat is de afgelopen 17 jaar wel onderbelicht gebleven.
Ik offerde mezelf op, wat andere mannen niet hoefden.
Toen ik een keer naar huis reed, moest ik eraan denken.
'Ik zal dat eens ter sprake brengen.'
Ik ben er die dag niet over begonnen. Ik dacht: Er komt vast een moment…
waarop we ruzie hebben en ik aan de verliezende hand ben…
en dan kan ik mooi zeggen: Maar ik doe zelf m'n was.
Dan zegt ze: Ruzie voorbij.
'Jij wint. Ik heb het ook zo goed.'
Dus ik hou dat zes maanden lang in m'n achterhoofd.
Toen kregen we een keer ruzie. Het ging vast nergens over.
Niet over de was, dan zou ik het nog weten.
Ik ben aan de verliezende hand, dus ik dacht: Dit is het moment.
Ik baalde dat ik die kaart ging spelen. Zo zelfverzekerd was ik.
Ik vond het ook zielig voor haar. Want…
Zij denkt dat ze gaat winnen, terwijl ik een bom ga laten ontploffen.
Dus ik zeg opeens: Ik doe zelf m'n was.
Zo van: Zo'n man ga je nooit meer vinden.
Verbazingwekkend genoeg ontketende ik daarmee een tweede ruzie.
We doen de was ieder op een heel andere manier.
Zij leest de labels, ik gooi kleden en pakken bij elkaar.
Weet ik veel.
'Wil je je schoenen erbij doen? Ga je gang.'
De wasmachine komt bij mij altijd zo'n stuk van de muur te staan.
Dan zegt ze: Je hebt er wel veel in gedaan.
'Ja, en bijna alles is nat geworden.'
Ik reis natuurlijk veel. Zij is dan thuis met onze dochter.
We hebben een heel lieve dochter, zoals jullie weten.
Dat is zwaar in haar eentje.
Ze moet zowel vader als moeder zijn, de goede en slechte ouder.
Ik kom dan helemaal vrolijk thuis.
Of ik schop alles in de war. Dat soort dingen zegt ze dan.
Als ik bij onze dochter in bed lig, dan 'praten we te lang'.
Ik ben niet degene die dan praat, maar ze wordt wel net zo kwaad.
Ik snap het wel, want ik denk niet altijd aan de gevolgen.
Zo hebben we één hond. Ik wil er graag nog een.
M'n vrouw wil niet nog een hond, want twee honden vergen veel werk.
Dan moet je maar liefst twee honden naar buiten laten.
Dan doe je de deur dicht en zijn ze buiten.
Jij zit binnen en hebt er geen last meer van.
Maar als ze dan weer naar binnen willen: Nou moet ik al die honden binnenlaten.
'Eén hond, twee honden… Ik struikel over alle honden.'
Om eerlijk te zijn, heb ik nog nooit voor die ene hond gezorgd,
maar twee zouden wel leuk zijn.
Onze hond slaapt bij ons in bed.
Iemand raadde dat af, omdat je dan 'je dominante positie verliest'.
Dus ik vraag hem: In welk jaar denk je dat we leven?
Het zijn allemaal doodles.
Je kunt ze amper honden noemen. Dit zijn gewoon mensen.
Alsof het 1980 is en je hond altijd buiten zit.
Toen speelde dominantie een rol. Je had praktisch een wolf in je tuin.
Als vrienden komen: 'Kom naar buiten.' 'Niet verstandig.'
Zij is ook het zuinigst van ons.
Niet negatief bedoeld. Ze heeft het licht graag uit.
Als je alle lampen uitdoet, bespaar je geld.
Heel opwindend, in het donker.
Licht aan, gaan zitten en dan met een stok het licht uitdoen.
De hele dag depressief zitten zijn in het donker.
Maar je bespaart zo veel centjes.
Bij het slapengaan: 'Is het licht uit? Ik zie het niet.'
'Ga eruit en doe het licht uit.'
Over 80 jaar krijgt onze dochter de 37 dollar die we bespaard hebben.
Ik verspil soms best wat. Als iets bijna op is, gooi ik het weg.
Neem nou ketchup. Als er nog maar zo veel in zit…
Zij giet de oude ketchup bij de nieuwe ketchup.
Dan heb je altijd gore ketchup.
Met tandpasta ga ik vast net zo lang door als de meeste mensen.
Ik wil geen spieren gebruiken om het eruit te krijgen.
Of een strijkijzer.
Maar zij gaat langer door, dus ik geef alles aan die zwerver.
