Pierwsze 200 wierszy.
Wat was dat?
Minoes, wat doe je nu weer?
Het is veel te gevaarlijk op straat.
Ik doe niks. Dat was een gek.
Kom maar binnen. Het eten staat klaar.
Ja, ik kom al. Stomme trut.
'Zwangere zwerfkat steelt kilo haring.'
Ja, die poes was duidelijk zwanger. - Tibbe,
dit gaat toch gewoon niet?
Nieuwsfeiten wil ik, keiharde nieuwsfeiten.
Katten zijn geen nieuws.
Ik geef je nog één kans.
Morgen wil ik een stukje met nieuws. Echt nieuws.
Een brandje, een jubileum. Het is me om het even.
En zo niet...
Zo niet, dan zal ik je toch echt moeten ontslaan.
Sorry.
Het is waar, Tinus. Ik ben verlegen.
En als je bij een krant werkt, dan mag je niet verlegen zijn.
Je moet naar iedereen toe durven stappen. Je moet naar de minister durven gaan.
En dan gewoon vragen: 'Vertel eens, wat heeft u eigenlijk gedaan vannacht?'
En toch zal het me lukken.
Ik ga een nieuwtje vinden.
'Van onze journalist: Nieuws ligt op straat.'
Ik moet water hebben.
Er zijn een aantal dingen die ik zou willen zeggen.
Het is een verwarmingsketel die ontploft is.
Meneer Ellemeet, zou ik even...
Meneer Ellemeet, komt u even? - Ja, ik kom eraan.
Mooi.
Meneer Ellemeet, wat ik wou vragen...
Hé, Tibbe, wat is er aan de hand? - Hé, Sjoerd.
Heb je Ellemeet al gesproken? - Bijna.
Meneer Ellemeet? Sjoerd de Wit, Killendoornse Courant.
Mag ik een paar vraagjes stellen? - Tuurlijk, met alle plezier.
Nee, een verwarmingsketel.
'Van onze eigen verslaggever: Man koopt vis.'
Hé, Tibbe.
Zei je iets?
Mag ik vier sardientjes, Harry? - Tuurlijk.
Hier nog wat speciaals gebeurd? - Nee, alles gewoon z'n gangetje.
Mars, lieverd, toe nou.
Kijk eens.
Het is goed zo, hè? - Kom maar, lieverd.
Braaf. Goed zo. - Dag.
Is hij weg?
Wie? - Die hond.
Ja, die is weg.
Komt u maar. - Maar ik durf niet.
Het is zo hoog.
U hoeft niet bang te zijn.
Ik help wel.
Komt u maar.
Kom maar.
Sorry, het spijt me. Ik moet de boom in als er een hond aan komt.
Dat maakt niet uit.
Dank u wel.
'Juffrouw in boom.'
Vertelt u eens. Waar komt die angst voor honden eigenlijk vandaan?
Hé, Bibi. - Mag ik even computeren?
Ja, natuurlijk, kom.
LADEN AUDIOBESTAND
Tibbe.
Echte typegeluiden, van een vriendinnetje.
Leek me wel leuk voor een journalist.
Ik kan het er ook weer af halen, hoor. - Ja, dat maakt niet uit.
Morgen word ik toch ontslagen. - Echt?
Tenzij ik nog een goed stukje schrijf.
Heb jij nog nieuws? - Ik had een acht voor m'n opstel.
Dat is goed.
Ik ben bang dat dat geen nieuws is.
Weet je wat het is? Ik durf te weinig. Dat is het probleem.
Ik durf niks.
Je moet het met je tong doen. Kijk.
Bibi, je had al in bed moeten liggen. Dat weet je best.
Sorry, Tibbe.
Hier word ik een beetje moe van.
Zal ik echt niet met een sopje een keer de boel komen afnemen?
Ik heb vanavond nog een uurtje. - Nee, ik moet nog een stukje schrijven.
Tante Moortje?
Ben jij het echt? Nicht Minoes uit de Emmalaan?
Kind, kom hier. Ik wil niet dat ze ons samen zien.
Wat ben ik blij dat ik u zie.
Jasses. Je stinkt naar mens.
En wat zijn dat voor vreselijke kleren? Waar heb je die vandaan?
Die heb ik geleend. - Gestolen.
Je hebt toch nog wel een staart?
Niet eens een knobbeltje. - Niet eens een knobbeltje?
Het is om je dood te schamen.
Wat zeggen ze in de Emmalaan?
M'n zuster keert me de staart toe.
Eigen schuld, zegt ze. - Begrijpelijk.
Voor geen duizend kanaries zou ik een mens willen zijn.
Is er tovenarij in het spel? - Dat weet ik niet.
Ik weet alleen dat ik naar buiten ging als een kat...
en terugkwam als een juffrouw.
Het zal toch je eigen schuld wel zijn.
Heb je al een huis?
'Juffrouw in boom.
Omstreeks 20:00 werd een dame op de Groenmarkt achtervolgd door een hond.
In paniek klom zij in een hoge boom tot boven in de kruin.
Aangezien zij er niet meer uit durfde,
bood ik haar de helpende hand.'
Het is een stukje.
Bibi?
Hallo, juffrouw. - Excuseert u me, meneer.
