Pierwsze 200 wierszy.
TOHO presenteert:-
Een productie van: TOHO en DE VIER RUITERS
DODESUKADEN
Concept door DE VIER RUITERS:-
KUROSAWA Akira, KINOSHITA Keisuke, ICHIKAWA Kon Et KOBAYASHI Masaki
Productie: KUROSAWA Akira Et MATSUE Yoichi
Naar het feuilleton 'Buurt zonder seizoenen' van YAMAMOTO Shugoro
Scenario: KUROSAWA Akira, OGUNI Hideo Et HASHIMOTO Shinobu
Camera: SAITO Takao Et FUKUZAWA Yasumichi
Art direction: KIMURA Yoshiro Et KIMURA Shinobu
Geluid: YANOGUCHI Fumio Licht: MORI Hiromitsu
Muziek: TAKEMITSU Toru Montage: KANEKO Reiko
Rolverdeling:-
ZUSHI Yoshitaka Rok/(u-chan SUGAI Kin zijn moeder
MINAMI Shinsuke Ryota, de borstelma/(er KU SU 'n OKI Yu ko zijn zwangere vrouw
BAN Junzaburo meneer Sh/ma TANGE Kiyoko zijn vrouw
WATANABE Atsushi meneer Tamba FUJIVVARA Kamatari levensmoede man
TANAKA Kunie de rode bouwvakker YOSHIMURA Jitsuko zijn vrouw, Tatsu
IGAWA Hisashi de gele bouwvakker OKIYAMA Hideko zijn vrouw, Yosh/e
YAMAZAKI Tomoko Katsu/(o MATSU M U RA Tatsuo haar stiefvader
TSUJI Imari haar tante KAM ETANI Masahiko de slijtersjongen
AKUTAGAWA Hiroshi Hei, de kluizenaar NARAOKA Tomoko zijn vrouw, O-cho
MITANI Noboru de zwerver KAWASE Hiroyuki zijn zoon
Regie: KUROSAWA Akira
Heilig is de lotus soetra...
Veilig! de forsythia,
Heilige Boeddha, vergeef me dat ik steeds om hetzelfde vraag...
maar geneest u alstublieft mijn gekke moeder.
Waarom kijk je zo droef?
Waarover ben je ongerust, moeder? - Ach, nergens over.
Je moeder is echt niet ongerust.
Alsjeblieft, lieve Boeddha...
U zult wel denken: daar heb je hem weer, maar zorg alsjeblieft goed voor m'n moeder.
Al zo laat!
Ik moet nu gaan, want zonder mij maakt de onderhoudsploeg er een potje van.
Tot ziens, moeder.
Vanochtend draai ik acht retourtjes tot aan de lunch.
Vanmiddag nog 's acht retourtjes, dus ik ben tegen de avond pas thuis.
Nog steeds kapot?
De onderhoudslui gooien er met de pet naar. Je zou ze toch.
Het is ook al 'n oud beestje, natuurlijk.
Ik zal ze er niet te hard op aanvallen.
Zo, we gaan vertrekken.
Dodes'ka-den, dodes'ka-den, dodes'ka-den...
Hé, halve gare tramgek!
Goeiemorgen, meneer Tamba. - Goeiemorgen.
Zeg je wel je gebeden? - Ja zeker, elke ochtend en avond.
Voor je moeder is 't niet makkelijk. - Geen zorg. Zolang ik bij 'r ben, gaat 't goed.
Ja, dat is ook weer waar.
Hoe loopt de tram vandaag?
Niet goed, maar ook niet slecht.
Hoe gaan de zaken hier?
Bij mij loopt 't ook maar zozo.
'S Even kijken...
Zeg je moeder goeiendag van me.
Denk erom: niet langs de kroeg vanavond. - Juist omdat je zo zeurt, wil ik gaan drinken.
Hé, Hatsu. Tijd om te gaan. Goeiemorgen, maat. Ik kom eraan.
Als je weer bezopen thuiskomt, laat ik je er niet meer in.
Niet zo brutaal. Zeg liever gedag. - Maar jullie hangen altijd samen in de kroeg.
Ze blijft zeuren tot je een ons weegt. Kom, we gaan.
Vrouwen zijn ook allemaal hetzelfde. Ze willen ons altijd de les lezen.
