Pierwsze 200 wierszy.
Verdomme.
Ben je klaar? - Ja.
Wat is er? Waarom lach je?
Ik heb je betrapt.
Je kent geen schaamte. Een blinde proberen op te lichten.
Blind of niet, het maakt niet uit. Ik ben gehandicapter wat dit betreft.
Verdomme. Je onthoudt alles, hé?
Nee.
Ik kan zien.
Tegen niemand zeggen. Anders krijg ik geen uitkering.
Hou op. Ik geloofde je bijna.
Dit is het enige spel waarbij ik verlies.
Rustig, zo raak je mijn knikkers kwijt.
Speel je ding en stop met huilen. - Mijn nummer? Oké.
Het is een ruwe versie. Nog niet af. Jij moet je magie nog even laten werken.
Daar gaat ie.
Niet slecht deze keer. - Rot op. Nee, even serieus.
Het is goed.
Kan me niet schelen. Hij moet respect voor me hebben.
Ik heb lang genoeg gewacht. Ik wil mijn geld.
Wat is er? - Hij komt deze kant op.
Wie? - Ibrahim.
Tot morgen.
Waar ga jij heen? Kom vanavond langs. We moeten praten.
Wat heeft hij gedaan?
Bemoei je er niet mee. Gaat je niks aan.
Iedereen heeft demonen.
Hij was de mijne.
Mijn oudere broer, Ibrahim.
Hij was niet altijd zo.
En ik was niet altijd de blinde van de buurt.
DE JAREN 80
WIJK MURETS
Mijn vader koos hierom voor deze wijk.
Ik heb dit nodig.
We kunnen niet ons hele leven werken voor een baas...
die ons slecht behandelt.
Juist. Hoe noem je het restaurant?
Restaurant Keïta.
Mijn vader en Agna, toen zwanger van Ibrahim...
kwamen hier om een beter leven te beginnen.
Ze brachten grote dromen mee.
Ze gingen er vol voor.
Er was niets voor de mensen van hier.
Het restaurant was een geschenk voor de buurt.
Een plek om te praten en te delen. Levendig.
Mijn vader was gelukkig.
Hij kon zijn gezin onderhouden.
Pap, mag ik gaan voetballen? - Ga je gang.
Ibra had zijn plek gevonden in de wijk.
Alles goed? - Kom op.
Alles ging goed.
Tot mijn vader terugkeerde uit het thuisland met een verrassing.
Het went wel.
Mijn moeder. - Ze moet wegwezen.
Geen sprake van.
Je kunt me geen tweede vrouw opdringen.
Dit is Europa. Dat weet je.
Ben ik niet goed genoeg? - Daar gaat het niet om.
Waarom doe je dit? - Dit is mijn huis.
Ik betaal de rekeningen. Het is mijn beslissing. Punt.
Punt? We openden samen het restaurant. Ben je dat alweer vergeten?
Al het behang, alles hier heb je samen met mij gedaan.
Ze pakt haar spullen. - Ik ben duidelijk geweest.
Dit kun je me niet aandoen, Ousmane. Ik accepteer het niet.
Je hebt alles met mij opgebouwd. Ze gaat terug. Klaar.
Toen raakte Ibra zijn zorgeloze karakter kwijt.
Zeker omdat een jaar na de komst van mijn moeder...
ik in beeld kwam.
Vanaf dat moment zou het nooit meer hetzelfde zijn in het Keïta-huishouden.
We moesten ruimte maken voor elkaar.
En dat viel niet mee.
Wat doe je met het haar van mijn zoon? - Wat zei je?
Wat doe je met het haar van mijn zoon? - Ik ben aan het poetsen.
Wat voor hekserij probeer je uit te voeren?
Je bent niet goed wijs. - Inderdaad. Gooi dat weg.
Ja hoor, prima.
Trut. Ik ben aan het schoonmaken en jij...
Mijn moeder was altijd bang geweest voor heksen.
Een overblijfsel van haar geloof thuis.
Ze wist zeker dat Agna er eentje sprak in de wijk.
Omdat ik deze verhalen altijd hoorde, zocht ik haar overal.
Ik wist zeker dat ik haar gevonden had.
Ibrahim vond een manier om thuis weg te blijven, waar hij stikte.
Alles goed?
Rustig.
Dat zag ik toen allemaal nog niet.
Al wat ik wilde, was mijn vader verslaan met Awale.
Ligt het aan mij of word je ingemaakt?
Dit is de eerste keer dat je vader dit verliest.
Ga eens weg, Aïssata.
Met de komst van mijn halfzus Aïssata won Agna wat terrein terug.
Dat zag ik niet aankomen.
Overwinning.
Je dacht dat ik er slecht voorstond. Daar heb ik gebruik van gemaakt.
