Pierwsze 200 wierszy.
Papa, is het vandaag dat de paardjesmolen komt?
Ja, Grietje, het is vandaag dat de paardjesmolen komt.
Maar jij gaat eerst nog wat slapen.
Dag, vader. - Dag, jongen. Hoe is het?
Het gaat. - Je koffie staat klaar.
Hallo, meneer De Mol, komt er nog wat van?
Rook er nog maar eentje.
Niet de eerste keer dat ik dat hoor.
Ik zal proberen vanavond vroeger terug te zijn.
Wat?
Ik zal proberen vanavond wat vroeger terug te zijn.
O, ja.
Dat lukt zo niet.
Heb je de wedstrijd gezien, gisteravond op de televisie?
Nee. - Nee?
Monique wou weer haar feuilleton zien.
O. Er was niet veel aan. Je hebt niet veel gemist.
Ziezo. Nou, zeg.
Komt zij ook vandaag?
Wie?
Godverdomme. Waar jij je allemaal mee bezighoudt om half acht 's morgens.
Ik heb al erger dingen gezien. - Ja.
Dat zal wel.
Nou, tot straks, hè? - Ja.
Zeg, rustig aan, hè?
Dag, smalle. - Blijf van m'n helm af. Stop.
Stop.
Ja, kom.
Godverdomme, klootzak. Kun je niet uitkijken? Kom van dat ding af.
Ik weet al dat je voor mij een brilletje gaat kopen.
Kom godverdomme van dat ding af.
Nu je twee weken ploegbaas bent, hoef je nog niet zo'n drukte te maken.
Kaaskop.
Goed zo. - Zorg maar dat je op tijd gaat eten.
Zorg dat je op tijd bent.
Charel ziet echt geen steek.
Als z'n vrouw hem naast hem bedroog, zou hij het niet eens zien.
Dat zou de eerste keer niet zijn.
Wat? - Hij kan niet met een kraan werken. Nee.
Commanderen, meer kunnen ze niet,
maar als ze zelf iets moeten doen, staan hun poten zo.
Weet je, Pol, ik ben het hier zo beu als koude pap.
Maar wie niet? - Het is elke dag hetzelfde gezeur.
Een nieuw brilletje kopen. Wat is dat voor gezeik?
Weet je, je moet wat meer van bil gaan, want je wordt een oude zaniker.
Hoe is het met Monique? - Goed.
Weet je zeker dat ze geen zus heeft? - Voor jouw broertje, zeker?
Ik weet het.
Charel, hoe laat begint die missverkiezing?
Rond een uur of vijf, zes?
Wat ruik ik hier? Wie heeft er een laten vliegen?
Idioot.
Elke keer als we aan het eten zijn, hè? - Onnozel ventje.
We moeten Jef bij z'n kloten pakken zodat we een uur eerder kunnen stoppen.
Ah, die dikke hebben we toch altijd bij z'n kloten.
Zeg Charel, hoeveel komen er eigenlijk paraderen vanmiddag?
Vorig jaar waren er een stuk of acht. Dat zal nu wel hetzelfde zijn, zeker?
Weet jij een ander woord voor 'onheilbrengende godin'?
Begin je weer? - Ik vraag het toch maar?
Het is elke dag hetzelfde liedje. - Wat ruik ik hier? Wat ruik ik hier?
Dat is ook elke keer hetzelfde liedje. - Ja.
Kijk daar. Daar heb je hem.
Zie je hem komen? Daar. - Onze smalle is er.
Zo te zien, heeft hij veel honger.
Sinds hij met z'n rode muts loopt, lijkt het alsof hij vermagerd is.
Dat zal niet van het werken komen. - Werken? Met z'n ellebogen, ja.
En door te eten met de baas en z'n vrouw.
Hij zou wat meer moeten zuipen, dan werd hij wat meer mens.
Jongen, je moet even naar de baas.
'Jongen'? - Hij heeft haar onder z'n armen, hoor.
Vergeet ons niet te trakteren als je opslag krijgt, hè?
De boom in. - Dan gaan we een glas drinken.
Wat is er allemaal? Je vertrekt toch niet?
Wel, Charel?
Blijf van m'n lijf, hè? - Je hoeft niet bang te zijn, jongen.
Maar jij zet geen voet meer in mijn café.
Prent dat maar goed in je kop.
Vol, Charel? - Vol, ja.
Hoe is het?
Zeg jongen, ik kom straks.
Verdorie, al die jonge grietjes. Onze Julia moet hier maar tappen.
Die mag er zijn, hè?
Je zou dat eigenlijk meer moeten doen.
Miss Zeekanaal, Miss Brug, Miss Pomphouder.
Miss Pomphouder. - Hoeveel is het?
We regelen dat straks wel. Wacht eens. Voor je kleintje.
Tot straks, hè?
Voltanken, mevrouw?
Wat is er? Je bent zo vroeg. - Hier.
Zestienduizend frank. Is dat alles wat jij te doen hebt?
Charel, wat is er?
Waar is Grietje? - Op de kermis. Ze was niet meer te houden.
Zeg Monique, waar ligt mijn overhemd? - Zou je je niet eerst wassen?
Ja, maar waar ligt mijn overhemd? - Boven de lakens, zoals altijd.
Zeg Monique, nu vind ik godverdomme mijn hemdjes weer niet meer.
Ik zal voor je verjaardag een nieuw brilletje kopen.
Begin jij me nu ook al te koeioneren?
Hoezo, koeioneren? Je bent toch niet weer afgedankt?
Het duurt toch geen maand meer voor het er stilligt.
Met hun smeerlapperij en hun rotkraan.