Ik zat boven op uw dak en het rook zo heerlijk.
En zodoende ben ik door uw raam naar binnen geklommen.
Dat is ook toevallig. - Ik was net...
We hebben elkaar vanmiddag toch ontmoet?
De visjes zijn helaas op.
Als u zo'n honger heeft, wil ik wel een boterham maken.
Met sardientjes. - Erg graag.
Gaat u maar even zitten.
Mag ik misschien weten hoe u heet?
Minoes. Juffrouw Minoes.
Ik ben... - Meneer Tibbe.
Ja, inderdaad.
Zeg maar Tibbe, hoor.
Als u het goed vindt, dan blijf ik liever meneer Tibbe zeggen.
Wat deed u eigenlijk op het dak?
Ik zocht een vaste baan.
Op het dak? - U werkt toch bij de krant?
Ja, inderdaad. Ik ben werkzaam op de redactie.
Ik moet artikelen schrijven en nieuwsfeiten zoeken.
Maar niet lang meer.
Hoe weet u dat?
Dat heb ik gehoord.
Wie heeft u dat verteld?
Tante Moortje. - Ik ken helemaal geen tante Moortje.
De kat van de burgemeester.
Die heeft het weer van mevrouw Pastoor. - Mevrouw Pastoor?
De kat van meneer Pastoor.
Juist.
U moet maar weer eens gaan. Het was prettig kennis te maken.
Het is al laat en ik moet nog een stukje schrijven.
Ik dacht dat ik wel iets voor u kon betekenen. Ik heb wat nieuwtjes gehoord.
Nieuwtjes? Wat dan?
Zou ik dan één nachtje mogen blijven?
Goed.
Goed, oké. Voor één nachtje dan.
Als het interessant nieuws is, natuurlijk.
Wat heeft u dan precies gehoord?
De Jakkepoes krijgt binnenkort weer jongen.
Juist. Over katten mag ik niet meer schrijven.
Dat vindt de krant niet interessant.
Wat jammer. - Jammer, ja.
Heeft u niet nog wat meer nieuws?
Nee.
Mevrouw Pastoor heeft gouden munten gevonden, maar dat is niet interessant.
Mevrouw Pastoor?
'Kat vindt schat.'
Tibbe? - Dag, meneer Pastoor.
Wat doe jij hier op dit onzalige uur?
'Van onze eigen verslaggever: Journalist ontdekt oud goud.'
Goed, we openen met het stukje van Sjoerd.
Het was een prima stukje. - Bedankt, Pia.
Hé, Tibbe. - Sorry dat ik wat laat ben.
Ik moest nog even op de foto's wachten. - Dat is niet de eerste keer, hè?
'Miljoenenvondst op het kerkhof' leek me wel een goede kop.
Tibbe... - Hoe kom je daar nou aan?
Ik was toevallig in de buurt. - Nou ja.
Alsjeblieft. Twee ijscoupes tegenover een nieuwsscoop.
Dank je wel. - Gefeliciteerd, Tibbe.
Ik ben dol op nieuwtjes. - Ja, anders ik wel.
Morgen weer? - Reken maar van yes.
Ik ben helemaal hot.
Juffrouw Minoes?
Je had gelijk, Joop. Hier klopt iets niet.
Een mens op het dak. - Ja, ik dacht dat het een dief was.
Ja, of een inbreker. - Een inbreker in een mantelpakje?
Mantelpakje of niet, het is een mens. En mensen horen niet op het dak.
Sorry, Jakkepoes, maar je vergeet Sinterklaas en Zwarte Piet.
Die lopen toch op het dak? Dat zegt meester Smit altijd op school.
Hou je kop, Simon. We hebben een probleem.
Ja, wat moet dat mens op ons dak op dit tijdstip?
Van mensenvrouwtjes heb ik heel weinig verstand, maar van poezenvrouwtjes...
Ja, voor je het weet zijn ze zwanger.
Je wordt bedankt. - Graag gedaan.
We hebben niet veel last van dat mens. Laten we naar huis gaan.
Niks naar huis, Joop. Straks zit het hele dak vol met mensen.
We moeten een voorbeeld stellen. Kom.
Ik ben het, Minoes. Poes Minoes uit de Emmalaan.
Ik snap ook niet waarom ik eruitzie als een mens.
Ik spin en ik geef kopjes. Vanbinnen ben ik nog helemaal kat.
Het is een poes. Sorry, ik had het niet meteen gezien.
Hou je kop, Simon. - Sorry, hoor.
Laat je poot eens ruiken.
Gatverdamme, mensengeur.
Zo, mevrouw de poes. De grote Mauw-mauw-song.
Ooit van gehoord? - Ja, natuurlijk.
Doe dan.
Is het nou afgelopen met die rotherrie?
Verschrikkelijke rotkatten.
Die bak zat propvol, dus toen heb ik gewoon op de mat gescheten.
Sorry, jongens. Ik ga naar huis.
Ik doe het bijna in m'n broek.
Maar je hebt toch helemaal geen broek? - Hou je kop, Simon.
Ik ga al, hoor. - Wel thuis, allemaal. Droom zacht.
Dag, meiden.
No comments yet. Be the first to leave one.