Mijn legercommandant zei altijd: 'Omarm je zwakte.'
'Vecht er niet tegen. Maak er je kracht van.'
Oké? - Nog een keer?
Graag.
Agenten. De politie is er.
Wacht even.
Blijf bij je oom. - Kom maar.
Stop.
Stop.
Wat doen jullie hier? Wat is dit?
Kijk uit, politie.
De politie is er.
Jij komt mijn huis niet meer binnen.
Meneer. Genoeg.
We nemen het over. - Je bent mijn zoon niet meer.
Je bent een schande voor de familie. Je onteert de Keïta's.
Stop. - Meneer.
Hou op.
Dit is jouw schuld. Je bent te lief voor hem.
Ja. - We gaan.
Je bent mijn zoon niet meer. Rot op.
Ik had mijn vader nog nooit zo gezien.
Ik begreep niet alles...
maar wel dat de familie Keïta niet lekker liep.
Ik sta hier. Kom dan.
Hij kan echt slaan.
Het zal wel. - Serieus.
Maak dat je wegkomt.
Flikker op. - Raak me niet aan.
Wat wou je doen?
Help, alsjeblieft.
Mijn vader zag het als een tragisch ongeluk.
Mijn moeder was ervan overtuigd dat Agna hekserij had gebruikt.
Ze dacht dat zwarte magie me in deze toestand had gebracht.
Dat zwarte magie me mijn zicht had ontnomen.
Hoe dan ook moest iedereen zich gaan aanpassen voor mij.
Hoe gaat het met Adama?
Ik kan helpen. Ma hoeft haar spullen niet te verhuizen.
En hoe dan?
Kun je hem helpen zijn zicht terug te krijgen?
We kunnen niets aan het appartement doen. Het is te klein.
Te rommelig. We moeten het leeghalen.
Zodat hij niet steeds botst terwijl hij zich aanpast.
Iedereen moet moeite doen, ook je moeder.
Ik heb een appartement gevonden. Een groot, in blok B.
Genoeg kamers. Ruimte voor iedereen.
Hoe heb je zo snel een appartement gevonden in Parijs?
Wie heb je bedreigd?
Wie heb je betaald?
Denk je dat ik ga wonen op een plek die met crimineel geld is betaald?
Ik moet voor mijn familie zorgen, niet jij.
Weet je wat? Kom maar terug als je een goed man bent.
Een echte man.
Anders...
mag je mij vergeten.
Mijn kamer is zo groot.
Is hij helemaal voor mij alleen? - Helemaal.
Waar is Adama's kamer?
Naast de jouwe. Vanuit zijn kamer kun je mijn toren zien.
Wanneer komt hij?
Snel.
Ga je op je kamer spelen, Aïssata? Dan praat ik even met je broer.
Ibé, dit is geen goed idee. - Het is prima, ma.
Je hebt zo veel meegemaakt.
We hoeven ons niet altijd te schikken. Het is aan de ouwe om te komen.
Je bent zo snel volwassen geworden.
Dus het appartement is van mij. - Helemaal van jou. Geen zorgen.
Ik ben weg. - Bedankt.
Goed gedaan, jongen. Je hebt me niet meer nodig.
Geef je stok maar.
Zit je lekker?
Ik heb wat voor je. - Wat dan?
Raad eens.
Een Awale-set? - Ook nog voor je gepersonaliseerd.
Kijk.
'Omarm je...
'Omarm je zwakte...
en maak er...
je kracht van.'
'Omarm je zwakte en maak er je kracht van.'
Goed gedaan, jongen. Ik ben heel trots op je.
Omarm je zwakte en maak er je kracht van.
Gaat je niks aan.
Laat je broer met rust.
Halfbroer. - Broer. Er zijn hier geen halfbroers.
Wat wil je bewijzen door de zwakkeren te pakken?
Ik praatte met zijn vriend.
Maak je zo een man van hem?
Ik behandel hem als ieder ander. Doe dat ook.
Moet ik hem in elkaar slaan? - Dat deed je bij mij wel.
En terecht. Ik zou het zo weer doen.
Vanavond.
Gaat het, pa? - Ja, het gaat wel, jongen.
Ga je? - Ik heb niet veel keus.
Verdomme.
Ga niet. Het voelt niet goed.
Dan gaat hij naar mijn huis waar mijn moeder en zus zijn. Echt niet.
Gaat het om Aïssata?
Nee, dat kan niet. We zijn heel voorzichtig. Dat is het niet.
Geen zorgen. Er gebeurt niets. Ik regel het wel met je broer.
Nog een potje?
Ik ben zo terug.
Zitten.
Je weet dat ik je niet mee kan nemen.
Let op. Hier.
No comments yet. Be the first to leave one.