Ik ben blij dat ik er vanaf ben. - Dat is natuurlijk wat anders.
Pak aan, m'n kloten.
Ik zit hier liever wat bij het kanaal in de brug.
Dan ben ik tenminste m'n eigen baas.
En als die boten wat te veel drukte maken, dan gebeurt er niks.
En die brug gaat pas omhoog als ik dat wil.
Je gaat toch niet elke dag in de brug werken?
En waarom niet? Ik zou gek zijn als ik het niet deed.
Het is schoon werk, twee meter van huis en niemand kijkt me op m'n vingers.
Ik zie je daar al zitten.
Dan kan ik weer geen stap buiten de deur zetten of we hebben ruzie.
Ik vind dat jij veel stapjes buiten de deur moet zetten.
Ziezo, daar gaan we weer. Ik vroeg me al af waar het bleef.
Het is steeds hetzelfde liedje als het kermis is.
Telkens als het kermis is, is er heibel.
Als je nog maar denkt dat die Louis zou kunnen komen, is er heibel.
Ik denk niet dat die Louis komt. Ik weet dat die Louis komt.
Ik heb hem gezien. In z'n groene autootje.
Och, Charel.
Ah, m'n rouge à lèvres.
'M'n rouge à lèvres.' M'n kloten, godverdomme.
En dat zijn Vlaamse.
Hoeveel nog? - Wat?
Hoeveel nog? - Ik weet het niet.
Hoeveel nog? - Nog tien van elk.
Charel. - Dank je.
Proost.
Bent u meneer Charel? - Ja.
Pierre Roland, Pierre Roland van de televisie, aangenaam.
Moet ik hier spelen, meneer Charel?
Ja. - O, ja? En het geluid?
Is dat in orde?
Zodat, als ik eindig met m'n finale finale, alles goed doorklinkt.
Begrijpt u? Op de televisie kennen ze die allemaal, die finale finale van mij.
Maar goed, tot straks, meneer Charel.
Kom, nog 20 kratten en we zijn ervan af. - Hou moed, het is de finale finale.
Dag, Louis. - Dag, Grietje.
Grietje, kom hier.
Ga nu maar naar je papa.
Ga maar naar mama. Ze moet je klaarmaken. Je gaat naar oma vanavond.
Dag, Grietje.
En, heb je gewonnen? - Ja, maar ik breng haar morgen terug.
Maar ik vraag of je gewonnen hebt. - Gewonnen?
Ik hoor het al. Je hebt weer verloren.
Meneer komt van de kermis zeker? - Waarom?
Dacht ik al.
Vijftien frank.
Kunt u het niet passen? - Wat een gezellig café.
Hier moet ik vaker komen. Nee, ik kan niet passen.
Bedankt.
Proost. - Proost.
En het werk?
Het gaat.
En...
Monique? Die ziet het niet zitten zeker?
Meneer, nog bedankt.
Hoe is het met mam? - Tja, ze wordt met de dag ouder.
Ze heeft veel last van haar benen. Dat kan bijna niet anders.
Eenendertig jaar in het café staan, dat gaat je niet in je oude kleren zitten.
Ze kan bijna niet meer buitenkomen. Dat is het ergste.
Wat zeggen de dokters ervan?
Wat zeggen die? Dat ze ofwel...
'Het zal wel beteren', en 'het is zoveel'.
En 'tot volgende week'. Maar meer komt er niet uit.
Mag ik twee repen melkchocolade nemen? Voor rekening van de rosse.
Zou dat helpen, denk je?
Neem maar. Ik schrijf het wel op.
Je zult niet blijven lachen. Let op m'n woorden.
Blazen kan hij niet, maar op z'n mondje is hij niet gevallen.
Mama, ik heb Louis van de kermis gezien.
Ziezo, kindje. Wil je nog iets meenemen?
Nee, mama. Moet ik nou echt naar oma? - Papa en mama hebben heel veel werk.
Morgen kom je al terug. Kom.
Gaat Grietje mee met opa? Hm?
Oh, nu zitten er niet veel kindjes op de paardenmolen.
Als je morgen terugkomt, zal het veel leuker zijn...
en dan mag je tien keer op de paardjes zitten.
Morgen? - Ja, morgen als je terugkomt.
En als papa 's nachts in de brug werkt, mag je in ons grote bed slapen.
Kom, we gaan. - Braaf zijn bij oma, hè.
Vader, tot zo, hè? - Ja, schat. Vooruit.
O, je papa.
Ik doe m'n best om op tijd terug te zijn.
Zeg, doe de groeten aan mam. - Dat zal ik zeker doen.
Oma heeft van alles klaargemaakt. En morgen draait de paardenmolen.
Het weer valt wel mee. Over een paar uur kunnen we beginnen.
Ik ga eerst even rusten. - Goed zo.
We regelen dat wel. - Dag Monique.
Heb je nog steeds geen Vlaams leren spreken?
Ik versta het, maar ik spreek het niet.
Ha. Bij mij is het net andersom.
Ik spreek Frans, maar versta het niet.
Ik heb het je al eens gezegd, Lola. Ik heb je niet gevraagd om te komen.
Je wou het zelf en nu zijn we hier. Je weet al alles over Monique en mij.
Christine is m'n dochter en Monique is met Charel getrouwd.
Ik hoor bij jou en jij bij mij. Laten we er nu over ophouden.
Ik word oud.
Ik verzeker je dat je op een goudmijn gestoten bent.
Hoe ouder een helderziende wordt, hoe meer mensen erop afkomen.
Ik hou van je, Louis.
No comments yet. Be the first to leave one.