Pierwsze 200 wierszy.
Dag, dominee.
Gladys? Doe de groeten van mij aan je verloren zoon.
Zal ik doen.
Axel? Axel, word nou wakker.
O nee, is het weer zover?
Die sukkel heeft een hele strip pillen genomen.
Is toch gênant, dit?
Hoi. Dit is mijn zus, dit is Michael.
Hij heeft dat resort waar Wonnie stage loopt.
Dat is toevallig. Ik ben Victoria, de moeder van Wonnie.
Ik mag dus in het resort van Michael mijn afslankproducten gaan presenteren.
Dat heb je snel geregeld.
Als je ruim negen uur naast iemand zit, moet je iets doen om de tijd te verdrijven.
Is dat uw man? - Ja.
Virgil, heb je eindelijk wat gevonden op dat landje?
Geef Mariano een kus van me. - Doe ik. Oma, tot straks.
Heb je die boomkip al geregeld? - Ik ga hem nu bellen.
Hallo. - Die kus is van Aponi. Kleedt dit af?
Zo erg is je moeder toch niet? - Jawel, dus. Doei.
Welcome people of the world. Ja, ja, Virgil is terug.
Maar laat je boodschap, ja...
Waar ben je? Jij zou die boomkip doen, toch?
Je gaat niet wegblijven voor je broer, hoor.
Jullie eten hier heel vaak een broodje pom. Bomvol koolhydraten.
Dat is mijn koffer. - Zal ik hem even dragen?
Hij is heel zwaar, hoor. Hij zit vol afslankproducten.
Lekker light.
Dankjewel, wat lief.
Mariano, mijn moeder kent me. Ze ziet het meteen als er iets anders is.
Dan kan ik weer terug naar Almere. Het is hier zoveel leuker.
Rijd eens even door. - Deze Surinamer was op tijd, mi gudu.
Ze had ook al spookverhalen gehoord van stagiaires die hier uit hun dak gaan.
Ben jij een van die stagiaires?
Het staat in de bijsluiter. - Alsof ik die bijsluiter niet ken.
Er zit toch een maximum aan? - Welkom in Suriname.
Jullie zijn een beetje laat, dus even jullie koffers hier op de band. Kom.
Kunnen we een beetje opschieten? - Natuurlijk.
U kunt uw koffer hier leggen, mevrouw. - Ik kom eraan, meneer.
U heeft uw koffers zelf ingepakt? - Ja.
Mijn schoonmoeder doet het niet voor me. - Wat heeft mijn moeder ermee te maken?
Als haar doosje zo zuinig is als haar mond...
heb ik medelijden met haar man.
Sorry? - Hij maakte een compliment.
Een meneer uit Holland met pillen. Haal de hond.
Dat is nergens voor nodig. - Ik ben apotheker.
En een beetje overgevoelig voor bepaalde dingetjes, hè?
Houd het maar op apotheker. - Is dat zo?
Heeft u nog bepaalde zaken aan te geven?
Zaken aan te geven? - Ja, verboden zaken.
Waarom zou ik verboden zaken mee naar Suriname nemen?
Heeft u kritiek op onze verboden zaken?
Helemaal niet, maar waarom zou ik iets... - Voorzichtig.
Anders maak ik er een grondig onderzoek van.
Tot in de kleinste gaatjes. - Vic, houd even je waffel alsjeblieft.
Waffel? - Anders zit je anderhalf uur in dat hokje.
Waarom? Ik doe toch niks? - Je lokt dit uit.
Lukt het een beetje, meneer? - Ja, ja.
Is goed. Ja, u kunt gaan. Ja, ja.
Dan pak ik het maar weer in. Zal ik die ook maar meenemen? Dank u wel.
Bedankt.
Niets aan te geven. - DAG, mevrouw.
Michael? Michael, hé.
Shirley, dit is Mirna, mijn tante. - Ik ben Shirley.
Mam. Pap. - Hé.
Liefje, hier. - Dank je.
Hij krijgt altijd zulke dikke vingers in het vliegtuig.
Heb je me gemist? - Je krijgt een kus van ons mam.
