Pierwsze 200 wierszy.
Eén op de twee bastaarden wordt verwekt door een priester.
Maar in Utopia zou dat niet kunnen.
Waarom?
- Daar zijn de priesters zeer vroom. - En dus niet talrijk.
Iets interessants, Matthew?
- God zegene u, heer. Ik weet het niet. - God zegene jou ook, Matthew.
We hebben ook vrome priesters in Engeland.
- Noem er eens enkele. - Broeder James.
Die man is een dwaas.
Van kardinaal Wolsey.
Wat wil hij?
- Mij. - Wanneer?
Nu.
In Hampton Court? Daar ben je om middernacht nog niet.
- Zaken van de koning. - Van de koningin.
Zaken van vrouwe Anne Boleyn.
Allemaal zaken van de kardinaal.
Zeer juist. En als de kardinaal jullie ontbiedt, snellen jullie naar hem toe.
Wat is hij voor man? Een slagerszoon.
En kanselier van Engeland.
Nee, dat is zijn positie. Wat is hij voor man?
Als iemand zo snel zo hoog klimt, Uwe Genade...
rijst het vermoeden dat zijn oorsprong onjuist was.
Zo, althans, dacht Aristoteles erover...
Een slagerszoon en zo ziet hij eruit.
Zo ziet hij eruit, dat geef ik toe.
Wat zei je ook alweer, Richard?
Niets, Sir Thomas, het was ongepast.
En Wolsey is en blijft een slager.
En jij bent een lid van 's konings Hoge Raad, geen loopjongen.
Daarom moet ik gaan.
De hertog zou gaan als de kardinaal hem ontbood.
Misschien wel.
Ik ben tegen het ontbijt terug.
Ga naar bed.
"Goede God, geef ons rust vannacht of maak ons het waken licht.
"Moge onze ziel gered worden. Omwille van Christus. Amen."
En zegen onze heer, de koning.
- "En zegen onze heer, de koning." - Amen!
Excuseert u mij, heren. Goedenacht, Uwe Genade.
Blijf uit Wolseys buurt, Thomas. Hij is een angstige man.
- Wie is dat? - Een jonge vriend uit Cambridge.
- Wat wil hij? - Wat willen ze alien? Een betrekking.
- Kun jij hem een betrekking geven? - Beveel jij hem aan?
Nee.
- Sir Thomas. - Nee.
- Heeft u me aanbevolen? - Nee.
Ik heb misschien wel 'n betrekking voor je.
- Wat voor betrekking? - Niet nu, Richard. Morgen.
Voor alie roeiers.
Dank u, heer.
Sir Thomas is er, Uwe Genade. Sir Thomas.
Mijnheer Cromwell.
U was het oneens met me in de Raad vanmorgen, Thomas.
Ja, Uwe Genade.
- U was de enige. - Ja, Uwe Genade.
U bent een dwaas.
Goddank is er maar één dwaas in de Raad.
Waarom was u het oneens met me?
Uwe Genade vergiste zich, vond ik.
Een gewetenskwestie.
U stelt me voortdurend teleur, Thomas.
Kon u de feiten maar zien zoals ze zijn...
zonder er morele waarde aan te hechten.
Met enig gezond verstand had u een staatsman kunnen worden.
De koning.
Waar is hij geweest? Weet u het?
Ik, Uwe Genade?
Spaar me uw discretie.
Hij is weer onkuise spelletjes gaan spelen.
Hij is bij vrouwe Anne Boleyn geweest.
More, gaat u me helpen?
Als Uwe Genade specifiek kan zijn.
U bent een ploeteraar! Goed, laten we ploeteren.
De koning wil een zoon. Wat gaat u daaraan doen?
Ongetwijfeld heeft de koning op dat punt mijn advies niet nodig.
Thomas, we zijn alleen. Ik geef u m'n woord, er is hier niemand.
Dat veronderstelde ik ook niet, Uwe Genade.
Wenst u een andere dynastie? Zijn volgens u twee Tudors voldoende?
Uwe Genade!
Hij heeft een zoon nodig. Ik herhaal, wat gaat u daaraan doen?
Ik bid er elke dag om.
Bij God, hij meent het.
Die meid daar, die is tenminste vruchtbaar.
- Maar ze is niet zijn vrouw. - Nee. Maar Catharina...
Is zo vruchtbaar als een steen. Gaat u bidden om een wonder?
Er zijn precedenten.
Goed. Blijf bidden.
Maar er is ook daadkracht nodig. Ik moet een scheiding bewerkstelligen.
Zult u me steunen, of niet?
De paus verleende dispensatie, zodat de koning kon trouwen...
met de weduwe van zijn broer, om staatsredenen.
Moet de paus zijn dispensatie nu ongedaan maken, ook om staatsredenen?
Ik houd niet van ploeteren, Thomas. Welnu?
We hoeven het dus alleen maar aan de paus te vragen.
Ik denk dat we invloed kunnen uitoefenen op zijn beslissing.
Met argumenten?