Het zijn krengen!
Drinken we nog wat na het werk? - Mij best.
Goeiemorgen.
Aardige man, meneer Shima, maar aan die tic wen ik nooit. En dan die vrouw van hem.
Goeiemorgen.
Hoeveel weegt deze? - De kool gaat per stuk, niet per kilo.
Voor dit rotte blad ga ik niet betalen, hoor.
Ergens anders krijg ik ze goedkoper. - U kunt zoveel zeggen.
In de stad betaalt u een kwart meer voor dezelfde groenten.
Maar bij jou is de helft rot. In de stad verkopen ze verse waar.
Ik krijg er wat van, al die heisa om een kool van niks.
Neem hem maar gratis mee. - Wat krijgen we nou?
Waar zie je me voor aan? Ik ben een betalende klant en geen bedelaar, hoor.
Je bent onbeschoft. - Ik flapte er zomaar wat uit. Het spijt me.
Geeft u maar, dan weeg ik 'm meteen.
Tel ze toch niet steeds. Niemand merkt of er een haar meer of minder in die borstels zit.
Misschien niet, maar mij stoort het als ik er niet precies dertig uittel.
Ik word kriegel als ik je zo bezig zie.
Hé, wie heeft je nou weer met jong geschopt?
Hé, moeder van mijn kleine meid Umeko. Schijnt dat je alweer een jonge vrijer hebt.
Geef 'n ouwe bok als ik ook nog 'n kans. De laatste keer is alweer lang geleden.
Doe niet zo koel. Zullen we sinds lang weer 's samen apart?
Vertel 's, gaat 't goed met al onze kinderen?
Denk erom, Katsuko. Dit is een ramp voor ons gezin.
Je tante is opgenomen voor 'n zware operatie.
Wie weet voor hoe lang.
Je moeder heeft de ziekenhuiskosten voorgeschoten.
Maar nu wil ze dat wij haar terugbetalen.
Ze gaat 't geld van jouw maandelijkse toelage afhouden.
Denk erom, Katsuko.
Je tante zorgt voor je alsof je haar eigen kind bent.
Toon je dankbaarheid en werk hard.
Je weet waarover tante zich zorgen maakt daar in het ziekenhuis.
Als je aantrekkelijk was en een knap gezichtje had...
kreeg je zo lichter werk, en beter betaald.
Anders dan thuiswerk zit er voor jou niet in.
Maar werk dan ook voor twee zolang je tante in het ziekenhuis ligt.
Je lijkt niet eens op een mens.
Zelfs niet op een dier.
Het meeste lijk je nog op een plant.
Zit hij te drinken, zoals altijd?
Hij is dan wel een goeie klant, maar je adoptievader is aartslui.
Hij drinkt of slaapt terwijl hij jou en je tante laat werken.
Nu zij ziek is laat hij jou alleen ploeteren.
Je bent weer vermagerd.
Eet dit maar op. Lekker, hoor.
Tot ziens, Katsuko.
Hallo, hoe staat 't leven?
Kan je niet eens fatsoenlijk gedag zeggen?
Dat zijn niet de ogen van 'n levende.
Was me dat schrikken.
Dat zijn de ogen van een lijk.
Ik durf wedden dat zijn bloed ijskoud is.
Het beste zou zijn om ons huis op een heuvel te bouwen.
Van oudsher zijn Japanners geneigd om hun huizen te bouwen oplage plekken...
zoals laagvlaktes, rivierdalen of tussen de bergen.
Dat klopt. Je hebt gelijk.
Op foto's zie je dat huizen in het buitenland vaak op een heuvel staan...
terwijl de huizen van Japanners meestal op een lage plek staan.
Er is ook wel een reden voor.
In Japan zijn vaak aardbevingen en tyfoons.
Onze houtskeletbouw is te kwetsbaar, en al helemaal op hoge plekken.
Daarom koos men voor een veilige plek om een huis te bouwen.
Maar dat is niet de enige reden.
Japanners houden meer van gefilterd licht dan van direct zonlicht.
Daarom kiezen we plekken in de schaduw. We zijn het liefst omringd door de natuur.
Zodoende konden we ook niet wennen aan huizen van baksteen.