Ze hebben me gevraagd voor het bestuur van de carnavalsvereniging.
Ik ga even daarheen. - Dag.
Carnavalsvereniging? Dan ga je steeds negen uur op en neer vliegen?
Ga je mee? - Ja.
Heeft Virgil de extra steiger nog geregeld? - Ja, natuurlijk. Die man is zo handig.
Jij moet niet zo stressen, meisje.
Je zoon komt straks. Je gaatje beter voelen.
Het is Zo lang geleden. Ik weet niet of alles goed gaat komen, hoor.
Zelfs als de zon schijnt, voel jij regen.
Straks heb je AL je kinderen bij elkaar. De mijne zijn allemaal in Holland.
Volgens mij ben je een beetje aangekomen. - Nee, ze houdt te veel van schaafijs.
Dat moet je hier niet doen. Ze koken het water niet.
Daarom heet het ook ijs, pap. - Suiker is wel echt het nieuwe roken, Won.
Schatje, je ziet er hartstikke goed uit.
En heeft oma al met jou gekletst? - Nee.
Oma gaat dood. - Oma?
Kan het iets subtieler, schat? - Ja, dat zei ze toch?
Gladys, je zoon. - Mijn jongen. Mi gudu.
Wat zei de dokter? - Je draait je tong, jongen.
Hoi, broer. - Maar wat zei hij?
Het zou mijn laatste kerst kunnen zijn, zeggen ze.
Hoi, zusje. - Ze is zo blij dat jullie er zijn.
Wat zei de dokter dan precies?
Je bent bij de dokter geweest of was je in het ziekenhuis?
Nee, nee. - Wat? Geen plek?
Ben je zo lang weg, is het nog steeds een puinhoop. Ik neem je mee naar Nederland.
De loekoe vrouw heeft dat gezegd. - Ik heb te veel hebi.
Mam... - Hebi?
Die loekoe vrouw is goed. Zij heeft mijn tante Lucretia geholpen. Goed geholpen.
Waar gaat dit over?
Ze is bij zo'n winti-dokter geweest.
Zo'n prehistorische oerwoudgenezer. Geen huisarts of ziekenhuis. Niks.
Maar wij zijn doodongerust geweest. - Dat valt wel mee.
Helemaal niet. Jij zat te janken op de wc nachtenlang.
Victoria, alsjeblieft. - We dachten dat ze zou sterven.
Zoiets kan je toch niet verzinnen. - Het spijt me, mi gudu.
Ik vind dit echt een heel rare...
Ze zegt dat het haar spijt. - Ja, dat zeg ik net.
Gaan jullie allemaal baden en uitrusten.
Dan gaan we straks vredig proosten op het kindeke Jezus en eten.
Meisje. Wie ben jij dan? - Dit is Mirna, mijn zusje.
Hoi.
Voor mij?
Alsjeblieft.
We hebben nog crèmetjes. Verdeel die maar lekker.
Kijk. Helemaal mijn kleur.
Echte Hollandse kaas.
Kijk eens, natuurlijk stroopwafels.
Heb je niets voor mij? - O, jawel.
Lieve schat. Heb je hier genoeg aan?
Mooi, hoor.
Andy, het is Kerstmis, geen kermis.
Hou op die meisjes te versieren.
Maak je geen zorgen, tante. Hij is zo doorzichtig als een glas water.
Giovanca, die bananenballetjes zijn echt heel erg lekker.
Maar wist jij dat in bananen heel veel zetmeel zit en dat zet je dus...
Heb je die kip geproefd? Zo lekker. Die zou je in je dieet moeten opnemen.
Ja. - Het is boomkip, meisje.
Merry boomkip Christmas.
Hebben we nog ruimte voor deze overheerlijke boomkip? Iemand?
Niemand? - Virgil...
Het is jouw geluksdag, schatje. Ren voor je vrijheid, ren.
Axel heeft een cadeautje voor je. - Ja, mama. Eerst de speech.
Een speech voor mijn geliefde broer. Broer...
Je bent nu een gerespecteerd... - Apotheker.