Met argumenten, ja. En met pressie.
Pressie uitoefenen op de Kerk? De Kerk heeft haar bezittingen.
Pressie.
Nee, Uwe Genade, ik zal u niet helpen.
Goedenacht dan, mijnheer More.
Als de dynastie sterft met Hendrik VII, zullen er weer oorlogen uitbreken.
Bloeddorstige baronnen zullen het hele land onder de voet lopen.
Wilt u dat? Goed.
Engeland heeft een erfgenaam nodig.
Bepaalde maatregelen, misschien betreurenswaardig...
misschien niet, de Kerk moet in veel opzichten veranderen, Thomas.
Goed, betreurenswaardig. Maar noodzakelijk voor 'n erfgenaam.
Als lid van de Hoge Raad van Engeland kun je die maatregelen niet belemmeren...
omwille van je persoonlijke geweten.
Als staatslieden hun persoonlijke geweten verloochenen...
omwille van hun plichten jegens de staat...
leiden ze hun land rechtstreeks naar chaos.
We kunnen terugvallen op mijn gebeden.
Dat zou u wel willen, nietwaar? Het land regeren met gebeden?
Ja.
Ik zou daar graag getuige van zijn.
Wie zal deze na mij dragen?
Wie zal onze volgende kanselier worden? U? Fisher? Suffolk?
- Fisher, vind ik. - Maar wat vindt de koning?
Wat vindt u van mijn secretaris, mijnheer Cromwell?
Cromwell. Hij is zeer capabel.
Maar?
Beter ik dan Cromwell.
Daal dan af naar de aarde.
Tot u dat doet...
zijn u en ik vijanden.
Zoals Uwe Genade wenst.
Zoals God wil.
Misschien, Uwe Genade.
More! U had geestelijke moeten worden.
Zoals u, Uwe genade?
Goedenacht, Sir Thomas.
Sir Thomas.
- Wat is dit? - Van dankbare arme mensen in Leicester.
- Leicester? - U doet meer goed dan u weet, heer.
Mijn dochter heeft een zaak lopende, heer, in het Armengerechtshof.
Gebakken appels, heer.
Om mijn oordeel te zoeten.
Ik zal uw dochter hetzelfde oordeel geven als ik de mijne zou geven.
Een rechtvaardig en snel oordeel.
God zegene u, heer.
Ik begrijp het. Ja. Ik zal het lezen. Ja. Dank u.
Goedenavond, Sir Thomas.
- Ik zal het lezen. - 't is een moeilijke zaak.
- Ik kan hem toelichten... - Ik zal het lezen.
Heel even maar...
Boot!
Heer?
Chelsea, heer?
Chelsea.
Ik neem aan dat u me goed zult betalen, heer.
- Heb je een vergunning? - God zegene u, heer. Ja.
- Welnu, het tarief ligt vast. - Dat is juist, heer.
Stroomafwaarts naar Chelsea, anderhalve cent.
Stroomopwaarts naar Hampton, hetzelfde.
Wie de regels maakt, is geen roeier.
Nee. Drie cent als ik voor het ontbijt thuis ben.
Dank u, heer.
Een mooie beker, heer.
Die is geld waard, heer.
Voorzichtig, heer.
Dank u, heer.
- Ben je hier de hele nacht geweest? - Ja.
U zei dat er een betrekking was.
Ik bied je een betrekking aan, met een huis, een bediende en 50 goudstukken per jaar.
Wat voor betrekking?
Bij de nieuwe schooi.
Onderwijzer!
Richard, niemand zal je een betrekking aan het hof geven.
Mijnheer Cromwell kan iets voor me doen.
Als je Cromwell kent, heb je mijn hulp niet nodig.
Sir Thomas?
Ik stel uw hulp veel meer op prijs dan de zijne.
Ik bied je geen positie aan het hof.
Waarom niet?
Kijk.
- Wat is het? - Een omkoopmiddel.
"Ik ben het geschenk van Averil Machin."
Averil Machin heeft een zaak lopende aan 't Hof van Hoger Beroep.
Italiaans zilver. Neem maar. Ik meen het.
Dank u.
Wat ga je ermee doen?
Verkopen.
- Om wat te kopen? - Een fatsoenlijke mantel.
Maar dit is een bescheiden omkoopmiddel.
Aan het hof bieden ze je van alies aan, huizen, landhuizen, familiewapens.
Ga naar waar je niet in verleiding kunt komen.
Waarom word je geen onderwijzer? Je zou waarschijnlijk 'n hele goede zijn.
- En wie zou het weten? - Jij! Je leerlingen. Je vrienden.
God. Geen slecht publiek.
En een rustig leven.
En ú zegt dat. U heeft net met de kardinaal gesproken.
Met de kardinaal gesproken.
Dat vreet aan je, nietwaar? De belangrijke staatszaken.
De scheiding?
Roeier!
- Breng deze heer naar de New Inn! - Goed, heer.
Dank u.
No comments yet. Be the first to leave one.