Zij knipt de tube open en gebruikt alles.
Ik ben met een ouwe vent uit de Depressie getrouwd.
Zij had gedijd tijdens de Depressie. Die had ze niet eens opgemerkt.
Ik vrees pizza-avonden.
Als er vrienden komen: We moeten pizza bestellen.
'Hoeveel?'
'Zo veel mogelijk. Ik wil niet te weinig blijken te hebben.'
'Bel ze dan.' 'Ik ga die gasten van 40 niet bellen…
om te vragen hoeveel pizza ze denken op te kunnen.'
Ze hebben een baan, een gezin. Ze zitten op dit moment op kantoor.
En dan moet ik bellen: Uitgebreid geluncht?
'Nee, we willen niet te veel uitgeven, dus hoeveel pizza wil je over acht uur?'
Ik wil dingen kunnen kopen zonder dat zij ervan afweet.
Dat is heel lastig.
Als ik wist hoe m'n bank heette, kon het misschien.
Maar die informatie heeft alleen zij.
Ik kan voorzichtig vissen: Welke bank zou ik kiezen?
En elke week bij een bank langsgaan: Staat mijn geld hier?
Zij redt vaak m'n hachje.
Als ik iets koop en ik pas het niet, dan breng ik het nooit terug.
Dat vind ik gênant. Waarschijnlijk werken dezelfde mensen er weer…
en kennen ze me nog.
Als ik dan binnenkom: 'We wisten wel dat dat niks voor jou was.'
Zij brengt zelfs boodschappen terug. Ja, eten en drinken.
Volgens mij mag dat niet eens. Dat denk ik echt.
Ze valt die tieners gewoon lastig.
Alsof hun moeder binnenkomt: Jullie bananen zijn te snel zacht.
'Hè, wat?'
'U heeft ze zelf gepakt. Wat is het probleem?'
'Ik ruil ze even om.' 'Die mevrouw steelt bananen.'
Laatst werd ik bij m'n auto aangesproken door een student.
Hij zamelde geld in voor de natuur.
Nee, voor de aarde. Voor de natuur en de aarde.
Weet ik veel. Hij gebruikte echte termen. Hoe dan ook…
Hij keek me aan: 'Het is voor de aarde.' 'Ja, de aarde heeft het zwaar.'
Hij vertelde wat de aarde teisterde.
Vervuiling, bijvoorbeeld. 'Ons water wordt vergiftigd.'
'Niet als het aan mij ligt, maar oké.'
Volgens mij zou ik een boom kopen. Ik weet het niet precies.
Ik wilde hem geld geven, maar toen zei hij: 'Het moet met creditcard.' 'Oké.'
Dus ik vul al m'n gegevens in op een wildvreemde iPad.
Het was 75 dollar. Hij haalt die pas erdoorheen.
Toen het gelukt was, zei hij: Het is trouwens per maand.
Achteraf pas. 'Maar u kunt online opzeggen.'
'Ik weet niet eens wat me is overkomen.'
'Vul uw e-mailadres in voor de bevestiging.' 'Oké.'
Ik vul het e-mailadres van m'n vrouw in. Die gaat hier korte metten mee maken.
Morgen ligt die boom om.
Ik bel haar op, want dat is de afspraak als ik abonnementen afsluit.
Ze neemt op. 'Ik regel het.' En ze hangt weer op.
Zij regelt alles. Ook zonder…
We hebben een nieuw dak, kwam ik later achter.
Een gloednieuw dak. M'n buren vertelden het.
'Bevalt jullie nieuwe dak?' 'Ik heb geen idee waar je het over hebt.'
'Wist je niet dat je een nieuw dak hebt?' 'Nee.'
Ik moest haar halen. 'Ze stellen vragen over dat nieuwe dak waar ik niks van weet.
Ik sta mooi voor paal.'
Wij wonen aan zo'n lus aan het einde van een doodlopende weg. Heel leuk.
Ik ben opgegroeid aan een rechte straat…
en heb altijd aan zo'n pleintje willen wonen.
Als je ze ziet, denk je: Daar wil je toch wonen?
We gedragen ons er ook naar. Als er iemand aankomt:
'Wat kom jij hier zoeken?'
Bij elke auto. 'Maak dat je wegkomt uit onze doodlopende weg.'
We zetten ons afval buiten…
op een van de dagen. Ik weet niet welke, maar het is op één bepaalde dag.
Een paar weken terug waren we het vergeten. Die stress is funest voor een gezin.
No comments yet. Be the first to leave one.