Geen drogist? - Is nu bijna hetzelfde.
Victoria. Jij bent Victoria, hè? De Kerstman weet alles, schat.
Welkom in Suriname. Dus apotheker en drogist zijn hetzelfde?
No spang. Mijn broer woont nu in dezelfde buurt als Jörgen Raymann.
Terwijl ik als enige man in dit huis voor mama zorgde.
Mijn perfect geslaagde broer uit Holland.
Met een prachtig cadeau voor mama zo te zien.
Jij denkt natuurlijk, die Virgil hosselt maar wat hier en daar.
Die heeft geen doel of plan in het leven, maar luister. Jij ook, mama, en zusjes.
Ondanks onze verschillende vaders zijn we allemaal kinderen van mama.
Ja toch?
En mama heeft nog steeds dat perceel in het bos. Ja, toch?
Maak maar open.
Goud?
Met mijn eigen blote handen ben ik gaan graven op mama's grond...
en ondanks alle gevaren in de jungle, staat hier nu een rijk man.
Je wist het. We hebben misschien dezelfde moeder...
maar jij hebt mama opgezet om het landje van mijn vader nooit te verkopen.
Axel, dat perceel is van ons allemaal. - Omdat je het van hem geërf hebt.
Mama heeft van die man gehouden. Dan gaat ze dat toch niet verkopen?
Ik heb de eerste jaren lopen ploeteren, ik had helemaal niet zoveel nodig.
Wacht even. Wat zeur je nou? Je hebt het toch goed met je apotheek?
Het is een drogisterij, man. Je doet me dit aan omdat je altijd jaloers bent geweest.
Vertel me een ding, broertje. Waarom zou ik jaloers op jou zijn?
Omdat ik witter ben dan jij. - Nu praat je.
Hou op. - Ja, nu praatje, hè?
Hou op. - Nee, tante, het is oké.
Dit heeft hij nodig, dit is goed voor zijn zelfvertrouwen.
Kijk hem nou staan. Met zijn schone handjes. Die potjes en pilletjes.
Je weet niet eens wat het is om in de grond te graven.
Victoria, we gaan. - Nee.
Axel, hou op. Zo zijn we niet. Hier staan we niet voor.
Victoria, kom op. - Doe even rustig.
Hij begint. - Hou op.
Victoria, we gaan. NU. - Hou op.
Ik ben zwanger.
Proost, opa.
Ik ben niet gekomen om me te laten beledigen. Of ik niks met m'n handen kan.
Ik weet zeker dat hij het wist. Het is wel het landje van MIJN vader.
Het gaat nu om Wonnie, Axel. - Ja, het is goed met je.
Waar zijn de tickets?
Je kan je dochter toch niet alleen laten in zo'n toestand?
Hoe vaak heb ik je niet gewaarschuwd?
Wie stuurt z'n dochter op deze leeftijd op stage?
Dus nu is het mijn schuld? - Nee, dat zeg ik helemaal niet.
Maar het is wel zo.
Het is ook jouw dochter. - Dit heeft ze anders niet van mij.
O. Misschien is je herinnering een beetje aangetast door die vliegreis.
Als iemand niet van de meisjes af kon blijven, was jij het wel.
Jij was er ook niet vies van, mevrouw Droog.
Nee. Jammer hè, dat dat zo lang geleden is?
Ja.
Einde gesprek. Ja? Prima.
Dat is een kikkertje.
Een kikkertje, Axel.
Goed gedaan, liefje.
Virgil. Je gaat het toch wel openmaken, hè?
Zo, mama.
'Families kijven, families blijven.' Het is van je broer.
Ik snap het niet. Jullie waren altijd samen. Weet je nog?
Jullie waren acht.
En jullie wilden warme lucht in een kartonnen doos stoppen...
om in Holland te verkopen.
Zeven. We waren zeven, mama.
Jezus.
Jij gaat niet zeggen dat je dat niet mooi vindt.
Het is lief van hem. - Lief, ja.
Het is mooi, mama. - Ja.
No comments yet. Be the first to leave one.