Dat klopt.
Ik hou ook niet van een stenen huis.
Niks voor mij. Veel te koud.
Maar één ding moeten we niet vergeten.
Hoeveel we ook houden van houten huizen...
het mag onze volksaard niet aantasten.
Als onze huizen ons lui en verweekt maken, hebben we 'n probleem.
Buitenlanders zijn juist gehard...
doordat ze altijd hebben gewoond in huizen van steen, ijzer en beton.
Nu we een huis gaan bouwen voor onszelf is het belangrijk...
om aan de toekomst te denken.
We moeten het bouwen voor jou, maar ook voor je kinderen en kleinkinderen.
Dat klopt.
Hij was vroeger vast 'n knappe vent. - Nog steeds wel.
Laatst sloop er nog iemand bij 'm binnen. - Hoezo, iemand?
Bedoel je mij soms? - Voel je je dan aangesproken?
Wat is er gebeurd?
Je pocht vaak dat je nooit wordt afgewezen. Wat heb je met 'm gedaan?
In ieder geval had ik m'n zinnen op hem gezet.
Ik nam een lekker bad met geurige zeep. Helemaal zacht en warm ging ik naar 'm toe.
Om van te kwijlen. - En is 't gelukt waarvoor je ging?
Eigenlijk niet...
want toen ik 't huis van Hei wilde binnengaan, klonk er binnen 'n angstaanjagende kreet.
Ik schrok me rot.
Ik gluurde door een kier.
Hei lag te slapen.
Hij moet een nachtmerrie hebben gehad...
want die gil ging door merg en been.
Hij werd wakker en ging rechtop zitten.
Met 'n diepe stem zei hij:-
'O-cho...'
Dat zei hij. Alsof zijn stem vanuit de diepte van een graf kwam.
Ik hield het niet meer uit...
en toen ben ik van schrik weggerend.
Getverdemme. Deze makreel is bedorven.
Dit kan toch niet. Verse vis heeft een strak vel...
maar bij deze laat het vel overal los.
Nog eentje.
Genoeg gedronken vanavond.
Doe niet zo flauw. Kom, nog eentje maar.
Nee, geen drank meer. - Hé, toe nou.
Hé, maat. Kom binnen. Ik ben blij dat je er bent.
Zo blij ben ik niet. Ik ben gekomen om je om raad te vragen.
Juist, maar eerst drinken we er een.
Wat is er mis? - Ik kan dat wijf van me niet meer uitstaan.
Ik voel me als een straathond die aan de ketting is gelegd.
Ik weet niet hoe dat voelt, maar het klinkt niet best.
Allicht niet.
Het voelt alsof iemand, terwijl ik zit te eten, een emmer zand over m'n kop gooit.
Je hebt 't thuis niet makkelijk, maat.
Tatsu is een beste vrouw maar wel 'n taaie. Je hebt haar zo op de kast.
Wat zei je nou? Je had het over een emmer zand.
Heeft ze die echt over je kop gegooid?
Nee, natuurlijk niet. Zo voel ik me alleen.
Ze bleef maar aan m'n kop zeuren en toen ik vroeg wat er was...
zei ze dat het niks met mij te maken had.
'Zeur dan niet zo aan m'n kop', zei ik.
'Waarom niet?', vroeg ze toen.
'Daarom niet', zei ik. Toen kregen we ruzie.
Ik schreeuwde: 'ga m'n huis uit!', maar daar deed ze niets op uit.
Dus toen ben ik maar weggegaan en nu ben ik hier.
Want als een echte man laat ik m'n verstand regeren. Of niet soms, Hatsu.
Wat je zegt. Ik sta achter je, maat.
Wij mannen werken ons buitenshuis in het zweet.
Dan wil je als je thuiskomt wel 's verwend worden door je eigen vrouw.
Maar mijn vrouw doe 't tegenovergestelde.
Die zou nog in m'n rotte kies gaan pulken als ze me daarmee kon ergeren.
Het is niet anders. - Zo is het.
Vrouwen zijn onmogelijke wezens. - Totaal onmogelijk.
Uit verveling maken ze van 'n mug 'n olifant.
Het ligt aan al dat thuiszitten en nietsdoen.
Precies.
No comments yet. Be the first to leave one.